about
Toon menu

Brand in textielfabriek Bangladesh. Nieuw drama nipt vermeden

Er brak brand uit in een fabriek in Bangladesh die kleren maakt voor onder meer H&M. Er zijn voorlopig geen meldingen van dodelijke slachtoffers maar dat komt vooral doordat de 6000 werknemers pas een uur later aan de slag zouden gaan.
woensdag 3 februari 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

De brand brak uit om halfacht in de ochtend. De 6000 werknemers waren dan nog niet begonnen aan hun werkdag. Op de beelden zie je wel mensen uit het raam springen. Het gebouw was dus niet helemaal leeg. Het duurde vier uur voor de brandweer de brand onder controle kreeg. Op 29 januari brak er ook al een kleinere brand uit.

Het bedrijf kreeg in 2014 de controleurs van de Alliance for Bangladesh Worker Safety over de vloer. Ze stelden vast dat er te weinig nooduitgangen, brandblusapparaten, rookalarmen en brandvrije deuren waren. Ook de elektriciteit in het gebouw was van povere kwaliteit. Er volgden nog controles en telkens luidde het oordeel dat er te weinig gedaan werd met de kritische opmerkingen. Toch gaf H&M deze onderaannemer een zilveren label.

Vorige week nog trokken werknemersorganisaties aan de alarmbel. Liana Foxvog van het International Labor Rights Forum zei toen: “Als antwoord op onze bezorgdheden probeerde H&M de klanten gerust te stellen met de melding dat de leveranciers adequate nooduitgangen hebben. Maar H&M kwam niet met bewijs over de brug dat dat ook werkelijk zo is. H&M mag dankbaar zijn dat hun zelfgenoegzaamheid nog niet resulteerde in nieuwe dodelijke rampen.” Dinsdag had die ramp kunnen gebeuren, mocht de brand een uur later uitgebroken zijn.

In 2013 kwamen 1.133 werknemers om het leven toen de fabriek Rana Plaza instortte. Het Accord on Fire and Building Safety in Bangladesh dat toen werd afgesloten tussen vakbonden en kledingmerken leverde niet het gewenste resultaat op. “Voor de grote meerderheid van onze fabrieken ligt het herstel achterop. In veel te veel fabrieken zelfs ver achterop”, zei Rob Ways, directeur van het Accord eind vorig jaar.

H&M en andere grote merken werden vorige week nog in verlegenheid gebracht door een rapport van de ngo India Committee of the Netherlands. Daaruit bleek dat 80 procent van de textielarbeiders in Bangalore migranten zijn. Zij worden ondergebracht in hostels waar ze constant in de gaten worden gehouden door mannelijke bewakers die hen strenge regels opleggen. De arbeidsters mogen bijvoorbeeld behalve om te gaan werken maar twee uur per week hun hostel verlaten. Die praktijken werden vastgesteld in een onderaannemer die niet levert aan H&M.

Het bedrijf dat wel kleren maakt voor H&M huisvest enkel mannen. In één van die hostels slapen de mannen op stapelbedden in grote hallen. Er is één badkamer per 14 werknemers.