about
Toon menu
Opinie

Is de Vlaamse klimaatresolutie echt resoluut?

Meer ambities dan voorheen, minder ambities dan noodzakelijk, besluit de klimaatbeweging Climate Express na het lezen van de resultaten van de Vlaamse klimaattop.
woensdag 7 december 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Op 1 december ging de Vlaamse Klimaat- en Energietop door in de Ghelamco Arena in Gent, het voetbalstadion van AA Gent. Er is geen voetbalmatch gespeeld, maar de bedoeling van deze top is wel om klimaatdoelpunten te scoren. Ook werd een goede week eerder in het Vlaams Parlement zo goed als unaniem een resolutie betreffende een sterk Vlaams klimaatbeleid goedgekeurd. Ongetwijfeld zijn er stappen vooruit gezet. Tegelijk stelt zich de vraag of de doelen en middelen voldoende en afdoende zijn. Ook het creëren van een sterk sociaal draagvlak is een levensbelangrijk vraagstuk, wil een effectief beleid echt kans van slagen hebben. Net daar dreigt het regeringsbeleid het meest van al te falen.

In de pers wordt de klimaat- en energietop eerder éénzijdig toegelicht als een zogenaamde betonstop. De resolutie en de top behandelen echter de hele waaier van sectoren die zich moeten omvormen, willen we een rampzalige klimaatverandering voorkomen. In de resolutie spreekt men terecht van de noodzaak van een strategie op lange termijn. Geert Bourgeois benadrukt in zijn openingsspeech op de Klimaattop met reden het belang van een trendbreuk en een andere manier van leven.

Er wordt vooruitgang geboekt

Wanneer men de resolutie doorneemt en de getuigenissen aanhoort op de Klimaattop, kan men niet anders dan besluiten dat er wel degelijk vooruitgang wordt geboekt. Enkele opvallende standpunten worden door meerdere sprekers en schrijvers uiteengezet. Wat mobiliteit betreft, wil het beleid tegen 2025 bussen in de steden doen rijden die geen uitstoot meer hebben. Het is behoorlijk ambitieus om dit te willen realiseren in negen jaar. Spijtig dat men dit (voorlopig?) niet als doel stelt voor alle bussen. De overgang naar een mobiliteitssysteem op basis van ‘zacht’ of collectief en openbaar vervoer kan alleen maar toegejuicht worden. Dit staat echter haaks op de besparingsplannen die deze regering doorvoert bij De Lijn en NMBS. Het willen bannen van wagens met verbrandingsmotor vanaf een bepaald moment is een juiste beleidslijn, maar men kan zich meer dan afvragen of men daarbij een voldoende snel tijdsschema hanteert.

Ook in andere sectoren bestaan redelijk ambitieuze doelen. In de bouwsector wil men renovatie en passiefgebouwen versterken. Het ruimtebeslag wil men stapsgewijs verminderen, om deze in 2040 op 0 te zetten. Nochtans nam men beleidsbeslissingen die daar haaks op staan. Uplace goedkeuren, Essers een bos laten kappen voor een parking voor vrachtwagens, verbreden van autostrades, deze maatregelen zijn niet consequent met de bovengenoemde beleidslijn. Verder laat men de grote industrie en energieproductie over aan de emissiemarkt (ETS). De regering looft industriële, financiële en energiebedrijven die beloften maken voor inspanningen. Uiteindelijk laat ze de dynamiek daar volledig over aan de markt, in overeenstemming met de Europese politiek. Maar biedt een marktdynamiek voldoende garantie dat de industrie en energieproducenten echt iets zullen doen voor het klimaat? Daarover later meer. Verder worden de geloofsbelijdenissen voor een circulaire of kringloopeconomie helaas niet becijferd in concrete en meetbare doelen.

De landbouw en het landbeheer blijft een zorgensector: men wil de uitstoot per eenheid product doen dalen, zonder zich de vraag te stellen of de liberalisering van de landbouwproductie zelf geen probleem is. Over biologische landbouw wordt met geen woord gerept. Niet voor niets gaat men in het Vlaams Klimaatsbeleidsplan 2013-2020 uit van een lichte groei in de uitstoot van broeikasgassen in deze sector. In dit plan merkt men, na de afschaffing van de melkquota, fijntjes op: “Sindsdien heeft het aangepaste mestbeleid een groei van de veestapel echter opnieuw mogelijk gemaakt en vertonen de niet-energetische emissies van de sector opnieuw een stijging”. Lees: er is weer meer vee, want de regulering is weg, dus is er meer mest en nemen de dierlijke broeikasgassen toe.

Ambitieuze plannen, of toch niet?

Ondanks de vooruitgang op meerdere domeinen, bevatten de plannen een aantal fundamentele en structurele problemen. Ten eerste ligt het Vlaamse ambitieniveau onder dat van Europa. In de resolutie stelt Vlaanderen zichzelf als doel om de broeikasgassen met 35 % te verminderen tegen 2030. Dit is 5% minder dan wat Europa als doel heeft vooropgesteld voor ze naar Parijs trok. Bovendien is Europa met dit doel ook niet volledig in lijn met het Akkoord van Parijs, want dit akkoord roept alle landen op hun ambities van voor het akkoord te verhogen. Europa heeft dit niet gedaan.

Ook al is het Akkoord van Parijs een stap vooruit, loopt het toch achter op meer alarmerende inzichten van het IPCC. In haar laatste rapport (AR5, 2014) haalt het IPCC aan dat een structurele temperatuurstijging van slechts 1°C dramatische en onomkeerbare ontwikkelingen kan veroorzaken, terwijl het Akkoord van Parijs niet verder gaat dan een beperking van de opwarming met 1,5°C. Ten slotte doen zich ondertussen nieuwe feiten voor, die nog niet meegenomen werden in de IPCC rapporten van de VN. Zo smelt het ijs op Antarctica sneller dan gedacht, en wijzigt de helling van de aardas, mogelijks ten gevolge van herverdeling van het gewicht van gesmolten ijs. De Vlaamse doelstellingen hinken dus viermaal achterop. Het is daarom een must om de globale en nationale/regionale doelen veel scherper te stellen. Zoals meerdere fora uit het Zuiden dit ook eisen.

Europa en haar lidstaten doen zich graag voor als een wereldwijde voorloper. Hoewel dit grotendeels klopt wat betreft de ontwikkelde wereld, is dit niet meer het geval op wereldvlak. De laatste zeven jaren zien we verschillende fora vanuit het Zuiden opstaan, die telkens meer ambities en middelen eisen om de opwarming te beperken en haar gevolgen te verzachten. Al in 2009 riep het Peoples Protocol op tot een maximale temperatuurstijging van 1,5°C, en dat op een moment waarop 2°C gemeengoed was. Het Peoples Agreement van 2010 ging nog verder, met haar eis tot een maximale temperatuurstijging van 1°C. Het CVF (Climate Vulnerable Forum) eist in haar verklaring van dit jaar een temperatuurstijging van sterk onder 1,5°C. Verder eist ze een snelle overgang naar 100 % hernieuwbare energie. Sommige van haar leden willen dit bereiken in minder dan tien jaar. Het CVF bestaat uit 48 landen, uitsluitend uit het Zuiden. Geen enkel ontwikkeld land is erbij aangesloten, ook niet binnen Europa, en ook Europa zelf niet. Het is dan ook aanmatigend om te beweren dat Europa de voortrekker van de wereld is, terwijl initiatieven uit het Zuiden grotere ambities vertonen. Het wordt tijd de superioriteitsmentaliteit af te schudden, en te erkennen dat zulke Zuiderse initiatieven navolging verdienen.

Draagvlak creëren, ja… maar met wie?

Een tweede structureel probleem is hoe het beleid kijkt naar het welzijn en de inspraak van de mensen en hun middenveldorganisaties. Op dat vlak hangen er best donkere wolken boven de resolutie en het Klimaatakkoord. Op de klimaattop spreken ministers Joke Schauvliege en minister Bart Tommelein over participatie en over burgers die moeten meedenken. Zelfs coöperaties krijgen een rol toebedeeld.

De voorgestelde maatregelen beloven echter weinig goeds. In de resolutie staan voorstellen zoals een CO2-heffing, een kilometerheffing, en in het algemeen belastingen op “klimaatbelastend gedrag”. Zulke maatregelen viseren de consumenten en niet de producenten. De consumenten worden met de vinger gewezen, terwijl de producenten hun verantwoordelijkheid ongestraft ontlopen. Het is tekenend dat Geert Bourgeois in zijn openingstoespraak cijfers citeert uit het inleidende gedeelte van het voorstel tot resolutie. Volgens deze laatste gegevens draagt vervoer voor 36 % en woningen voor 29 % bij aan de totale uitstoot van broeikasgassen. Twee derde van de uitstoot lijkt zo voort te komen uit sectoren in de consumptiesfeer. Maar deze cijfers omvatten niet de uitstoot van de grote industrieën (28%) en energieproducenten (24%), hoewel ook die cijfers in een tweede tabel van dezelfde nota staan. En ze houden al evenmin rekening met het aandeel van het professionele vervoer (vrachtvervoer, bedrijfswagens,…) in de uitstoot van het vervoer. De eerste tabel, waaruit Geert Bourgeois zijn mosterd haalt, gaat enkel over niet-ETS sectoren, terwijl de tweede tabel alle sectoren omvat. Door de werkelijkheid zo voor te stellen, verdoezelt Bourgeois de immense verantwoordelijkheid van de grote industrieën en energieproducenten in de uitstoot van broeikasgassen. Dit uit zich vervolgens in de maatregelen: voor de burgers zijn er allerlei eco-taksen, voor de bedrijven subsidies en vermindering van sociale bijdragen.

Het klimaatbeleid van deze Vlaamse (en Belgische) regering is sociaal onrechtvaardig: ze herverdeelt de rijkdom van de gewone mensen naar de rijksten toe, omdat ze uitgaat van de belangen van het bedrijfsleven. We zagen dit vorig jaar met de blauwe taks-shift. Deze laatste vermindert drastisch patronale bijdragen (de bijdragen die de werkgevers betalen aan de sociale zekerheid), terwijl de gewone mensen meer BTW moeten betalen, onder andere op elektriciteit. De groene taks-shift die eraan komt, vermindert deze patronale bijdragen nog meer, terwijl de gewone mensen bijkomende eco-taksen moeten betalen. Dat staat haaks op principes van ‘de vervuiler betaalt’ en ‘inspanningen volgens draagkracht en verantwoordelijkheid’. Het beleid van de Vlaamse Regering versterkt het draagvlak voor klimaatbeleid niet, maar doet het veeleer verdampen.

Een ander maatschappijmodel is nodig

De basis van het beleid van de Vlaamse regering is dat men de kool en de geit wil sparen. Men wil verduurzamen en klimaatmaatregelen nemen, maar dan wel binnen de vrije markt en met respect voor winstgevendheid. Op de klimaattop zegt Homans dat een goed klimaatbeleid winstgevend is. In de resolutie staat dat men kosten-baten analyses moet hanteren en rekening moet houden met de concurrentiepositie. En wat dan met maatregelen die vanuit mens en milieu noodzakelijk zijn, maar niet winstgevend of concurrerend (genoeg)? Moeten we die dan laten varen? Als het vastleggen van atmosferische koolstofdioxide kostelijk blijkt te zijn, gaan we dan het IPCC negeren, wanneer deze bevestigt dat er netto broeikasgassen uit de atmosfeer vastgelegd moeten worden? Het IPCC stelt immers dat in een opwarmingsscenario van 1,6°C, er ongeveer vanaf 2070 wereldwijd (en eerder voor de ontwikkelde landen) meer broeikasgassen vastgelegd moeten worden dan er uitgestoten worden. Als de uiteindelijke toe te laten klimaatopwarming onder die 1,6°C ligt, vervroegt deze datum van ongeveer 2070 nog des te meer.

Men verdedigt ook een robuuste prijs voor CO2, omdat een hogere prijs van CO2 producten die koolstof bevatten, zoals fossiele brandstoffen, “uit de markt” zou prijzen. We hebben vooral meegemaakt dat van alles gebeurt waardoor de CO2 prijs keldert, en dus haar markteffect mist. Zo werden in het begin teveel emissierechten toegekend, waardoor de prijs van koolstof instortte. Verder zien we in verschillende studies dat er een groot verschil bestaat tussen de marktprijs van CO2, en de veel hogere maatschappelijke kost van datzelfde CO2. Dan laten we nog in het midden of het wel verstandig is een prijs te plakken op CO2. Dit geeft immers de illusie dat men betaald heeft voor de last die datzelfde CO2 veroorzaakt, inbegrepen de schade, de gewonden, de klimaatdoden. Zo verwordt een CO2 taks tot een “licence to damage, to wound and to kill”, een toelating om schade, verwondingen en doden te veroorzaken. Bij het aanpakken van de zure regen heeft men normen gehanteerd, en dat werkte. Waarom niet hetzelfde doen met broeikasgassen?

Een goede strategie op lange termijn vertrekt niet van de economie en financiële winst. Neen, ze vertrekt van de mensen en hun milieu, om te komen tot een sociaal rechtvaardige maatschappij in een duurzaam klimaat. Als een democratisch, herverdelende maatschappij en een duurzaam klimaat de doelen zijn, dan mag de economie niet meer zijn dan een middel om die twee doelen waar te maken. Dan wordt het duidelijk dat het doel is om ‘ruim onder 1,5°C’ te blijven, en om zo snel mogelijk naar 100 % hernieuwbare energie te gaan. Dan wordt het duidelijk dat we het Zuiden een echte stem in het debat verschuldigd zijn. Dan wordt duidelijk dat een Belgisch en regionaal klimaatplan haar middelen moet aanscherpen. Met een ‘focus-shift” van de vrije markt en winst naar sociale rechtvaardigheid en duurzaamheid zou de Vlaamse regering tonen dat ze echt inzet op een lange termijn strategie.

Marc Alexander is machinist bij Climate Express

Bronnen:
http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2016-2017/g992-1.pdf
http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2016-2017/g992-2.pdf
http://www.dikketruiendag.be/sites/default/files/atoms/files/2013-06-28_Overkoepelend_luik_VKP2013-2020.pdf
http://www.thecvf.org/marrakech-vision/
https://mitigationpartnership.net/gpa/100-renewable-energy-targets-pacific-islands