about
Toon menu

Grootgrondbezit in Latijns-Amerika neemt toe door vrijhandelsakkoorden

Steeds meer grondbezit in Latijns-Amerika concentreert zich in handen van de rijke elite en grote bedrijven. De ongelijkheid is nu zelfs groter dan in de jaren zestig, constateert ontwikkelingsorganisatie Oxfam International. Bedrijven beroepen zich op vrijhandelsakkoorden om overheden te dwingen hun gronden af te staan.
vrijdag 2 december 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

In de jaren 1960 was het probleem van de ongelijke verdeling van landeigendom in Latijns-Amerika zo groot, dat verschillende bewegingen van landbouwers aandrongen op hervormingen. In de afgelopen decennia verergerde het probleem echter alleen maar, met als gevolg dat miljoenen mensen in armoede leven. Volgens Oxfam hindert het ongelijk verdeelde grootgrondbezit de duurzame en inclusieve ontwikkeling op het continent.

Eén procent van de grote landbouwbedrijven in Latijns-Amerika bezit meer productief land dan de andere 99 procent. Colombia staat op vlak van landongelijkheid aan kop, gevolgd door Paraguay en Chili, stelt Oxfam. Vrouwen bezitten minder grond dan mannen. In Guatemala is 8 procent van de grond in handen van vrouwen, in Peru is dat 30 procent.

Een volledige landhervorming was in Colombia een belangrijke eis van de guerrillabeweging van de FARC voor het recente vredesakkoord. De feodale wantoestanden op het platteland waren niet alleen in Colombia de oorzaak van het ontstaan van gewapend verzet tegen de grootgrondbezitters in meerdere Latijns-Amerikaanse landen. Die grootgrondbezitters zetten door hen betaalde privé-milities in om de lokale bevolking te terroriseren en hun protesten te onderdrukken (nvdr).

“Eerdere landhervormingen zijn mislukt als gevolg van corruptie, deregulering, vriendjespolitiek en gebrek aan steun voor gezinsbedrijven”, zegt Simon Ticehurst van Oxfam. “Landen blijken niet in staat de invloedrijke elite te weerstaan die het meest profiteert van het land.” Het gaat niet alleen om landbouwbedrijven, maar ook om mijnbouwbedrijven en de olie- en gasindustrie. Houtplantages breiden zich elk jaar met meer dan een half miljoen hectare uit in Latijns-Amerika, vooral in Mexico en Chili.

De veeteeltindustrie in Argentinië, Paraguay en Bolivia veroorzaakt de hoogste ontbossing in de wereld. Dat draagt bij aan de klimaatverandering en het overleven van inheemse bevolkingsgroepen staat erdoor op het spel. In de Peruaanse Amazone heeft de overheid 31 procent van de grond beschikbaar gesteld voor de olie- en gasindustrie.

Deze landongelijkheid leidt tot minderwaardig, onderbetaald en onmenselijk zwaar werk op het platteland en drijft steeds meer armen naar de steden, stelt Oxfam vast. “Het ondermijnt de sociale cohesie en democratie van de maatschappij en de stabiliteit van het milieu en voedselsystemen.” De stijging van de grondstoffenprijzen in de afgelopen jaren, leidde wel tot enige economische groei in de regio en in sommige landen verbeterden daardoor de publieke diensten. Dat verhult echter de grote onderliggende problemen, zegt Ticehurst.

“Als landen afhankelijk worden van de exploitatie van grondstoffen, riskeren ze de onstabiele vluchtigheid van de markt, hoge sociale kosten en accumulatie van macht en welvaart in de handen van een kleine groep mensen. Dat zien we bijvoorbeeld in Bolivia en Paraguay, waar een handvol multinationals bijna de hele sojahandel in handen heeft.”

Landen als Argentinië, Mexico, El Salvador, Ecuador, Peru en Venezuela lijden allen onder grote bedrijven die dreigden met rechtszaken. In een aantal gevallen moesten deze landen zware boetes betalen aan bedrijven wanneer de overheid hun exploitatievergunningen introk, zegt Ticehurst.

De betrokken bedrijven beroepen zich daarvoor op de ISDS-arbitrage die is voorzien in bilaterale vrijhandelsakkoorden van de jaren 1970 en 1980, die dikwijls nog door voormalige militaire dictaturen werden afgesloten. Dat maakt het onmogelijk voor de overheden in Latijns-Amerika om te kiezen voor een beleid ten gunste van de eigen kleine landbouwers en voor eigen voedselproductie in plaats van voor exportlandbouw (nvdr).

In 2015 werden 122 mensenrechtenactivisten en demonstranten vermoord, het hoogste aantal in de recente geschiedenis. In 40 procent van de gevallen ging het om activisten die hun land of de rechten van inheemse bevolkingsgroepen verdedigden.

reacties

Eén reactie

  • door Ronald Van Beneden op zaterdag 3 december 2016

    Waar zit het geld in Zuid Amerika? Niet bij de banken maar bij de groot grond bezitters. Ze kopen de kleintjes met gemak uit met de hulp van de zaadproducenten. Ze verbieden vervolgens de boeren eigen zaaigoed te gebruiken om zogezegde besmetting te voorkomen en bepalen daarna de prijs voor het voedsel. Simpele globalisatie de mr De Gucht normaal vindt.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties