about
Toon menu
Opinie

Wat Jan niet doceert, zal Jantje niet leren

Professor Jan De Maeseneer vroeg zich vorige week in de De Standaard af wat er aan de hand is met zijn studenten geneeskunde. Deze bleken immers steeds meer op te schuiven naar (extreem) rechts en waren zeer sterk overtuigd dat wie geen succes heeft, het aan zichzelf te wijten heeft. Onderwijsdeskundige professor Orhan Agirdag wijt dit aan de eindtermen en de meegegeven kennis over ongelijkheid.
donderdag 25 februari 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Ook het feit dat er nauwelijks studenten van etnisch-culturele minderheden in het auditorium zaten, kwam volgens hen doordat ze onvoldoende hun best deden. 
 
Ik herken heel goed wat collega De Maeseneer beschrijft: het individueel schuldmodel is dominant geworden. Maar ik begrijp ook de reactie van William Marcelis, praeses van de Vlaamse Geneeskundige Kring, wanneer hij stelt dat geneeskundestudenten negatief in de kijker kwamen door het opiniestuk. Ik heb het geluk om les te geven aan studenten van bijna alle faculteiten en ik kan bevestigen dat wat collega De Maeseneer beschrijft niet enkel beperkt is tot de geneeskunde. Het is een maatschappelijke trend en onze universiteiten bevinden zich in de maatschappij. De vraag is wat we eraan kunnen doen.
 
De voorbije weken is het debat over de eindtermen van start gegaan en dit kan een belangrijk aanknopingspunt zijn. De meningen over wat de toekomstige generaties moeten kennen en kunnen wisselen elkaar af. Sommigen vinden dat we meer moeten inzetten op wetenschap en technologie, in functie van de veranderende arbeidsmarkt. Anderen vinden dat er meer aandacht moet gaan naar burgerschapsvorming, in functie van de veranderende maatschappij.

Functionalisme

Wat hierbij opvalt is dat het onderwijs blijkbaar altijd in functie van de samenleving moet staan. Dit lijkt heel onschuldig, maar hieronder schuilt een functionalistische ideologie die het onderwijs reduceert tot louter een middel. Niet alleen gaat men zo voorbij aan de intrinsieke waarde van het leren, maar het onderwijs wordt ook geframed als een slaaf van de bestaande maatschappelijke orde. Een nefast gevolg hiervan is dat de bestaande orde (en haar fundamentele onrechtvaardigheden) zelf niet in vraag wordt gesteld. Daarom is het ‘kritisch denken’ dat we op school aangeleerd krijgen vaak beperkt tot kritisch denken binnen de lijnen van de bestaande orde.
 
Bovendien gaan de eindtermen voornamelijk over hoe we individuele leerlingen moeten voorbereiden op hun toekomstig professioneel en sociaal leven. Dat is ook nodig, maar de vraag is of we de toekomstige generaties ook niet moeten informeren over datgene wat zich in het onderwijs zelf afspeelt? Bijvoorbeeld, moeten we niet onderwijzen waarom onderwijsongelijkheid bestaat? Waarom deze ongelijkheden in andere landen minder uitgesproken zijn dan bij ons? Waarom onze lerarenteams bijna uitsluitend wit zijn? Waarom leerlingen geprezen worden voor het spreken van Engels, en gestraft worden voor het spreken van Turks? Met andere woorden, waar blijven de eindtermen over het onderwijs zelf?

Individueel schuldmodel

Hoe de ongelijkheden die collega De Maeseneer beschrijft tot stand komen, behoort niet tot de leerstof. Bij gebrek aan onderbouwde kennis over onderwijsongelijkheid, vallen studenten terug op het individueel schuldmodel. Dat bijvoorbeeld hun ‘capaciteiten’ of ‘talenten’ doorslaggevend zouden zijn of dat mensen die het niet halen niet voldoende ‘hun best hebben gedaan’. Uit onderzoek weten we echter dat dit meritocratisch ideaal slechts een halve waarheid is: leerlingen en studenten uit minder geprivilegieerde gezinnen presteren ondermaats, zelfs wanneer ze heel slim zijn, zelfs wanneer ze thuis Nederlands spreken en zelfs wanneer ze zeer gemotiveerd zijn.

Maar doordat de kennis over dergelijke processen geen deel uitmaakt van de eindtermen, weten alleen experten dat. Onze studenten aan de universiteit hebben doorgaans ook nog niet geleerd over sociale en culture uitsluiting (die ze verwarren met luiheid) en ze hebben nog niet geleerd over hun sociale privileges (die ze verwarren met begaafdheid). We kunnen studenten geneeskunde of andere studenten dus niet de schuld geven, want we hebben hen niet beter onderwezen. Gedurende heel hun onderwijsloopbaan is er amper wetenschappelijk kennis over de onderwijsprocessen zelf aan bod gekomen. Wat Jan niet doceert, zal Jantje niet leren.
 
Mijn ervaring is dat wanneer we met wetenschappelijk onderbouwde kennis duidelijk maken waarom het individueel schuldmodel niet klopt, onze studenten ook wijs genoeg zijn om vraagtekens te plaatsen bij deze ideologie.  Maar één college aan het hoger onderwijs is wellicht niet voldoende. Dus evengoed geldt: wat Jantje niet leert, zal Jan niet kennen. 

Reflexief onderwijs

Een mogelijke maatregel is dus een plaats geven aan wat ik sociaal-reflexief onderwijs noem binnen de eindtermen. Leerlingen moeten leren over de uitsluitingen en privileges binnen het onderwijssysteem. Maar ook aan de universiteit moeten we hierover durven te onderwijzen. Want enkel als we de toekomstige generaties academisch bewust kunnen maken van de minder leuke kanten van het onderwijs en de samenleving, kunnen we deze op termijn ongedaan maken.


Professor Orhan Agirdag, Onderwijswetenschapper verbonden aan KU Leuven en Universiteit van Amsterdam

reacties

8 reacties

  • door spacemonkey op vrijdag 26 februari 2016

    De 21ste-eeuwse persoonlijkheid bezwijkt aan oververhitting, ontstaan door een teveel van het gelijke. Deze cultuurkritische en filosofische stelling werkt de Koreaanse denker Byung-Chul Han uit in zijn controversiële bestseller 'De vermoeide samenleving.

    De machtstechniek van het neoliberalisme is niet langer ‘panoptisch’, niet langer disciplinerend en controlerend van buitenaf. We worden niet langer vanuit een wachttoren in de gaten gehouden en bestudeerd. We geven onszelf immers ongevraagd en ongegeneerd bloot op de sociale media.

    Eigenlijk zou dit bijna verplichte lectuur moeten wezen. Immers veel van wat er in de nieuwe digitale zogenaamde vrije maatschappij gaande is, wordt ontzenuwd en komt in een klaar *perspectief* te staan. Ook de in het artikel aangehaalde en dus heersende mentaliteit tussen de z.g.n. jonge leeuwen , zij die het moeten gaan maken ?, is in die context , verontrustend.

    Uiteindelijk lost het probleem zichzelf wel op, te laat echter. Mensen zijn minder zelfredzaam en worden met de minuut significant dommer. Hun kennis, informatie en de beschikbaarheid ervan is niet meer op ontwikkeling van eigen vermogens gebaseerd. Het geheugen en georganiseerd (abstract) denken in tijd ruimte neemt schrijnende vormen aan. Met een druk op de knop er weer bovenop ? Als er electriciteit is, adapters,internet,tablet, pc etc. De toekomst is aan de idioten zoveel staat vast.

    Spacemonkey

    • door Wilbert Lambrechts op zondag 28 februari 2016

      Dit artikel is een heel typisch artikel over eindtermen en nog typischer is het voor een artikel over eindtermen van een zogenaamde onderwijsdeskundige. De eindtermen deugen niet, maar ze moeten verbeterd worden. Worden de eindtermen zelf niet in vraag gesteld? Dat is nooit gebeurd, noch bij de invoering ervan, noch nu in het huidig debat. Is er ruimte voor leraren die zelf iets met hun leerlingen willen aanvangen en zo het eigen denken, ontwikkelen en de creativiteit van hun leerlingen kunnen aanwakkeren? Eindtermen maken zelf deel uit van het neoliberaal denkkader, ze moeten het onderwijs managen en controleerbaar maken ter bevordering van competitiviteit. Zij zijn zo uitgebreid geworden en onhanteerbaar geworden dat leraren er ofwel niet meer aan beginnen, het liefst zouden ze stoppen, of ze worden vermoeid, oververmoeid, uitgeblust en uitgebrand of helemaal depressief, klaar voor langdurig ziekteverzuim. Voor vernieuwing, inspiratie, bijscholing, onderzoek: geen zin meer. Niet moeilijk om te raden wat er dan met leerlingen gebeurt. Dit zal niet veranderen door eindtermen weer wat op te poetsen en in te krimpen, het is net als met een kanker bestrijden. Binnen enkele jaren staan we weer terug op af. Het eerste wat we zouden moeten doen is ons niet langer bemoeien van buitenaf met de inhoud en de controle van het onderwijs, maar dat overlaten aan diegenen die het zelf doen: de leraren in de eerste plaats ernstig nemen en hen niet alleen bekijken als uitvoerders en nuttige machines, en dat in overleg met de betrokken ouders en in de mate van het mogelijke de leerlingen. Wetgeving schrappen, externe controle opheffen, geen bemoeienis meer van buitenaf: dat is de boodschap. Eindtermen zijn geen geschikte techniek om de kwaliteit te bevorderen.

  • door Alexandra op zaterdag 27 februari 2016

    Scholen en universiteiten hebben nooit gediend om het kritisch denken te stimuleren. Met afwijkende meningen scoor je geen hoge punten. Geniën als Einstein werden van school gebonjourd. Men kweekt er eerder papegaaien die goed in staat zijn de cursus na te kakelen. Of kakelen papegaaien niet?

    • door Frank Roels op dinsdag 1 maart 2016

      Verontschuldig mij, maar dat is cafépraat. Natuurlijk zijn er vakken waar geheugenwerk essentieel is. En zijn er verschillen tussen faculteiten en universiteiten. Dat zeer jonge studenten reeds wetenschappelijk werk moeten verrichten, waar twijfel en kritiek deel van uitmaken, geeft aan dat het hoger onderwijs de belangrijkste plaats is waar kritisch denken wordt ingeoefend (naast sommige vakken in de goede secundaire scholen). Heeft Alexandra persoonlijk daarover een negatieve ervaring?

      • door Alysa op woensdag 2 maart 2016

        "Scholen en universiteiten hebben nooit gediend om het kritisch denken te stimuleren. Met afwijkende meningen scoor je geen hoge punten." Ik zou de mening van Alexandra toch niet zomaar afdoen als slechts cafépraat of zoiets, ik heb al regelmatig gesproken met hoger opgeleiden van rond de veertig; ouder en jonger en nu vooral wanneer ik praat met een jonge mens die universiteit of hogeschool volgt of volgde van rond de twintig merk ik toch dat zij mogelijk wel kritisch denken, doch enkel binnen een bepaald stramien, blijkbaar dat van de min - of meer staatsgeregelde neoliberale ideologie(en) of is 't andersom, kritisch denken wordt dan wel (mogelijk) aangeleerd binnen 't middelbaar onderwijs en/of hoger onderwijs, doch wat mij betreft bevredigd dat mij niet; leerlingen en studenten moeten dan wel wetenschappelijk onderzoek verrichten, doch het (te) weinige kritische denken dat ze daar (maar) aangeleerd krijgen is wat mij betreft dus onvoldoende.

        Zelf raad ik steeds aan aan jonge (en wat oudere) mensen om toch maar boeken te gaan lezen en wanneer je niet in staat bent deze te kopen om toch maar lid te worden van een (openbare) bibliotheek , daarbinnen vindt je boeken genoeg die het kritisch denken aanmoedigen, school en of hoger onderwijs kan dan wel een plaats zijn waar het kritisch denken wordt aangemoedigd, doch, een écht kritisch denker wordt je pas na het lezen van meerdere boeken en dan nog moet je oppassen om niet zoals de grote maatschappelijke meerderheid te gaan denken, want ook al denk je dat je kritisch genoeg denkt, je individueel genoeg bent om op het gebied van (maatschappelijk) kritisch (te) denken sterk genoeg staat, dan nog kan 't zijn dat je je in een of meerdere gedachtenstromen laat meeslepen zodat wanneer je dan bv. thuiskomt na een

      • door Alysa op woensdag 2 maart 2016

        intellectueel debat je min of meer moét vaststellen van: "ik heb mij hier min of meer intellectueel in de luren laten leggen"! (overigens is mij dat meermaals persoonlijk overkomen).

  • door Fanny Matheusen op maandag 29 februari 2016

    Dankje, Orhan, voor je reactie, waar ik me helemaal in kan vinden. Het is noodzakelijk dat we in de spiegel leren kijken en afstappen van het idee dat dit de enige mogelijke vorm en inhoud van onderwijs kan zijn. Martha Nussbaum en lang voor haar Rabindranath Tagore gaven al aan dat als we onderwijs willen dat mensen vormt voor een toekomst in/voor deze wereld er andere waarden en normen, maar ook andere lesinhouden en interactiestijlen aan de orde zijn. Fundamenteel vertrekkend vanuit een ander mensbeeld ook. Want het individuele schuldmodel dat je aanhaalt, is zo'n element van een doorgedreven autonomiedenken. Terwijl er heel andere visies leven en ook onderzocht zijn: lees er Cigdem Kagitcibasi en Carol Gilligan bv. op na. Maar deze auteurs zijn niet gekend en worden niet onderwezen noch in het secundair noch in het hoger onderwijs. Waarom? Docenten zelf hebben er geen weet van en zitten vast in hun eigen witte privileges waardoor ze de kennis die ze hebben en doorgeven als de enige mogelijke kennis zijn gaan zien. Dat moeten we openbreken! Dat zal niet lukken met alleen andere kennis aan te bieden, maar vooral door een ander bewustzijn te stimuleren. Ik geloof in deze dus niet louter in superinteressante lezingen, maar vooral ook in ietwat shockerende ervaringen opdoen. Het conflict opzoeken om ervan te leren. Laat ons daar in investeren bij studenten én docenten in het secundair én in het hoger onderwijs.

  • door Frank Roels op dinsdag 1 maart 2016

    Zeer nuttig artikel. De verklaring van de situatie vh onderwijs en de eindtermen is m.i.: noch de overheid, inrichtende machten noch het bedrijfsleven wensen dat de scholen broeihaarden zijn van revolutie of stakingen of andere maatschappijmodellen. Huidige regeringen, EC en bedrijfsleven zien het onderwijs inderdaad als een dienende actor, die de groei van het BNP en de bedrijfswinsten moet helpen realiseren. Uitleggen dat lagere inkomens en lagere diploma's ongunstig zijn voor de volgende generaties, is opruien tot ontevredenheid. Daarvoor dient het onderwijs toch niet! (is de opvatting). Ook de Kerken en gelovigen zijn niet voor opstandigheid (met uitzonderingen: de pastoor van Zeebrugge, en bisschop Romero - die heeft het geweten).

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties