Analyse - Lucas Van Milders

Brexit: het einde van een illusie

De nacht van 23 op 24 juni 2016 zal in Europa bekend komen te staan als het einde van een illusie. De illusie dat het naoorlogse project Europa alsmaar dieper en breder kan integreren in een cultuur van bureaucratie en technocratie. Of de illusie dat economische uitzichtloosheid en sluimerend racisme onder een natie kan afgedekt worden als een ‘can of worms’. Maar bovenal de illusie dat er zoiets bestaat als een Third Way tussen progressieve politiek en economisch neoliberalisme.

maandag 27 juni 2016 12:58
Spread the love

In de ochtend na 23 juni 2016 verklaarde Nigel Farage dat deze dag voortaan bekend zal staan als de Dag van Onafhankelijkheid. De UKIP-leider triomfeerde dat, met een nipte overwinning van 52%, de Britse bevolking ervoor had gekozen haar turbulente, 43 jarig huwelijk met de Europese Unie te beëindigen. Dat dit volgens Farage was voltrokken ‘without a single bullet being fired’, getuigde nogmaals van het verziekte klimaat waarin het gehele Brexit debat had plaatsgevonden.

Acht dagen voordien werd parlementslid Jo Cox namelijk fataal neergeschoten door een man die zich in zijn eerste gerechtelijk verhoor voorstelde als ‘Death to traitors, freedom for Britain’. Dader en slachtoffer bleken al snel elkaars exacte tegenpolen te zijn: terwijl Cox een gezwinde opmars had gemaakt binnen de Labour Partij door zich uit te spreken voor politieke verdraagzaamheid en economische hulp voor de instroom van vluchtelingen uit de Syrische burgeroorlog, bleek Thomas Mair het op een uitgesproken racistische ideologie na te houden, iets wat zich vertaalde in relaties met nazistische bewegingen en het ultranationalistische Britain First.

Nostalgie naar Empire

Boegbeelden van de leave-campagne waren uiteraard voorspelbaar in het zich onmiddellijk distantiëren van deze tragische gebeurtenis. Fargage’s uitspraken, gekoppeld aan een fel bekritiseerde anti-migratie campagne poster, weekten echter verbijsterende reacties en pertinente vragen los over welke toekomst het land nu tegemoet zou gaan. Want wie viert er nu juist haar of zijn onafhankelijkheid?

Schotland, dat tegen haar unanieme wil uit de EU wordt gesleurd en daarom terecht een nieuw onafhankelijkheidsreferendum wil afdwingen? Of Noord-Ierland, dat ook overwegend voor Remain koos en, doordat het als enige staat een fysieke grens heeft met Europa, een onmiddellijke belemmering ziet op het vrij verkeer van haar burgers en het Ierse conflict nieuw leven wordt ingeblazen? Of de Britse overzeese gebieden, zoals de Kanaaleilanden, Gibraltar, de Falklandeilanden, de Kaaiman Eilanden, etc., die de val van de Britse Pound onmiddellijk voelen? Door deze dramatische gevolgen naast zich neer te leggen, lijkt de nostalgie naar ‘Empire’ inderdaad niet veraf voor Boris Johnson en Nigel Farage.

Misschien wordt 23 juni 2016 daarom nog het best omschreven als het einde van de unies, zowel de Europese als de Britse. En de man die de geschiedenis zal ingaan als de oorzaak van deze tsunami is David Cameron. Verkozen als leider van de Conservatieve Partij met als voorname een einde te maken aan het ‘banging on about Europe’.

Cameron lijkt net dat te hebben verstrekt wat hij initieel wilde verzwakken. Met de hete adem van Farage in de nek, wilde de rechtse Tory-fractie in recente jaren duidelijk maken dat zij nog steeds de natuurlijke thuishaven zijn voor alles wat iets of wat eurosceptisch is. En de rest van deze race to the bottom is nu geschiedenis: Boris Johnson & Co voelden het opportunisme in de lucht hangen en begonnen een gokspel met als inzet de toekomst van meerdere generaties Britse burgers.

Het interne Tory-drama nam echter snel haar ware gedaante aan met aan de ene zijde het conservatief-neoliberale establishment van de City en de internationale economische elite dat een onbezielde campagne van angst voor economische onzekerheid voerde en aan de andere zijde het nationalistisch-racistische anti-establishment dat een explosieve cocktail wist te maken van afkering voor de technocratische dictatuur van Brussel, economische uitzichtloosheid binnen de lagere en werkende klasse, en opnieuw angst, dit keer voor de (opgeblazen) dreiging van immigratie. Dat dit uiteindelijk slechts een schijndebat tussen twee politieke schakeringen binnen de rechtse marge was, bleek niemand op te merken.

Europees Kannibalisme

De overwinning van de leave-campagne heeft uiteraard zijn voorspelbare verklaringen gekregen. Er is de terechte maar ontoereikende argumentatie dat deze campagne op flagrante leugens was gestoeld, zoals de effectieve cijfers over migratie en de Britse bijdrage aan de EU. Daarnaast was er het nogmaals terechte maar ontoereikende argument dat het een campagne van haat en racisme was.

De algemene teneur is daarbij telkens paternalistisch en elitair. Commentatoren gingen er namelijk van uit dat de Britse bevolking unaniem handelde vanuit een xenofoob en anti-intellectueel buikgevoel dat een hekel heeft aan experten die nochtans een betere kennis hebben van de internationale politieke economie. Deze redenering klopt voor een stuk maar wanneer ze dan gekoppeld wordt aan waarschuwingen voor oproepen van Geert Wilders en Marine Le Pen voor gelijksoortige referenda in Nederland en Frankrijk, is kritische voorzichtigheid toch geboden.

Want is het niet net deze retoriek die doorgaans wordt gehanteerd door de technocratische Europese elite die zich tegen elke democratische weerstand in ongehinderd wil blijven vastklampen aan haar neoliberale bijbel? Een retoriek doordrongen van cynisme, zo blijkt.

De opmars (of terugkeer) van extreem-rechts in Europa kan namelijk niet anders gezien worden als een direct gevolg van het gebrek aan een solidair, sociaal, en democratisch antwoord van de Europese politiek op de financiële crisis. Op die manier vormen de neoliberale elite en de extreem-rechtse fracties twee zijdes van dezelfde munt. Van neokolonialisme in Athene en Madrid tot neofascisme in Warschau en Boedapest: het politiek kannibalisme verspreidt zich langzaam over Europa. En dit zijn geen evoluties ondanks maar net dankzij de ingrepen van de Europese elite. Deze kan nu nog een laatste trofee aan haar palmares toevoegen: de zogenaamde Brexit.

De ware tragedie is natuurlijk dat er achter de Brexit een werkelijkheid van uitbuiting, verwaarlozing en onverschilligheid schuilt. Werk dat precair en onderbetaald wordt, gezondheidszorg en onderwijs die gaandeweg geprivatiseerd en daardoor gesegregeerd worden, de uiteenlopende hiërarchie tussen gegentrificeerde stadswijken voor de happy few en verwaarloosde woningen voor de rest, ongeziene toename van dakloosheid in de steden… De echte problemen van de Britse samenleving zijn gekend.

De vraag is dan of er in een land, waar de media verkozen wordt als meest rechts en partijdig en waar de eerste minister ongestraft rijkdom kan vergaren uit belastingparadijzen, effectief een alternatief narratief voor de bevolking bestaat. Brexit heeft inderdaad de ene elite ingeruild voor de andere. Macht zal verder gecentreerd worden tot het ondemocratische hoogtes bereikt, agressieve privatisering zal de norm blijven en de samenleving zal verder segregeert worden tussen absolute armoede zonder uitzicht en ongeziene rijkdom zonder grenzen.

En terwijl de Britse staat verder wordt uitgekleed, worden de verontwaardigde slachtoffers van dit beleid afgeleid en opgezet tegen dat andere slachtoffer van de Brexit: de migranten en vluchtelingen in plaatsen als Calais die nu hun laatste hoop op een beter leven zien verdwijnen.

Het einde van de Third Way

Een uitweg uit deze impasse blijkt op het eerste gezicht te bestaan: de Labour partij. Met de verkiezing van Jeremy Corbyn als leider, wist de partij vorig jaar een progressieve invulling te geven aan een rijzend gevoel van politieke verontwaardiging dat anachronistische voorbeelden kende zoals onder meer Bernie Sanders in de VS, Syriza in Griekenland en Podemos in Spanje. Een geheel ander populisme dus dan dat van Boris Johnson of Donald Trump.

Jammer genoeg blijft het voorlopig wachten op effectieve successen van de zogenaamde Corbynmania. Uiteraard komt dit grotendeels door de brede coalitie van traditionele media, Torries en Blairites die systematisch de perceptie van illegitimiteit en incompetentie over Corbyn’s leiderschap blijven voeden. Het meest sprekende voorbeeld daarvan is uiteraard Tony Blair die het falen van New Labour als een soort neoliberalisme met sociale correcties tracht te verbergen door Corbyn een gebrek aan daadkracht en inzicht te verwijten.

Desalniettemin kon Corbyn’s antwoord, een laattijdige en weinig zelfzekere Remain and Reform, geen weerwerk bieden aan lege platitudes zoals ‘I Want My Country Back’ en ‘Stronger in’. Om die reden valt 23 juni 2016 misschien nog het best te omschrijven als het definitieve einde van de illusie dat er een Third Way bestaat tussen progressieve politiek en economisch neoliberalisme, een idee dat nog steeds aanhang vindt binnen de Labour partij. Hierdoor laat Labour opnieuw na een sociaal en progressief alternatief aan te bieden dat de sociaaleconomische noden van de lagere en werkende klasse effectief aanspreekt en weerstand biedt aan de neoliberale technocratie van Brussel zonder daarbij populistisch racisme aan te boren.

Of dit dan de gedaante van een ProgrExit (een progressive Exit) moet aannemen en of Corbyn hier zijn schouders wil onderzetten in een brede coalitie met de Green Party, Plaid Cymru en de SNP, zijn vragen die Britse progressieven van elke strekking moeten beantwoorden. Vast staat wel dat dit alternatief noodzakelijke conclusies zal moeten trekken uit het recente falen van Bernie Sanders en Alexis Tsipras. Maar met de vermelde vooruitzichten van een Johnson regering in het oog, lijkt er geen tijd te verliezen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!