Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Boekrecensie

Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn?

"Zeker nu de arbeidersbeweging steeds meer in het oog van de storm staat en menige sociale verworvenheid in de gevarenzone komt, kan het geen kwaad om dat verleden opnieuw op te rakelen en tot zijn recht te laten komen", schrijft Jaak Brepoels in de inleiding van zijn monumentale, zeer leesbare geschiedenis van de Belgische arbeidersbeweging. Een naslagwerk van formaat.
donderdag 24 december 2015

Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn? Die archaïsch vragende versregel van Napoleon Destanberg heeft intussen al 38 jaar geschiedenis geschreven, want hij is onverbrekelijk verbonden met het historisch werk van Jaak Brepoels.

Ik vond het tweede deel van ‘Anderhalve eeuw arbeidersstrijd in België’ onlangs in de Borgerhoutse kringwinkel. Deze lijvige kroniek van de arbeidersstrijd in de jaren 1966-1980 kocht ik daar voor exact 0,50 euro, inclusief de prachtige coverkarikatuur van GAL.

Het eerste deel ben ik kwijt gespeeld. Jammer, want dat is intussen een hebbeding geworden. Dat verscheen al in 1977 en was het collectief werk van enkele maatschappijkritische auteurs. Ook in datzelfde jaar verscheen voor het eerst de Onderwijskrant waaraan de Aktiegroep Kritisch Onderwijs (AKO) en leraar en onderwijswinkelier Jaak Brepoels meewerkten.

Zo leerde ik als AKO’er het latere sp.a-gemeenteraadslid en schepen van de stad Leuven kennen. In die periode werden er verscheidene pogingen gedaan om op een vulgariserende manier elementen van de sociaal-economische geschiedenis in beeld te brengen.

 

Sommige auteurs van dat werk waren echter meer bekommerd om het doorgeven van hun ideologische visie en minder om de historische degelijkheid. Dat kon niet gezegd worden van ‘Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn?’ dat vanaf 1981 alleen door Jaak Brepoels werd verder gezet. In 1988 verscheen bij Kritak voor het laatst nog een volledig herziene versie en sindsdien verdween het boek in de ramsj.

Historische krachtproef

En nu, 27 jaar later, doet Brepoels die historische krachtproef nog eens over en verschijnt een kanjer van 655 bladzijden waarin de geschiedenis van de Belgische arbeidersbeweging sinds de onafhankelijkheid van België tot op vandaag wordt geschetst.

Jaak Brepoels (leuven.s-p-a.be)

Jaak Brepoels schrijft in zijn inleiding dat hij zich, zeker voor het laatste deel dat hij laat beginnen in het scharnierjaar 1989, op het gevaarlijke pad begeeft van de contemporaine geschiedschrijving. Hij is immers de chroniqueur van een tijd die hij zelf op een geëngageerde manier beleeft.

Hij schrijft: ‘Historici deinzen er vaak voor terug om gebeurtenissen te analyseren die ze zelf bewust hebben meegeleefd, als tijdgenoten hebben waargenomen of waar ze zelfs geëngageerd aan deelgenomen hebben, zoals de schrijver dezes.’ (p. 12).

Gelukkig is Brepoels hiervoor niet teruggedeinsd. Het boek bestaat nu uit vijf delen waarvan twee voornamelijk de 19de eeuw omspannen ‘Ontwaakt verworpenen der aarde’ (1830-1876) en ‘De arbeidersmacht groeit’ (1885-1914), twee de 20ste eeuw ‘Macht en onmacht’ (1914-1940) en ‘Tussen hamer en aambeeld’ (1940-1960)) en het laatste deel dat op de wip zit tussen 20ste en 21ste eeuw  'Welvaartsstaat en een economische crisis’ (1960-2015).

Waardevol naslagwerk

Ik heb vooral naar de laatste honderd bladzijden gekeken - dit boek is voor mij in de eerste plaats een zeer waardevol naslagwerk - waarin de auteur vertrekkende van het scharnierjaar 1989 eerst de internationale maatschappelijke context schetst om vervolgens dieper in te gaan op de Belgische situatie.

Scharnierjaren zijn boeiende, maar vaak duizelingwekkende jaren, vertigo years, het orgelpunt van maatschappelijke trendbreuken die zich naar de oppervlakte wringen en ineens voor iedereen duidelijk worden. Brepoels toont ook aan dat scharnierjaren zich niet in afgeronde decennia laten wringen.

Zo schrijft hij over de nieuwe sociale bewegingen in België: ‘De jaren tachtig gaven de doorbraak te zien van zogenaamde nieuwe sociale bewegingen waarvan de wortels in de contestatiebeweging van de jaren zestig lagen. Zij profileerden zich rond thema’s die ver lagen van de bekommernissen van het traditionele verenigingsleven of bestaande partijen: milieu inspraak, vrouwenemancipatie, de derde wereld en de bewapeningswedloop. De keuze van hun aandachtspunten viel op, ze bleven buiten de zuilen, en hun losse spontane organisatie en ongewone actievormen waren vernieuwend.’ (p. 504).

Recurrenties

De samenwerking met AMSAB, leverancier van boeiend historisch fotomateriaal, geeft aan dit boek zeker nog een meerwaarde. Foto’s van betogingen, vaak in Brussel vormen een leidraad doorheen heel het boek. Het is ook opvallend dat er zich vaak recurrenties voordoen of, anders gezegd, dat de sociale strijd en revindicaties van vandaag zeer veel overeenkomst vertonen met die uit het verleden.

Dat is zeer opvallend voor deel V ‘Welvaartstaat en een economische crisis (1960-2015) dat begint en eindigt met de foto van een betoging. Vakbondslieden dragen spandoeken met karikaturen van het ‘joeng’ Verhofstadt en de politicus met de grootste bril van België met daarop ‘Wilfried blijf uit onze zakken ga het bij de rijken pakken’ en de laatste foto’s van het boek van De Grote Parade Hart Boven Hard van 29 maart 2015 waar oude en nieuwe sociale bewegingen, oud-strijders als een Eric Corijn en nieuwkomers als een Wouter Hillaert, samen achter het spandoek ‘Er is wel een alternatief! Oui, il y a une alternative!’ lopen. Dit is een hoopvolle boodschap.

‘Zeker nu de arbeidersbeweging steeds meer in het oog van de storm staat en menige sociale verworvenheid in de gevarenzone komt, kan het geen kwaad om dat verleden opnieuw op te rakelen en tot zijn recht te laten komen.’ Dat schrijft de auteur zelf en ik kan dat volkomen beamen. Er is een post ’68-generatie op haar eigen manier zeer creatief en geëngageerd bezig.

Dat is merkbaar in de vele initiatieven van Ringlanders, Ademlozers, stRaten-generaals, Movement X'ers, Ecokotters, Occupy’ers en Common-activisten, stadstuiniers, zaden- en tijdbankiers, window farmers, couchsurfers, co-housers, hacktivisten, LETS’ers, repair-caféhouders, geefwinkeliers, transitie- en buurtgroepen, BOEH-vrouwen, coöperanten, betonne jeugd, G-1000’ers en Hart boven Hard’ers. Zij gaan ertegen aan, voor kleine en/ook zeer grote doelen.

Dat bleek nog maar eens uit de afgelaste klimaatbetoging die in no time 14.000 deelnemers op de been bracht in Oostende. ‘Burgers moeten beleidsmensen de juiste richting uitsturen’ zei initiatiefneemster Nathalie Eggermont. Dat is juist, maar die burgers moeten zich ook op grote schaal organiseren om een vuist te kunnen maken. Dat is nu juist de belangrijkste les uit ‘Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn’. 

Klein en groot verzet

Op een ogenblik dat het ‘klein verzet’ van onderuit in de lift zit, moet zeker de link gelegd worden met ‘het groot verzet’ van de arbeidersbeweging dat zijn historische rol heeft gespeeld en die nog steeds op een eigentijdse wijze moet verder zetten. Brepoels is erin geslaagd om met zijn soepele pen op een zeer toegankelijke manier ‘een’ geschiedenis van de Belgische arbeidersbeweging - dat lijkt me minder apodictisch dan ‘de’ - weer te geven. Het is niet alleen de bekroning op het werk van Jaak Brepoels, maar ook van de samenwerking met André Van Halewyck, die zijn uitgeversloopbaan begon en afsluit met ‘Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn?’.

Jaak Brepoels, Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn, de geschiedenis van de Belgische arbeidersbeweging 1830-2015, Van Halewyck, Leuven, 655 blz. ISBN 9789461314277

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

3 reacties

  • door Alexandra op vrijdag 25 december 2015

    Waar ik het altijd lastig mee heb, is dat het Europese werkvolk met al de goede manifestaties en organisaties er eind jaren dertig ook niet in geslaagd is het fascisme een halt toe te roepen. Dat fascisme is hoofdzakelijk in de pan gehakt door het heldhaftig optreden van de Russen en de Chinezen. Nu opnieuw beschouw ik de politiek van de bestaande bewegingen als ver naast de kwestie en totaal niet in machte om enige reële wijziging in Europa op gang te brengen, verdwaasd en blind.

  • door Jan Willems op vrijdag 25 december 2015

    Ik begrijp hoegenaamd niet dat mensen die zich modern of postmodern noemen, beweren dat het volkomen zinloos is om nog aandacht te hebben voor het verleden, voor geschiedenis. Wat een hypernaïeve gedachte, zeg! Het tegendeel is waar! De problemen waarmee we vandaag de dag worden geconfronteerd, zijn deze ochtend niet bij het ontbijt uit de lucht gevallen.

    Daarom is het een schitterend idee dit boek opnieuw uit te geven. Ook ik was verdorie de eerste uitgave kwijt gespeeld bij een verhuis. Iedereen die het met zichzelf meent en met de groep waartoe hij behoort, moet dit boek lezen. Omdat de gewone vrouw en man de geschiedenis maken, maar de elite de geschiedenis schrijft, heel dikwijls met de verdraaiing van wat er werkelijk is gebeurd.

    Zoals de welbekende Britse journalist Robert Fisk onlangs nog aan MO Magazine (4 december) stelde: “Vandaag zijn we zo verslaafd aan wetenschap, internet, blogs, websites, tijd, e-mail, twitteren en twatteren, dat we lijken te vergeten dat problemen van generaties aangepakt moeten worden met de taal van de geschiedenis, niet met flauwe psychobabbels.”

    • door Alexandra op dinsdag 29 december 2015

      @Willems: Ik weet niet tegen wie u zich zo kwaad maakt, maar ik ben het alleszins met u eens dat een grote kennis van de geschiedenis alleen maar kan bijdragen aan een beter besef omtrent de huidige toestand.

      Waar ik in mijn vorige reactie bijvoorbeeld op doelde, is dat een kennis van de vroegere successen van de arbeidersbeweging nog niet betekent dat er vandaag geen andere manieren van doen nodig zijn, aangezien het fascisme in WOII niet werd tegengehouden door die beweging, althans niet in Europa.

      Het begrip omtrent de verbanden met het verleden is vandaag nog kleiner dan ten tijde van de vooravond van WOII, gewoon al omdat WOII al 70 jaar is geleden, terwijl WOI toen nog fris in het geheugen zat.

      De arbeidersklasse is vandaag compleet geïndoctrineerd en verdwaasd, loopt recht in de armen van het nieuwe fascisme en een alternatief is nauwelijks of niet aanwezig. Allemaal weinig zaken om vrolijk van te worden, zeker met de kennis in het achterhoofd dat het zelfs toen in Europa niet is gelukt om de fascistische opgang tegen te houden, op het moment dat er nog enigszins een bewustzijn en organisatie aanwezig was. Jammer dat in 70 jaar tijd in plaats van méér bewustzijn, door erg doortastende propagandamiddelen net het omgekeerde is bewerkstelligd.

      Tot slot, een bron mbt geschiedenis die ik erg waardeer: http://www.jacquespauwels.net/ Die man heeft zeer interessante boeken geschreven over wie sinds WOII in feite het fascisme van de Duitsers verder heeft voortgezet, met name het grootkapitaal van de VS, dat zijn dictaten oplegt aan het Europees kapitaal en de Europese politiek.

      Zonder een goed begrip van deze verhoudingen in de huidige situatie sinds WOII, riskeert men mee te lopen in allerhande verhalen die nogmaals enkel de VS, die het nieuwe fascisme vertegenwoordigen, goed uitkomen.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties