about
Toon menu

Groeiende kritiek op Cambodja voor schenden mensenrechten

Negenendertig lidstaten van de VN-Mensenrechtenraad hebben in een gezamenlijke verklaring hun bezorgdheid geuit over de politieke toestand in Cambodja, met name over de onrechtmatige opsluiting van oppositieleden. Bij de ondertekenaars ook de VS en de 28 EU-lidstaten.
vrijdag 16 september 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Negenendertig lidstaten van de VN-Mensenrechtenraad (HRC – Human Rights Council) hebben een verklaring opgesteld in de aanloop naar de 33ste zitting van de Raad in Genève van 19 tot 30 september 2016. Tijdens deze zitting zal een VN-rapport worden gepresenteerd over de mensenrechten in Cambodja. Vooral de onrechtmatige opsluiting van oppositieleden wordt daarin op de korrel genomen.

Vrije meningsuiting

De HRC stelt sinds zijn oprichting in 1983 elk jaar een globaal mensenrechtenrapport op. Er wordt onder meer onderzocht hoe de omstandigheden in gevangenissen zijn en hoe het zit met de vrijheid van meningsuiting. In een vorig rapport stond daarover nog dat de Cambodjaanse autoriteiten zich 'al meer bewust zijn' van het recht op vreedzaam demonstreren.

In 2016 liggen de kaarten anders. In het nieuwe rapport staat dat de vrije meningsuiting niet altijd gerespecteerd wordt. De VN hebben ook vragen bij de grote middelen die regeringspartij CPP (Cambodian People's Party) van premier Hun Sen inzet om de oppositie te bestrijden. Hun Sen is al sinds 1985 premier van het land en slaagt er telkens in om de oppositie van de macht te weren. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 2017 en de nationale verkiezingen van 2018 in aantocht, lopen de spanningen nog hoger op.

Oppositieleiders buiten spel

De voorbije twaalf maanden zijn verschillende oppositieleden en sympathisanten om uiteenlopende redenen opgepakt en veroordeeld tot gevangenisstraffen - sommigen voor twintig jaar. De CPP beweert dat het gerecht beslissingen neemt op basis van de wet en dat er geen politieke motieven in het spel zijn.

De leider van de belangrijkste oppositiepartij CNRP (Cambodian National Rescue Party) Sam Rainsy, leeft in ballingschap in Parijs. Hij riskeert een celstraf van twee jaar wegens laster als hij opnieuw een voet in Cambodja zet. Kem Sokha, de tweede man van de CNRP, houdt zich al maanden schuil in het partijhoofdkwartier. De regering houdt helikopters, bewapende boten en trucks met soldaten klaar om hem op te pakken. Officieel wordt Sokha verdacht van betrokkenheid in een prostitutiezaak.

Affaire

In maart 2016 lekte op internet een compromitterend telefoongesprek uit tussen Sokha en een kapster, die blijkbaar ook seksuele diensten aanbiedt. De dame beweerde dat ze nog 300.000 dollar moet krijgen voor geleverde prestaties. De details bleven vaag, maar de reputatieschade was een feit. Opvallend is dat de aanklacht niet over de mogelijke affaire met de kapster gaat, maar wel over het feit dat Sokha zich hierover niet verantwoord heeft voor de rechtbank.

De rechter sprak op 9 september 2016 vijf maanden cel uit in deze zaak. Sokha heeft een maand de tijd om tegen dit vonnis in beroep te gaan. Als reactie op zijn veroordeling riep hij zijn medestanders op om massaal vreedzaam te protesteren. "We kunnen toch niet wachten tot ze elk van ons één voor één hebben opgepakt", zei hij. Sympathisanten van de partij zijn permanent rond het hoofdkwartier aanwezig om een inval van leger of politie te beletten.

Manifestaties niet getolereerd

Premier Hun Sen heeft laten weten dat manifestaties 'niet getolereerd' zullen worden. Hij schuwt ook geen machtsvertoon. Zo werd de straat van het partijgebouw maandagavond voor enkele uren ingepalmd door legervoertuigen. "Een militaire oefening" luidde de verklaring. En "zo zullen er nog volgen". De premier heeft zijn persoonlijke leger van lijfwachten, dat al uit 3000 manschappen bestond, nog uitgebreid.

Dat de toestand erg gespannen is, mag blijken uit het aangepast reisadvies dat het Belgische ministerie van buitenlandse zaken over Cambodja op zijn website plaatst  : "Het is aangeraden weg te blijven van publieke samenkomsten en betogingen, de lokale veiligheidsinstructies na te leven en het nieuws te volgen". Ook de Nederlandse overheid geeft een gelijkaardig advies.

Met het mensenrechtenrapport van de HRC en de internationale oproep om de situatie niet uit de hand te laten lopen, hoopt de oppositie op een snelle uitweg uit de impasse. Premier Hun Sen heeft echter al laten weten dat hij 'geen inmenging in zijn binnenlands beleid' wil.