Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Interview

Te midden van het veld - een gesprek over het schier onstuitbare Vlaamse verenigingsleven

Joon Bilcke voerde met Dirk Verbist, de directeur van de Federatie van Organisaties voor Volksontwikkelingswerk (FOV), en Bart Verhaeghe, de coördinator van De Verenigde Verenigingen, voor de zomereditie van ‘De Gazet’, het magazine van Unie der Zorgelozen, een gesprek over het schier onstuitbare Vlaamse verenigingsleven.
donderdag 7 juli 2016


Dirk Verbist, de directeur FOV

Dirk Verbist is directeur van de Federatie van Organisaties voor Volksontwikkelingswerk (FOV). Dat is de federatie sociaal-cultureel werk in Vlaanderen. Er zijn een 130-tal organisaties lid van. Dat gaat van de klassieke verenigingen die soms al van in het midden van de vorige eeuw bestaan, zoals de KWB, tot meer recente bewegingen als Climaxi of Voedselteams. Alles samen goed voor 14.000 afdelingen in tal van steden, dorpen, wijken en buurten, gedragen door 200.000 vrijwilligers en met jaarlijks 10 miljoen deelnemers.

 “Wij noemen onszelf het Unizo van de geëngageerden”, zegt Dirk. “Concreet zijn we opgericht om ervoor te zorgen dat de organisaties die bij ons zijn aangesloten zo goed mogelijk kunnen werken en dat de Vlaamse overheid die zo graag mogelijk blijft zien. Ruimer genomen verdedigen we het sociaal-culturele, vrije initiatief van mensen die op welke manier dan ook beweging creëren.”

Bart Verhaeghe, de coördinator van De Verenigde Verenigingen

“Dan zijn wij het Unizo van het verenigingsleven”, pikt Bart in. Hij is coördinator van De Verenigde Verenigingen.“Dat is een samenwerkingsverband van alle sectoren waar verenigingsleven in bestaat. We werken via de belangenbehartigers. Als belangenbehartiger van de sector van het sociaal-cultureel werk is het FOV daar één van. Andere zijn bijvoorbeeld de Vlaamse Jeugdraad, Bond Beter Leefmilieu of de vakbonden. We komen vooral op voor de erkenning van verenigingen als een belangrijke speler in het maatschappelijk debat.”

 

Waar verenigen mensen zich eigenlijk allemaal rond?

Dirk: “Verenigingen hebben altijd een dubbele rol gespeeld. Ze brengen mensen samen en maken ze sterker. Maar ze oefenen ook invloed uit op maatschappelijke systemen. De sociale zekerheid is hier een mooi voorbeeld van. Neem de mutualiteit. Op een bepaald moment beslisten mensen die in hun vrije tijd samenkwamen om geld in een pot te stoppen om mee de kosten te betalen als een van hen ziek werd. Na een tijd nam de overheid dat systeem over. Dat gebeurde binnen wat toen ‘de zuilen’ waren. Daar zijn ook veel andere organisaties groot geworden of ze werden er opgericht als tegenkracht tegen gelijkaardige organisaties in de andere zuil.”

Bart: “De typisch Vlaamse sterke lokale verankering van verenigingen is daar mee een gevolg van. Onder de kerktoren, in de parochie. Met hun verenigingen hebben de zuilen zich lokaal trachten te verankeren. Maar vanaf de jaren zeventig nam de invloed van de zuilen meer en meer af.”

Wat betekende dat voor het verenigingsleven?

Dirk: “Dat is dubbel. Voor veel organisaties werkte het bevrijdend. Ze konden veel autonomer gaan werken. Anderzijds vonden nogal wat verenigingen hun kracht - in aantal - in een verzuilde omgeving. De zuil garandeerde leden, van de jeugdbeweging tot de vakbond en de ouderenvereniging. Die vanzelfsprekendheid viel weg.”

“Intussen zag je ook meer en meer organisaties ontstaan die zich niet tot een bepaalde zuil wilden bekennen. De vrouwenemancipatiebewegingen, alles wat zich rond het thema vrede heeft ontwikkeld, heel veel daarvan is op de agenda gezet door mensen die er zich los van organiseerden. Intussen bestaan er rond zowat alles verenigingen. Noem een thema waar mensen van wakker liggen en er bestaat een vereniging rond. Ook dat is iets heel Vlaams: mensen die zelf het initiatief nemen en zich vrijwillig rond thema’s gaan engageren,” zo gaat Dirk verder.

Dirk: “In veel andere landen vertrekt dit veel meer vanuit professionals, bijvoorbeeld vanuit een gemeentebestuur. Maar het verenigingsleven kalft dus zeker niet af, zoals je soms hoort. Uit onze opvolging blijkt dat het aantal groepen en leden al jaren globaal stabiel blijft. Je merkt wel onderlinge verschuivingen. Heel wat verenigingen verloren de afgelopen decennia veel leden en moesten soms afdelingen sluiten omdat ze er niet in slaagden om in het nieuwe landschap een plek te vinden. Maar andere maakten de omslag wel.”

Valt daar een profiel op te plakken?

Dirk: “Dat is moeilijk. Het is wel duidelijk dat verenigingen die zich eerder op een thema of doelgroep richten het makkelijker hebben om de omslag te maken dan deze die voor het brede publiek rond heel veel verschillende thema’s werken.”

“Neem Femma. Toen dat nog KAV heette, zag het op een bepaald moment haar aantrekkingskracht verminderen. Het aantal groepen daalde, net als het aantal leden. Rond de eeuwwisseling veranderde de KAV niet alleen van naam, ze trok ook naar de steden en ging er werken rond eigentijdse thema’s, met interculturele groepen, enzoverder. Tot nu is Femma nog steeds een van de grootste verenigingen in Vlaanderen. Er kwamen natuurlijk ook nieuwe verenigingen bij, zoals de hele groep etnisch-culturele federaties. Die hebben een magistrale groei gekend, dat is echt booming. Ze brengen niet alleen diversiteit binnen in onze sector, maar hebben ook het sociaal-cultureel verenigingsleven in de stad, waar het het traditioneel moeilijker had dan erbuiten, een boost gegeven.”

Hoe is het gesteld met de maatschappelijke en politieke invloed van verenigingen?

Bart: “Binnen de zuil had een vereniging een grote invloed op de eigen partij, maar als die niet aan de macht was, had je daar dus niet veel aan. De ontzuiling werkte ook hier bevrijdend. Nu kan een beweging zich op alle partijen richten.”

“Globaal genomen heeft het middenveld een grote rol gekregen in de uitbouw van onze welvaartstaat – ook iets wat typisch Vlaams is. Het brengt mee dat het middenveld ook in het systeem verweven zit. Dat werd lange tijd algemeen aanvaard, maar wordt intussen meer en meer als een probleem bestempeld. Dan wordt verenigingen verweten dat ze aan de ene kant de politiek en het systeem willen beïnvloeden, en tegelijk aan de potten willen zitten.”

“Die expliciete kritiek dat men moet kiezen tussen het één of het ander is relatief nieuw. Ze komt niet toevallig vooral van N-VA, een partij die geen zuilgeschiedenis heeft. Partijen met een achterban in het verenigingsleven zien wel de meerwaarde in van bijvoorbeeld de expertise die in het verenigingsleven aanwezig is.”

Dirk: “Ik merk dat sociaal-cultureel werk veel meer dan pakweg vijftien jaar geleden de media haalt. Alleen herkent niemand dat zo. Als er bijvoorbeeld wordt bericht over de problematiek van geweld in gezinnen, is dat vaak omdat verenigingen al jaren daarrond werken.”

“Ik geloof dus niet dat de invloed van verenigingen afneemt. Worden sociaal-culturele organisaties minder erkend als deel uitmakend van een politiek bestel? Dat wel. Daarin volg ik Bart. Volgens mij heeft dat in belangrijke mate te maken met het feit dat het vrijwilligersorganisaties zijn. Je ziet veel minder dan vroeger de reflex om dat zootje vrijwilligers systematisch bij ontwikkelingen te betrekken.”

“Zeker lokaal zie je: hoe vrijwilliger het engagement, hoe groter het dedain erover. Het knuffelgehalte van het vrijwillig initiatief is dan wel hoog, tot men zijn zeg wil doen. Dat heeft vaak met efficiëntiedenken te maken. ‘Maak het niet moeilijker dan het al is’. Kijk bijvoorbeeld naar Ringland.”

Bart: “Of als men mag participeren, is het binnen de voorwaarden van het beleid. ‘We willen u wel betrekken, we zijn daar wel gevoelig voor, maar wij gaan voor u beslissen wanneer ge moogt en wanneer niet’. Dat is zeker een tendens. Hoewel er ook steden zijn waar men zijn best doet om daar beter mee om te gaan. Maar wat dan meestal gebeurt, is dat men het vrijwilligerswerk professionaliseert.”

Hoe dat?

Dirk: “Specifiek opgeleide ambtenaren of consultants gaan dan processen opstarten met mensen. De vraag die ik me daarbij stel is: hoe kun je op lange termijn geloofwaardigheid houden als je onvoldoende vertrouwen geeft aan mensen om zelf dingen op de agenda te zetten?”

Bart: “Een gevolg is dat bepaalde nieuwere verenigingen in het middenveld de verbinding met het klassieke verenigingsleven niet langer opzoeken en ook van de politiek weinig verwachten. Ze slaan wel onderling bruggen. Dat is zeker een trend van de laatste vijftien jaar. Sectoren, organisaties, verenigingen die elkaar meer en meer vinden.”

Dirk: “Het sociaal-artistieke is trouwens bij uitstek een vorm van vereniging die sterk is geworden doordat zij er als een van de eerste in geslaagd is om bruggen te slaan tussen velden, sectoren, domeinen die heel ver van elkaar stonden. Kunst, het sociaal-culturele, welzijn, onderwijs. Het is een gigantisch sterk voorbeeld van hoe het kan.”

Tot slot. Is ons verenigingsleven een motor voor een sociale mix?

Dirk: “De meeste verenigingen spreken de middenklasse aan. Die is in Vlaanderen nu eenmaal ook heel groot. Op niveau van het geheel is er wel een heel sterke sociale mix. Veertig procent van onze organisaties werkt bewust met wat ‘kansengroepen’ wordt genoemd, zoals armoedeverenigingen of etnisch-culturele organisaties.”

“Bijna iedereen is dus wel ergens bij een vereniging betrokken, maar niet elke organisatie is even gemengd. Traditioneel brengen verenigingen mensen samen die op een of andere manier elkaars nestgeur kennen… Om het met een boutade te zeggen: de Chirogroep in Borgerhout mag van mij gerust bestaan uit blanke middenklasse jongeren. Het is echter wel belangrijk dat Chiro nationaal nadenkt over hoe zij de Chirowerking in haar geheel meer superdivers krijgt. Ze kan bijvoorbeeld beslissen om etnisch-cultureel meer gemengde groepen sterker te gaan ondersteunen dan de homogene groep uit Borgerhout.”

Dit artikel verscheen eerder in de zomereditie van ‘De Gazet’, het magazine van het Kortrijkse sociaal-artistieke gezelschap Unie der Zorgelozen.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.