Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Recensie

‘Let op je woorden’, een snelcursus politiek taalgebruik

In ‘Let op je woorden’ bezorgt Jan Blommaert de lezer een ‘handleiding politiek taalgebruik’. Aan de hand van concrete voorbeelden legt Blommaert de ware betekenis achter politiek taalgebruik bloot en doorprikt hij enkele mythes, in het bijzonder over economie, arbeidsmarkt, vakbonden en het veiligheidsdebat.
donderdag 21 april 2016

Als vakbondsman las ik natuurlijk met buitengewone aandacht het hoofdstuk over vakbonden en stakingen, en het woordgebruik waarmee dat in politiek en media zogenaamd ‘geduid’ wordt.

Werknemer vs patroon

Eén van de belangrijkste mythes is het idee dat “vakbonden niet meer van deze tijd zijn”. Neoliberale politici en opiniemakers stellen dat de arbeidsmarkt is veranderd. Die is verworden tot een paradijs voor de vrije werknemer, die kan kiezen voor een bepaalde opleiding, voor een uitdagende job met een correct loon en in vrije concurrentie met andere werknemers. Als het hem of haar niet bevalt, staat het hem of haar vrij te gaan jobhoppen. Op naar een ‘nieuwe uitdaging’.

De realiteit is dat de machtsverhouding tussen werkgever en werknemer niet fundamenteel verschilt van die van honderd jaar geleden. De werknemer, of werkzoekende, bevindt zich nog steeds in een ondergeschikte positie ten opzichte van de patroon. Werknemers zijn evenzeer overgeleverd aan de grillen van de werkgever.

Blommaert legt dit uit aan de hand van een treffende hypothese. “De individuele werknemer heeft geen macht over het volume en de intensiteit van de productie, over de kwaliteitseisen over de verrichte arbeid, over de evaluaties ervan, over de arbeidsinfrastructuur en -organisatie, de lonen en voorwaarden van het hoger management, de dividenden uitbetaald aan aandeelhouders, over de investeringen, overnames of fusies die het bedrijf uitvoert. Indien de individuele werknemer dit soort zaken zou eisen, zou het machtsonevenwicht wellicht snel duidelijk worden: eruit! (p. 89)”

Vakbonden als democratische ‘tegenkracht

De individuele zwakte van werknemers wordt vervangen door de kracht van het collectief. De natte droom van de neoliberalen is dit collectief te breken en werknemers te verplichten arbeid te aanvaarden aan steeds slechter wordende voorwaarden. “Vakbonden zijn democratische ‘tegenkrachten’ die sociaaleconomisch machtsmisbruik moeten tegengaan en zo een mate van economische en politieke stabiliteit moeten verzekeren. (p. 93)”

En dan komen we bij de stakingen, één van de weinige drukkingsmiddelen die de vakbeweging in handen heeft. Deze actievorm wordt in politiek en media afgedaan als “politiek”, als “schadelijk voor de economie” of als een “inbreuk op het recht op werken”. Blommaert stelt dat een staking altijd politiek is omdat die de “fundamentele krachtsverhoudingen in de samenleving blootlegt: arbeid versus kapitaal. (p. 95)”

Wie produceert meerwaarde?

De VBO’s en VOKA’s van deze wereld zijn er steeds als de kippen bij om de economische schade door een staking te becijferen. Honderd miljoen hier, 200 miljoen daar… Ze vergeten er echter bij te vertellen dat deze bedragen net de meerwaarde vertegenwoordigen die de Belgische werknemers produceren. Zonder werknemers geen meerwaarde voor CEO of aandeelhouder. Dit biedt onmiddellijk een antwoord op de vraag wie eigenlijk welvaart produceert, de werknemer of de bedrijfsleider.

Dan is er nog het zogenaamde “recht op werken”, dat volgens sommige politici “door het stakingsrecht in het gedrang komt.” Blommaert toont duidelijk aan dat het hier gaat om juridische sciencefiction. Het recht op werken bestaat niet, het grondrecht op werk wel, en daar schiet onze overheid ruim tekort (p. 99).

Met ‘Let op je woorden’ biedt Blommaert een beknopte handleiding om kritisch stil te staan bij wat je hoort en leest. Woordgebruik in politiek en media is immers niet waardenvrij.

‘Crisis’, wiens crisis? De rijke toplaag van de bevolking lijkt het voor de wind te gaan, met stijgende lonen en aandelenkoersen. ‘Economie’, de jouwe of de mijne? ‘Zuurstof’ voor de economie, voor de hardwerkende Belg of voor de vermogende bedrijfsleider? ‘Loonlast’ is enkel een ‘last’ wanneer je het louter bekijkt vanuit het perspectief van zij die de lonen uitbetalen in ruil voor productie.

Maar ook woorden als ‘integratie’ hebben een kleur, of ‘radicalisering’ en ‘terrorisme’, en behoren tot de geliefkoosde instrumenten van propaganda. Gruweldaden door islamfundamentalisten zijn terreur, dood en vernieling door onbemande vliegtuigjes of foltering in Westerse gevangenissen zijn dat niet.

Blommaert wil de lezers wapenen tegen de woordenbrij die dagelijks op hen wordt afgevuurd. Hij slaagt hier met verve in. ‘Let op je woorden’ is een wake-up call, een oproep om wat we lezen en horen kritisch te analyseren en stil te staan bij de onderliggende waarden die aan die ‘woordenbrij’ gekoppeld zijn.

In tijden van ‘crisis’, ‘modernisering en hervorming’, ‘veiligheid en dreiging’, is dat niet alleen welkom, maar ook noodzakelijk.

Jan Blommaert, Let op je woorden. Politiek, taal en strijd, Uitgeverij Epo, 164 blzn, 17.50 euro.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

4 reacties

  • door antond op vrijdag 22 april 2016

    Het 'recht op werk' zet u neer als juridische science-fiction. Is daarmee gezegd dat stakers het recht hebben om werkwilligen te intimideren en/of beletten om aan het werk te gaan? Dat is de anachronistische vakbondslogica ten voeten uit. 'Laat niet de individu beslissen, maar de vakbond weet wat goed voor de arbeider is'.

    Hetzelfde geldt voor de politiek, U doet alsof de kiezer niet mans genoeg is om te weten waarvoor hij / zij kiest. Misschien vindt u dat wel omdat deze kiezer uw favoriete partijen (letterlijk en figuurlijk) links laat liggen.. Voorlopig heeft de kiezer nog niet besloten om komaf te maken met het 'neoliberalisme', hoe graag u dit ook wenst. En de kiezer is de baas, hij bepaalt wat er gebeurt, niet betogers op straat, en niet vakbonds-bonzen vanachter hun bureau.

    • door Yannanael op zaterdag 23 april 2016

      De kiezer is de baas??? Hij bepaalt wat er gebeurt??? Ga dat in Griekenland vertellen!

  • door Roland Horvath op vrijdag 22 april 2016

    Het boek van JB is een wapen tegen de gestoorde indoctrinatie van het neoliberalisme. Volledig akkoord met RDJ. Eén opmerking: VOKA, UNIZO en VBO komen uitsluitend op voor de grillen van de Grote Multinationale Ondernemingen GMO, namelijk besparingen en bedrijfslasten verlagingen waardoor de koopkracht vermindert en de KMO in de binnenlandse economie in moeilijkheden raken. De KMO behoren nochtans ook tot hun leden.

    If it looks like a duck, swims like a duck, and quacks like a duck, then it probably is a duck. Als iets eruitziet als een eend, zwemt als een eend, en kwaakt als een eend, dan is het waarschijnlijk een eend.

    Als we de termen fascisme en nazisme niet willen gebruiken dan is onze woordenschat gehandicapt. De betekenis van die termen is duidelijk. Het wemelt van de fascistische en nazistisch politieke partijen en regeringen in de EU. Maar die partijen beweren dat ze de heiligheid in persoon zijn en 100% democratisch. Iedereen past zijn taalgebruik aan aan de wensen van die anti democraten.

    Fascisme -uit Italië- en nazisme -uit Duitsland- zijn verwant en gewoonlijk wordt de term fascisme gebruikt voor beide. Beide zijn: nationalistisch, rechts, anti democratisch, anti liberaal, anti communistisch. En ze hebben allebei een verbinding van de staatsmacht met de GMO wat tegenwoordig corpocratie genoemd wordt.

    In tegenstelling tot fascisme kenmerkt nazisme zich door racisme, demoniseren en uitsluiten van minderheden en wij -zij denken. VB, N-VA en de Nederlandse partij PVV van Geert Wilders mag men nazistisch noemen. Fascistisch zijn het EU bestuur, de NL regering Rutte2, Michel1, Bourgeois1, N-VA, het 19e eeuwse laisser faire kapitalisme, het neoliberalisme en de corpocratie.

  • door antond op donderdag 28 april 2016

    Links en 'progressief' (vooruitstrevend) worden (door links) graag als synoniemen gebruikt en beschouwd. Bij deze plaats ik hier graag mijn vraagtekens bij (want niemand die links van het midden staat, doet dit). Iedereen bezigt suggestief taalgebruik. Het is nogal aanmatigend om daar alleen je politieke tegenstanders van te beschuldigen en te doen alsof je datzelfde niet doet.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties