about
Toon menu
Boekrecensie

Het revolutionair reformisme van Dirk Holemans

Vrijheid & zekerheid is een boek dat er stáát: zorgvuldig geconstrueerd, balancerend tussen theoretische bespiegelingen waarvoor Holemans graag te rade gaat bij een aantal van zijn lievelingsauteurs, maar toch is het helemaal geen omgevallen boekenkast geworden daarvoor zijn er de vele verwijzingen naar inspirerende voorbeelden. Dirk Holemans heeft met dit werk een intellectuele voetafdruk van formaat afgeleverd.
maandag 3 oktober 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Transitiedenken

Het kan geen toeval zijn: het aantal publicaties, ook in het Nederlands, die zich buigen over de weg naar een sociaalecologische samenleving, de ondertitel van Dirk Holemans nieuw boek, neemt hand over hand toe. Ik som voor de vuist op: ‘Wereldvreemd in Vlaanderen, bakens voor een progressieve politiek’ van de onlangs ter ziele gegane Vooruitgroep, ‘Democratieën sterven liggend’ van Ludo Abicht, ‘De wereld redden’ van Michel Bauwens, ‘Helemaal anders’ van Stephen Bouquin, ‘Het klein verzet’ van Tine Hens, ‘Dit is morgen’ van Thomas Decreus en Christophe Callewaert, ‘De eeuw van onze kinderen’ van Rik Pinxten, ‘Transitie, onze welvaart van morgen’ van Dirk Barrez, ‘Veerkracht en burgerschap, sociaal werk in transitie’ van Jef Peeters (red.), de nieuwe versie van ‘Terra reversa, de transitie naar rechtvaardige duurzaamheid van Peter Tom Jones en Vicky De Meyere en dan nu nu ‘Vrijheid & zekerheid van Dirk Holemans, de gangmaker van Oikos, de denktank voor sociaalecologische verandering. i

‘Verandering, ombouw, omschakeling, transitie, revolutie’ of verwante termen die meer of minder radicaal klinken zijn de kernwoorden die doorklinken in al die publicaties. Het transitiedenken draait op volle toeren. ‘Het is tijd om het debat over toekomstvisies nieuw leven in te blazen,’ schrijft Holemans in zijn inleiding en dat doet hij ook in deze kanjer van een boek waaraan hij, na de reader ‘Mensen maken de stad, bouwstenen voor een sociaalecologische toekomst’, jaren gewerkt heeft. Het resultaat van al dat denkwerk is een boek dat er stáát: zorgvuldig geconstrueerd, balancerend tussen theoretische bespiegelingen waarvoor hij graag te rade gaat bij een aantal van zijn lievelingsauteurs (o.a. Zygmunt Bauman, Hannah Arendt, André Gorz , Karl Polanyi, Harald Welzer, Michel Bauwens, Philippe Van Parijs, Marta Nussbaum en Amartya Sen), maar toch is het helemaal geen omgevallen boekenkast geworden, daarvoor zijn er de vele verwijzingen naar inspirerende voorbeelden uit onder meer de eigen Gentse omgeving zoals bijvoorbeeld de agro-ecologische bedrijfsvoering van De Landgenoten, de alternatieve lokale munt de Torekens in de Gentse Rabotwijk en de buurtvereniging De Buren van de Abdij in de Machariuswijk.

Een Siamese tweeling

Holemans zelf noemt zijn boek tegendraads en expliciet ideologisch. ‘Tegendraads’ omdat het ingaat tegen het derdewegdenken van een verwaterde sociaaldemocratie - op verschillende plaatsen spreekt hij over ‘de leegte van links’ - en ‘ideologisch’ omdat het een zoektocht is naar de grondslagen van het ecologisme en de transitie naar een sociaalecologische samenleving.

Een van de grote verdiensten van dit boek is het bij elkaar brengen van twee basisbegrippen, vrijheid en zekerheid, die doorgaans in een verschillende ideologische context worden benadrukt, met name het liberalisme en het socialisme. De inhoud die Holemans geeft aan de begrippen ‘vrijheid’ en ‘zekerheid’ maken ze ze tot een Siamese tweeling.

Filosofisch onderbouwt hij deze stelling door te verwijzen naar Hannah Arendt en vooral naar Zygmunt Bauman die stelt ‘Elke mens heeft in zijn leven twee zaken nodig: vrijheid en zekerheid’. Holemans benadrukt dat het niet om de neoliberale invulling van ‘vrijheid’ gaat, maar om het emancipatorisch vrijheidsbegrip dat onlosmakelijk verbonden is met ‘zekerheid’. ‘Om ons in alle vrijheid te kunnen ontplooien, hebben we duurzame systemen nodig op het vlak van mobiliteit, energie, voedsel, enzovoort.’ (p. 9) Dat is de paradox waar het boek over gaat.

In De Standaard van 21 september 2016 zegt de auteur hierover: ‘We leven in de illusie dat vrijheid iets individueels is. En inderdaad, het gaat erom dat jij kiest. Maar waaruit je kunt kiezen, dat hangt wel af van de omgeving die we met zijn allen samen uitbouwen.’Daarom moet volgens Holemans het sociaalecologisch project van de 21ste eeuw een antwoord bieden op de vraag: ‘Hoe zekerheid, opgevat als geborgenheid en gedragen door een gemeenschap, verbinden met vrijheid en persoonlijke emancipatie?’

Contouren van verandering

‘Vrijheid & zekerheid’ bestaat uit drie forse delen. In deel I ‘Kader en historische analyse’ zet Holemans de bril op waarmee hij naar de wereld kijkt, met name vrijheid en zekerheid als Siamese tweeling. Hij bespreekt, zoals ook Rik Pinxten in ‘De eeuw van onze kinderen’ doet, de maatschappelijke ontwikkelingen van na de Tweede Wereldoorlog gaande van les trente glorieuses, de drie decennia die het hoogtepunt waren van de welvaartstaat, naar het nu al dertig jaar neoliberaal economisch beleid, waarbij marktwerking centraal staat, ongelijkheid toeneemt, maar ook structurele onzekerheid en ecologische vernietiging.

In het tweede deel ‘Veranderingsstrategie: ideologisch kompas en handelingskader’ beschrijft de auteur wat hij onder het ‘ecologisme’ verstaat, dat als nieuw ideologisch kompas moet fungeren. Het handelingskader is voor hem het revolutionair reformisme waarover verder meer.

In deel 3 ‘Nieuwe toekomstsystemen in de steigers’ geeft Holemans een aantal mooie en hoopvolle voorbeelden waarin vrijheid en zekerheid met elkaar gecombineerd worden (voedsel, hernieuwbare energie, alternatieve munten en, afsluitend, ‘een goed leven voor iedereen’ met allerlei suggesties onder meer rond een basisinkomen voor iedereen).

Het ecologisme vertrekt, zoals Philippe Van Parijs het formuleerde, van een concept van liberaal- egalitaire rechtvaardigheid, aangevuld met autonomiedenken. Voor het ecologisme, schrijft Holmans, is het niet wenselijk om de maatschappij in een hoek van de driehoek ‘volledig staat’, ‘volledig markt’ en ‘volledig autonoom’ te drijven. ‘Samen met de liberalen en de socialisten erkennen de ecologisten dat een combinatie van markt-, staats- en autonome componenten optimaal is. Tegelijk onderscheidt hun standpunt zich duidelijk van de liberale en socialistische werkwijze.’ (p.141)

Hoever zijn we nu gevorderd op de weg naar die sociaalecologische samenleving? Volgens Holemans zijn we nu aanbeland in een nieuwe periode van ‘tweestromenland’. Naast de neoliberale hoofdstroom is er sprake van een groeiende tegen- of nevenstroom, die voor een stuk bestaat uit toekomstvaardige burgers die, zonder die grote woorden te gebruiken, op zoek zijn naar een duurzame samenleving waarin samenwerking en verbondenheid de kernbegrippen zijn. Coöperaties kunnen daarin een belangrijke rol spelen en daarin treed ik Holemans bij, maar de impact op het vlak van transitie ervan mag toch ook niet overroepen worden. Van de kleine 27000 coöperatieve vennootschappen in België zijn er immers maar een goede 500 die erkend zijn door de Nationale Raad voor de Coöperatie (NRC) en wie Bolivia een beetje volgt, weet dat er bij de coöperatieve mijnwerkers van reciprociteit weinig of geen sprake is.

Heroveren van de commons

Het heroveren van de commons is ook een van de rode draden doorheen het boek. Het kernidee achter de commons (het gemeengoed, le bien commun zoals Riccardo Petrella het noemt) is simpel: sommige vormen van rijkdom behoren ons allemaal toe, en dat soort gemeenschappelijke goederen moet actief worden beschermd voor het nut van iedereen. De commons zijn noch privébezit, noch eigendom van de staat. Anneleen Kenis en Matthias Lievens geven in ‘De mythe van de groene economie’ een zeer brede omschrijving van het begrip: “Het zijn al die dingen die we samen creëren of erven van vorige generaties. Het gaat om giften van de natuur zoals de lucht, de zee, grondstoffen, zuiver water, maar ook maatschappelijke creaties zoals publieke ruimtes, bibliotheken, wetenschappelijk onderzoek, creatieve werken, kunst, kennis of waarden. We zijn ons er niet altijd van bewust hoe belangrijk ze wel zijn, maar zonder de commons zou de maatschappij gewoon niet kunnen functioneren. Van stranden en bossen tot het internet, van filosofische inzichten tot Wikipedia en zelfs de taal: het zijn allemaal vormen van gemeengoed.”

Revolutionair reformisme

Het voorgaande is een weinig aantrekkelijke samenvatting van ‘Vrijheid & zekerheid’ die het boek oneer aandoet. Het boek is te rijk en te omvangrijk om in een bespreking als deze volledig tot zijn recht te laten komen. Daarvoor is er de tekst en natuurlijk ook de uiteenzettingen van de auteur die op verschillende plaatsen in het land over zijn boek komt spreken.

Hoe komen we nu een stap dichter bij die andere wereld? Het handelingsmodel dat Holemans vooropstelt, is gebaseerd op het ideeëngoed van André Gorz waaraan Oikos enkele jaren geleden een vertaalde publicatie wijdde ( ‘De markt voorbij. Voor een hedendaagse politieke ecologie’). Op een revolutie die alles ten goede zal veranderen, in de aard van ten days that shook the world zoals de Russische, moeten we niet hopen. Daarom kiest Gorz voor een handelingsmodel dat hij contradictorisch ‘het revolutionair reformisme’ noemt.

Voor de Franse ecosocialist gaat het hierbij om een aaneenschakeling van verregaande hervormingen die elkaar aanvullen en versterken en die tegelijkertijd het politieke bewustzijn verhogen. In systeemtermen uitgedrukt: het komt erop aan hervormingen door te voeren die complementair zijn en elkaar versterken. Dan kan er synergie ontstaan. Als voorbeeld verwijst Holemans naar de stad Gent: ‘ Als het verkeer in een stad veiliger wordt door de getroffen maatregelen, dan zullen er meer mensen de fiets nemen. Zo daalt het autoverkeer, zo ook werkt het toegenomen aantal fietsers aanstekelijk’. ( p. 210)

Ruimere politieke schaal

Een andere rode draad doorheen dit boek zijn ook de talrijke verwijzingen naar voorbeeldsteden die een belangrijke rol kunnen spelen in de groeiende tegenstroom. Burgerinitiatieven kunnen enkel hoopvol zijn als er ook een daadkrachtige overheid is, een partnerstaat zoals Michel Bauwens het formuleert. Lokale veranderingen moeten ook op ruimere politieke schaal doordringen en geïnitieerd worden. Daarmee heeft Holemans zeker een punt - revolutionair reformisme vraagt meer dan een blij verhaal van hippe initiatieven - maar jammer genoeg wordt het moeilijke thema van een structureel maatschappelijke transitie en van de zoektocht naar partners die mede een politieke ommekeer kunnen teweegbrengen onvoldoende uitgewerkt in dit boek. Buiten een terloopse verwijzing naar de vakbonden geraakt de auteur niet.

‘Burgers kunnen 45 procent van onze stroom leveren, maar wil de politiek dat?’, vraagt John Vandaele zich af in MO* van 29 september 2016. Wat kan er nationaal en internationaal ondernomen worden om de neoliberale context te bestrijden? Hoe kan de rechtse regering in dit land gecounterd worden? Welke allianties kunnen er op Europees niveau aangegaan worden? Een radicale linkerzijde moet zich buigen over een strategie om de Euro-tina sfeer te doorbreken. Daarom lijkt mij een initiatief als DiEM25 van Yanis Varoufakis om de linkse krachten te bundelen voor het opstellen van een nieuwe sociale en economische agenda zo belangrijk.

Ook buiten Europa gebeuren er op het vlak van het revolutionair reformisme boeiende zaken. Ik denk dan bijvoorbeeld aan landen als Ecuador en Bolivia waar linkse partijen al meer dan een decennium lang zich trachten los te maken uit de neoliberale wurggreep van het IMF en de Wereldbank en een radicale sociaaldemocratisering trachten door te voeren. Deze radicale sociaaldemocratiseringspogingen in die twee Andeslanden - het revolutionair marxisme-leninisme is ook in Latijns-Amerika einde verhaal - worden in Europa, met uitzondering dan van het Spaanse Podemos, al te weinig opgevolgd.

In het laatste hoofdstuk ‘Een goed leven voor iedereen’ laat Holemans de kans liggen om aan te knopen bij het inheemse concept van buen vivir (het goede (samen)leven) dat in de nieuwe grondwetten van beide landen staat ingeschreven.

Intellectuele voetafdruk

De auteur vermeldt dat hij dit boek geschreven heeft voor de millennials en hun ouders. Ik hoop dat ze dit inspirerend zullen lezen, want - laat mij duidelijk zijn - voorgaande opmerkingen doen niets af aan de kwaliteit van dit boek. Dirk Holemans heeft, om het enigszins in ecologische termen uit te drukken, met ‘Vrijheid & zekerheid’ een intellectuele voetafdruk van formaat afgeleverd.

Ik hoop dat hij vele medestanders zal vinden in zijn zoektocht naar die sociaalecologische samenleving. En dat zal nodig zijn, want de betrachting is zo ambitieus dat ze niet mag en kan overgelaten worden aan één man of aan één denktank. De onderstroom is aanwezig als contrapunt, maar ze is nog niet dominant genoeg aanwezig om het neoliberale tij te doen keren.

i Het is ook opvallend dat de meeste van deze publicaties werden uitgegeven door EPO.