about
Toon menu

Protestactie RIP Caermersklooster

Dat Fernand Huts de media opzoekt als kunstsponsor en -handelaar is zijn goed recht. De propagandacampagne die hij beoogt, is wel volksverlakkerij. Huts vervalst de kunstgeschiedenis en misbruikt de reputatie van gesubsidieerde cultuurhuizen, met het oog op een privatiserend cultuurbeleid. RIP Caermersklooster wil vrijdag met ludiek protest deze manipulatieve praktijken onder de aandacht brengen: in het belang van een democratische en kwalitatieve cultuursector moeten figuren als Huts met een dubbel agenda op een veilige armslengte blijven.
donderdag 16 juni 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Vrijdag 17 juni opent vice-premier Jan Jambon de tentoonstelling Van God en Geld – Gouden Tijd van de Zuidelijke Nederlanden in het provinciaal cultuurcentrum Caermersklooster in Gent. Dat wordt ongetwijfeld een knappe, educatieve tentoonstelling die via de kunst een inkijk wil geven in de fascinerende middeleeuwen. De tentoonstelling baseerde zich op het degelijke kunsthistorische boek Gouden Tijden onder leiding van de eminente historica Veronique Lambert (bekend van haar marxistische deconstructies van de flamingante 1302-mythe) en waaraan bijna alle Vlaamse mediëvisten hebben meegewerkt.

Maar toen deze auteurs ruim een jaar geleden om een bijdrage werden gevraagd, wisten ze niet dat de mediagenieke havenbaas Huts die zou gebruiken voor een propagandacampagne voor zichzelf, de ‘Vlaamse ondernemer’, en een liberale cultuurpolitiek die inzet op fiscaal aftrekbaar mecenaat en lucratieve privaat-publieke samenwerkingen. Huts misbruikt dit evenement als hefboom voor een cultuurbeleid dat private belangen bevoorrecht en subsidies afbouwt. RIP Caermersklooster wil met ludiek protest deze manipulatieve praktijken onder de aandacht brengen.

Voor alle duidelijkheid: niet de tentoonstelling is het probleem, integendeel. Wel wat Huts ermee wil communiceren en forceren. Hij kocht zich een plaats in de vitrine van dit evenement, alsof een publiek cultuurhuis een bordeel is. De manier waarop is ook een regelrechte blaam voor de vele private personen (e.g. Herbert Foundation, Verbeke Foundation) die wél op een integere manier met ons artistiek patrimonium omgaan.

Anachronismen

In het boek Gouden Tijden lezen we over de opkomst van de middeleeuwse burger, alsook over de uitbuiting en de klassenstrijd die daarmee gepaard gingen. Het stedelijke landschap van de Zuidelijke Nederlanden was gekenmerkt door economische bedrijvigheid, technologische vernieuwing en grote culturele prestaties, maar ook door sociale polarisatie en scherpe politieke tegenstellingen. In de bijdrage van historicus Jan Dumolyn lezen we tevens hoe liberale historici, zoals Henri Pirenne, de geschiedenis geweld aan doen door de parallel te willen trekken tussen deze ‘burger’ en de hedendaagse burgerij.[1]

Maar de geschiedenislessen die Huts bijvoorbeeld in De Zevende Dag (12/06) kwam geven, herschrijven de geschiedenis nog veel meer. Zo wil hij bijvoorbeeld het Vlaams-nationalisme enten op de bedrijvigheid in de Zuidelijke Nederlanden (16de eeuw), een periode die lang vooraf ging aan het ontstaan van de natiestaten Nederland en België… Nochtans benadrukte historicus Bruno De Wever – toch een expert inzake de Vlaamse Beweging – onlangs nog in De Morgen (4 juni) dat de flamingante lotsverbondenheid een product is van België.[2]

Verdraaiingen

Huts – in het katholieke blad Tertio in navolging van Hoet omschreven als ‘dé Vlaamse kunstpaus’ – wil ons verder doen geloven dat het 'de economische verwezenlijkingen zijn die welvaart en cultuur brengen...' Dat beweren de Saoedi’s natuurlijk ook.

Dit is een klassieke liberale truc in geschiedenisvervalsing, want onze welvaart hebben we veeleer te danken aan de ontwikkeling van wetenschap en technologie. En vanwege de dreiging van het ‘rode gevaar’ werd er na de Tweede Wereldoorlog in Europese landen een sociale verzorgingsstaat uitgebouwd. Samen met de Koude Oorlog verdween het sociaal overlegmodel tussen arbeid en kapitaal.

Vandaag wordt de welvaartsstaat weliswaar in snel tempo afgebouwd, net door figuren als Huts. De vakbonden wil hij weg. Democratische procedures noemt Huts systematisch ‘bureaucratie’. De bescherming van sociale wetgeving: ‘betutteling’. De ondernemer-despoot moet aldus Huts naar eigen goeddunken ‘vrij’ kunnen handelen? Wie ligt er nu wakker van wat ongelijkheid? – kan hij er met Gwendolyn Rutten aan toevoegen.

Het boek Gouden Tijden besteedt veel aandacht aan de miserie, ongelijkheid en onmenselijkheid die gepaard gingen met die Gouden Eeuw. Huts negeert dit verhaal compleet en selecteert er die aspecten uit waarmee hij lof kan zwaaien naar wat de ‘Vlaamse ondernemer’ heet. Die zou toen ook privileges gekregen hebben, verklaarde Huts in De Tijd (11 juni), en dat wil hij ook.

Maar is het privébezit van de productiemiddelen al geen bijzonder groot privilege? Of de vele subsidies en fiscale vrijstellingen? Recent startte de Europese Centrale Bank met een bailout voor multinationals: maandelijks worden er nu voor 5 tot 10 miljard euro aan bedrijfsobligaties opgekocht. Na de banken moet de belastingbetaler winstgevende bedrijven als ABinBev ‘redden’. Zijn dat geen enorme privileges?

‘De economie is de motor van onze samenleving’, aldus Huts. ‘'De overheid? Die moet er voor zorgen dat wij kunnen werken.' Daarmee ontkent hij dat de overheid zelf ook een ondernemende economie is, een heel creatieve en innoverende, zelfs de grootste werkgever.

In een eerder artikel over de retoriek van Huts wees ik er al op: de econome Mariana Mazzucato legt in haar studie De ondernemende staat haarfijn uit waarom het vooral de overheid is die, ondanks de misleidende hedendaagse beeldvorming, innoveerde en er als een ‘durfkapitalist’ voor zorgde dat commerciële bedrijven als Apple en Microsoft hun startfase overleefden.

Eenzijdig

Volgens Huts gaat deze tentoonstelling over ‘de uitvinding van het kapitalisme’. Voorspelbaar: zijn goednieuwsshow blinkt uit in eenzijdigheid. Geen woord over de absurde ongelijkheid en uitbuiting die dit economisch systeem al eeuwen met zich meebrengt. Het kolonialisme? Niet aan de orde. Hoe het kapitalistische productiesysteem vooral crisissen produceert omdat het niet in staat is tot zelfregulering? Hoe de destructieve anarchie inherent aan dit systeem door interne inconsistenties steeds naar mislukking en teruggang leidt? …

Zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog zijn het gevolg van een structurele wereldcrisis van het kapitalisme.[3] Na de totale vernietiging in de Tweede Wereldoorlog begon een periode van wederopbouw en bloei, opnieuw dankzij de snelle vooruitgang van wetenschap en technologie.

Tot een derde wereldcrisis ten gevolge van overproductie uitbrak in de jaren 1970, wat leidde tot een kettingbotsing aan faillissementen, werkloosheid en het afknijpen van de koopkracht.

De rest van het verhaal is bekend. Allerlei oplossingen werden vanaf 1970 uitgeprobeerd, tot in het obscene toe: massale behoeftecreatie door listige reclame, inzetten op wegwerpproducten, op trendgevoelige en modieuze commerce, zelfs op producten die via het principe ‘geplande veroudering’ zo gemaakt zijn dat ze snel stukgaan en aan vervanging toe zijn. Inzetten ook op arbeidsbesparende productiemachines, op het vermarkten van alle dimensies van onze samenleving, op het verder uitbuiten van de oude markten en op het aanboren overal ter wereld van het slinkend aantal nieuwe markten.

Dat werkte naast een zelfondermijnende schuldencultuur direct een mondiale klimaatcrisis in de hand. Naomi Klein vat de stier dan ook bij de hoorns in haar boek met de veelzeggende titel This Changes everything: Capitalism vs. the Climate (2014). Ze legt uit waarom er vandaag geen niet-radicale oplossingen meer voorhanden zijn. Verandering volgt sowieso, aan ons de keuze: systeemverandering of klimaatcatastrofe.

Kortom, Huts houdt elke kritische analyse angstvallig buiten beeld. Hij zwijgt eveneens zedig over de winstkoorts, die pathologie om met geld nog meer geld te willen maken. Wie na een bezoek aan deze tentoonstelling alsnog een feitelijk relaas wil over de parasitaire wurggreep van het kapitalisme, kan terecht bij het net in vertaling verschenen boek Winsthonger van Michael Parenti.

De blijde intrede van de privatisering

'Diplomatieke missie'

Dat Huts een propagandacampagne voor de ‘Vlaamse kapitalist’ wil bekostigen, is vanzelfsprekend zijn goed recht. Dat maakt de cultuurstrijd waar we vandaag middenin zitten alleen maar leerrijker. De protestactie wil daar, in dezelfde narrenstijl als die van Huts, ook een bijdrage aan leveren, om een publiek debat op gang te krijgen.

Maar het wraakroepende is natuurlijk dat Huts zich voor zijn verhaal zomaar kan inkopen in een provinciaal cultuurhuis, zelfs meteen mee op ‘diplomatieke missie’ naar Londen mag met minister van Toerisme Weyts (N-VA) en Cultuurminister Gatz (Open VLD).

Op De Zevende dag verklaarde Huts dat de provincie Oost-Vlaanderen met zijn tentoonstelling inzake privaat-publieke samenwerking ‘knipoogt’ naar de Vlaamse regering: ‘Kijk Vlaanderen, doe ons maar na!’ Het cultuurpolitieke agenda van privatisering en privileges voor mecenaat mag daarmee duidelijk zijn: Huts opereert in de media als een sidekick van onze cultuurminister, die momenteel vlijtig doorwerkt aan de verdere uitbouw van zijn vermarktingsbeleid. En wie weet verkondigt Huts dra dat hij het Caermersklooster zal opkopen?

De mythe van het mecenaat

Een andere mythe die Huts wil aanblazen, is dat kunstenaars altijd al gewerkt hebben dankzij de gunst van mecenaat. Ook die historische vergelijking is hoogst problematisch. De rol van de kunstenaars toen – in een tijd zonder massaproductie en zonder fotografie of televisie – was simpelweg van een heel andere maatschappelijke orde. Je kan de vrije kunstenaar van vandaag niet zomaar vergelijken met de ambachtslieden van toen.

Kunstenaars werkten toen ook bijna uitsluitend in opdracht, of gericht op de afzet op de toenmalige 'kunstmarkt'. Waarom zouden we in hemelsnaam moeten terugkeren naar een tijd van voor het ontstaan van de moderne kunst en de natiestaat met zijn publieke dienstverlening?

De kunsten van die tijd illustreren bovendien net de onvrijheid van de kunstenaar: de tentoonstelling die Huts mee financierde in het Museum M gaat over de hofschilder Hendrick De Clerck die de glorie van de opdrachtgever op doek moest vereeuwigen. Moeten we daar terug naartoe? Van publieke bescherming naar private horigheid?

Naar het soort kunst waarmee private belangen zichzelf op de sokkel zetten en er via fiscale koterij ook nog aan verdienen? Willen we dan een cultuurbeleid dat bespaart en tegelijk veel duurdere en intransparante uitkoopregelingen in het leven roept, op conto van de belastingbetaler? Dat is wel de blijde intrede waarvan Huts de roerganger wil zijn.

Ondernemers en vooruitgang

Als je dan toch de vergelijking wil maken met creatieve ondernemers uit een ver verleden, neem dan bijvoorbeeld Christoffel Plantijn. Zijn drukkerij was een humanistisch bolwerk dat 100 jaar na de uitvinding van de boekdrukkunst een broedplaats was voor een nieuwe cultuur van Verlichting.

Bij de renovatie van het Plantin-Moretususeum vindt de Antwerpse afdeling van VOKA het natuurlijk belangrijk dat de nadruk op ‘Antwerpen’ en ‘ondernemerschap’ komt te liggen. Maar Plantijn was naast zakenman vooral een cultuurproducent. Toch een verschil met propagandist Huts die als een snaakse 'sugar daddy' kunst recycleert tot ideologisch glijmiddel voor een rechtse missie en er ook wat aan wil verdienen (de Katoennatie specialiseerde zich in internationaal transport en opslag van kunst en antiek).

We zwijgen dan nog over zonnepaneelkoning Huts – die jaarlijks 13 miljoen subsidies slurpt – of over sultan Huts en de vervuilende afvalrecyclageparken van de Saoedi’s.

Of hoe havenbaas Huts de beschermende wetgeving voor havenarbeiders omzeilde door geloste goederen voor verdere verwerking van de kaai meteen te vervoeren buiten de havengordel (bijvoorbeeld Kontich of Aartselaar). Met een ecologische aanslag op de stad Antwerpen tot gevolg, en de doodsteek van elke solidaire ondernemersethiek met de sociale partners.

De bijbelverkoop van Plantin maakte daarentegen ruimte vrij voor de publicatie van humanistische werken die een historische impact hadden. Hij creëerde een enclave voor ruimdenkende intellectuelen en kunstenaars te midden van een duistere omgeving van brandstapels, soldaten, heksenvervolging en ander fanatisme. Aan welke kant staan de ondernemers vandaag?

Tot slot, afgaande op het waardekader dat Huts voorstaat en het maatschappijmodel dat hij beoogt, lijkt het logischer dat hij zich als mecenas opwerpt voor bijvoorbeeld een superhero-film als ‘The Gods of Egypt’. Dat amusement biedt immers een vrije baan aan historische speculaties en komt helemaal tegemoet aan het hedendaagse verlangen naar sterke (mannelijke) leiders. Het beantwoordt tevens aan de neoliberale logica van de ‘creatieve ondernemer’ die op zijn eentje in competitie gaat en de wereld op zijn schouders torst.

Het schampere rolmodel van de superheld: je kan winnen als je maar in jezelf gelooft, focus op de ik-cultuur en blijf blind voor de structurele context… . Meer nog, ideaal voor Huts: in deze seculiere tijden vind je er ook een regressie in terug naar een oud fatalistisch en magisch wereldbeeld waarin de gekscherende goden onderling ruziën in gouden paleizen. Zij zouden de wereld doen draaien, dat spreekt. Als sterveling moet je het gewoon allemaal lijdzaam ondergaan en offers brengen.

Meer informatie over de protestactie vindt u hier.

 

[1] 'Een middeleeuwse burger uit het jaar 1300 had echter zeer weinig gemeen met de liberale bourgeois van het einde van de 19e eeuw, zoals Pirenne, en zou vreemd hebben opgekeken van zijn rol als innovatieve ondernemer en vrijheidslievende democraat die de historici hem blijkbaar tot diep in de 20e eeuw toebedeelden. Het is dus belangrijk om eerst tabula rasa te maken van het moderne en zeer symbolisch geladen begrip burgerij, en dat helemaal opnieuw te definiëren volgens de historische realiteit van de middeleeuwse stad.'

[2] ‘De eerste voortrekkers van de Vlaamse beweging waren Belgische patriotten. Ze wilden België niet doen verdwijnen, integendeel: hun engagement sproot voort uit hun gehechtheid aan het land. Zij zagen die verschillende talen eerder als een rijkdom. Dat wijst op een sterk Belgisch natiegevoel. Voor Vlaamse intellectuelen zoals Hendrik Conscience en Jan Frans Willems was België het vaderland. Zij wilden België meer Belgisch maken.’

[3] Vanaf 1895 sukkelde het kapitalisme in een eerste structurele wereldcrisis. Charles Dickens heeft de schrijnende misère van die tijd uitgeschreven in zijn verhalen. Deze eerste crisis werd ‘opgelost’ door het imperialisme – de Conferentie van Berlijn (1885) dreef de koloniale wedloop op de spits, op zoek naar nieuwe markten – en uiteindelijk door de Eerste Wereldoorlog. Dat resulteerde in de ondergang van het Britse rijk, de doorbraak van de Verenigde Staten op het wereldtoneel en de Oktoberrevolutie in Rusland. Tien jaar na de Eerste Wereldoorlog volgde al de tweede structurele crisis: de grote depressie van de jaren 1930. Deze wereldcrisis was de voedingsbodem voor het fascisme, dat zich als een krampachtige reddingspoging van het kapitalisme aandiende en als speerpunt van het antisocialisme. Hitler kwam aan de macht dankzij de steun van de traditionele elites, van de grote industriëlen en de banken, Duitslands big business.

 

Robrecht Vanderbeeken, filosoof en auteur van Buy Buy Art. Over de vermarkting van kunst en cultuur, EPO.

reageer

6 reacties

  • door barth op vrijdag 17 juni 2016

    een vlaamse trump. dat ontbrak er nog aan. heeft delvoye geen plaats voor 'm vrij?

  • door Gilbert Desmet op vrijdag 17 juni 2016

    Ik vraag me af of Fernand Huts wel van kunst houdt. Ik denk dat mr. Huts houdt niet van kunst; hij houdt van het HEBBEN van kunst!

  • door martin meerts op zondag 19 juni 2016

    Bedankt om ons in te lichten. Ik zal het Caermersklooster deze keer dan ook laten links liggen. Vorige week ben ik in Brugge nog de 'heksen van Bruegel' tegen het lijf gelopen in het Sint Janshospitaal. Mijn vrouw en ik zijn cultuurminnende mensen - wat zeg ik? - we zijn zelf artiesten. Onafhankelijk en onbekend. Maar niet onbemind. We beminnen elkaar. En we zijn zeker niet dom.

    Iets meer dan een maand geleden kreeg ik een telefoontje van een vriend die ik reeds lang niet meer gezien had. Ik ben namelijk verhuisd en zie sommige mensen minder. Hij vroeg of ik geen zin had om mee te gaan naar Edingen/Enghien waar de dag van de Grieken plaatsvond. Ik: Enghien? Dat was toch in Huizingen? Dat mag niet meer van het provinciebestuur. Stel je voor: Grieken van overal in België. Daar zal ook wel een aardig mondje Frans gesproken worden! Dus vanaf dit jaar in Enghien waar ik ooit een film gedraaid heb. Dat was trouwens de reden waarom mijn vriend me belde. Hij wilde dat park wel eens met zijn eigen ogen zien.

    Zo kan ik tientallen voorbeelden geven hoe de N-VA en hun volgelingen ons uit elkaar halen. Misschien moet Huts wel minister van cultuur worden, Goebbels indachtig.

    Kunstenaars zijn geen ondernemers die elke frank omdraaien. Kunstenaars kunnen feesten als de beesten. Hoge en lage cultuur consumeren! En dat hebben ze geweten in Enghien. Volgend jaar zijn we terug welkom. Spijtig voor Huizingen. Spijtig ook voor het Caermersklooster. Een boer zoals Huts blijft aan je gevel plakken. En dat krijg je er niet af met wat wijwater.

  • door martin meerts op zondag 19 juni 2016

    Oh nog dit : Ik heb de message verspreid!

  • door JohnF op dinsdag 21 juni 2016

    Dat Fernand Huts, net als de adel en de clerus vroeger, als mecenas fungeert, wordt hem door “culturo-kniezers” niet altijd in dank afgenomen.

    “De privésector kan nooit in de plaats van de overheid treden, en enkel complementair zijn. Daarom schuilt er een gevaar in de demarche van Huts: je kan kunst- en erfgoedprojecten niet afhankelijk maken van de willekeur van mecenassen of van marktmechanismen” is een veel gehoorde kritiek net als: “…dan vloeit het geld naar de overheid, die dan via objectieve criteria kan beslissen welke cultuurprojecten ze ermee steunt”

    Alsof het huidige, geëtatiseerde en gepolitiseerd beheer, geen willekeur en marktmechanismen kent. Het meest dramatisch marktmechanisme is dat onze musea niet meer in staat zijn belangrijke stukken te kopen et dat zo, belangrijke collecties zoals deze van Broodthaers onlangs, naar het buitenland vertrekken. verschenen in www.quovadisart.be

    • door Govaerts op maandag 27 juni 2016

      Laat ons denken aan een kapitalist als Mayer Van den Berg en zijn familie, waaraan we het museum in Antwerpen te danken hebben met de werken van Pieter Breugel de Oude en de fantastische middeleeuwse sculpturenverzameling. Kunstwerken die anders naar het Louvre of naar Amerika zouden zijn verhuisd. Mogelijk is nu hetzelfde aan het gebeuren met natiebaas Fernand Huts die een aparte Foundation heeft opgericht los van zijn bedrijf en van zijn familie ? In ieder geval staat het buiten kijf dat Vlaanderen zijn taak niet vervult wat betreft de Oude Kunst. Enkele jaren geleden gaf het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten een boek uit over een zogenaamd Sleutelwerk van de kunst die zich in Vlaanderen bevindt. Het ging over de belangwekkende retabelreeks van Goswin Van der Weyden over de Dymphnalegende, uit de abdij van Tongerlo, maar sinds lang privaat bezit. In bruikleen bij het KMSKA. Toen de bruikleengevende familie na een handvol jaren hoopte dat het KMSKA (dus Vlaanderen) de reeks zou aankopen, toen kocht Vlaanderen niet en liet deze topreeks vertrekken naar Londen waar ze werd geveild. Er stond nadien in de pers dat gelukkig een Belg dit sleutelwerk had verworven. En ja, in zijn boek leest men dat de stichting van Fernand Huts de redder is van dit topwerk van de Vlaamse cultuur. In dit licht moeten de linkse activisten er rekening mee houden dat Huts de taak van de Staat op zich neemt.

Lees alle reacties