about
Toon menu
Analyse

Eerste advies Raad voor Journalistiek over buitenlandse berichtgeving belangrijk precedent

Van maandag 11 tot 15 mei 2015 zond de VRT een reportagereeks in het Journaal uit met als titel ¿Qué pasa Venezuela?. De organisatie Handen Af Van Venezuela zag meerdere feitelijke fouten in deze reeks en legde daarover klacht neer bij de Raad voor de Journalistiek. Die verwierp de klacht. Dat oordeel van de Raad is om meerdere redenen een merkwaardig precedent.
vrijdag 27 november 2015

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

VRT-journalist Mattias Tuyls keerde in het voorjaar van 2015 vier weken lang terug naar Venezuela, het land dat hij 20 jaar geleden eerder had bezocht als uitwisselingsstudent. Zoals hij zelf vermeldt in de eerste reportage van de reeks verbleef hij toen bij een gezin van de hogere middenklasse in de stad Valencia. Op basis van zijn toenmalige contacten maakte hij zes reportages van gemiddeld 3 minuten, voor het VRT-Journaal, waarin hij zijn indrukken gaf van het leven in Venezuela onder huidig president Maduro.

De Raad voor Journalistiek

De organisatie Handen Af Van Venezuela was het met de weergave van die situatie niet eens en legde klacht neer bij de Raad voor de Journalistiek. De organisatie zag een aantal feitelijke onwaarheden en was het bovendien ook niet eens met de perceptie die door deze reportagereeks werd geschapen.

De Raad voor Journalistiek is de onafhankelijke ombudsdienst voor zelfregulering van de media en werd opgericht in 2003. De Raad bestaat uit achttien leden, zes journalisten, zes vertegenwoordigers van de mediabedrijven en zes externe leden. De Raad velt geen bindende afdwingbare en sanctionerende oordelen. Haar adviezen zijn vrijblijvend.

Handen af van Venezuela

De Belgische organisatie Handen af van Venezuela hoort bij de internationale beweging Hands Off Venezuela. Deze organisatie werd opgericht kort na de mislukte staatsgreep van 11 april 2002 tegen president Hugo Chávez. Die was op 2 februari 1999 onverwacht verkozen tot president, waarmee hij voor het eerst het duopolie van de twee traditionele partijen doorbrak die (met onderbrekingen door militaire staatsgrepen) tot dan het land steeds hadden bestuurd.

Handen af van Venezuela ziet het sinds de mislukte staatsgreep van 2002 als zijn taak positieve informatie te verspreiden over het regeringsbeleid van Chávez en (na diens overlijden in 2013) van zijn opvolger Nicolás Maduro. De organisatie komt er openlijk voor uit dat zij in Venezuela de kant kiest van de huidige regering, zodat de lezer van hun berichten geen twijfels heeft over de aard van de geboden informatie. Dat neemt niet weg dat ze ook regelmatig kritische analyses plaatsen over het overheidsbeleid in Venezuela.

Hoorzitting

Zoals steeds bij het indienen van klachten heeft de Raad eerst een minnelijke schikking voorgesteld. Nadat dit door de VRT werd afgewezen, heeft de Raad een hoorzitting gehouden met de betrokken partijen. Die ging door op 20 oktober 2015. Tijdens deze hoorzitting lichtten Patrick Hens en Erik Demeester namens Handen af van Venezuela hun argumenten toe om te stellen dat de reportages geen correct objectief beeld gaven van Venezuela en dat de reportages werden gemaakt vanuit een op voorhand vastgelegde vooringenomenheid tegenover de huidige regering in Venezuela.

Namens de VRT namen hoofdredacteur Björn Soenens, journalist Mattias Tuyls en bedrijfsjuriste Hilde Minjauw het woord. De VRT uitte op de hoorzitting twijfels over het persoonlijk belang die de eisers bij deze zaak zouden hebben en vroeg de klacht daarom ongegrond te verklaren. Daarnaast weerlegde de VRT de concreet aangehaalde feiten niet, maar pleitte dat zij in deze niet relevant zijn, omdat zij de journalistieke waarde van de reportages niet ondergraven.

Primeur

Deze zaak is een primeur voor de Raad omdat het de allereerste maal is dat haar werd gevraagd een advies te geven over buitenlandse berichtgeving. Sinds zijn ontstaan in 2003 heeft de Raad 221 adviezen1 geformuleerd. Die hadden allen binnenlandse berichtgeving als onderwerp en bespraken vooral klachten van personen die onder andere meenden dat ze verkeerd werden geciteerd, onoordeelkundig werden weergegeven of tegen hun wil onderwerp waren van berichtgeving en die zich daardoor benadeeld voelden en dergelijke.

Overname van de media door de regering

In de inleiding van een van de reportages en in de reportages zelf wordt gesteld dat sinds de verkiezing van Chávez in 1999 stelselmatig alle media in handen van de regering zijn gekomen en dat zo de oppositie monddood wordt gemaakt. In 2015 zijn echter nog steeds meer dan 70 procent van alle Venezolaanse media in privé-handen, die over de hele lijn oppositie voeren tegen de regering2.

Dat percentage is zonder twijfel minder dan in 1999, toen Hugo Chávez voor het eerst werd verkozen. Die procentuele afname gebeurde echter door het ontwikkelen van eigen media door de overheid. De privé-media hebben in Venezuela nog steeds het zelfde bereik als in 1999. De tv-zender van de overheid heeft 6 procent marktaandeel van kijkers, aldus Handen af van Venezuela, op basis van zijn bronnenmateriaal.

De VRT baseert zich op Wikipedia om dit tegen te spreken. Bovendien is volgens de VRT “het aandeelhouderschap van heel wat kranten schimmig”. Dat klopt inderdaad voor zowat alle Venezolaanse kranten (en heel wat grote bedrijven in het land), maar net niet voor de overheidsmedia.

Volgens de Raad is Wikipedia weliswaar “een bron die toch met de nodige omzichtigheid moet worden gebruikt. Toch doet dit niet af aan het feit dat de reportagereeks in grote lijnen een realistisch beeld geeft van de toestand in Venezuela.” In de reportages worden twee kranten getoond als voorbeeld van deze overnames. Het blijkt om twee kranten te gaan die nog steeds in handen zijn van privé-investeerders, een Spaanse en een Venezolaanse.

Censuur van het 'regime' door papiertekort

Volgens de reportages past de Venezolaanse overheid indirecte censuur toe door papiertekort voor de kranten te organiseren. De reportage vermeldt daarbij niet dat de papierhandel zo goed als volledig in handen is van de privé-sector en dat de overheidskranten door dat papiertekort even hard worden getroffen.

In de inleiding door de nieuwslezer van het Journaal en in zijn motivatie tijdens de hoorzitting voor de Raad gebruikt de VRT regelmatig de term 'regime' om de huidige regering in Venezuela te omschrijven.

In Venezuela worden de presidentiële, parlementaire, regionale en gemeentelijke verkiezingen (net als in andere Latijns-Amerikaanse landen) voortdurend gevolgd door internationale instellingen. De VN, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en het Carter Center (van voormalig Amerikaans president Jimmy Carter) beoordelen de verkiezingen in Venezuela steeds als eerlijk, transparant en correct.

Brain drain

In een van de reportages stelt een vroegere Venezolaanse leraar van journalist Mathias Tuyls dat 80 procent van zijn toenmalige medeleerlingen naar het buitenland vertrokken zijn, met de suggestie dat dit een gevolg is van het huidige overheidsbeleid.

De journalist kadert die uitspraak niet, zodat de indruk wordt gewekt dat het een algemene tendens is. Wanneer een persoon op straat stelt dat vijf miljoen Colombianen naar Venezuela komen wonen 'omdat het hier zo goed is', repliceert de journalist onmiddellijk met de vraag “waarom zoveel Venezolanen dan naar Colombia emigreren”.

In werkelijkheid is het migratiesaldo van Venezuela volgens de cijfers van de VN neutraal, er gaan evenveel mensen weg als er bijkomen. Bovendien is er wel degelijk sprake van een grote migratie uit Colombia naar buurland Venezuela en niet omgekeerd. Venezolanen migreren naar vele landen maar nauwelijks naar buurland Colombia.

Volgens de Raad is ook deze weergave door de VRT geen probleem: “Over de brain drain zegt de reportage nergens dat 80 procent van de jonge Venezolanen het land verlaat. Wel illustreert de journalist de brain drain aan de hand van zijn vroegere klas, waarvan zijn toenmalige leraar zegt dat 80 procent van zijn klasgenoten het land heeft verlaten.”

Opiniepeilingen

In een van de reportages stelt de journalist dat president Maduro nog slechts 22 procent van de bevolking achter zich heeft, zonder te vermelden dat hij zich baseert op een peiling door een bedrijf dat banden heeft met de oppositie, dat dit niet de meest recente poll is, dat dit bedrijf in het verleden reeds meerdere peilingen heeft gepubliceerd die door de feiten werden tegengesproken en dat andere meer recente polls veel gunstigere cijfers geven voor de regering.

De Raad bevestigt dat deze peiling “volgens verschillende bronnen (is) uitgevoerd door een onderzoeksbureau dat dicht bij de oppositie staat. Andere meer betrouwbare peilingen geven veel hogere cijfers.” En verder: “Het is raadzaam om bronnen te vermelden, zeker wanneer gegevens onzeker of tegenstrijdig zijn, zoals in dit geval over het aandeelhouderschap van de kranten, de brain drain of elkaar tegensprekende opiniepeilingen. De journalist deed dit niet in de reportage, en in antwoord op de klacht verwijst de VRT onder meer naar Wikipedia, terwijl dat een bron is die toch met de nodige omzichtigheid moet worden gebruikt".

Volgens de Raad is dit desalniettemin geen probleem, want: “De 22 procent populariteit van president Maduro komt uit een opiniepeiling die ook door de krant Universal, het persagentschap Reuters en de Britse omroep BBC is overgenomen.”

'Persoonlijke insteek' belangrijker dan statistische gemiddelden

In zijn verdediging spreekt de VRT deze stellingen niet tegen maar ontkracht er de relevantie van. “Ten gronde zegt de VRT dat de reeks past in haar beleid van zogenaamde pop-up-correspondenten en gemaakt is vanuit de persoonlijke insteek van de journalist, die 20 jaar geleden als student in Venezuela woonde. Het perspectief is dat van de gewone Venezolaan, niet van statistische gemiddelden of instanties.”

De VRT stelt daarnaast dat de klacht in feite ongegrond moet worden verklaard, omdat klager 'Handen af van Venezuela' geen aantoonbaar rechtstreeks belang zou hebben bij deze reportages. De Raad besliste dat dit belang er wel degelijk is en dat de klacht dus ontvankelijk was.

De motivering van dit advies van de Raad is merkwaardig om meerdere redenen. 

Het advies van de Raad

Het advies van de Raad en commentaar door Handen af van Venezuela bij dat advies vind je via deze weblinks. 

Wat betreft de 'feiten' stelt de Raad dat “(de betrokken journalist dat) doet aan de hand van zes thema's die hij overwegend belicht door de ogen van gewone Venezolanen.” (eigen onderlijning). Nochtans zegt de journalist zelf in de eerste reportage dat zijn vrienden van twintig jaar geleden, die hem als gids zullen dienen in het land, komen uit “het rijkere noorden van de stad (Valencia). Veel bewoners hebben er Europese roots, behoren tot de hogere middenklasse en zijn jaren van socialistisch bestuur meer dan beu.”

Journalisten in het buitenland maken gebruik van 'fixers', lokale personen die hen in contact brengen met mensen, overheden, bedrijven, die afspraken beleggen, met de auto of te voet gidsen en dergelijke. Elk journalist weet dat de plaats van deze fixer in de betrokken maatschappij geen neutraal gegeven is. Fixers gebruiken die uit de hogere middenklasse komen, in een land waar de meerderheid van de bevolking arm of lage middenklasse is, heeft een gevolg op de aard van de gelegde contacten.

Het regime is een 'feit'

De Raad besluit zijn advies met een opmerkelijk woordgebruik: “Ook komen voor- en tegenstanders van het regime over de zes reportages heen vrij evenwichtig aan bod. Om die redenen is de Raad voor de Journalistiek van oordeel: de klacht is ongegrond.” (eigen onderlijning) Hoe evenwichtig dat gebeurt kan de kijker zelf vaststellen door ze opnieuw te bekijken (via de links in onderstaande artikels).

Met het gebruik van het woord 'regime' schaart de Raad zich achter de interpretatie van de journalist, het Journaal en de hoofdredacteur van het Journaal dat Venezuela geen democratisch bestuur heeft. De Raad schaart zich met andere woorden achter het gebruik van de term 'regime' voor een land dat volgens alle internationale monitoren sinds 1999 'transparante, faire en correcte' verkiezingen houdt.

Merkwaardig precedent

Uit dit advies kan een en ander geleerd worden. Zo vindt de Raad het zoals net vermeld aanvaardbaar dat de openbare omroep VRT het democratisch bestuur van een ander land een 'regime' noemt en neemt ze deze interpretatieve term in haar eigen advies over.

Het is volgens de Raad ook aanvaardbaar dat de openbare omroep VRT gebruik maakt van een bron als Wikipedia. Het feit dat deze informatie werd overgenomen door internationale persagentschappen en andere grote omroepen is volgens de Raad voldoende garantie om er de correctheid van te veronderstellen.

De Raad houdt in zijn advies enkel rekening met de reportages zelf, niet met het resultaat, namelijk de indrukken en de perceptie die ze bij de kijker achterlaten. De context, de begeleidende commentaar van de nieuwslezers, de sfeer, de aard van de vraagstellingen aan Venezolanen in de reportages, de omkadering en, uiteindelijk, de resulterende perceptie die door deze reportages wordt geschapen zijn voor de Raad geen element van beoordeling.

Dat deze reportages niet in een of ander duidingsprogramma werden uitgezonden (met bijvoorbeeld commentaar in de studio van voor- en tegenstanders) maar in het TV-Journaal 'volgens de persoonlijke insteek van de journalist... en niet van statistische gemiddelden of instanties' is volgens de Raad voor Journalistiek aanvaardbaar, ook al is het onzeker of dat voor de kijker van het Journaal wel duidelijk was, zeker wanneer men rekening houdt met de algemene verwachtingen die kijkers hebben van het Journaal.

De Raad meent dat dit geen probleem is ook al wordt die 'persoonlijke insteek' nergens in de reportages vermeld. De Raad besluit: “Het is journalistiek verdedigbaar om op die manier een beeld van een land te schetsen, en dat perspectief is ook duidelijk voor de kijker.”

Objectiviteit zonder context

Objectieve feiten zonder context kunnen echter wel degelijk indrukken geven die niet door de feiten worden bevestigd, maar die wel de uiteindelijke perceptie bepalen van de kijker.

Eén voorbeeld. Zo suggereert de journalist – zonder dat expliciet te zeggen – dat de betere middenklasse sinds 'het socialisme van Hugo Chávez' in met hekkens afgesloten wijken wonen. De wijk in de stad Valencia die hij toont ziet er inderdaad van recente bouw uit. Door echter niet te vermelden dat dergelijke 'gated communities' al tientallen jaren bestaan in Venezuela en alle andere Latijns-Amerikaanse landen – reeds lang voor 1999 – wordt een indruk gecreëerd, waarvan de journalist kan stellen dat hij die niet bedoeld heeft of dat hij geen vat kan hebben op dergelijke interpretaties door de kijkers.

De journalist interviewt ook Henrique Capriles Radonski, gouverneur van de federale deelstaat Miranda en lid van de oppositie tegen de federale regering van Maduro. Die dankt de journalist dat hij hem een stem geeft, omdat hij in de Venezolaanse media nooit gehoord zou worden. De kijker komt echter niet te weten dat deze man lid is van de Venezolaanse oligarchie die tot 1999 de macht had en dat zijn familie mede-eigenaar is van grote privé-media, waar hij dagelijks uitgebreid aan bod komt. (Voor meer voorbeelden, zie de reportages via de links in onderstaande artikels).

Het resultaat is dat de kijker achterblijft met een indruk van een land zonder democratische verkiezingen, met mensen die in angst achter gesloten poorten leven, in een land waar het grootste deel van de jeugd wegtrekt en waar geen persvrijheid bestaat.

Gekleurde berichtgeving?

De lezer van dit artikel kan stellen dat deze website toch ook een gekleurde versie geeft van Venezuela en andere buitenlandse problemen, zoals bijvoorbeeld Palestina. Daar heeft die lezer volledig gelijk in. De nadruk ligt echter op 'ook'. Deze site kiest inderdaad niet de kant van de grote westerse persagentschappen en media maar van het internationaal recht en van de rapporten van internationale organisaties. Dat perspectief is ook duidelijk voor de lezer van deze site.

De VRT-redactie en zijn journalisten hebben het recht om te menen dat Venezuela een dictatuur is en daar gerichte informatie over te geven om dat aan te tonen. Dat zou ok zijn als de VRT ook openlijk voor die stellingname uitkomt. Het VRT-Journaal geeft echter de indruk over Venezuela objectief en neutraal te berichten, waardoor de kijker op het verkeerde been wordt gezet.

Correct vonnis

De Raad voor Journalistiek deelt de interpretatie van de VRT over wat 'objectiviteit' en 'neutraliteit' in deze betekenen. Meer specifiek deelt de Raad tevens de vooraannames van de VRT over Venezuela. Met andere woorden, de Raad kon niet anders dan deze klacht ongegrond verklaren, omdat deze specifieke invulling van de eigen normen haar niet anders toelaat.

Dit eerste advies van de Raad over buitenlandse berichtgeving is net om die reden een zeer nuttig precedent voor alle organisaties die strijden voor een meer evenwichtige berichtgeving over bijvoorbeeld Palestina en Israël, over conflicten zoals Oekraïne of over de 'oorlog tegen het terrorisme'.

Positief is dat de Raad voor Journalistiek erkent dat activistische organisaties uit het maatschappelijke middenveld wel degelijk een belang hebben bij de aard van de buitenlandse berichtgeving. Het maatschappelijke middenveld kan dit advies best grondig analyseren.

Post-scriptum

In dit item VIDEO. Fotograaf Jimmy Kets toont hoe hij beelden kan manipuleren (bij De Standaard) en bij de VRT (zelfde item)erkennen de VRT en De Standaard dat kadering en context wel degelijk belangrijke elementen zijn die berichtgeving kunnen 'manipuleren'. Deze korte reportage raakt de kern van wat vandaag voor berichtgeving doorgaat. De reportages van de VRT over Venezuela zijn er een typerend voorbeeld van.

Een ander voorbeeld van hoe een uit zijn context geïsoleerd objectief feit toch tot een subjectieve perceptie kan leiden vind je in VRT en de 'objectieve feiten' over Israël/Palestina.

1 De Raad voor Journalistiek geeft enkel adviserende beoordelingen. Ze kan geen sancties of dwangmaatregelen opleggen. Het overzicht van alle adviezen sinds 2003 vind je hier.

2 Voor bronnenmateriaal verwijs ik naar de artikelenreeks hieronder vermeld.

reacties

4 reacties

  • door Jan Willems op vrijdag 27 november 2015

    Waarover zich zo druk maken? Ik citeer hierboven: “De Raad voor Journalistiek is de onafhankelijke ombudsdienst voor zelfregulering van de media en werd opgericht in 2003. De Raad bestaat uit achttien leden, zes journalisten, zes vertegenwoordigers van de mediabedrijven en zes externe leden. De Raad velt geen bindende afdwingbare en sanctionerende oordelen. Haar adviezen zijn vrijblijvend.” Als het journaille van mening is dat deze raad belangrijk is, het zij zo. Als ‘consument’ heb ik aan deze vorm van navelstaarderij geen enkele boodschap. Vandaag de dag is het aanbod aan berichten zo griezelig groot dat ik de VRT en andere Belgische media echt niet nodig heb als boodschapper. En wat betreft Venezuela, hierboven worden voldoende hints gegeven.

  • door hem day op vrijdag 27 november 2015

    Een onafhankelijke ombudsdienst met vertegenwoordigers van bedrijven, zes journalisten (wie is hun werkgever?) en externe leden (wat is hun achtergrond?) is niet onafhankelijk. Zo simpel is het.

  • door ria aerts op zaterdag 28 november 2015

    Zeer goed dat dit eens aan deze raad wordt voorgelegd. Ik heb al lang mijn twijfels over het gebruiken van studenten of ex-pats die dan hun mening over de feiten ten beste geven. Bovendien zijn er momenteel zoveel informatiekanalen dat men de actualiteit en de achtergrond ervan beter kan vergelijken. Dan treft men zoveel discrepanties aan dat de nationale omroep veel van zijn geloofwaardigheid verliest. Daarnaast hou ik mijn hart vast voor de sociale regeringen in de Latijns-Amerikaanse landen. Door het in mekaar stuiken van de overheidsinkomsten van de grondstoffen lijken de rijke families daar weer de bovenhand te halen. In het nadeel van de armen die het een tijdje wat beter hadden. Argentinië, Venezuela, Brazilië, de berichten zijn niet hoopgevend.

  • door Jan Willems op zondag 29 november 2015

    Waarover zich zo druk maken? Ik citeer hierboven: “De Raad voor Journalistiek is de onafhankelijke ombudsdienst voor zelfregulering van de media en werd opgericht in 2003. De Raad bestaat uit achttien leden, zes journalisten, zes vertegenwoordigers van de mediabedrijven en zes externe leden. De Raad velt geen bindende afdwingbare en sanctionerende oordelen. Haar adviezen zijn vrijblijvend.” Als het journaille van mening is dat deze Raad belangrijk is omdat die past bij het sociaal status van het beroep, het zij zo. Zelfregulering haalt weinig of niet uit. En als ‘consument’ heb ik aan het bestaan van de raad, een vorm van navelstaarderij geen enkele boodschap. Vandaag de dag is het aanbod aan berichten zo griezelig groot dat ik de VRT en an,dere Belgische media echt niet nodig heb als boodschapper. En wat betreft Venezuela, hierboven worden voldoende hints gegeven.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties