Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Analyse

Bouterse tovert weer wit konijn uit zijn hoed

Een president die voor een rechtbank moet verschijnen omdat hij als oud-legerleider verantwoordelijk is voor de moord op vijftien vooraanstaande burgers, maar telkens weer de dans ontspringt… Dat gebeurt niet zo gauw. Suriname heeft hiervan de trieste primeur. Om het eigen hachje te redden jaagt Bouterse uitvoerende en rechterlijke macht tegen elkaar in het harnas.
vrijdag 1 juli 2016

Wat gisteren beslist werd in de rechtbank begon allemaal 34 jaar geleden. De nacht van 8 op 9 december 1982 werd de meest dramatische in de nog jonge geschiedenis van de Surinaamse republiek. Vijf jaar na de onafhankelijkheid in 1975 kwamen jonge militairen onder leiding van onderofficier Desi Bouterse aan het bewind.

‘Onze jongens’ die schoonschip wilden maken met de corruptie van de ‘oude politiek’ konden rekenen op de steun van de bevolking. Eerst was er sprake van ‘een ingreep’ in plaats van een staatsgreep, maar vanaf 1981 begon Bouterse een linkse koers te varen en werd het ineens ‘een revolutie’.

Het regeren per decreet en het instellen van een avondklok viel bij vele Surinamers niet in goede aarde. De politieke tegenstellingen namen toe. Vanuit zeer diverse sectoren kwam er protest. De sfeer werd grimmiger. Einde 1982 escaleerde de situatie en op 8 december 1982 gebeurde dan het onvoorstelbare in het anders zo gemoedelijke Suriname. De gebouwen van de Moederbond, van twee radiostations en van de krant ‘De Vrije Stem’ werden in brand geschoten.

Tijdens de nacht van 8 op 9 december 1982 brachten de militairen zestien personen naar Fort Zeelandia in Paramaribo: vijftien ervan werden vermoord. Alleen het leven van de vakbondsleider Fred Derby bleef gespaard. ‘Op de vlucht neergeschoten’ luidde de officiële versie, ‘moord’ de officieuze.

Vanaf einde 1987 werd er in Suriname een re-democratiseringsproces ingezet, maar de gewelddadige gebeurtenissen van die decembernacht kwamen niet meer ter sprake. ‘Blinde muren’ en aanhangers van Bouterse die intussen voorzitter was geworden van de Nationaal democratische Partij (NDP) stonden elk onderzoek in weg.

Einde oktober 2000, één maand voor het aflopen van de verjaringstermijn, werd alsnog op vraag van de nabestaanden van de slachtoffers een gerechtelijk vooronderzoek gestart. Pas in 2007 is het decemberstrafproces kunnen beginnen. De hoofdverdachte, ex-legerleider Bouterse, is echter nooit komen opdagen. Tot op vandaag niet.

Amnestiewet

Na zijn eerste verkiezing in 2010 tot president voelde Bouterse zich geruggensteund door een flink deel van de bevolking, maar toen in 2012 een ex-medestander getuigde dat Bouterse zelf aan de moordpartij had deelgenomen, dienden enkele partijgenoten van hem in zeven haasten een wetsvoorstel in om een oude amnestiewet aan te passen. Dat was een eerste wit konijn.

Vanaf toen kon Bouterse opnieuw gerust slapen, want door deze nieuwe situatie besloten de militaire aanklager en de Krijgsraad de hete aardappel door te schuiven naar het Constitutioneel Hof. Het was aan die instantie om te oordelen of de nieuwe amnestiewet wel door de beugel kon, maar… in Suriname bestond dit Hof nog niet. Het was in oprichting en de regering-Bouterse had hiermee om begrijpelijke redenen geen haast.

In afwachting daarvan schorste de Krijgsraad, waarvoor Bouterse en zijn kompanen moesten verschijnen, het proces op. In 2015 kon Bouterse zijn positie nog verstevigen want hij werd voor een tweede keer tot Surinaamse president verkozen, maar na een verzoek van de nabestaanden vond de hoogste Surinaamse rechter einde van dat jaar dat het proces toch verder moest gaan. Van een Constitutioneel Hof was immers nog geen sprake en volgens de grondwet hebben nabestaanden recht op behandeling van hun klacht ‘binnen redelijke termijn’.

De president van de Krijgsraad vond trouwens dat de amnestiewet ingrijpt in een lopend proces, een wet waarvan de rechtsgeldigheid had moeten getoetst worden door een (nog altijd onbestaand) constitutioneel hof. Daarom moest het proces voort gezet worden en 30 juni 2016 werd de geprikte datum daarvoor.

Artikel 148

En toen haalde Bouterse alweer een wit konijn uit zijn hoed. Daarvoor deden hij en zijn adviseurs een beroep op artikel 148 van de Surinaamse grondwet dat luidt ‘De regering bepaalt het algemeen vervolgingsbeleid. In het belang van de staatsveiligheid kan de regering in concrete gevallen aan de procureur-generaal bevelen geven met betrekking tot de vervolging.’ Voilà, omwille van de staatsveiligheid moest dus de vervolging in de decembermoorden worden stopgezet.

Eddy Wijngaarde, broer van een van de vermoorde burgers, kan niet bevatten dat Desi Bouterse, hoofdverdachte in het proces, de grondwet op deze wijze misbruikt. In de dwtonline.com zei hij: ‘Het paradoxale is dat de president, hoofd van de staat, gebruikmaakt van de wetgeving om zichzelf te beschermen. Hij doet alsof wij in een crisis zijn.’En hij voegde er nog aan toe: ‘We hopen dat het Openbaar Ministerie, de Krijgsraad en het volk van Suriname zich goed realiseren dat we allen gebaat zijn bij een onafhankelijke en betrouwbare rechtsstaat.’

Ook de EU-woordvoerder voor Suriname drukte gisteren zijn bezorgdheid uit in de Ware Tijd: ‘De EU herinnert eraan dat er in het kader van de Cotonou-overeenkomst, die het kader vormt voor de betrekkingen tussen de EU en Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-landen), een voorziening is gericht op bescherming en bevordering van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat. De EU dringt er daarom bij de regering van Suriname op aan de rechtsstaat en de scheiding der machten te respecteren.’

Op 30 juni kwam dan de Krijgsraad bij elkaar onder zeer grote belangstelling van de pers die zeer benieuwd was hoe de nieuwe krachtmeting tussen rechterlijke en uitvoerende macht zou aflopen. Het Openbaar Ministerie stelde de vraag om op basis van artikel 148 van de grondwet het 8 december strafproces te beëindigen, maar president Cynthia Valstein-Montnor ging de krachtmeting uit de weg door de zitting te verdagen naar 5 augustus 2016.

Wordt ongetwijfeld vervolgd. 


Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.