Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

'De uitverkoop van Zuid-Amerika' gaat nog steeds door

Raf Custers schreef 'De Uitverkoop van Zuid-Amerika'. Na een reis van een jaar van Brazilië, door Uruguay en Argentinië, naar Chili en Bolivië schreef hij zijn ervaringen neer. Dit uittreksel uit zijn boek brengt ons naar een verre uithoek van Argentinië, waar een groot mijnbedrijf alle rechten van de bevolking schendt voor eigen gewin.
maandag 20 juni 2016

Laat de bevolking beslissen

... ‘Ze noemen ons ecoterroristen’, zegt Jenny Lujan, ‘wij zijn zogenaamd tegen ontwikkeling voor de mensen. Maar het model van productie en ontwikkeling dat de regeringen in Latijns-Amerika naar voren schuiven, wijzen wij af. De mijnbouwers gebruiken onze havens, onze energie, ons water, maar ter plaatse kopen ze niets. Ze voeren alles aan, tot de brandstof toe, met hun trucks of met hun vliegtuigjes. Ze gebruiken onze grondstoffen, onze gemeenschappelijke rijkdom, onze bienes comunes1, voor de ontwikkeling van enkelen die hún levensstandaard niet willen opgeven. In hun plan zijn Argentinië en Famatina2 de leveranciers van de grondstoffen waarmee de overvloed van de eerste wereld onderhouden moet worden. Dat model stellen wij in vraag.’

Nog een trouwe bondgenoot van de asamblea3 van Famatina is Normando Daniel Ocampo, bijgenaamd ‘Piojo’. ‘Dat betekent “stekeltjeshaar”,’ zegt de man, ‘die bijnaam heb ik al van toen we als jongetjes gingen voetballen.’ Ocampo is een vrijgestelde van de Asociación Trabajadores del Estado (ATE), de vakbond van het overheidspersoneel en een tak van de CTA, de Central de Trabajadores de Argentina.

Hij begreep dat zijn vakbond zich voor Famatina moest inzetten tijdens een volksvergadering in Chilecito. Daar nam een volksvrouw het woord. Als we te weinig verdienen, zei ze, dan eisen we opslag, maar als het water is opgebruikt, kunnen we geen extra water meer eisen. ‘Vanaf dat moment werd Famatina voor ons een constante bekommernis,’ zegt Ocampo, ‘naast de lonen, de werkomstandigheden en de service voor onze leden.’

De asambleas in Famatina en Chilecito leren van lotgenoten in Argentinië. Ze wisselen onder meer ervaringen uit met de asambleas van Andalgalá die vechten tegen de openluchtmijn Alumbrera. ‘Ze hebben daar nu 8 procent meer kankergevallen dan voordien’, zegt Paloma Gonzalez. Famatina is op zijn beurt solidair met het naburige Nanogasta waar een looierij van koeien- en geitenhuiden zijn met chroom vervuild afvalwater gewoon buiten de omheining loost.

Was Famatina een definitieve overwinning? Jenny Lujan is sceptisch. ‘De mijnbedrijven hebben zich teruggetrokken. Maar ik durf niet beweren dat we voorgoed gewonnen hebben. De transnationale ondernemingen en de eerste wereld geven hun levensstijl niet op. Zij hebben veel grondstoffen nodig. Als wij de armen laten zakken, komen ze gegarandeerd terug.’ Vakbondsman Ocampo is net zo kordaat: ‘Dit is een definitieve overwinning voor Famatina. Maar enkel voor Famatina. Op andere plaatsen in de provincie worden weer nieuwe mijnbouwprojecten gestart.’

De strijd om Famatina heeft wel mentale gevolgen. Ocampo: ‘Onze ogen zijn opengegaan. Onze vakbond maakt van grondstoffen nu een nationaal strijdpunt. Wij eisen dat de regering daarover een nationale volksraadpleging organiseert. De vraag is: beslist de bevolking over de grondstoffen of laten we dat aan buitenlandse ondernemingen over? Voor ons is het antwoord duidelijk. De grondstoffen zijn het gezamenlijk goed van de bevolking. We moeten onze bienes comunes verdedigen en recupereren op de multinationals zodat de mensen er soeverein over kunnen beslissen.’

Telkens opnieuw vraag ik of er dan geen grondstoffen gewonnen moeten worden, want die zijn toch nodig om gebruiksgoederen te produceren? Niemand die dat betwist. Maar het zijn wel de mensen zelf die moeten bepalen wat er wordt gewonnen, in welke volumes, waarvoor, waar, hoe, ...

‘Accepteren we het extractivisme, dat wil zeggen de brutale productie die zo snel mogelijk zoveel mogelijk grondstoffen uitput? Of kiezen we voor een productiemodel dat de mensen en de natuur respecteert en past in een nationale planning van harmonische groei?’, vat Ocampo het samen.

Kan zoiets op wereldvlak worden gepland, vraag ik aan Jenny, want sommige streken hebben veel grondstoffen en andere hebben er geen. Jenny Lujan: ‘Er bestaat vandaag wel degelijk een internationale planning. Maar het is de eerste wereld die deze planning opmaakt. Zij geven ons als taak om onze streken en mensen op te offeren en hun onze grondstoffen te sturen. Dat systeem verarmt ons.’ Het is het koloniale model dat al meer dan vijfhonderd jaar grondstoffen uit Latijns-Amerika weghaalt. 

© 2016 Raf Custers en EPO

Raf Custers, De Uitverkoop van Zuid-Amerika - Grondstoffen, burgers en business. EPO, Antwerpen, 2016 (260pp.  ISBN 978-9462670686

(deze voetnoten zijn toelichtingen van de redactie en horen niet bij de originele tekst)

1   Bienes comunes zijn 'gemeenschappelijke goederen'

2   Famatina, Chilecito, Andalgalá en Nanogasta zijn stadjes in het noordwesten van Argentinië.

3   Asemblea is een volksvergadering

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

4 reacties

  • door Maurice de Liberaal op maandag 20 juni 2016

    De oorzaak van deze problemen ligt niet bij de mijnbouwbedrijven, maar bij de nationale overheid. Deze maakt de mijnbouw plannen en wil alleen maar veel geld incasseren met het verlenen van mijnbouw vergunningen. Ze houdt hierbij te weinig rekening met de lokale bevolking en vervuiling van het milieu. De mijnbouwbedrijven voeren de plannen alleen maar uit.

    • door Raf Custers op vrijdag 24 juni 2016

      @Maurice : staten geven concessies aan mijnbouwbedrijven. Ze staan (tijdelijk) een stuk grondgebied aan de bedrijven af. Daarbinnen mogen bedrijven ertsen delven. In Grondstoffenjagers heb ik uitgelegd dat de bedrijven die concessies uitbouwen als enclaves : zonder links met de omringende economie. Wat ze opdelven, exporteren ze. Dit model wordt sinds de jaren 1980 aangeprezen door de Wereldbank. Alternatieven (diversificatie en uitbouw van een eigen nationale economie) worden afgeremd of actief tegengewerkt. De nationale overheden gaan doorgaans gemakkelijk mee in dat "model". Het is de makkelijkste weg. Maar hij levert peanuts op. En de koloniale verhoudingen blijven intact : zij de ruwe grondstoffen, wij (enfin : de multinationals bij ons) de industrie.

  • door antond op maandag 20 juni 2016

    Als arme heb je het veel beter onder de 'lakeien van het neoliberalisme' in Argentinië dan in de arbeidersparadijzen in Venezuela of Cuba. Of staat u liever in de rij in Caracas om te moeten knokken voor de eerste levensbehoeften? Wie gelooft die gekke propaganda van u nog?

  • door dan maertens op maandag 20 juni 2016

    “Maar het is de eerste wereld die deze planning opmaakt” Niet helemaal en de auteur weet het ook: het is namelijk de 4de opéénvolgende overwinning van de bevolking tegen mijngianten in 7 jaar. Namelijk tegen 2 uit Canada: Barrick en Osisko en 2 uit China: Shandong Gold en Betec Group Pr….

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties