Vissers in Myanmar
Boekrecensie - GorikdeHenau

‘Golden Earth’ of de uitgestelde gouden eeuw van Myanmar

Kort na de onafhankelijkheid reist Norman Lewis naar de Britse ex-kolonie Birma. Zijn momentopname van een woelige natie in wording geldt als het beste westerse boek over het land. Meer dan zestig jaar na datum heeft zijn lyrisch-kritische ode aan de Birmanen nauwelijks iets aan actualiteit en relevantie ingeboet.

donderdag 8 oktober 2015 13:50

De Welshe schrijver Norman Lewis (1908-2003) was, behalve een groot reiziger, ook een man met een journalistieke neus en het bijzondere talent om op het juiste moment op de juiste plaats te zijn. Anders dan in het geval van veel tijdgenoten blijft zijn werk ook vandaag nog overeind en verschillende van zijn boeken hebben intussen een iconische status bereikt.

In Naples ’44 beschrijft hij het broeierige klimaat in de Italiaanse stad ten tijde van de bevrijding, zoals dat ook in het schandaalboek La pelle (De huid) van Curzio Malaparte aan bod komt. In A Dragon Apparent schetst hij een profetisch portret van het wankelende westerse kolonialisme in Indochina, vlak voor die regio in vlammen zou opgaan.

Sceptisch

In 1951, kort na het uitroepen van de Volksrepubliek China, vertrekt hij naar Birma, uit vrees dat de plaatselijke tradities definitief zullen verdwijnen achter het zogenoemde ‘bamboegordijn’. Het land is dan nauwelijks drie jaar onafhankelijk van de voormalige Britse kolonisator. Lewis begint en eindigt zijn reis in de beroemde Schwedagon-pagode in Rangoon (tegenwoordig Yangon). Onderweg maakt hij een lus die hem van het zuiden naar het uiterste noorden en weer terug voert.

De gouden aarde uit de titel slaat op het goudgele licht dat kort na zonsopgang het Birmaanse landschap in vuur en vlam zet, wat Lewis inspireert tot lyrische natuurbeschrijvingen. Vooral voor vogels heeft hij een zwak en zijn ornithologische overpeinzingen lijken wel voer voor specialisten. Maar hij put zich ook uit in lof over de fysieke schoonheid van de Birmaanse bevolking, en dan vooral het vrouwelijke deel daarvan. Tegelijk vindt hij de Birmanen, mede door hun hoffelijke omgangsvormen, uitermate ondoorgrondelijk.

Hij wordt gefascineerd door de ontwapenende charme van volslagen onbekenden. Die bejegenen de bleke vreemdeling met de grootst mogelijke vriendelijkheid, trouw aan het boeddhistische adagio dat je verdienste moet verzamelen voor je volgende aardse bestaan. De sceptisch aangelegde Lewis, die ooit beweerde helemaal nergens in te geloven, lijkt soms zelfs een impliciete lofzang te houden op een religie die hem mateloos fascineert.

Stoomboot

Per schip gaat het zuidwaarts naar de langgerekte landsplinter die Birma met Thailand deelt. Lewis’ visum is maar tien dagen geldig, dus vliegt hij terug naar Rangoon en vervolgens in één ruk door naar de mythische stad Mandalay, de laatste hoofdstad van het voormalige koninkrijk Birma. Van daaruit maakt hij een wijde boog door het noorden van het land.

Daarbij gaat hij het gevaar niet uit de weg en bezoekt zelfs streken waar nauwelijks reizigers komen, bijvoorbeeld de staat Kachin en het noorden van de staat Shan. Door aanhoudende gewapende conflicten zijn die zelfs vandaag nog verboden terrein voor Myanmar-reizigers. Vlak tegen de Chinese grens bezoekt hij lokale markten en verwondert zich over de aantrekkingskracht van westerse goederen als conserven en goedkoop textiel.

Op de Irrawaddy neemt hij een zwaar bewaakte stoomboot, die onderweg door communistische rebellen onder vuur wordt genomen. Terug in Mandalay reist hij naar Rangoon per exprestrein – een relatief begrip, want halverwege moet hij vanwege een onderbreking in het spoornet een eind per vrachtwagen afleggen.

Eetlust

Een en ander wordt beschreven in zijn typische, onderkoelde stijl, met veel gevoel voor de onuitgesproken incongruentie van menselijke toestanden. Lewis is op zijn best als hij op kurkdroge toon ongewilde slapstick beschrijft, waardoor het impliciete humoristische effect eens zo sterk wordt.

Zo zijn er pareltjes van beschrijvingen van de diverse krakkemikkige voertuigen (vrachtwagens, bussen, karren) waarmee hij reist. Voortdurend nemen ze nieuwe passagiers mee, waarna ze zonder uitzondering motorpech krijgen of anderszins averij oplopen, toch weer worden opgelapt en uiteindelijk net voor de eindbestemming de geest geven.

Hij schildert de gastvrijheid van etnische minderheden die hem als een eregast onthalen en copieuze maaltijden voor hem bereiden, overgoten met sloten sterke drank. Lewis eet zich telkens te pletter, maar krijgt vervolgens af te rekenen met de ontgoocheling van zijn gastheren, die zijn in hun ogen ‘geringe’ eetlust maar niet kunnen vatten.

Camera

Ragfijne beschrijvingen van mensen en gebruiken wisselen af met heldere analyses van politiek en geschiedenis. In zijn gevoeligheid voor verschillen tussen volkeren toont Lewis zich bepaald modern. Zijn ontleding van de etnische breuklijnen binnen de overkoepelende Birmaanse staat is nog altijd relevant voor de actuele afscheidingsbewegingen en gewapende conflicten.

Ondanks zijn grote invoelende vermogen en zijn scherpe blik blijft hij toch altijd de nuchtere buitenstaander. Hij sympathiseert wel met de mensen die hij ontmoet, maar aan het eind van de rit verkiest hij de ‘splendid isolation’ van zijn zelfgekozen eenzaamheid.

Het geheel wordt geïllustreerd met mooie, maar vrij donker uitgevallen foto’s van Lewis zelf. Die kwam trouwens ooit als huwelijksfotograaf aan de kost en was zelfs een tijdje de Britse vertegenwoordiger van een Duits merk van hoogstaande camera’s. Dankzij de landkaart voorin, telkens met de toenmalige, uit de koloniale tijd stammende plaatsnamen, kun je de auteur zonder problemen volgen op zijn reis.

Utopie

In het laatste hoofdstuk laat Lewis zich hoopvol uit over de toekomst van de jonge natie. Hij drukt de wens uit dat ze dankzij de veerkracht van haar bevolking de politieke verdeeldheid kan overstijgen en de uitwassen van de industriële revolutie mag overslaan. Maar die utopische toekomstverwachting werd jammer genoeg niet waargemaakt, want nauwelijks tien jaar later kwam na een staatsgreep een militair regime aan de macht.

Meteen het begin van een langdurige en rampzalige militaire inmenging in staatszaken, die ondanks de aarzelende democratisering sinds 2011 nog steeds niet definitief tot het verleden behoort. Het valt af te wachten of de algemene verkiezingen in het najaar van 2015, waarop de ogen van de hele wereld zijn gericht, een onomkeerbare trendbreuk zullen inluiden.

Norman Lewis: Golden Earth. Travels in Burma. Eland. ISBN 9780907871385

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!