about
Toon menu

Vluchtelingen Nigeria liever arm in Italië dan in levensgevaar thuis

Veel Nigeriaanse migranten die in Italië op zoek gaan naar een beter leven, verkiezen daar te blijven met armzalige jobs zoals boodschappentassen vullen. Dat heeft alles te maken met de politieke onrust en de schendingen van de mensenrechten door het leger, de politie en de fundamentalistische organisatie Boko Haram in hun thuisland.
dinsdag 1 maart 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.


"In 2005 verliet ik per boot mijn geboorteplaats in het oosten van Nigeria om mijn geluk te beproeven in Italië. Ik geloofde dat ik daar betere kansen zou krijgen op een nieuw leven en een degelijke baan. Helaas is dat een illusie gebleken", vertelt James, die toen een student van 25 jaar was.

Hij ontvluchtte de economische malaise en de politieke instabiliteit in zijn thuisland, maar moest zijn ouders, zeven broers, drie zussen, tal van andere familieleden en vrienden achterlaten. De opoffering van de inmiddels 35-jarige James illustreert de moeilijke keuzes die veel migranten en vluchtelingen maken wanneer ze de oversteek wagen.

Aanvankelijk kon James overleven door sokken te verkopen op straat. Hij hielp ook zes jaar lang mensen volle boodschappentassen naar hun auto te dragen, een fenomeen dat je wel vaker ziet bij Italiaanse supermarkten. Met de fooien die hij zo verdiende, kon hij een piepklein appartement delen met minstens zeven andere migranten of vluchtelingen in noordelijke voorsteden van Rome.

James diende wel vier keer te verhuizen. "De tweede plaats waar ik naartoe verhuisde had drie slaapkamers, twee badkamers en een woonkamer. Dit klinkt misschien gezellig en relatief comfortabel, maar we woonden er met vijftien personen en mijn bed was een bank."

"Ik wil niet klagen. De Nigeriaanse gemeenschap heeft me zeer goed opgevangen. Ook mensen uit andere Afrikaanse landen die ik in deze periode heb ontmoet en met wie ik kamers heb gedeeld zijn echte vrienden. Zo heb ik me tenminste nooit alleen gevoeld", verklaart hij.

Tijdens zijn leven in Italië was James ook afhankelijk van de financiële hulp van één van zijn broers die in een ander Afrikaans land dan hun thuisland Nigeria leeft. "Ik weet dat het vreemd klinkt, en ik ben daar ook niet trots op. Migranten sturen doorgaans geld op naar hun achtergebleven familie, maar in mijn geval was het omgekeerd."

Hij wijst er op dat ook vele anderen net als hij gelijksoortige moeilijke omstandigheden te verduren kregen. In 2013, acht jaar na zijn aankomst in de EU, vond James werk in een kruidenierszaak. Hij heeft daar wel een stabiel salaris en meer onafhankelijkheid, maar wijst er toch op dat hij 35 euro krijgt voor tien uur werk per dag: een schending van het minimumloon van de secotr, van het arbeidsrecht en de sociale bescherming.

Hij heeft zich echter bij die situatie neergelegd omdat hij nog steeds vreselijke herinneringen heeft aan zijn levensomstandigheden toen hij sokken verkocht op straat. Nu hij een 'permesso di soggiorno' (verblijfsvergunning) heeft gekregen, liet James zich registreren als werkzoekende. Hij heeft er echter weinig vertrouwen in. "Veel van mijn vrienden proberen ook vruchteloos langs deze weg aan een baan te komen."

Dat hij desondanks in Italië blijft, heeft ook te maken met de politieke onrust en de schendingen van de mensenrechten in Nigeria. In zijn rapport 2014/2015  schreef Amnesty International hierover: "Er werden misdaden tegen het internationaal recht en grove schendingen van de mensenrechten gepleegd in beide kampen van het conflict tussen het Nigeriaanse leger en Boko Haram. Foltering en mishandeling door politie en soldaten waren wijdverbreid. De vrijheid van meningsuiting werd beperkt. De doodstraf werd nog steeds uitgevoerd."

Bron: A Question of Honour for a Nigerian Migrant