Analyse - Thomas Decreus

Facebook, een democratisch en sociaal platform?

Is Facebook werkelijk een democratisch en sociaal platform? Think again.

vrijdag 14 oktober 2016 09:33

Je hebt het misschien gemerkt, of misschien ook niet. Maar sinds deze zomer zie je als Facebookgebruiker veel minder ‘nieuws’ verschijnen in wat nochtans heet ‘de nieuwslijn’. Als je tussen de foto’s van met liefde gemaakte maaltijden, snoepreisjes en katten nog nieuws ziet, dan is dat nieuws dat gedeeld wordt door je eigen vrienden of familie. Het nieuws dat door mediapagina’s op Facebook wordt gepost verdwijnt echter steeds meer naar de achtergrond.

Dat is geen toeval, maar een bewuste keuze van Facebook. De sociale netwerksite heeft beslist dat haar netwerk in de eerste plaats dient om gebruikers updates aan elkaar te geven en niet voor het verspreiden van eigenlijk nieuws. Friends and family come first, zo heet dat officieel: “Our top priority is keeping you connected to the people, places and things you want to be connected to – starting with the people you are friends with.”

Op het eerste zicht lijkt dat een evidente en nobele keuze. In plaats van de grote mediaspelers de nieuwslijn te laten vullen, geeft Facebook voorrang aan de contacten die (zogenaamd) ‘sociaal’ zijn. Daar valt toch weinig tegen in te brengen, niet? Wel, de werkelijkheid is iets complexer dan Facebook die wil voorstellen. En de ingrepen die Facebook deze zomer invoerde zijn vooral veel minder onschuldig dan ze lijken.

Verschuiving

Uit onderzoek blijkt dat anno 2016 vier op de tien Amerikanen Facebook als voornaamste nieuwsbron hanteert. Voor iets minder dan de helft van de Amerikanen komt Facebook dus voor traditionele media als televisie, radio of kranten. Dat is een enorme verschuiving. In België waren in januari 2016 zes miljoen mensen actief op sociale media en ook een groot deel daarvan consumeert nieuws via de sociale netwerksite.

Het belang van die cijfers is tweevoudig: ze tonen enerzijds aan dat mensen sinds de komst van Facebook op een heel andere manier met media omgaan, maar ook dat traditionele media sterk afhankelijk zijn geworden van Facebook. Dat geldt zowel voor commerciële media als voor niet-commerciële en/of alternatieve spelers. Vanuit het perspectief van de media is de beslissing van Facebook dan ook dramatisch. Het betekent minder bereik, minder lezers en voor commerciële media finaal ook minder inkomsten.

Boost!

Maar Facebook is natuurlijk een commercieel bedrijf dat gericht is op winstmaximalisatie. Daarom dat het ook een voor de hand liggend achterpoortje toelaat. Nieuwssites kunnen wel nog tot in de persoonlijke nieuwslijn van potentiële lezers op voorwaarde dat ze ervoor betalen. ‘Boosten’ heet dat in Facebookjargon. Wie een ‘page’ beheert op Facebook kent het systeem. Om het aantal mensen dat je volgt effectief te kunnen bereiken, moet je betalen aan Facebook. Wanneer je niet betaalt bereik je doorgaans nog geen tiende van de mensen die je pagina ‘liken’.

Dit plaatst het promopraatje van Facebook omtrent meer vrienden en familie in de tijdslijn natuurlijk in heel ander daglicht. Waar Facebook echt op uit is, is om de van haar afhankelijke media te laten betalen om te kunnen gebruik te maken van het platform. Zeker commerciële media zullen niet nalaten dat te doen. Het ‘boosten’ van posts op Facebook is immers goedkoper dan het inkomensverlies dat zou geleden worden wanneer er niet geboost wordt.




Het mechanisme dat Facebook zo implementeert valt pervers te noemen. Deze perversiteit kan misschien nog het best gevat worden in de vorm van een metafoor. Facebook is als het bedrijf dat een brug aanlegt tussen twee stadsdelen die van elkaar gescheiden worden door een rivier. Met veel bombarie kondigt het bedrijf aan dat ze de bewoners van de beide stadsdelen met elkaar in contact wil brengen en dat de brug door iedereen vrij mag gebruikt worden. Wanneer, na een aantal jaar, de bewoners en de economie van de beide stadsdelen helemaal gewend en afhankelijk zijn van de gebouwde brug begint het bedrijf van de brug plots tol te vragen. De tol wordt zuchtend en grommend betaald omdat de brug niet gebruiken geen optie meer is.

Sociale mediakritiek

Het beleid van Facebook dwingt ons ertoe om een nieuwe mediakritiek te ontwikkelen, een sociale mediakritiek zo je wil. De meer traditionele mediakritiek was in se een kritiek op de massamedia: de grote kranten en televisiestations en de dikwijls systeembevestigende boodschap die deze brachten. De kritiek richtte zich dan bijvoorbeeld op het feit dat radicaal kritische standpunten netjes uit de berichtgeving worden gehouden en dat opiniëring steeds binnen een netjes afgebakend veld gebeurt.

De oplossing bestond er dan in om alternatieve media te creëren die het monopolie van monolithische massamedia konden doorbreken. Het platform waarop u nu deze tekst leest is zo’n alternatief medium dat in het licht van die klassieke mediakritiek werd opgericht.

Deze klassieke mediakritiek is nog steeds geldig en relevant omdat grote mediaconcerns nog steeds de grootste kracht zijn in het produceren van een ‘publieke opinie’. Kijk maar naar de manier waarop bijvoorbeeld een Jeremy Corbyn behandeld wordt in de Britse mainstream media. Vandaar ook dat een alternatief mediacircuit meer dan nodig blijft.

Echter, naast die meer klassieke mediakritiek moeten we ook een kritiek ontwikkelen op platformen zoals Facebook. Want ook die platformen bepalen uiteindelijk wat er gezegd en niet gezegd kan worden, wat er gelezen en niet gelezen wordt. Op hun manier spelen ze een uiterst politieke rol en die rol moeten we altijd kritisch bekijken.

Consensus

Van één mythe moeten we alvast afstappen. Facebook is géén horizontaal en géén democratisch platform. In tegenstelling tot wat in de promopraatjes van het bedrijf wordt aangehaald, introduceert Facebook een nieuwe verticaliteit waarin diegene die het meest betaalt ook het meest zichtbaarheid krijgen. En wie kan het meest betalen? Juist, dat zijn de machtige en commerciële spelers. Het is op die manier dat Facebook de commerciële massamedia meer in de kaart gaat spelen. Het egalitair potentieel dat de netwerksite eens had wordt zo totaal ondergraven.

Ook met democratie heeft Facebook het niet bepaald hoog op. De tarieven die je moet betalen om het doelpubliek te bereiken worden eenzijdig door Facebook opgelegd. Er is geen overleg en geen dialoog mogelijk. Facebook beslist en de beslissingen van Facebook spelen vooral in het nadeel van de kleinere, niet-commerciële spelers die niet het gewenste bedrag kunnen ophoesten om het gewenste publiek te bereiken. Het gebrek aan Facebook-democratie heeft dus ook een effect op de democratie als geheel: kritische, alternatieve berichtgeving van kleinere spelers zal minder publiek bereiken en de consensus echoot steeds luider binnen sociale media.

Tsu

Een tegenwerping: Facebook heeft toch een waardevol platform uitgebouwd? Waarom zou het die inspanning niet laten renderen en dus geld vragen aan gebruikers? Net zoals de bouwer van de brug ook met enige reden een bijdrage kan vragen aan zij die de brug gebruiken, toch?

Niet echt, want hier gaat de metafoor van de brug nu net niet op. Hoewel het klopt dat Facebook de infrastructuur voor de sociale interactie biedt, bestaat het platform ook net doordat er interactie op plaatsvindt. Facebook kan pas bestaan en winstgevend zijn als er content op geplaatst wordt, en die content die wordt door de gebruikers geleverd. Vandaar ook dat Facebook je zo graag vraagt hoe het met je is en wat je te vertellen hebt.



Oprichter van Facebook Mark Zuckerberg

Kort gezegd: het zijn de gebruikers van Facebook die uiteindelijk de waarde van Facebook creëren. De dag dat die gebruikers er niet meer zijn is Facebook niets meer waard. Eigenlijk werken we dus voor Facebook wanneer we erop actief zijn, in de zin dat we waarde creëren. Om het in de metafoor van de brug te stellen: we bouwen en onderhouden de brug net door die te gebruiken. Vanuit die redenering is het veel logischer dat Facebook zijn gebruikers zou betalen.

Monopolie

En er is nog een probleem. Facebook heeft een monopoliepositie. Wie vandaag content wil verspreiden kan niet meer om Facebook heen, waardoor Facebook oppermachtig is. De sociale netwerksite doet er ook alles aan om die monopoliepositie in stand te houden. Toen vorig jaar de alternatieve sociale netwerksite Tsu ontstond – die zijn gebruikers wél wou betalen – maakte Facebook het onmogelijk om informatie over Tsu te delen via Facebook.




De vraag is zelfs of een succesvolle sociale netwerksite niet sowieso tot monopolitieposities leidt. Een netwerksite is geen ‘normaal’ product. Het gaat om het creëren van verbindingen tussen mensen en het centraliseren van die verbindingen op één platform. Het platform werkt des te beter naarmate het een monopolie is. Op die manier zal je nooit concurrentie krijgen tussen sociale netwerken die hetzelfde doen, hoogstens tussen verschillende types van sociale netwerken. Gevolg is wel dat je als consument volledig machteloos staat.

Drastisch

De enige, voorlopige strategie om de almacht van Facebook enigszins te breken is actief te zijn op verschillende types van sociale netwerken. Om naast Facebook ook andere netwerksites te gebruiken. Decentraliseren, diversifiëren dus. Maar dat is een vrij schrale troost, omdat het de kern van de zaak niet aanpakt, namelijk: de sluipende privatisering van het internet.

Ooit was het internet ontworpen als een vrijplaats: informatie moest vrij beschikbaar zijn en gebruikers op een horizontale manier met elkaar in contact staan. Dat was het internet ook in zijn begindagen. Maar het zijn monopoliebedrijven als Facebook die daar op steeds drastischer wijze een einde aan maken.

Zodus, share if you care, maar liefst niet enkel via Facebook.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!