about
Toon menu
Interview

Nederlandse protestzanger Armand overleden

De bekendste Nederlandse protestzanger Armand is donderdag overleden op 69-jarige leeftijd. Hij was al een lange tijd ziek. Armand begon zijn carrière in de jaren zestig. Lees hier een oud interview met hem dat in 2005 op Indymedia.be verscheen.
vrijdag 20 november 2015

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Protestzanger in hart en nieren, hippie, ongekroond minister van agitatie, veteraan van vele oorlogen en last but not least de Che Guevara van alles wat blowt in de Lage Landen: Armand staat deze maand veertig jaar op de planken en blijft een fenomeen.

Zijn steentje tot de destabilisatie van het Amerikaanse leger ten tijde van de oorlog in Vietnam droeg hij bij door te dealen in en rond Amerikaanse kazernes in Duitsland. En ook in het verzet tegen de oorlog in Irak liet hij z’n stem horen. “In Bowling for Columbine heb je toch die scène waarin je alle oorlogen van de VS ziet na de Tweede Wereldoorlog? Die heb ik allemaal meegemaakt, joh.” Onze man deed z’n geitenwollen sokken aan, kocht een extra pakjes filtertips en trok naar Eindhoven.

kleinkunstfestival30juni_Armandbest.gif

We hadden nog zo gezworen Armand in te leiden zonder de woorden “Ben ik te min”, “sixtiesartiest” en “wandelende coffeeshop” te bezigen, maar dat was dus buiten onze Chef-Folkmuziek en onze Chef-Geestesverruimende Middelen gerekend.

De feiten zijn natuurlijk wat ze zijn. Elf albums, zeven verzamelaars en meer dan dertig singles – waarvan de helft geboycot - ten spijt, blijft Armand voor het grote publiek de-man-van-“Ben ik te min”. Voor onze jongere lezertjes: dat is een nummer uit 1967 dat uitgroeide tot een wereldhit in de Lage Landen.

De kreet van een generatie. Misschien zelfs de ultieme Nederlandstalige protestsong. Het agitatorisch refrein – Lenin zou van puur plezier een pijp gestopt hebben als hij het had kunnen horen - zal daar alleszins niet vreemd aan zijn: “Ben ik te min omdat je vader een grotere kar heeft/ meer poen heeft, dan de mijne”. De Internationale in een sixties-kleedje. Of zoiets. 

Anno 2005 staat Zijne Stonedheid veertig jaar op de planken en treedt hij nog tot vier keer per week op. Daar waar generatiegenoten al lang hun haar knipten (als het nog niet uitgevallen was), hun Afghaanse jas inruilden voor een maatpak, carrière maakten en ondertussen schoorvoetend terugkijken op de tijd van toen (Armand zelf zingt: “dat pa met haar tot op z’n kont in het Vondelpark zat, dat ma vanwege de vrijheid vrijde met de hele stad, als-ie er aan denkt dat ze daar achterkomen, wordt-ie nu al bang”), is Armand al die tijd de mensen een geweten blijven schoppen. 

Armand. 

Ja, die bezetting van Irak, daar ben ik ook zo verontwaardigd over, hé. Van het begin af aan vond ik het al neuken, weet je wel. Die manier waarop het allemaal gaat… Bush staat wel te roepen van ‘vrijheid, vrijheid’. Maar het draait maar om één ding: de olie uit Irak halen. En op welke de manier ze dat doen, zal de VS worst wezen. Nu zijn er verkiezingen, maar dat is allemaal een wassen neus. De Irakezen worden gewoon uitgezogen. Onder het vroegere grote Turkse rijk bestond Irak uit drie provincies en ging het zeshonderd jaar allemaal best. Maar ja, toen moest het Westen absoluut een paar lijnen trekken. Als je de wereldkaart bekijkt, lach je je toch kapot? Grenzen lopen niet langs rechte lijnen, zoveel is zeker. 

Meer dan dertig jaar geleden zong je al over een oorlog waarmee die in Irak vaak vergeleken wordt: Vietnam. 
Ik heb het allemaal van heel dichtbij gezien. Ik dealde op de Amerikaanse basis in Duitsland ten tijde van Vietnam, (met uitgestreken gezicht) dat was mijn manier om de oorlog te verkorten. De meest waanzinnige verhalen heb ik daar gehoord, man. Ik ontmoette geregeld lui van de Airforce. Gruwelijk. Die vertelden dat ze opstegen om de Vietcong te bombarderen, maar er hing dichte mist. Target onbereikbaar dus.

Maar je kan niet landen met bommen aan boord van een vliegtuig, dus dan maar wat groenteboeren torpederen op de Mécong. (verontwaardigd) En dat vertelden ze gewoon! In de mess waar ze aten, stonden potjes met sterk water op een schap en daar zaten Vietcong-oortjes in. Ja godverdomme. (stil) De wereld was blij toen het voorbij was. Hoewel voorbij. De Amerikanen hebben Vietnam nog twintig jaar handelsbeperkingen opgelegd omdat ze dat land uitgejaagd zijn. Ja, dat is toch even misdadig. Dan ben je toch een bad loser, hé. Sorry, hoor.

Je kent Michael Moore? Dan hoef ik niks meer te zeggen. Al die Amerikaanse oorlogen sinds 1950 die in dat fragment in Bowling for Columbine zitten, heb ik zien gebeuren op televisie. Daar weer eentje, dan daar weer eentje, enz. (droog) En allemaal in zwart-wit.

Ik zag ooit een hele mooie cartoon in een Amerikaanse undergroundkrant begin jaren zeventig, die het zo’n beetje samenvat: het Amerikaanse Vrijheidsbeeld loopt door een straat met allemaal kleine, armoedige hutjes, die allerlei kleine landen als Nicaragua, El Salvador, enz… voorstelden. In elke hut gooit het Vrijheidsbeeld een brandende toorts. (bulderlach) Amerika, the beautiful. Younaaitzesteeds.

In de hippietijd logen de alternatieve media er alleszins niet om. (helemaal op dreef) Die cartoon met een etend Amerikaans gezin is ook zo’n klassieker. Onder de plankvloer waarop moeder, vader en twee kids zitten te eten, zie je een stapel botten en schedels. En daar is Amerika op gebouwd natuurlijk. 

Armand boycot naar het schijnt sinds lang ook Israëlische producten? 
(plechtig) Als er Israël op staat, kopen we het niet. Maar het fenomeen Israël is ook het fenomeen Nederland. Want Nederlanders hebben akelig wat verstand van landbouw. Alles wat uit Israël komt, is vervaardigd dankzij de knowhow van de Nederlanders. En nu zijn de Nederlanders ook verontwaardigd over wat daar allemaal gebeurt, maar ze verdienen wel vet geld ondertussen. Het oude Nederlandse trucje, reeds bekend uit de tijd van de Spaanse overheersing: stiekem van twee walletjes mee-eten.

Maar het allerbelachelijkste is dat je hier Israëlische producten, groenten en fruit, in de winkel vindt die je in Israël niet kunt kopen. Ik ken een Israëlisch meisje dat hier is komen studeren. Die wist niet wat ze zag.

Wist je trouwens dat Israël 40 procent meer water gebruikt dan het land feitelijk toekomt? Daarom kunnen ze die bezette gebieden ook niet kwijt. 

“Balk vd Ende probeert voor de patsers een bedje te spreiden, door de gewone mensen hun pensioentje af te nemen, ter meerdere glorie van zijn eigen portemonnee en de portemonnees van die knakkers waar hij straks na zijn ambtsperiode kan aankloppen met je bent me nog smeergeld schuldig”, schrijf je in een column op je site. 

Je loopt niet hoog op met premier Balkenende? 
(Armand giert het uit) Monsieur Harry Potter noemden ze hem in de Europese Raad. Nou, ik kwam niet meer bij. Lulletje rozenwater. Want dat vinden we hier in Nederland toch ook van hem, hoor. Ach, Balkenende is een marionet in dienst van het kapitaal. De hielenlikker van Bush, bah. Dat is net zoals Blair, weet je wel. (buigt zich voorover naar de cassetterecorder) Ik voel me niet vertegenwoordigd door zo’n man. Wat een idee, zeg.

Opvallend is dat hij ook zo inspeelt op de zogenaamd christelijke waarden. Ja, dat doet Bush ook, hé. Maar zo vreemd, man. Het is toch ook wel een andere wereld, ja. In sommige gereformeerde dorpen in Nederland mochten de vrouwen tot een paar jaar geleden niet gaan stemmen. En nu hebben ze gezegd: ‘vrouwen mogen wel stemmen, maar ze moeten voor dezelfde partij kiezen als hun man’. (het uitgierend) Keihard, man. Aparte interpretatie van het begrip ‘democratie’ ook. Maar daar kan je alle mee kanten uit. Zoals Socrates ooit zei: ‘democratie heeft geen remmen. Als er een gek op staat, zijn we allemaal de lul.’ (blaast). 

Je hebt het nogal voor België omdat de mensen er “meer geëngageerd” zouden zijn. Merk je dan een verschil met Nederland?
O jawel. Kijk alleen nog maar naar de studentenwereld. Er is veel meer protest onder de Belgische studenten dan onder de Hollandse. Gentse studenten maakten voor mijn optreden affiches met als slogan ‘Armand, provo numero uno’. In Nederland is het toch anders. De studenten zijn hier zo uitgeblust, zo gezapig. Veel bier. 

Heineken? 
Uiteraard. België is misschien een bierland, maar wij hebben wel de Heineken-studentenservice. Dat zijn busjes die Heineken ter beschikking stelt van de studenten en waarmee jongeren hun bier kunnen gaan halen. Op die busjes staat uiteraard in het groot ‘HEINEKEN’. Over dope pushen gesproken, hé. Nou zeg, sorry hoor (schaterlacht). Er is toch dat prachtige liedje van Joop Visser (begint te zingen):
‘‘Heineken maakt alles stuk.

Het Leidse plein, je hu-we-lijk. Heineken is een harddrugdealer. Heineken verkoopt agressie. In een blikkie of een flessie. Heineken is een harddrugdealer. De ziekenhuizen liggen vol, met slachtoffers van alcohol. Heineken is een harddrugdealer. En als het stadion weer eens schuimbekkend wordt verbouwd, zit Heineken lekker thuis en telt zijn centen.”

Dat is helemaal to the point, hé. We hadden het er nog over gisteren op een kraakfeest. Drank is een capitulatie. Want na een avondje drinken voel je je de volgende morgen kut. Dan ga je werken voor een baas die zegt ‘jij bent kut’. En je denkt ‘verrekt, die vent heeft gelijk’. Maar als je blowt en je baas zegt ‘je bent kut’, dan vraag je (dromerig) ‘hey, hoezo?’ De mensen worden precies in die stemming gebracht dat ze… hé

Welke rol kunnen artiesten spelen in een protestbeweging? 
Een belangrijke rol, denk ik. In de muziek kan alles. Het is een manier om, zonder iemand naar de ogen te moeten zien, te zeggen wat je denkt. Ik geloof dat de mensen dat nodig hebben. Ze staan in de zaal ook meestal zo instemmend te knikken. Dat is wel een teken aan de wand, hé. 

Het is een uitlaatklep. 
Ja, maar dat niet alleen. Rock ’n roll was bravoure. Het stikte, zeker voor de hippietijd, van angry young men. Maar als iemand dan een slowbeat-nummer draaide. (begint te zingen) ‘Oh Donna, oh Donna’. Ja, dan stond iedereen bijna te janken. Dat was de uitlaatklep naar het gevoel. Dat vind ik frappant. In de muziek mag je je zwakke kant laten zien. 

Het begon voor jou allemaal in Antwerpen. Hoe kijk je terug op die periode? 
Antwaarpe was het centrum van de wereld. Ik heb er zelfs leren blowen. ‘Wilde gai een stiekske congo-gras smoren, dan wurde stoned gelaik een vod?’ Nee, ik was zwaar astmatisch en die congo-wiet bleek het beste medicijn. In die zin ben ik Antwerpen wel dankbaar, ja.

De stad bloeide die dagen volledig open. Het waren eigenlijk de beatniks die het goede weer maakten, allemaal mensen die on the road waren en voor wie Antwerpen het hoofdkwartier was in de winter. Dus zat je in The Paddock met Zuid-Afrikanen, Japanners en Duitsers. Antwerpen was een internationaal centrum en de folkmuziek was het bindmiddel. In elk café speelde wel een bandje. 

Hoe reageerde de gemiddelde Antwerpenaar op Ferre Grignard op blote voeten? 
(haalt z’n beste Antwaarps boven) Alai, ziet da na (giert het uit). Ze vonden dat grappig, natuurlijk. Ferre was een attractie. Wat er later op de Dam in Amsterdam gebeurde, gebeurde toen op de Grote Markt. En in de Muze. Alleen al de aanwezigheid in dat café van zoveel langharig tuig op de vensterbank, was een fenomeen. 

Armand staat deze jaar vier decennia op de planken. Je blijft optreden? 
Ja. Twee, drie, vier keer in de week. Kijk, ik speel totdat ik doodga. Dat ben ik mijn fans verschuldigd. Onlangs kwam er een yup op me af. ‘Weet u dat ik sinds mijn scheiding heel erg volgens uw regels leef?’, zei hij. (het hoofd schuddend) Rustig, rustig. Blijkbaar zijn er toch mensen die altijd… (inhaleert) Ik moet doorspelen of verdwijnen naar de Bermuda-driehoek en nooit meer iets van me laten horen. Maar dat kan niet, hé.

Ik vind het jammer dat zoveel artiesten hun publiek voor een stelletje achterlijken houden. De formule in de muziek is: hou het mysterieus. Kijk, dat hoeft voor mij niet. Ik heb doorheen de jaren gemerkt dat het geen criterium is, anders speelde ik al lang niet meer. Want mysterie is mooi, maar duidelijkheid is veel mooier. 

Welk publiek komt naar je optredens? 
De mensen waar ik voor speel, zouden mijn kinderen kunnen zijn. De meerderheid is tussen de vijftien en vijfentwintig. Het maffe is: dat is in die veertig jaar ook steeds mee opgeschoven. Was dat niet het geval, dan speelde ik al lang niet meer. Want de mensen die het goed vonden in 1969, zijn niet die mensen die zeggen: ik koop de nieuwe plaat van Armand. Want in 1969 is die periode voor hen afgesloten, dan zijn ze getrouwd of zo.

Ik merk dat ook in de zaal als ik een liedje als “Blommenkinders” speel. De ouderen staan dan te kijken van ‘in die tijd heb ik die en die chick geneukt’. Jongeren luisteren naar wat ik zing. Er is geen hoop meer voor die oudere generatie. Ik vraag die mensen altijd: wat verwacht je nou? Je blijft 25 jaar weg uit een kroeg, je stapt er binnen en zegt ‘het is niet zoveel meer, want ik ken hier niemand’. Maar ik ben er al die tijd blijven komen en ik ken er iedereen. 

Hoe komt dat die oudere generatie zo van levensstijl veranderd is? 
Dat komt doordat ze ophielden met blowen. (grinnikt) Heavy, niet? Kijk, als je blowt dan droom je niet, of nagenoeg niet. De REM-fase van de slaap duurt bij een blower twintig minuten en bij een gewone mens 45 minuten. Op het moment dat een blower zich ’s ochtends omdraait, is-ie zijn droom kwijt. Maar als je stopt met blowen, blijven je dromen wel hangen.

Meestal dromen mensen dingen die ze in hun jeugd meegekregen hebben en zo komen ook de mentaliteit en de waarden van toen terug boven. Gevolg: al die lui die voorstander waren van openheid en love, peace and happiness, begonnen weer te twijfelen. Zo is het allemaal terug gedraaid. Als ik met blowen was opgehouden, was ik misschien ook al zo gek.

Maar goed, lui van toen hebben natuurlijk de gekste bochten gemaakt. Als er eenmaal bezit in het spel komt, veranderen mensen. Helaas. Onze oude Nederlandse socialist Toelstra ging altijd de boer op om boeren te winnen voor het socialisme. En ze deden allemaal mee. Behalve als ze één koe hadden, want dan haakten ze af. Je dacht toch niet dat ze gingen delen? (lachje) Daar zit het ongeveer, hé.

Armand over…

Che Guevara
(enthousiast) Te gek, man. Ik ontmoette vorig jaar een Turkse jongen met zo’n hangertje van Che. ‘Iedereen in Turkije loopt daarmee’, vertelde hij. Dat is natuurlijk fantastisch. Want in Turkije is het leger almachtig en nu pakt de jeugd de regering terug met haar eigen middelen. Toen heb ik die jongen uitgelegd wie Che was en hoe het allemaal gegaan is. ‘If Che would live today, he would die of sadness’, heb ik hem gezegd. ‘Maar nu niet meer’. Die ogen!

Che blijft toch pal overeind staan, hé. Het is een wereldbeweging die ze niet stoppen. Hij was ook een man die er in geloofde. Het had niet zo moeten aflopen met Che, maar hij koos zelf voor de minst makkelijke weg. Van Fidel mocht hij wel minister van dinges worden en toen Cuba bevrijd was werkte hij ook als gouverneur. Maar hij wou naar Congo. De rimboe in. Er is in Nederland nog steeds een jongerencentrum dat Che heet. 

Brel.
Brel was high op zijn manier. Toen ik zijn liedje “Quand on a que l’amour” voor het eerst hoorde, dacht ik : ‘verrekt, Brel. Nou probeert-ie nog een graantje mee te pikken van de hippiebeweging’. Daarna pas, met het schaamrood op de wangen, kwam ik er achter dat dat nummer uit is gekomen in 1955. Toen was er nog geen sprake van de hippiebeweging. Vanaf dan ben ik compleet gek gegaan voor Brel. Hij is echt de top. 

Herman Hesse.
Steppenwolf. Ik ken alleen de groep Steppenwolf. “Born to be wild”. Zal wel goed zijn, hé. (grijnst) 

Internet.
De CIA heeft het Internet geschapen met het idee dat de bonzen de kleine man in de gaten konden houden, alleen is het anders uitgepakt. Ze zitten daar echt nog altijd te vloeken om zo’n blunder. De kleine man werkt met die computers. Thank you CIA for the Internet. Geen gelul, zeg.

Vroeger had je stromannen, weet je wel. Was er iets fout gegaan, dan kwam er een naam in de krant waarvan je nog nooit gehoord had. Die had het gedaan. Maar nu zitten we in een periode dat we de verantwoordelijken zelf aan de kaak kunnen stellen. Internet speelt daar een belangrijke rol in. De beweging van de antiglobalisten zou bijvoorbeeld niet bestaan zonder het Net. 

Geitenwollen sokken.
(toont kousen) Ik heb geen geitenwollen sokken aan zoals je ziet. Maar het was een scheldnaam voor mensen die zich met het milieu bemoeiden en die periode is gelukkig voorbij. Nagenoeg iedereen met een beetje verstand in zijn kop, bemoeit zich nu met het milieu. Dat is een goed. Dus geitenwollen sokken werden gedragen door voortrekkers. 

Trippen
Prachtig. Iedereen zou zo nu en dan eens op reis moeten gaan in zijn hoofd. En daar zijn tripmiddelen genoeg voor, hé. Ik vind paddestoelen leuk en cactussen. En uiteraard LSD. Chemische middelen moet ik niet. Daar word je niet wijzer van. Daar zit ook geen toekomst in.

Terence McKenna beweert dat als de mens geen paddestoelen had, we nu niet geweest waren waar we zijn. Want door paddestoelen kun je beter denken. En letterlijk beter zien. Daar geloof ik wel in. 

Televisie
Mijn toestel staat in de tuin. Ik heb er op geschilderd: ‘blijf kijken, wordt een zombie’. Nee, in televisie zie ik weinig heil. Het is niet zozeer televisie op zich. Toen de kranten de belangrijkste informatiebron waren, had je hetzelfde fenomeen met de kranten. Het gaat om mensen hun gedachten sturen. Van nieuws word je dom. De media vormen een systeem om de mensen er onder te houden. Iedereen krijgt een enorme stroom nutteloze informatie te verwerken en je krijgt niet meer de tijd om over echt belangrijke zaken na te denken.

Ik heb geen tv, maar luister wel naar BBC-World op de radio. Maar ik neem de informatie tot mij wanneer ik dat wil. Ik laat me niet overdonderen. Dan word je wijzer, want je hebt te maken met de bomen en niet met het bos. Ik vind televisie kwalijk. Denk je nu echt dat de mensen die de televisie uit hebben gevonden dat deden om kijkers te overspoelen met soaps? Komaan zeg. De commercie is er teveel in gekropen. Ik heb een nieuw liedje waarin ik zing: ‘de reclame heeft je dromen gestolen, om ze je terug te verkopen’. Dat is wat er nu gebeurt en dat is geen positieve evolutie. 

Consumptiemaatschappij.
(sacraal) Mijd de tempels van het consumentisme. De consumptiemaatschappij heeft niks met behoeften te maken en is geschapen om grof geld te verdienen. Waarom zijn er veertig merken mayonaise? Er zitten veertig verschillende plakkers op, maar ze smaken allemaal hetzelfde. Wat is dat nou voor lulkoek, zeg. Het is kwalijk godverdomme. Waren de communisten maar terug. 

Georges Brassens.
Door Brassens raakte ik geïnteresseerd in het Franse chanson. Hij zong over dingen die je toen nog niet kon zeggen. Ik had op school altijd matige punten voor Frans, maar toen begon ik Franse kranten te lezen en naar Brassens te luisteren. Gevolg: ik had altijd een ‘9’ voor Frans. Te gek. Ik vind Frans ook een mooie taal. Vervelend is wel die gewoonte om mensen met ‘vous’ aan te spreken. Ik tutoyeer iedereen. Ik was getrouwd met een Franse en mijn schoonmoeder vroeg: ‘Armand, vous voulez boire quelque chose?’. Da’s toch raar. Belachelijk eigenlijk. 

Dit interview werd afgenomen in 2005

Armand op een herdenking in Antwerpen van de slachtoffers van de oorlog in Irak

reacties

2 reacties

  • door ria aerts op zaterdag 21 november 2015

    Een schat van een mens. Spijtig dat hij er niet meer is.

  • door antond op donderdag 26 november 2015

    Icoon van de sweet sixties. Rust zacht, je bent niet te min.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties