Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Legitimiteit vakbond zal altijd véél hoger zijn dan die van politieke partijen

Vakbonden en politieke partijen hebben enkele zaken gemeen. Zo worden hun vertegenwoordigers verkozen via verkiezingen. Om tijdens de daaropvolgende legislatuur de vinger aan de pols te houden organiseren ze congressen. Het zijn twee argumenten om beide organisaties een bepaalde mate van legitimiteit te gunnen, onder de bevolking én onder de leden.
dinsdag 22 december 2015

Legitimiteit door verkiezingen

Politieke legitimiteit houdt in dat onder de bevolking een wijdverspreid geloof bestaat dat zij die de macht hebben de juiste mensen zijn om het land te regeren en de juiste beslissingen te nemen.

In België krijgen politieke partijen die politieke legitimiteit dus aangemeten via de uitslag van de verkiezingen. Voor wat politieke verkiezingen betreft kent België een opkomstplicht voor elke kiesgerechtigde Belg in België. Bij de federale verkiezingen geldt dit ook voor Belgen die in het buitenland wonen.

Bij volmacht stemmen en blanco of ongeldig stemmen zijn toegestaan. Wie niet stemt begaat een overtreding en riskeert een berisping of boete van de correctionele rechtbank. Kiezen is met andere woorden verplicht.

De sociale verkiezingen, waarbij  de werknemersvertegenwoordigers van vakbonden gekozen worden, geven daarentegen ‘stemrecht’. Iedereen kan gaan stemmen maar er is geen verplichting.

Opkomst

Een belangrijke maatstaf voor de legitimiteit is de opkomst bij verkiezingen. Ivan De Vadder schrijft in zijn boek ‘The power people’ het volgende:

Bij de verkiezingen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers van 2014 stemden 1.256.219 ingeschreven kiezers niet, of ze stemden ongeldig. Dat is 15.7 procent van alle ingeschreven kiezers.[…] Wanneer De Maesschalck [1] deze groep niet-stemgerechtigden bij de niet-kiezende ingeschreven kiezers telt, bedraagt het aantal meerderjarigen dat geen (geldige) stem uitbrengt 2.136.712. Dat is 24.1 procent van de stemgerechtigde bevolking.

De website Informatie en Diensten van de Overheid liet na de sociale verkiezingen van 2012 het volgende weten: 799.705 kiezers namen deel aan de verkiezingen voor de raden (participatiegraad van 70,2  procent) en 883.976 kiezers hebben deelgenomen aan de comité-verkiezingen (deelnamepercentage van 71,9 procent).

Welke organisatie heeft de grootste  legitimiteit, de politieke met stemplicht of de vakbond met stemrecht?

Er zijn nog 18 landen in de wereld waar men stemplicht kent.[2] Voor Europa zijn dat Cyprus, Griekenland, Luxemburg, Liechtenstein, Zwitserland en Turkije [3]. Enkel de drie eerste in deze lijst en België nemen ook deel aan de Europese verkiezingen.  In het lijstje van landen waar er stemrecht is, maar geen stemplicht, scoorde Malta tijdens de Europese verkiezingen van 2014 nog 74.8 procent qua opkomst. Het resultaat van de tweede, Italië, lag met 57.22 procent al heel wat lager.[4]

europese verkizingen 1979 tot 2014

Gemiddeld lag de opkomst voor de Europese verkiezingen in 2014 op 42.61 procent. In 2009 was dit cijfer ongeveer hetzelfde met 42.97 procent.[5] Bovendien zie je ook dat de opkomst bij verkiezingen, in dit geval de Europese, tussen 1979 en 2014 quasi hetzelfde blijft, of eerder daalt dan stijgt.

Je kan dus stellen dat landen waar er stemrecht is doorgaans de 70-procent-drempel niet halen. Is het niet op korte termijn, dan wel na verloop van tijd.

opkomst europese verkiezingen

Op dit moment ligt de opkomst bij politieke verkiezingen, mét stemplicht, en die van sociale verkiezingen, mét stemrecht, in België binnen dezelfde grootorde. Je kan dus op basis van opkomst niet stellen dat de ene meer legitimiteit heeft dan de andere.

Wat je wel kan doen is veronderstellen dat in de vergelijking de legitimiteit van het aandeel met stemrecht een hogere legitieme waarde heeft dan die met stemplicht. Net omwille van het al dan niet verplichtende karakter en de opkomst die ermee gepaard gaat.

Democratische legitimiteit

Een democratische legitimiteit bestaat uit drie delen waarvan de eerste de verkiezingen op zich zijn. Het tweede en derde deel, waarover het hier gaat, is afhankelijk van wat je doet met je politieke legitimiteit tijdens je legislatuur. De vraag die dan gesteld moet worden is: “Is er een mogelijkheid tot democratische sturing vanuit  de kiezer, alsook die van democratische verantwoording naar de kiezers.” Je moet dus gaan kijken hoe die twee delen van de democratische legitimiteit zich verhouden binnen politieke partijen, en hun constellaties van meerderheden, enerzijds en vakbonden met hun structuren anderzijds.

Na de verkiezingen zetten zowel politieke partijen als vakbonden hun behaalde resultaten om in mandaten waarna ze beginnen werken. Er is echter een verschil van dag en nacht wat betreft de invulling van de democratische legitimiteit tijdens de legislatuur.

Politieke partijen vinden het de normaalste zaak van de wereld dat hun politieke legitimiteit op eenzelfde niveau blijft tussen twee verkiezingen in. Zij bepalen het beleid, zonder bijsturing door de kiezer en zonder dat ze an hen verantwoording moeten afleggen.

Nochtans zijn er genoeg voorbeelden die bewijzen dat de kiezer het lang niet altijd eens is met de beslissingen die worden genomen. Het meest spraakmakende voorbeeld was het volksreferendum over het BAM-tracé [6] in Antwerpen. Maar liefst 134.861 kwamen zonder stemplicht opdraven en het traject met de Lange Wapperbrug werd met 59,24 procent tegenstemmen naar de prullenmand verwezen. De voorstanders behaalden 40,76 procent.

De politieke meerderheid in het gemeentebestuur steunde destijds het BAM-tracé. Het volksreferendum bewees dat het resultaat van hun politieke legitimiteit niet kon worden doorgetrokken naar de democratische legitimiteit die zij zichzelf gaven in dit dossier.

Een recenter voorbeeld dat zowel de politieke als democratische legitimiteit van de politiek in vraag stelt vinden we in het netwerk van burgers dat gekant was (en nog steeds is) tegen de heropstart van de kernreactoren van Tihange 2 en Doel 3 in de euregio Maas-Rijn. Zij hebben ruim 100.0000 handtekeningen [7] verzameld om hun standpunt kracht bij te zetten. Maar ook hier kozen onze politici om dit gegeven naast zich neer te leggen.

Burgerinitiatieven

Een burgerinitiatief is in de Nederlandse politiek [8] een voorstel dat een kiesgerechtigde, met ondersteuning van 40.000 handtekeningen, kan indienen om een bepaald onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te laten plaatsen. Indien het voorstel aan de vereisten voldoet, komt het onderwerp op de Kameragenda.

Viermaal per jaar is er de mogelijkheid voor een referendum in Zwitserland [9]. Een referendum kan worden gehouden over parlementaire besluiten of over een burgerinitiatief. Het burgerinitiatief kan gestart worden, zonder dat het parlement hierover besloten heeft en heeft als doel een (kleine) verandering van de grondwet van Zwitserland. Heeft iemand een idee, dan kan deze persoon of organisatie daarvoor zorgen dat het Zwitserse volk hierover afstemt, wanneer meer dan 100.000 handtekeningen binnen 18 maanden worden verzameld.

Ook op Europees niveau bestaat de mogelijkheid voor burgers om politieke en bestuurlijke aandacht voor hun ideeën te krijgen. Een Europees burgerinitiatief moet tenminste worden gesteund door één miljoen stemgerechtigde burgers uit minimaal 7 van de 28 EU-landen. Binnen elk van die 7 landen is ook een minimumaantal handtekeningen vereist.[10] 

Dit stelt een miljoen EU-burgers, die de nationaliteit hebben van ten minste een kwart van de lidstaten van de Unie, in staat de Europese  Commissie rechtstreeks op te roepen wetgeving voor te stellen op een gebied waar de Lidstaten bevoegdheden aan de Europese Unie hebben overgedragen.

Omgerekend naar het aantal inwoners betekent dit dat in Nederland 0.24procent van de bevolking nodig is om een burgerinitiatief te starten, in Zwitserland 1.25 procent en op Europees niveau 0.13 procent.

In België bestaat geen mogelijkheid tot wettelijk burgerinitiatief. Toch is het aannemelijk dat de opkomst tijdens het BAM-tracé, of de meer dan 100.000 verzamelde handtekeningen op zich meer, dan genoeg zijn om de democratische legitimiteit van de vraagstelling alvast hoger in te schatten, dan de democratische legitimiteit die politieke partijen zich in beide dossiers hebben aangemeten op basis van hun politieke legitimiteit.

En de vakbonden dan?

De democratische legitimiteit van vakbonden wordt constant getoetst. Ze ligt bovendien ontegensprekelijk hoger dan die van de politiek, zoals straks zal blijken.

Politieke beslissingen worden immers genomen door de politieke constellaties van meerderheden. Enerzijds zijn het enkel de eigen leden die sommige voorstellen naar waarde kunnen schatten. Anderzijds hoeven de politieke constellaties geen rekening te houden met de oppositie. Zij hoeven met andere woorden geen rekening te houden met diegenen die niet verkozen werden, maar wel een deel van de bevolking vertegenwoordigen.

Bij vakbonden ligt dat anders.

De democratische legitimiteit van vakbonden wordt constant getoetst. Ze ligt bovendien ontegensprekelijk hoger dan die van de politiek zoals straks zal blijken.

Op bedrijfsniveau

Een eisenbundel komt tot stand via dialoog tussen werknemersvertegenwoordigers en de werknemers. Die eisenbundel is vervolgens de inzet van sociale onderhandelingen.

Voordat vakbondsvertegenwoordigers een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) kunnen ondertekenen wordt het voorstel voorgelegd aan alle werknemers in bedrijf X. Of die werknemers nu aangesloten zijn bij een vakbond, of niet, dat maakt niet uit. Iedereen kan én mag gaan stemmen.

Dit pluralistisch principe en het democratisch proces zijn twee zaken die ook in andere dossiers gehanteerd worden. Bij andere dossiers denken we dan aan het invoeren van andere werkregimes of de gevolgen van een reorganisaties.

Het feit dat er dus regelmatig gestemd wordt en dat er een stemrecht is onder alle werknemers, maakt dat de democratische legitimiteit van vakbonden op bedrijfsniveau altijd véél hoger zal liggen dan die van de politiek.

Op sectoraal niveau

In verschillende sectoren worden er sectorale CAO’s afgesloten.  Ook hier wordt de democratische legitimiteit getoetst. Federale secretarissen roepen gewestelijke secretarissen en afdelingen samen om te discussiëren over de inhoud van een eisenbundel vooraleer de onderhandelingen aan te vangen. Het eisenbundel komt er nadat werknemersvertegenwoordigers de verwachtingen bij de werknemers hebben afgetoetst, en ze bespraken in hun afdeling. De feedback vanuit alle afdelingen bepaalt op het sectorale niveau vervolgens de samenstelling van de sectorale eisenbundel.

Het bereikte resultaat van de onderhandelingen wordt ter stemming voorgelegd op elk bedrijf dat een werknemersvertegenwoordiging kent binnen de respectievelijke sector. Net zoals op bedrijfsniveau kunnen ook hier weer alle werknemers hun stem uitbrengen. Of ze nu aangesloten zijn bij een vakbond, of niet. De uitkomst van alle bedrijven tezamen bepaalt vervolgens de uitkomst.

Het feit dat er een voorafgaande dialoog is, die start op de werkvloer en eindigt met het samenstellen van een eisenbundel op sectoraal niveau verhoogt de democratische legitimiteit. Het feit dat er ook hier pluralistisch gestemd wordt, vermits er een stemrecht is onder alle werknemers maar ook nog eens binnen verschillende bedrijven, maakt dat ook de democratische legitimiteit van vakbonden op sectoraal niveau altijd véél hoger zal liggen dan die van de politiek.

Op interprofessioneel niveau

Het interprofessionele niveau binnen het sociaal overleg is ietwat vergelijkbaar met het politieke. Binnen afdelingen discussiëren secretarissen en militanten eerst over de inhoud. Verschillende afdelingen bundelen vervolgens hun aanbevelingen op regionaal niveau en alles komt samen op het interprofessionele niveau.

Voordat men aan de onderhandelingstafel gaat volgen er infoavonden, waarop de nationale voorzitters het woord nemen, in de verschillende provincies. Zij leggen de eisenbundel voor. Werknemersvertegenwoordigers kunnen het woord nemen om extra aandacht te vestigen op bepaalde onderdelen. Na het interprofessionele overleg volgen er opnieuw info-avonden om de eisen te toetsen aan de realisaties. Een lijn die nadien wordt doorgetrokken tot in de afdelingen en bepaalde bedrijven.

Het verschil met het proces waarbij de eisenbundel op interprofessioneel niveau wordt samengesteld en de politieke manier van werken is dat de samenstelling bij vakbonden bottom-up gebeurt, de voorlegging top-down. Vanuit de politiek is het veelal enkel top-down, buiten dan tijdens de congressen die ook vakbonden houden.

Het feit dat er bij vakbonden een voorafgaande dialoog is, die start op de werkvloer maar via afdelingen en regio’s eindigt met het samenstellen van een eisenbundel op een interprofessioneel niveau verhoogt opnieuw de democratische legitimiteit.

Het feit dat er ook hier pluralistisch gestemd wordt, vermits er stemrecht is voor alle werknemersafgevaardigden van verschillende afdelingen binnen verschillende gewesten, maakt dat ook de democratische legitimiteit van vakbonden op het interprofessionele niveau altijd véél hoger zal liggen dan die van de politiek.

Hoe kijkt de politiek naar de democratische legitimiteit?

Er gaan binnen de politiek steeds meer stemmen op om de democratische legitimiteit van vakbonden aan banden te leggen. Zo zijn er voorstellen die een einde willen maken aan het interprofessionele en sectorale overleg.[11]

Dat de politici via deze denkpistes een stijgend aantal vakbondsleden[12] van hun democratische legitimiteit wil beroven reduceert hun eigen democratische legitimiteit opnieuw. Enerzijds willen ze de mogelijkheid tot democratische sturing vanuit  de kiezers, alsook die van democratische verantwoording naar de kiezers bij de vakbonden inperken. Anderzijds leggen ze zelf geen voorstellen op tafel om hun eigen democratische legitimiteit te verhogen.

Besluit

In de jaren volgend op de parlementaire verkiezingen mét stemplicht, ontbreekt het onze politieke partijen aan lef om de waarde van hun eigen politieke legitimiteit in vraag te stellen. Ze hoeven geen voorstellen af te toetsen bij de bevolking én doen dat bijgevolg ook niet. Van enig pluralisme is hoegenaamd geen sprake.

Hun eigen kiezers krijgen bovendien weinig kansen om zich uit te spreken over bepaalde voorstellen, zowel wat betreft ontwerp als uitvoering. Vermits er zo goed als geen toetsing is van de democratische legitimiteit kan je stellen dat de waarde van de politieke legitimiteit via verkiezingen, niet verder reikt dan de dag van de verkiezingsuitslag.

Vakbonden van hun kant kunnen rekenen op een mooie opkomst bij sociale verkiezingen, met stemrecht, en toetsen de jaren nadien hun politieke legitimiteit aan hun democratische legitimiteit.

Die manier van werken maakt van de vakbonden een organisatie die tussentijds het lef heeft om kiezers inbreng te geven, alsook de macht om bij te sturen. Omwille van die democratische principes en het pluralistische karakter dat ze hanteren, waardoor ze haar politieke legitimiteit steeds weer laat bevestigen door haar democratische legitimiteit te challengen, ligt de legitimiteit van vakbonden altijd véél hoger dan die van politieke partijen.

[1] http://www.stichtinggerritkreveld.be/samenleving-en-politiek/zoeken-in-sampol/1817

[2] http://newsmonkey.be/article/12108

[3] https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_Europese_landen

[4] http://www.europarl.europa.eu/elections2014-results/nl/turnout.html

[5] http://www.europarl.europa.eu/aboutparliament/nl/20150201PVL00021/Vorige-verkiezingen

[6]http://www.hln.be/hln/nl/957/Binnenland/article/detail/1017259/2009/10/18/Antwerpen-zegt-duidelijk-nee-tegen-Lange-Wapper.dhtml

[7] http://www.demorgen.be/wetenschap/100-000-handtekeningen-tegen-heropstart-doel-en-tihange-b07fe01a/

[8] https://nl.wikipedia.org/wiki/Burgerinitiatief_(Nederland)

[9] https://nl.wikipedia.org/wiki/Politiek_in_Zwitserland

[10] http://ec.europa.eu/dgs/secretariat_general/citizens_initiative/index_nl.htm

[11] http://www.knack.be/nieuws/belgie/open-vld-wil-sociaal-overleg-op-bedrijfsniveau-brengen/article-normal-634353.html

[12] http://www.abvv.be/web/guest/news-nl/-/article/817560/

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

6 reacties

  • door Jan Willems op dinsdag 22 december 2015

    We mogen ons echt wel eens vragen stellen over de democratische legitimiteit van het politiek bestel in dit land. Zeker, er worden om de zoveel keren verkiezingen gehouden. ‘Leve de democratie’! Of is het gewoon het ‘Carnaval der Burgers’? Door het uitbrengen van zijn stem schut de burger de kaarten, zo wordt het althans voorgesteld. Maar is dat zo? Nee! Sinds mensenheugenis wordt dit land geleid door coalitieregeringen. Omdat het volgens de regel van de meerderheid niet anders kan. Maar bij de vorming van zo’n coalitie staat de burger buitenspel. De burger de kans geven ook zijn zeg te hebben over zo’n coalitie, dat zou pas een staatshervorming zijn!

  • door hans delannoye op woensdag 23 december 2015

    ik vind dit nogal een boude bewering, zeker als je weet dat bij een aantal overheidsinstellingen zoals belgacom en nmbs al heel veel jaren geen sociale verkiezingen worden gehouden, hoe zit het daar dan met de legitimiteit ? democratisch is dat zeker niet, zeker als je ook weet dat andere vakbonden gewoon niet erkend worden. dat ligt bij politieke partijen toch wel wat anders.

    • door Sven Naessens op woensdag 23 december 2015

      Je vergelijkt de verkiezingen met elkaar enerzijds. Anderzijds hoe je in tussentijd aan besluitvorming en beleid maken doet. Het al dan niet via verkiezingen verkozen zijn is een onderdeel van de vakbonden maar niet van de vergelijking. Zo zijn er bijvoorbeeld geen sociale verkiezingen in de bouw omdat werkgevers dat niet willen én zijn er geen sociale verkiezingen in elk bedrijf, en KMO, omdat politici dat niet willen.

      • door hans delannoye op donderdag 24 december 2015

        mr. naessens, u vergelijkt, ik niet. ik stelde enkel een vraag, hoe zit het met de legitimiteit van vakbonden bij nmbs en belgacom (en misschien nog een ander aantal grote staatsbedrijven en gelijkaardige zoals de post?) ? die is m.i. nul, aangezien er gewoon geen verkiezingen zijn. het is dus met het democratisch gehalte nog veel slechter gesteld dan de politieke verkiezingen. het is zelf zo dat andere vakbonden gewoon niet erkend worden (denk maar aan de vakbond van de treinbestuurders), is dat democratisch ? mij lijkt het eerder dat de vakbonden dat niet willen, concurrentie wordt blijkbaar niet getolereerd. de bouwbedrijven (waar in de meeste minder dan 10 werknemers zijn) vergelijken met bedrijven waar meer dan 10.000 mensen (en veel meer) werken is een beetje belachelijk.

        hoe schreef alice nahon dat weer: 't Is goed in 't eigen hert te kijken .....

        • door Toondw op vrijdag 25 december 2015

          MEER democratie bij de vakbonden die hun "leden aansporen" om acties te ondernemen en ons dan komen vertellen dat hun achterban de plannen van de regering niet aanneemt!! Na rijp overleg dan nog!!!

          • door Sven Naessens op dinsdag 29 december 2015

            De tekst niet gelezen blijkbaar?

          Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties