about
Toon menu

Festival L'Âge d'Or: Lang leve de experimentele en subversieve cinema!

Van 6 tot 11 oktober organiseert Cinematek de derde editie van L'Âge d'Or, het (vernieuwde) Brusselse festival genaamd naar Luis Buñuels taboedoorbrekende film uit 1930. De door filmmuseumconservator Jacques Ledoux bedachte manifestatie om experimentele, poëtische en subversieve films te ondersteunen kreeg drie jaar geleden een 'reboot'. Het festival werd een podium en een ontmoetingsplaats voor al wie houdt van originele, vernieuwende en gedurfde cinema. Een verademing in conformistische cultuurtijden.
dinsdag 27 september 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

De huidige conservator van Cinematek, Nicola Mazzanti, vertelt graag het verhaal van een jonge Amerikaan die in 1967 filmregisseur wou worden en in zijn wereldwijde zoektocht naar financiering terechtkwam bij het Koninklijke Belgische Filmarchief, toen de drijvende kracht achter een toonaangevend festival voor experimentele cinema.

Het scenario van de jongeman werd er bekroond en met de prijs, verschillende bobijnen onbelichte pellicule, kon hij effectief zijn eerste kortfilm draaien. Dat werd The Big Shave (1968), een legendarische taboedoorbrekende film over een zich tot bloedenstoe scherende man. Een metafoor voor het zichzelf met de Vietnamoorlog verminkende Amerika.

Het festival was het in Knokke georganiseerde EXPRMNTL, de cineast ene Martin Scorsese. Juist, de regisseur van Mean Streets, Taxi Driver, Raging Bull, Goodfellas, Casino, Gangs of New York, The Aviator en The Wolf of Wall Street. En de cinefiel die zich uitslooft om de erfenis van cinema te helpen bewaren.

Conserveren vs innoveren

Het verhaal van Martin Sorscese en zijn Belgisch avontuur is een anekdote, een voetnoot in de filmgeschiedenis, maar toch ook veelzeggend. Aangevuurd door de visionaire conservator Jacques Ledoux, deed het filmarchief altijd meer dan 'conserveren', 'bewaren'. De heersende geest was eerder vooruitstrevend dan conservatief.

Nieuwe filmmakers zoals Scorsese kregen kansen maar er werd vooral de kaart getrokken van regisseurs die de filmtaal trachtten te vernieuwen door taboes en conventies te vernietigen. Film werd geëerd als een kunst maar dan vooral een kunst die naar de toekomst en naar verandering keek. Zonder de filmpioniers te vergeten.

EXPRMNTL, het door het filmarchief ondersteunde festival van de experimentele film dat Scorsese een duwtje in de rug gaf, zou van eind jaren 40 tot begon jaren 70 maar vijf maal georganiseerd worden maar bleek achteraf toonaangevend en cruciaal te zijn geweest voor onder meer de Amerikaanse underground cinema (Kenneth Anger, Stan Brakhage, Jonas Mekas, Marie Menken) in de sixties.

Experiment aan de kust

Het is dan ook passend dat de derde editie van L'Âge d'Or opent met de wereldpremière van Brecht Debackere's documentaire EXPRMNTL waarin de geschiedenis van dit anti-conformistische festival wordt verteld. Een verhaal van een badplaats voor de beau-monde die uitgroeide tot een mythische plek voor filmische buitenbeentjes die met hun subversief werk de mainstream cinema zouden ondergraven.

De avant-garde maakte toen duidelijk dat er ook een ander soort cinema mogelijk was. Surrealistisch, abstract, dadaïstisch, psychologisch, kritisch, taboedoorbrekend. Met films die anders deden kijken en zo de poort openden voor een nieuwe beeldcultuur.

Brecht Debackere voert in zijn documentaire cruciale 'personages' van dit 'verhaal' op. Naast Jacques Ledoux, kunstenaar Jonas Mekas, cineaste Agnès Varda, regisseur en schrijver Eric de Kuyper, cineast Peter Kubelka, Ledouxs rechterhand Gabrielle Claes ook filmmakers zoals Roland Lethem, Boris Lehman en (de keizer van de experimentele cinema) Michael Snow.

De documentairemaker streeft echter niet zozeer een historisch relaas na maar beoogt “een wederopleving van de creatieve atmosfeer, een zesde, zij het puur filmische, editie van het festival.” Debackere benadrukt dat EXPRMNTL de huidige tijdgeest weerspiegelt: “Met deze documentaire willen we een weerwoord bieden aan de kritiek die cultuur momenteel ondergaat en het voortdurende in vraag stellen van diens economische nut. Hoewel de film een historische gebeurtenis verbeeld, benadrukt hij eveneens hoe ons culturele en sociale leven blijvend in beweging is, en is wat het is bij gratie van verandering, vernieuwing en evolutie.”

Volgspot op nieuwe cinema

Dit statement sluit perfect aan bij conservator Nicola Mazzanti's voornemen om “onze intieme relatie met een 'nieuwe' cinema (in de dubbele betekenis van 'hedendaags' en 'experimenteel') te blijven onderhouden. Een cinema die zowel de wereld als het medium in vraag stelt en die bijgevolg de cinema van morgen definieert, zal door het filmarchief blijvend gekoesterd worden”.

Dat leidt bij deze derde editie van L’Âge d’Or tot een gevarieerd programma waarin durf, originaliteit en experiment centraal staan. Het festival bevat twee luiken genoemd naar twee films. Enerzijds Âge d’Or, een competitie met 22 onuitgegeven films die de laatste drie jaar gemaakt zijn in landen zoals Iran, Indonesië, Korea, Turkije, de V.S., Oostenrijk en België. Anderzijds Impatience, een sectie genoemd naar de tweede film van Charles Dekeukeleire, opgezet om een podium te bieden aan de eerste en tweede films van jonge cineasten.

Het gaat om competities en de prijzen zullen uitgereikt worden door zowel een internationale als een studentenjury. Jury's die geacht worden de subversieve en experimentele cinema in de volgspot te plaatsen. “Het Âge d'Or festival zal opnieuw op zoek gaan naar grensoverschrijdende films (via hun formaat, medium, duur, ruimtelijke karakter...), en pogen de meest stimulerende artiesten en auteurs van het hedendaags filmlandschap te vertegenwoordigen,”stelt Mazzanti, “dit alles om ons in staat te stellen de vorm zelf van de cinema beter te begrijpen en te bevragen.”

Op zoek naar tegenfilms

Naast de twee competities is er ook plaats voor een belangrijke retrospectieve van de films van Jonas Mekas, voor het werk en een masterclass van de Libanese installatiekunstenaars Joanna Hadjithomas en Kahlil Joreige, voor een programma van de experimentele en avant-garde cinema van de Amerikaanse Westkust, voor een panorama van Aziatische films, voor een focus op amper vertoonde films en voor verschillende workshops.

Maar vooral, het Âge d'Or festival is een prikkelende speurtocht naar tegenfilms. Films die zich verzetten tegen de heersende moraal en de dominantie cinema. Met een pleidooi voor plezier, rebellie en verandering. In de geest van Luis Buñuel, de L'Âge d'Or-regisseur wiens opzet het was om “mensen te verontrusten en het conformisme te doorbreken dat iedereen wil doen geloven dat we in de beste van alle werelden leven.” Kortom, films die wringen.

De Spaanse filmmaker bleef tot zijn dood in 1983 geloven in de subversieve kracht van cinema. Immers, “film is een gevaarlijk wapen in handen van een vrije geest.” Het new look L'Âge d'Or festival speurt naar creatieve zielsverwanten van Buñuel. Filmkunstenaars die aantonen dat film helemaal niet het exclusieve speelterrein van producenten en marketeers hoeft te zijn.