about
Toon menu

Een progressief parlement als kunstwerk

De commerciële media informeren hun publiek nauwlettend over de nieuwste decadente records op de kunstmarkt, alsof kunst een zaak van geld en verkoop is. Interessant? Laten we het liever hebben over het waardevolle van hedendaagse kunst, over wat echt op het spel staat. Zo organiseerde de Nederlandse kunstenaar Jonas Staal dit weekend de vijfde New World Summit, het congres voor stateloze volkeren in… Rojava. Hij bouwt er momenteel ook mee aan een permanent alternatief parlement voor stateloze democratieën.
maandag 19 oktober 2015

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Eén jaar na 9/11 sprak de Britse marketeer-kunstenaar Damien Hirst afgunstig zijn bewondering uit voor die aanslag: dat was pas een visueel verbluffend kunstwerk met impact! Deze doorzichtige provocatie illustreert treffend de onmacht van een bepaald soort kunstenaar die, ondanks al de artistieke vrijheid, beseft hoe relatief de betekenis van het eigen werk is en hoe graag ze impact willen, wat dat ook mag betekenen. Cynisme, sensatie en shock pakken alvast niet meer, daarin is de entertainmentindustrie al lang marktleider.

Maar je kan als kunstenaar ook helemaal anders met kunst en maatschappij aan de slag gaan. Jonas Staal bespeelt maatschappelijke rituelen, zoals een internationale conferentie voor politieke leiders, om aan te tonen dat een democratische wereld mogelijk is. Het Westen zag na 9/11 in haar war on terror een gelegenheid om heel wat politieke initiatieven monddood te maken door ze op de lijst voor terroristische organisaties te zetten.

Doe-het-zelf-democratie

Met de New World Summit gebruikt Jonas Staal daarentegen de structuren van de kunstensector voor politiek weerwerk: in de vrijplaats van een cultuurhuis richt hij tijdelijk een alternatief parlement op dat organisaties uitnodigt die elders geen spreekrecht krijgen. Daar kunnen ze elkaar ontmoeten, informeren en eventueel helpen. De kunstenaar speelt daarmee in op de institutionele waarde van publieke bijeenkomsten en heeft zo van kunstinstituten in Berlijn, Leiden, Brussel en Kochi even oorden van verzet gemaakt.

Deze vijfde New World Summit zet een flinke stap verder: in plaats van een ‘alternatief parlement’ te houden in een cultuurhuis wordt er nu effectief gewerkt aan de opbouw van zo’n parlement, en dat op een unieke plek. Rojava (letterlijk: ‘het westen’) is een autonome regio in West-Koerdistan, anderhalve keer zo groot als België en met 4,6 miljoen inwoners, waar Koerdische revolutionairen in 2011 zelfbestuur afkondigden.

In die regio is volgens Staal sindsdien veel bereikt, in samenwerking met andere volkeren in de regio: Arabieren, Assyriërs, Chaldeeërs, Arameeërs, Turkmenen, Armeniërs en Tsjetsjenen. Er werden lokale raden opgericht, nieuwe universiteiten en culturele centra geopend en recent nog een filmacademie. ‘Volksbeschermingseenheden’ van mannen en vrouwen verdedigen zich tegen de invasies van IS.

De regio is inzake politiek ook voor ons een voorbeeld: geen fixatie op een ‘nationale staat’ – de arbitraire landsgrenzen bezorgen deze postkoloniale regio alleen maar miserie – maar een democratisch confederalisme. Rojava vaart een sociale en ecologische koers met de nadruk op gendergelijkheid, secularisme, zelfverdediging en communalisme (een steunbeleid van zelforganiserende delende gemeenschappen).

De bouw van een permanent alternatief parlement staat bovendien symbool voor internationale solidariteit. De revolutionairen van Rojava waren in 2014 al te gast op een vorige New World Summit in de Balie in Amsterdam (zie de video hier). Vanaf nu gaat het niet langer alleen om het verbeelden van een nieuwe wereld, maar om die ook daadwerkelijk mee op te bouwen.

‘Wie geven wij een gezicht?’

Jonas Staal houdt vol dat kunst politieker kan worden dan politiek. Omdat ze niet alleen een andere wereld verbeeldt, maar die al doende ook maakt. Hij benadrukt de aansprakelijkheid die uitgaat van de publieke positie van de kunstenaar. Die is volgens hem altijd als eerste aan zet: ‘De oorlogen van onze westerse wereld zijn onze oorlogen. Het beleid van dit land is ons beleid. Wij legitimeren het, wij bewijzen het succes en bedienen het van redenen om zijn expansie voort te zetten. Het is tijd ons af te vragen wie wij van dienst zijn geweest. Wie wij een gezicht hebben gegeven.’

Met de bouw van dit permanent parlement geeft Staal niet alleen de waarden en verwezenlijkingen van het democratisch zelfbestuur van Rojava een gezicht, terwijl de rest van de wereld wegkijkt, een gezicht dat ons leert hoe ook wij onze democratie kunnen heruitvinden.

Ook de kunst zelf krijgt een nieuw gelaat: eentje die zich van de waan heeft ontdaan dat kunst zich ‘vrij’ en ‘onafhankelijk’ kan bewegen van de samenleving waarin ze wordt gemaakt. Kunst die midden in de brandende actualiteit gaat staan, zonder ironie of zonder dat ze een louter statement wil maken ten aanzien van het reilen en zeilen in het kunstbedrijf. Deze monumentkunst opent een nieuwe horizon, en keert daarbij inzake artistieke strategie terug naar historische monumenten uit de avant-garde, zoals Tatlin.

Kortom, TINA is aan Staal niet besteed: ‘To engage the ideals of a new world, we need an imagination of what that world is or could be like. New revolutionary models and practices such as those of Rojava create the possibilities for new symbols and structures of representation. That is what art can bring to politics. As such, we have collaborated with the Democratic Self- Administration but also with local artists, writers and thinkers of Rojava to develop this parliament.