about
Toon menu

Hoe we robots voor ons kunnen laten werken (als we maar willen)

Robotisering en digitalisering hebben zich ontpopt tot een te duchten kracht van jobvernietiging. Een onvermijdelijk gevolg van de technologische vooruitgang, zeggen sommigen. Een schrale troost voor wie toevallig in de bedreigde, als ‘overbodig’ bestempelde jobs zit. Ook andere keuzes kunnen gemaakt worden. Maar hoe doe je dat? In de sociale economie vinden we heel wat voorbeelden van hoe je technologische innovatie tegelijk voor zowel economische als sociale doelen kan inzetten.
donderdag 3 november 2016

Een van de klassieke toekomstbeelden uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw lijkt stilaan uit te komen. De robots komen eraan en nemen de boel over. Maar anders dan in de sciencefiction van die tijd blijkt het favoriete wapentuig van the Terminator de C4 te zijn…

Jobvernietiging

Robotisering en digitalisering hebben zich ontpopt tot een te duchten kracht van jobvernietiging. Dat het daarbij al lang niet meer alleen gaat over alleen arbeiders die vervangen dreigen te worden door machines, bewijzen de recente ontslaggolven in de bankensector.

Een onvermijdelijk gevolg van de technologische vooruitgang, zeggen sommigen. En meestal voegen zij ingewikkelde berekeningen toe over hoe robotisering en digitalisering ook tot nieuwe en méér jobs leiden, met een netto positief resultaat. Een schrale troost voor wie toevallig in de bedreigde, als ‘overbodig’ bestempelde jobs zit. Maar ja, klagen mag niet, zo lijkt het wel, want de toekomst is nu eenmaal niet tegen te houden.

Economie en technologie: het lijken dingen te zijn waar we geen vat op hebben, die we ondergaan. Nieuwe technologie vernietigt en creëert jobs, maar komt in beide gevallen zomaar vanzelf uit de lucht vallen, zo doet men het voorschijnen. Het is zogezegd geen kwestie van keuzes. Maar natuurlijk is het dat wél.

De ontslagen bij ING gaan duidelijk over meer dan de opmars van online banking. Het betreft een strategische keuze, waarbij digitalisering van de dienstverlening slechts een stukje van de motivatie inhoudt, naast commerciële berekening en, nu ja, hebzucht.

Ook andere keuzes kunnen gemaakt worden. Maar hoe doe je dat? We bekijken enkele voorbeelden.

Robots ontginnen talent in sociale economie

In de sociale economie vinden we heel wat voorbeelden van hoe je technologische innovatie tegelijk voor zowel economische als sociale doelen kan inzetten. Bedrijven in deze sector stellen mensen tewerk met een beperking of die op een of andere manier zwakker staan op de arbeidsmarkt.

Maatwerkbedrijf WAAK uit Kuurne:

Dit bedrijf is gespecialiseerd in elektrische bedradingsystemen, onder meer voor de auto-industrie, en doet daarnaast nog assemblage, verpakking en conditionering en groenonderhoud. WAAK veranderde de productiemethode van individuele werkposten (waar medewerkers verantwoordelijk waren voor een deeltaak in het productieproces) naar een lijnsysteem (waar medewerkers naast elkaar geplaatst worden en voortbouwen op het werk van hun collega’s). Om deze omschakeling mogelijk te maken voor alle werknemers, ook de zwakkeren onder hen, ontwikkelde men een softwaresysteem dat inspringt waar medewerkers de competenties missen om de taken uit te voeren.

Heist Pack Center (Beschutte Werkplaatsen Leuven):

Hier doet men aan verpakking en distributie. Werknemers met een arbeidshandicap kregen het moeilijker om de nieuwe, snelle machines te volgen. Niet iedereen kon mee en er was ook niet altijd een ander, minder belastend werkstation beschikbaar. De oplossing hiervoor werd niet gevonden door de mensen te vervangen, maar wel door de machine aan te passen. Door een Tripod in het productieproces te integreren streeft men ernaar om elke machine tegelijk eisen op te leggen inzake performantie, maar ook naar gebruiksgemak en ergonomie aangepast aan de mogelijkheden van de operatoren.

BW IMSIR uit Boom:

Het bedrijf IMSIR sloot dan weer een overeenkomst met Telenet over de recyclage en recuperatie van materialen uit oude of defecte digiboxen. Er werd een volledig aparte lijn uitgewerkt waarin met aanraakschermen en eenvoudige computertoepassingen (die rood oplichten bij defecte onderdelen, groen bij nog werkende) een proces op maat van de medewerkers kon worden gerealiseerd.

AROP uit Wilrijk:

Bij AROP doet men aan verpakking en etikettering van o.a. farmaceutische producten en voedingssupplementen. Het bedrijf ontwikkelde specifiek voor een opdracht van de Laboratoria Smeets machines om etiketten halfautomatisch aan te brengen op de kokers van neussticks tegen verkoudheden. Zo kon de opdracht worden binnengehaald en kon deze ook door de medewerkers met een handicap worden uitgevoerd.

BW Bouchout uit Londerzeel:

BW Bouchout voert opdrachten uit voor Nespresso, onder andere de verpakking van koffie-pads. Omdat de vraag almaar toenam, ontwikkelde ook dit bedrijf zelf een unieke order picking machine om deze opdracht uit te voeren. De robot staat in voor de meer complexe handelingen in het proces en staat dus naast de werknemers met een beperking om hun handelingen aan te vullen op die punten waarin ze minder sterk zijn.

BW De Brug uit Mortsel:

BW De Brug heeft een metaal- en een houtafdeling waarvoor ze een volautomatische snijmachine en plooimachine inzetten. De machine kan bediend worden door een duo van een ervaren werknemer die fysiek wat zwakker is en een jonge kracht die mentaal minder sterk is. Voor een deel van het proces is de machine voorgeprogrammeerd met een monitor die de bediening sterk vereenvoudigt zodat iedereen ze kan bedienen.

Meer dan alleenstaande gevallen?

De geschetste voorbeelden zijn van een andere orde dan de verhalen van jobvernietiging die we recent meemaakten. Kleinschalig zijn ze echter niet, en vooral: ze tonen dat het wel degelijk anders kan.

Niet enkel in de niche van de sociale economie wordt op deze manier met automatisering omgegaan. Ook in grotere bedrijven zijn er mogelijkheden.

Zo hield Volvo Trucks in Gent bij de inrichting van een nieuwe productiehal naast efficiëntie ook rekening met fysieke belasting en werkbaar werk voor de werknemers. Dat gebeurde via aandacht voor ergonomie en rotatie van taken en werkposten. Het sociaal overleg speelde daarin een belangrijke rol.


Ergonomische inrichting van een werkpost bij Volvo Trucks Gent.

Is het in de genoemde bedrijven nu allemaal rozengeur en maneschijn wat betreft robotisering? Natuurlijk niet. Maar al deze voorbeelden tonen wel aan dat het mogelijk is om via een combinatie van sociaal overleg en aandacht voor de effecten op werknemers tot oplossingen te komen die het economische en het sociale kunnen verzoenen.

De overheid moet sturen

De vraag waar het allemaal mee begint is deze: welke toepassing van nieuwe technologie verkiezen we, die van de voorbeelden uit de sociale economie of die van het voorbeeld van ING?

Als het antwoord simpel is, waarom proberen we dan niet meer van het ene en minder van het andere te krijgen? Aandacht voor het onderwijs is belangrijk, bijvoorbeeld (zoals we in een vorige blog al aanhaalden – link naar blog Jurgen ) door meer in te zetten op creatieve competenties bij startende werknemers, omdat deze minder makkelijk overgenomen worden door robots.

Maar er is meer mogelijk. Waarom proberen we de technologische ontwikkeling – of beter de economische toepassingen ervan – niet te sturen in de richting van meer en betere jobs?

Technologische innovatie wordt uiteraard overwegend door economische motieven gedreven, maar dat betekent niet dat we sociale motieven niet mee in de weegschaal kunnen leggen.n Het is zeker niet ondenkbaar om hierin als overheid sturend op te treden. Net zoals taksen, kortingen en regelgeving het gebruik van diesel- dan wel benzinewagens kunnen stimuleren, kan de overheid ook innovatie die tewerkstelling creëert ondersteunen, jobvernietigende innovaties bestraffen of economische transformaties met sociale regels en randvoorwaarden omkleden.

Geef steun gericht, daar waar ze het meeste jobs oplevert – en niet elders. Faciliteer formules van arbeidsduurvermindering in sectoren waar jobvernietiging dreigt. Doe uiteindelijk gewoon wat een overheid hoort te doen: geef de richting aan die we uit willen, in plaats van alleen te ondergaan.

Wordt politicus een overbodig beroep?

De parallel met het klimaatvraagstuk is overigens treffend. In de tijd voor de Club van Rome (opgericht in 1968)  – en ook nog lang daarna – waren de politieke argumenten om vooral niet in te grijpen in het grondstoffenbeleid van bedrijven, in hun elektriciteitsverbruik of in hun CO2-uitstoot exact dezelfde als de argumenten die vandaag gebruikt worden om de schouders op te halen bij het zoveelste sociale bloedbad.

Dat het nu eenmaal economische wetmatigheden zijn…. Dat het onrealistisch is om van bedrijven te verwachten dat ze altruïstisch zijn… Dat het nodig is voor de vooruitgang… En ga zo maar door.


Net zoals de Club van Rome voor een boost in het milieubewustzijn zorgde, moet er terug een boost komen in het sociaal bewustzijn.

Net zoals bij de klimaatimpact zal er ook bij de sociale impact van technologische ontwikkelingen een punt komen waarop de consequenties te destructief worden om te negeren. Net als bij het klimaatvraagstuk is het vooral te hopen dat het tegen de tijd dat we dat beseffen, niet al te laat is.

Waarom wachten? Maak nu werk van een beleid om de technologische revoluties van de toekomst in goede banen te leiden. Begin er nu aan. Er was ooit een tijd toen vooruitgang iets was dat politici wilden maken, niet alleen ondergaan.

Zal men de koe bij de horens vatten, of wordt het volgende overbodige beroep dat van politicus?

* * *

Dit artikel verscheen ook op ABVV-Experten.

Auteur: Philippe Diepvents, directeur studiedienst Vlaams ABVV

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

5 reacties

  • door Kurt op vrijdag 4 november 2016

    Dit is dan geschreven door experten? Ik zou de ingenieur die zoiets bedenkt, gewoon ontslaan. Een robot vervangt de mens, dat is toch het doel? Niet om de arbeider te behouden en hem er laten naar kijken. Ikzelf heb meerdere robotisatie projecten geleid tot grote tevredenheid van de werknemers. Onmenselijk zware en repetitieve arbeid vervangen door robots. Niemand is buiten gegooid, de productie is opgedreven. De inzet van de cobots zoals in het artikel omschreven is slechts beperkt tot een niche, waaronder beschutte werkplaatsen, niet echt representatief naar mijn mening. Ik kan ook fout zijn natuurlijk, misschien hebben de experts van het ABVV reeds tientallen robotisatie projecten bedacht en opgestart in de industrie. Sta me echter toe daaraan te twijfelen.

  • door s op vrijdag 4 november 2016

    Er is een overweging die in het robottiseringdebat, bij mijn weten, nog nooit aan de oppervlakte is gekomen. Uit de aard van deze dingen zijn robotten "kapitaal". Zoals bekend is de samenvoeging van kapitaal en (menselijke) arbeid noodzakelijk voor elke productie, en dat zal ook zo blijven. Deze twee productiefactoren verdelen dan de gemaakte winst (de zg. toegevoegde waarde") onder elkaar volgens één of ander maatschappelijk proces. Zoals o.a. Piketty aantoonde is de kapitaalfactor de laatste tientallen jaren erin geslaagd zich weer een groeiend deel van die toegevoegde waarde toe te eigenen, met toenemende ongelijkheid als gevolg. Naarmate meer en meer menselijke arbeid (waarschijnlijk) zal vervangen worden door robottelijke ligt het voor de hand dat het arbeidsaandeel in de toegevoegde waarde een nog grotere duik zal nemen. De (onstuitbare?) robottisering lijkt mij dus een héél erg doorslaand argument om een herverdeling van de factor kapitaal naar de factor arbeid politiek af te dwingen. Ga daar maar eens aan staan met de huidige politieke constellaties in bijna alle OESO-landen. Het is trouwens aannemelijk dat de waargenomen groei in ongelijkheid mede het gevolg is van de globalisering van de laatste decennia. Die is in feite het equivalent van een doorgedreven robottisering waarbij de "robotten" Chinees, Banbgladeshi, Indiër, etc. zijn.

  • door Lawrence O op vrijdag 4 november 2016

    Deze angstvallige reactie van het ABVV toont een latent gebrek aan toekomstvisie en een angstig vast houden aan oude gewoontes. Een beetje dwaas. Want robotisering en automatisering hebben vele voordelen. Waarom zou jij werken als je een robot het kan laten doen? Waarom zou je niet automatiseren als je daardoor meer kan produceren? Het probleem zit hem niet in de technologische evoluties. Het probleem zit in het systeem waar mensen moeten werken voor geld en dat ze enkel met geld producten kunnen kopen.

    Dat is niet meer van deze tijd. De mens zou alles moeten automatiseren en robotiseren wat hij kan. Dat zou een shift in kennis vereisen: er zouden minder lager geschoolde jobs komen in ruil voor gespecialiseerde jobs want die robots moeten uitgevonden, gemaakt, geprogrammeerd en onderhouden worden. Daar bieden zich dus nieuwe arbeidsplaatsen aan.

    Iedereen die mentaal en fysiek kan werken zou moeten werken. De arbeid dient verdeeld te worden. En geld? Geld moet AFGESCHAFT worden. Hoe onnozel is het te werken voor geld? Geld is wat armoede kweekt. Geld is wat ongelijkheid creëert. De strijd tegen "het groot kapitaal" is een onnozele strijd. Het systeem moet anders. Schaf geld af. Automatiseer alles. Verdeel de arbeid en de mens zal een pak meer vrije tijd verkrijgen. En registreer wie zijn plicht doet en wie niet. Vervang eigendomsrecht door gebruiksrecht. Niet iedereen zal een Ferrari kunnen hebben maar wel het recht om hem af en toe eens te gebruiken. En dat zal een mentaliteitsshift vereisen. Maar het is de enige manier om de mens vooruit te helpen.

  • door Peter Braet op vrijdag 4 november 2016

    Ik zie het als positief dat al die geestdodende arbeid verdwijnt, en we tijd krijgen voor wat ons echt passioneert. Helaas blijven politiek en vakbonden arbeidsgezind, net als de meeste mensen die nog steeds hun persoonlijkheid en identiteit uit hun werk halen. Daar zit het echte probleem: zingeving voor al die mensen die zich overbodig weten op de verdwijnende arbeidsmarkt. Het heeft nog lang geduurd want in de jaren '70 verwachtten we al dat voor het magische jaar 2000 machines al dat vervelend werk gingen overnemen. Nu het eindelijk zover is wordt het als een probleem gezien. De overheid zal gewoon een basisinkomen moeten invoeren nu er nauwelijks nog gewerkt moet worden. Vergis u niet: 70% van de kantoorslaven worden bevrijd dankzij deze technologische revolutie. Werkloosheid wordt dus de norm, en we zullen een ander maatschappelijk systeem nodig hebben om hier mee om te gaan. Voor kunstenaars is dit een oud probleem of zelfs helemaal geen probleem, maar wat moet er worden van al die voortaan nutteloze ex-werknemers? Wat een identiteitscrisis krijgen die mensen te verwerken? Daar zou ik graag meer over lezen, hoe filosofen en ethici hier denken mee om te gaan, want de nieuwe technologieën hou je toch niet tegen en een maatschappij gebaseerd op arbeid is iets uit het verleden. Dat heeft zowel sociale, economische als psychologische en culturele gevolgen. Maar ik ben heel blij dat al dat domme, vervelende werk voortaan door machinse verricht gaat worden en ben radicaal tegen maatregelen die mensen aan de geestdodende en nutteloze bezigheidstherapie gaan zetten. Creatief zijn én ondernemend wordt voor iedereen een "must" en wie dat niet kan moet dan maar een basisinkomen krijgen en daar tevreden mee zijn (ook de religies krijgen een nieuwe zingevende rol). 2000 tekens!

  • door jan peeters op vrijdag 4 november 2016

    Innovaties bestraffen omdat ze jobs vernietigen. Wat een onzinnige stelling wordt hiermee verkondigd. Technologische vooruitgang bestraffen is zich terug naar de oertijd wenden, terwijl anderen verder evolueren. In de middeleeuwen werkte 80 % van de bevolking in de landbouw. Nu zijn er nog 2 % landbouwers die het voedsel verbouwen dank zij de technologische innovaties. De overige 98 % hebben nu ander werk.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties