Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Symbolische overwinning in Dakota, maar strijd gaat door

De Amerikaanse overheidsdienst Army Corps of Engineers geeft geen vergunning aan Dakota Access Pipeline om onder de rivier Missouri door te gaan in het reservaat Standing Rock in North Dakota. Amerikaanse en buitenlandse mainstream media ontdekken de 'overwinning' van een strijd die ze een jaar lang negeerden of verkeerd weergaven.
maandag 5 december 2016

Het US Army Corps of Engineers (USACE) is de afdeling genie van het Amerikaans leger verantwoordelijk voor planning, bouw en onderhoud van alle militaire infrastructuurwerken. Deze federale dienst is tevens verantwoordelijk voor het toekennen van de bouwvergunningen en het controleren van grote civiele infrastructuurwerken, die meerdere deelstaten doorkruisen zoals pijplijnen. Hoewel formeel een onderdeel van het leger bestaat deze dienst vooral uit civiel personeel: ingenieurs, architecten, technici...

"Tracé herbekijken"

De regering van president Obama heeft de voorbije weken aan het USACE de opdracht gegeven om de kwestie van de Dakota Access Pipeline opnieuw te evalueren. President Obama liet in interviews al blijken dat hij er voorstander was om het tracé van de pijplijn te 'herbekijken'. Eind november kwam het USACE met een eerste advies, waarin de dienst stelde dat voor een grondig onderzoek ter plaatse het kamp van de activisten tegen de pijplijn zou moeten ontruimd worden tegen 5 december.

Dat werd in de mainstream media voorgesteld als een 'uitwijzingsbevel'. Het USACE geeft echter alleen aanbevelingen en heeft geen enkele politionele bevoegdheid. De lokale politie van North Dakota liet al uitschijnen dat zij dat interpreteerden als een toestemming om het kamp met alle mogelijke middelen te ontruimen op 5 december. Bij vorige politieacties was al gebleken hoe gewelddadig dat kan worden.

De mobilisering van sympathisanten in de VS en daarbuiten nam in de voorbije maanden echter steeds maar toe. Er zijn nu vertegenwoordigers in het kamp in Standing Rock van alle inheemse volkeren in de VS en Canada, van inheemse volkeren uit Latijns-Amerika en van sympathisanten van milieubewegingen en organisaties voor mensenrechten uit de VS en daarbuiten.

Geen bouwvergunning

De USACE heeft nu laten weten dat ze geen verdere vergunning geeft aan Energy Transfer Partners, het bedrijf dat de pijplijn bouwt, voor het uitgraven van het tracé onder Lake Oahe (zeg 'owahie'), een meer in Standing Rock waar de rivier Missouri doorloopt. Daarmee wordt wel het volledige concept van de pijplijn in vraag gesteld, omdat het de bedoeling is in de staat Illinois aan te komen, aan de overkant van de rivier Missouri.

De rivier Missouri vormt samen met de rivier Mississippi, waar de Missouri in uitmondt, het grootse waterbekken ter wereld. Meer dan één derde van het oppervlakte van de VS haalt zijn grondwater uit dit rivierbekken.

De beslissing van het USACE wordt in het kamp toegejuicht als een belangrijke morele overwinning. Toch blijven de activisten voorzichtig en zijn ze niet van plan het kamp stop te zetten, ook al zijn de leefomstandigheden er voor het ogenblik bikkelhard. Het kamp ligt op een vlakke, uitgestrekte hoogvlakte, de temperatuur is er gezakt tot -18 graden Celsius en een ijskoude wind blaast permanent.

Oorlogsveteranen

De activisten maken zich geen illusie over de reden waarom de USACE - in feite de regering van president Obama - nu deze beslissing heeft genomen. In het kamp zijn tijdens het weekend van 2-3 december net voor de aangekondigde ontruiming tussen 3000 en 4000 oorlogsveteranen aangekomen, vanuit heel de VS en van alle generaties, van oude Viëtnamveteranen tot jonge veteranen die pas terug zijn uit Irak en Afghanistan, met hun Purple Hearts, de hoogste militaire decoratie voor hun bewezen moed 'ten dienste van het vaderland'.

Het vooruitzicht van een gewelddadige confrontatie tussen politie en oorlogsveteranen vond president Obama blijkbaar iets te riskant voor zijn imago en zijn politieke erfenis, in de laatste weken van zijn mandaat (tot 20 januari 2017). Niet dat de politierepressie tot nu niet gewelddadig zou zijn geweest( (zie vorige artikels).

Honderden mensen werden al licht of zwaar gewond, door honden, granaten, rubberkogels, traangas, peppersprays, knuppels en waterkanonnen (in vriestemperatuur). Een afgevuurde granaat leidde tot de amputatie van de arm van een activiste en een andere verloor beide ogen, eveneens door de impact van een granaat in het gelaat.

Alternatieve en sociale media

De beelden van die repressie enkele weken terug werden slechts door één alternatief Amerikaans tv-station gefilmd, Democracy Now! (zie beeldverslag onder dit artikel). Alleen MSNBC wijdde daar toen kort enige aandacht aan. Vanuit de verwachting van een grote confrontatie tussen oorlogsveteranen en de politie waren in het weekend van 2-3 december voor het eerst alle grote Amerikaanse tv-stations aanwezig ter plaatse.

Het vooruitzicht van deze wereldwijde berichtgeving van brutaal politieoptreden heeft zonder enige twijfel de doorslag gegeven aan president Obama om het USACE tot zijn recente besluit te brengen.

De activisten ter plaatse maken zich echter geen illusie over de ware intenties van zowel president Obama als zijn opvolger, president-elect Donald Trump. Toch beschouwen zij de beslissing van het USACE als een eerste belangrijke morele overwinning. Zij zijn echter klaar om de strijd na de eedaflegging van Trump op 20 januari onverminderd door te zetten.

Trump's belangenconflict

Trump heeft al laten weten voorstander te zijn van de pijplijn. Hij heeft tevens fiscale voordelen beloofd voor de bedrijven die investeren in de fossiele industrie. Er is echter meer. Trump heeft persoonlijke belangen in de pijplijn. In zijn investeringsportefeuille zit een aandeel van 1 miljoen dollar in Energy Transfer Partners, het bedrijf dat de Dakota Access Pipeline (en andere pijplijnen) bouwt, en een een even groot bedrag in Phillips 661.

Dit laatste bedrijf is gespecialiseerd in de bouw van petroleuminstallaties (transport, verdeling, raffinage) en heeft een aandeel van 25 procent in Energy Transfer Partners. Kelsey Warren, de grote baas van Energy Transfer Partners, heeft onmiddellijk gereageerd op het besluit van het USACE met te stellen dat het hier over een tijdelijk uitstel zou gaan. Het bedrijf heeft reeds zijn juridisch apparaat ingeschakeld om het besluit voor de rechtbank aan te vechten.

Media niet geïnteresseerd in kijkcijfers

De woordvoerders van de activisten ter plaatse blijven er op wijzen dat dit over veel meer gaat dan een plaatselijk probleem met het tracé van een pijplijn. “Dit gaat over de toekomst, over de strijd tegen fossiele energie in heel de wereld. Overal ter wereld investeert de sector van de fossiele energie in pijplijnen, om met deze peperdure investeringen de wereld te dwingen nog veel langer door te gaan met fossiele brandstoffen”.

Zij wijzen ook op de grote verantwoordelijkheid van de media in deze strijd. Deze strijd is al bijna een heel jaar bezig. Tot voor enkele weken berichtten enkel kleine alternatieve media er over. Een journalist van de alternatieve zender The Young Turks gaf op zondag 4 december volgende commentaar: “Ik ben geen 'neutrale journalist'. Ik sta volledig achter de eisen van deze actie. Ik geloof niet in de mythe van 'objectieve journalistiek'. In werkelijkheid zijn de grote media ook niet neutraal of objectief maar staan ze achter de grote bedrijven.”

Amy Goodman van Democracy Now! wijst er op dat haar verslag (zie beeldverslag onderaan) over de repressie met honden en peppersprays viraal ging op het internet met 13 miljoen clicks na amper één dag. “Toch bleven de grote media, op MSNBC na, dat bericht compleet negeren.” Dat wijst er volgens haar op dat de grote media niet zozeer door kijkcijfers worden gedreven maar door commerciële belangen. Energiebedrijven zijn de grootste plaatsers van commercials en zijn ook mede-eigenaars van de grote mediabedrijven.

De eerste vijf maanden van het protest in het voorjaar van 2016 kregen geen enkele aandacht in de mainstream media. Na de zomer 2016 veranderde dat enigszins, deels omdat het succes van het protest niet langer kon worden ontkend, deels omdat de media moesten vaststellen dat er op de sociale media enorme en blijvende aandacht was voor de strijd.

Politie als exclusieve informatiebron

In hoofdzaak beperkten de grote media zich tot het reproduceren van de persmededelingen van de politie van de staat North Dakota, die een vertekend beeld gaven van wat er ter plaatse gebeurde. De echte ommekeer in hun berichtgeving kwam er pas toen een aantal oorlogsveteranen uit Irak begonnen te mobiliseren op sociale media. MSNBC noemde het verzet van Standing Rock op 4 december plots 'het grootste vreedzame verzet van de oorspronkelijke Amerikanen ooit in de Amerikaanse geschiedenis”.

Een woordvoerder van de activisten ter plaatse wees er op dat dit tevens een strijd is tegen wit racisme. Het oorspronkelijke eerste tracé ging passeren vlak naast Bismarck2, de hoofdstad van North Dakota. Een aantal witte persoonlijkheden wisten Energy Transfer Partners echter te overtuigen dat dat geen optie was, waarop het tracé meer naar het zuidwesten werd verlegd, dwars door het inheems reservaat van Standing Rock.

“Voor ons is #NoDAPL onderdeel van een strijd die al doorgaat zolang de VS bestaat. Wat wij hier aanklagen is de sociale, economische en ecologische discriminatie van de eerste bewoners van dit land. Wij eisen de erkenning van de verdragen die de VS met onze volkeren sloten, waarin zij de soevereine rechten van onze naties erkenden.”

"Dit is tegelijk een strijd voor de toekomst van heel de wereld. Voor een uitstap uit fossiele energie. Voor een wereld waar drinkbaar water belangrijker is dan de termijnwinsten van enkele grote bedrijven."

Live-verslag van The Young Turks ter plaatse op 4 december:



Allereerste beeldverslag van Democracy Now! van de politierepressie op 3 september 2016:


1    Het Amerikaans bedrijf Phillips (twee ll) heeft geen verband met het Brits-Nederlandse bedrijf Philips (één l).

2   Tot 1862 heette het stadje Edwinton. De naam Bismarck, naar de toenmalige Duitse kanselier Otto von Bismarck, werd aangenomen door de lokale autoriteiten om Duitse emigranten naar North Dakota te lokken.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.