about
Toon menu
Opinie

Zwarte piet of niet: frustratie van een gemeenschap, ritualiteit en superdiversiteit

In een periode gekenmerkt door een onzekere welvaart en een onzeker toekomstperspectief zijn rituelen en symbolen zeker niet onbelangrijk. De komst van Sinterklaas en Zwarte Piet is voor velen jaarlijks een groot feest en een certitude in een weifelend bestaan. Naast financiële instabiliteit draagt ook een spectaculair transformerende samenleving bij aan die wankele identiteit.
vrijdag 4 december 2015

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Vooral in grootsteden leven tegenwoordig meerdere culturen naast en met elkaar en kan men zich afvragen waar de grens van een cultuur overloopt in de contouren van een samenleving.

Buiten die plekken van superdiversiteit zijn er voornamelijk kleinere steden, verzamelingen van dorpen en goegemeentes waar veel minder contacten met een andere cultuur zijn. Daar is de ontmoeting met de andere voor een grote meerderheid vaak onbestaand: het beeld van de andere is enkel gebaseerd op de beelden die we via verschillende media te zien krijgen. In het licht van de actuele berichtgeving over terrorisme en jihadisme is de polarisatie tussen bevolkingsgroepen daar een logisch gevolg en een goed voorbeeld van. Om het wezen van de eigen gemeenschap te bevestigen zijn symbolen en rituelen van cruciaal belang, zeker als de aard van een identiteit niet langer duidelijk is. In eerste instantie is het bestaan en de herhaling van een ritueel in zijn bevestigende functie belangrijker dan de oorsprong ervan. De komst van Sinterklaas en Zwarte Piet vervult die functie voor een grote gemeenschap in Nederland en Vlaanderen. Maar hoe reageert een gemeenschap als de oorsprong van een ritueel de werking zelf in vraag stelt? Houden we Zwarte Piet of niet? Om de frustraties van verschillende gemeenschappen te begrijpen is het niet voldoende om terug te grijpen naar een historische verklaring. Zonder rekening te houden met de elementen van superdiversiteit en ritualiteit is het begrip van het debat onvolledig.

Can the subaltern speak? Een andere stem in Superdivers-city

“En als zelfs het conservatieve beleid van een stad met een grote superdiversiteit de transformatie niet kan tegenhouden, wie dan wel?” 

Het valt niet te ontkennen dat Zwarte Piet gebaseerd is op een koloniaal en raciaal verleden. De historische bewijslast is te hoog om nog te geloven dat de zwarte huidskleur van Zwarte Piet bijeen is geraapt uit enkele schoorstenen. De karikaturale clown, de met rood geaccentueerde dikke lippen, het kroezelhaar, de oorringen: Black Pete privilege? De theatermaker Arnold-Jan Scheer mag in Zwarte Piet dan wel een middeleeuwse Moor zien die bedekt is met roet, vandaag lijkt die alternatieve verklaring enkel nog een verdienstelijke poging van de nostalgici om krampachtig hun gelijk te bewijzen. Zelfs als de historische waarheid een mengeling van beide discoursen zou zijn, dan nog is dat irrelevant voor de vraag waar het allemaal rond draait: moet de figuur van Zwarte Piet aangepast worden? We moeten ons namelijk afvragen om welke reden Zwarte Piet iets aan zijn uiterlijk zou moeten veranderen.

Met Zwarte Piet zou volgens de tegenstanders van verandering niets racistisch bedoeld zijn. Zowel kinderen als ouderen zien het ritueel niet meteen als een racistisch symbool. Waar zit dan het probleem? Ik heb geen reden om te twijfelen aan de oprechtheid van die uitspraken, maar op hetzelfde moment van het gezegde lijkt de uitspraak telkens veralgemeend te worden tot de stem van een hele samenleving. Tegelijkertijd zijn er elk jaar opvallend weinig kleurlingen onder de deelnemers van het Sinterklaasgebeuren. Als we van onze samen-leving één gemeenschap willen maken, dan moet de stem van andere leden ook gehoord worden. In dit geval de stem van de mensen die niet deelnemen, maar wel in onze samenleving opgegroeid zijn. Is het merendeel daarvan toevallig van andere origine?

Gayatri Chakravorty Spivak werd wereldberoemd met haar betoog Can the subaltern speak? om degene aan het woord te laten die niet tot de stereotiepe hegemonie van de samenleving behoort in plaats van in die andere zijn naam te spreken. Als je vertegenwoordigers van die minderheden aan het woord laat in het pietendebat leer je snel dat de frustratie op meerdere pijlers gebaseerd is. Niet zozeer de huidskleur van Zwarte Piet zelf, maar vooral de combinatie van de zwarte kleur met de verticale hiërarchie en het karikaturale is aanstootgevend en maakt van het duo Sinterklaas-Zwarte Piet een raciaal erfgoedsymbool dat exclusief werkt en allesbehalve uitnodigend is. Op een hoger niveau werkt het debat rond Zwarte Piet zelf polariserend. Met kritiek op de vorm van Zwarte Piet zet je jezelf automatisch uit de gemeenschap die aan het ritueel vasthoudt – je ziet het verkeerd, je begrijpt de traditie niet. Op die manier bevestigt het debat rond het Sinterklaasgebeuren de hiërarchie die eigenlijk vooral op het niveau van het ritueel bekritiseerd wordt.

Ritualiteit vs. superdiversiteit

“Het debat rond het Sinterklaasgebeuren bevestigt de hiërarchie die eigenlijk vooral op  het niveau van het ritueel bekritiseerd wordt.” 

Het is geen toeval dat het debat rond Zwarte Piet een viertal jaar geleden losbarstte in Amsterdam, een stad met een grote superdiversiteit. De meerderheid wordt er langzamerhand gevormd door een talrijke verzameling van minderheden, waardoor die minderheden een groter spreekrecht verwerven, zo niet op de politieke, dan wel op de maatschappelijke bühne. In tegenstelling tot de naburige goegemeente kan er in zo’n omgeving wel een debat met meerderen gevoerd worden, zelfs in een beslissende richting gestuurd worden, zoals dat nu met de kwestie rond Zwarte Piet het geval is. Toen de polemiek ook naar België kwam overgewaaid werd binnen de kortste keren gekeken hoe steden met een bepaalde superdiversiteit zoals Antwerpen (en in mindere mate Gent) zouden handelen. De conservatieve schepen Koen Kennis verkondigde vorige maand in alle kranten dat er in Antwerpen niets aan Zwarte Piet zou veranderen bij de intrede van dit jaar, maar werd al enkele dagen later pijnlijk teruggefloten: in 2015 verdween ook in Antwerpen de blackface van Zwarte Piet. En als zelfs het conservatieve beleid van een stad met een grote superdiversiteit de transformatie niet kan tegenhouden, wie dan wel?  

Toch lijkt de definitieve beslissing nog niet gevallen, of in ieder geval nog niet aanvaard. Vooral in de kleinere gemeentes kiest men nog steevast voor de traditionele versie van Zwarte Piet. Dat is om twee redenen het geval die met elkaar in verbinding staan, namelijk de werking van ritualiteit en de afwezigheid van superdiversiteit. Allereerst hebben de behoudingsgezinden te weinig contact met de andere in de samenleving om het onderliggende probleem van het symbool te erkennen. Wat het open debat in de grotere steden deels verklaart, is aan de andere kant van het spectrum een verklaring waarom het gesprek en dus ook de transformatie in de kleinere gemeentes voorlopig uitblijft: de afwezigheid van de stem van die minderheden. Het gesprek en het handelen hangt samen met de werking van ritualiteit. Wittgenstein schreef in de vorige eeuw in zijn Remarks on Frazer’s Golden Bough dat de participerenden van een ritueel pas de handeling veranderen als ze de fout inzien én erkennen die voorafgaat aan de handeling. De oorsprong van een ritueel is namelijk van minder belang dan het ritueel an sich, dat een bevestigende functie heeft. Dit principe is ook van toepassing voor de transformatie van Zwarte Piet. De pleiters voor de transformatie mogen niet in de val trappen om de deelnemers als racisten te schofferen. De volgende redenering is dus fout: Dat ritueel is racistisch. Waarom voeren ze het ritueel uit? Omdat het racisten zijn.  De vele Sinterklazen zullen hun Zwarte Piet pas veranderen als ze daar ook toe uitgedaagd worden in hun eigen omgeving. En dat heeft nu eenmaal tijd nodig.

Bjorn Gens is hoofdredacteur van LBR -- Le Bateau Rouge. Dit artikel verscheen eerst in LBR.