Analyse -

Waarom het zo belangrijk is dat de havenarbeiders deelnemen aan de nationale betoging van 7 oktober

Dokwerker Ivan Heyligen vergelijkt de gevolgen van het beleid van Thatcher met het lot van de havenarbeiders vandaag in België. Hij roept daarom op tot solidariteit tussen verschillende sectoren: van treinconducteurs tot studenten over arbeiders naar ambtenaren. Solidariteit is het beste wapen tegen het huidige beleid en de verzurende publieke opinie.

donderdag 1 oktober 2015 10:28

Wie Owen Jones’ laatste bestseller ‘het establishment’ leest kan enkel maar concluderen dat de auteur van het boek er als geen ander in slaagt om het Engelse beleid te fileren. Onlangs was hij te gast in Bredene op het festival van de solidariteit Manifiësta om er de Nederlandse vertaling van zijn werk voor te stellen. Jones, die in Engeland bekent staat als een links georiënteerd columnist, commentator en politiek activist, werd er ingeleid door ACV voorzitter Marc Leemans.

Als amper 31-jarige (met het uiterlijk van iemand van 21) is het verwonderlijk dat Jones over zoveel kennis beschikt. Dat bleek al snel toen hij aan het woord kwam en het verklaart ook waarom hij regelmatig opiniestukken mag schrijven voor The Guardian en de New Statesman. Tijdens zijn betoog sprak hij uitvoerig over de rol die Thatcher speelde in het politieke spectrum van de jaren ’80 en de strijd die de Engelse mijnwerkers in diezelfde periode gevoerd hebben. Ik profiteerde van de gelegenheid om de man een vraag te stellen over wat de Belgische havenarbeiders nu meemaken, naar aanleiding van de klacht die de Europese Commissie neerlegde tegen hun statuut, en of die werkwijze niet dezelfde was als die van Thatcher: het breken van vakbonden en onderlinge solidariteit.

“There is undoubtedly a connection between the method Thatcher operated with the British miners as there is now with the way how the European Commission attacks the Belgian dockers. Never, ever allow an undemocratic organ like the European Commission to abolish your working conditions and statutes and never allow further liberalization of your ports, because once they succeed in that it will mean further downsizing of wages and cutting back on safety regulations. Your ancestors have fought in the past for what you have now today and their struggle can only mean something if you fight for it as well”

Het antwoord vatte de essentie goed samen maar opdat de Belgische havenarbeider meer te weten zou komen over de uiteindelijke doelstelling van die klacht tegen hun statuut is het misschien aangewezen even terug te gaan naar die befaamde jaren ’80 en die al even befaamde strijd die de Engelse mijnwerkers toen voerden. Die strijd kan gerust als voorbeeld dienen voor de duizenden havenarbeiders en hen er ook toe bewegen om zeker deel te nemen aan de grote nationale betoging van 7 oktober waar de verschillende vakbonden momenteel voor oproepen.


Thatcher, the milksnatcher (Thatcher, de melkpakker)


Toen Margareth Thatcher van 1970 tot 1974 minister van Onderwijs was, schafte zij de gratis voorziening van melk af in het lagere onderwijs. Dit leverde haar de bijnaam Thatcher, the milksnatcher op. Het was van toen af al vrij duidelijk dat “The Iron Lady” niet enkel zinnens was om maatregelen door te voeren die vooral de werkende klasse zou treffen, maar dat ze vooral de vakbonden viseerde. Vakbonden die, volgens haar model, de groei en expansie van het Britse Koninkrijk tegenwerkten.

Nadat Margaret Thatcher in 1979 werd verkozen als premier van Groot-Brittannië en Noord-Ierland liepen de spanningen tussen haar kabinet en de mijnvakbonden op. Het kabinet van Thatcher was van mening dat de NUM (National Union of Mineworkers) de markt beïnvloedde en de kans op inflatie vergrootte. Tussen 1979 en 1981 gingen twee miljoen banen in de industrie verloren. Thatcher weet dit aan de decennia van nationalisatie van onproductieve industrieën in relatie met stijgende concurrentie van goedkopere producenten maar eigenlijk was het voor de toenmalige Britse regering erom te doen de macht van de vakbonden te breken.
Op 6 maart 1984 kondigde de regering haar voornemen aan om twintig kolenmijnen te sluiten. Op langere termijn zouden nog eens zeventig mijnen worden gesloten. Na deze bekendmaking legden de mijnwerkers spontaan hun werk neer, en begon in maart de staking. Tijdens de Battle of Orgreave op 18 juni 1984 raakten 5000 mijnwerkers en 5000 politieagenten slaags met elkaar.

Een stakingleider, Pat Bennet (een boom van een kerel die sterk was als een os) getuigt in een VPRO-reportage over de feiten:
“Op die bewuste dag waren we van plan om de koolcentrales stil te leggen die stroom leverden aan de staalbedrijven en hoogovens. Het was ook onze bedoeling om de nabijgelegen dorpen in totale duisternis te hullen omdat we wisten dat die tactiek meer druk zou leggen op het beleid en de plannen van Thatcher en dat de publieke opinie dan kritisch zou reageren op haar maatregelen. Je moet weten dat op die dag er ook niet langer onderhandeld werd. Het was ons en de straat. De arm van de wet, zeg maar Thatcher, tegen de solidariteit van de mijnwerkers. Toen we bijna arriveerden aan de ingang van de energiecentrale moesten we nog enkel een vallei oversteken. Wat we toen zagen was ongelooflijk. Het was net of de slag om Waterloo zich zou ontplooien. Overal, op alle flanken van die vallei stonden pelotons opgesteld. 500 man daar, 500 daar. Zover de flanken hoog waren, werden ze bezet door een ongelooflijke politiemacht. Dat hadden we nog nooit gezien. Het was ook een nieuwe tactiek die werd gebruikt. Het was toen al snel duidelijk dat Thatcher de confronatie zelf opzocht en dat dit geen gewoon kat- en-muisspelletje zou worden. Dit was een totale oorlog.”

Over die ‘oorlog’ worden tot op vandaag verhalen verteld. Hoewel de nieuwe tactiek van Thatcher succesvol was om het verzet van de mijnwerkers in die bewuste vallei te breken, zijn de vele mijnwerkersdorpen in die streek nog steeds gekend als socialistische bastions.

De staking eindigde op 3 maart 1985, nadat de vakbondsleden van de NUM instemden om het werk te hervatten. De gebeurtenis was een bepalend moment binnen de Britse arbeidsverhoudingen. De Britse vakbeweging werd hierdoor enorm verzwakt en de hervatting gold als een grote politieke overwinning voor Margaret Thatcher en de Conservative Party. De staking wordt gezien als een symbolische strijd, aangezien de NUM toentertijd werd gezien als een van de sterkste vakbonden van Groot-Brittannië. De NUM zou verantwoordelijk zijn voor het aftreden van de Conservatieve regering van Edward Heath als gevolg van de staking van 1974. In tegenstelling tot de stakingen in de jaren zeventig, eindigden de stakingen in de jaren tachtig meestal met verlies voor de vakbonden. Het kabinet van Thatcher kon haar conservatieve begrotingsprogramma doorvoeren. De politieke macht van de NUM, en van de meeste andere Britse vakbonden, werd sterk gereduceerd.

Wat overbleef van de Britse koolindustrie werd in december 1994 geprivatiseerd. De firma kwam bekend te staan onder de naam UK Coal. Van de nog 174 werkende mijnen in 1983 blijven er vandaag nog maar twee over. In de dorpen van voormalige koolwinningsgebieden nam de armoede toe. Een onderzoek van de EU uit 1994 toonde aan dat de plaats Grimethorpe, ten zuiden van Yorkshire, de armste regio in Groot-Brittannië was. In 2013 werd in het Verenigd Koninkrijk voor 60 miljoen ton aan steenkool verbruikt. 50 miljoen ton aan steenkool werd geïmporteerd terwijl Engeland perfect in staat was om die broodnodige steenkool zelf te leveren vanuit haar eigen koolmijnen. Het was Margareth Thatcher die besloten had om de koolmijnen te sluiten opdat veel goedkopere kolen vanuit het buitenland konden geïmporteerd worden.

       
Hoe de Britse media reageerden op de staking


De eerste krantenartikels die verschenen na de Battle of Orgreave lieten vooral Thatcher aan het woord. De publieke opinie werd handig gemanipuleerd niet in het minste omdat Thatcher de stakende mijnwerkers bestempelde als the enemy within” waarbij ze vooral bedoelde dat de mijnwerkers door hun acties de volledige samenleving aanvielen. Een samenleving waarover ze, ironisch genoeg, later verklaarde dat ze niet bestond (“There is no such thing as society”).

Maar bij de lezers gingen de tendentieuze krantenartikels erin als zoete koek en werden de mijnwerkers al vlug afgeschilderd als een bende dronken barbaren die er alleen maar op uit waren om de Britse economie lam te leggen vanwege hun eigen belangen. Vakbondsecretaris Arthur Scargill werd in verscheidene artikels afgebeeld als tiran die zijn leden misbruikte om zijn eigen politieke belangen door te drukken en verschillende cartoons werden gepubliceerd. Die maakten van hem een karikatuur en bestempelden hem als zondebok. Dit alles had één doel: de publieke opinie manipuleren opdat ze zich zou afkeren van de mijnwerkers. Zo kon de weg ingezet worden om de sterkste vakbonden van Engeland af te breken. Jammer genoeg slaagde Thatcher in haar opzet.

De gevolgen voor de eens zo fiere mijnwerkers waren enorm.
Zonder de steun en de solidariteit van andere sectoren waren ze hulpeloos, verloren ze hun baan en velen onder hen gleden af in totale armoede. De prachtige, prominente arbeiderswijken van weleer veranderden al snel in getto’s waar werkloosheid, criminaliteit, druggebruik, openbare dronkenschap en tienerzwangerschappen de norm werden. Tot op de dag van vandaag zijn de wonden die Tatcher in de samenleving van de trotse mijnwerkers sloeg nog steeds zichtbaar.

De geschiedenis herhaalt zich (in België)

De betoging van 6 november 2014 waarbij de vakbonden erin slaagden om 120.000 mensen te mobiliseren en te doen afzakken naar de hoofdstad van ons land zal niet zo snel vergeten worden.

Ook al kwamen de betogers op voor een mooi ideaal en was er tijdens de gehele route van de stoet geen agent of ordehandhaver te bespeuren, liep alles volledig uit de hand aan het einde van de betoging aan het Brusselse Zuidstation waar plotseling wél een politiecordon, vergezeld door twee waterkanonnen opgesteld stond. Een 200-tal betogers besloot daarop om de confrontatie aan te gaan. De rest is geschiedenis.
Wat vooral opvalt is hoe de media omgingen met dit gehele gebeuren en hoe de krantenkoppen er de dag nadien uitzagen. Zeggen dat de berichtgeving in de kranten ontzettend tendentieus was, is eigenlijk een understatement. Ze was van die aard dat de (vooral Antwerpse) dokwerkers het doel van de betoging hadden besmeurd door als een bende barbaren de straten om en rond het station te doen veranderen in een slagveld.

In de media waren de havenarbeiders kop van jut, net zoals ooit de mijnwerkers afgeschilderd werden als vijanden van de staat. De publieke opinie reageerde ronduit vernietigend voor de dokwerkers, net zoals ze al even vernietigend reageerden tegenover de stakende mijnwerkers. De havenarbeiders merkten al snel dat ze minder konden rekenen op de steun van de man in de straat.

Ook de politiek reageerde. Het waren vooral nationalistische en liberale partijkopstukken die de betoging fileerden tot een extreem linkse manifestatie die uitmondde in de zwaarste rellen die België ooit meemaakte sinds de jaren ’60. Op de daarop aangekondigde acties reageerde Bart de Wever dat de vakbonden ons land in een crisis zouden staken. Patrick de Wael verweet de oppositie dan weer schaamteloosheid dat ze probeerde om de demonstratie politiek te recupereren.

De berichtgeving over de mijnstaking ging er indertijd als zoete koek in bij de Britten en ze veroorzaakte hetzelfde bij de publieke opinie als de berichtgeving over de nationale betoging van 6 november 2014. En die berichtgeving had maar één enkel effect: de vakbonden bevonden zich de dag nadien in een lastig parket. Zo ook de dokwerkers. Maar het werd nog erger.

In de aanloop naar de provinciale staking van 24 november mocht het establishment nogmaals zijn zegje doen in de media. De ene waarschuwing achter de andere vlogen de lezers om de oren: er hadden doden kunnen vallen. Dokwerkers hadden autowrakken klaarstaan die ze al brandend op de politie zouden afsturen. Een harde kern van NMBS militanten en Waalse Metallo’s zou naar Antwerpen afzakken om de dokwerkers bij te staan als er geknokt ging worden met de ordediensten.

En Feyenoordse hooligans zouden helemaal vanuit Nederland de havenarbeiders bijstaan op het verwachte slagveld. Kort nadien verklaarde de woordvoerder van die hooligans (dat voetbalhooligans gebruik maken van een woordvoerder is al even twijfelachtig, maar zo werd er toch over gesproken in de pers) dat er helemaal geen sprake was van een samenwerking tussen dokwerkers en voetbalfans.

De pers en de media draaiden op volle toeren. Politieke tenoren maakten bij wijze van spreken overuren om zogenaamd ‘duiding’ te geven bij wat de vakbonden, maar vooral de Antwerpse dokwerkers, allemaal van plan waren op de provinciale staking van 24 november 2014. Je kon geen café meer binnenkomen of er werd wel gesproken over de dokwerkers die Antwerpen in lichterlaaie zouden zetten.

De toon was gezet en iedereen hield zijn hart vast. Maar er kwam weerwerk op de aantijgingen. Niet alleen vanuit het kamp van de vakbonden maar ook vanwege enkele havenarbeiders die niet op hun mondje waren gevallen en die de volksverlakkerij welk gretig in de pers te lezen was konden weerleggen. Er verschenen tal van krantenartikels in De Morgen, Gazet van Antwerpen en weekbladen zoals P magazine.

Een van die dokwerkers werd door het vrt programma Terzake uitgenodigd. Zijn interview door Kathleen Cools leverde een ander beeld op van die overbetaalde, door een peperduur statuut beschermde dronkenlappen. Het was een beeld van een arbeider die voor zijn rechten op komt en die bovendien een aardig woordje kon meepraten en weerwerk kon bieden ten aanzien van de leugens die verteld werden over hen. Dát interview sloeg bij de publieke opinie in als een bom en plots was het tij terug gekeerd en werd diezelfde opinie aan het twijfelen gebracht. Was het dan allemaal echt waar wat er verteld werd over die Antwerpse dokwerkers?

 

De stakingsgolf en het sociale verzet


De pers voorspelde tal van gebeurtenissen maar moest achteraf schoorvoetend toegeven dat het helemaal niet uitdraaide op rellen en gevechten tussen dokwerkers en politieagenten. En ook al stond er achter de hoek van het aanwervingslokaal een compleet leger ordediensten klaar om elk soort van verzet van de dokwerkers neer te slaan met hun knuppels en wapenschilden. Om en rond “het kot” bleef het opvallend rustig.

Hetzelde viel er te zien aan de piketten die de vakbonden hadden opgeworpen.
De pers had massaal verzameld aan het piket van de Katoennatie terminal. Waarschijnlijk omdat ze verwachtten dat de dokwerkers hun woede zouden botvieren op de infrastructuur van die terminal, maar toen ook dit brute geweld uitbleef dropen de journalisten een voor een af. De nieuwswaarde was nochthans hoog maar het suspensgehalte veel te laag.

“Ik denk niet dat er ergens gewerkt wordt”, vertelde vakbondsman Jurgen Van Puyvelde. “Nee, veel overtuigingskracht hadden we niet nodig. Kijk naar die lijst maatregelen, veel uitleg moet je daar niet bij geven. Mensen komen spontaan aan ons vragen: wat gaan we doen en hoe kunnen we meedoen? ”De sfeer is opvallend rustig. Er wordt koffie geschonken en blikjes Cola en Fanta staan klaar. Van Puyvelde: “We proberen de gemoederen te bedaren en dat gaat ons lukken ook.”

Wat de Antwerpse dokwerkers bewezen op 24 november herhaalden ze nog eens op de grote nationale staking van 15 december. Alles bleef rustig, alles bleef kalm. De rellen waarover Bart de Wever sprak bleven uit en de wijze waarop de media werden gemanipuleerd door het establishment had zijn doel compleet gemist. De dokwerkers toonden met deze acties aan dat ze wel op serene wijze het sociale verzet konden steunen en dat kan je gerust een overwinning op zich noemen.

Verdere acties of afwachten.

Tussen de mijn- en dokwerkers is er misschien wel een verschil in situatie. De Engelse mijnwerkers stonden voor een voldongen feit: de sluiting van vele koolmijnen en massaal jobverlies.

De dokwerkers daarentegen kunnen nog altijd beroepen op hun statuut en de sociale bescherming die de Wet Major hen biedt. Maar nu de Europese Commissie zich terug agressiever is beginnen opstellen medio september lopen ze terug op de tippen van hun tenen en laait de strijdbaarheid van de mannen ‘van den baseng’ terug op.
Eurocommisaris van transport Bulc is zinnens verdere stappen te ondernemen tegen het statuut, de codex en de wijze waarop de arbeid in de Belgische havens (en dan vooral die van Antwerpen) wordt georganiseerd en zal dit doen totdat ze op verzet stuit.

Moeten de havenarbeiders en hun vakbonden dan wachten tot de EC hen tegenkomt of zou het niet veel beter zijn hen tegemoet te treden? En een meer prangende vraag is of de dokwerkers het zien zitten om na de afschaffing van hun statuut af te glijden in armoede vanwege het massale banenverlies net zoals de Engelse mijnwerkers hun job verloren en in de armoede terecht kwamen?

 

Het grootste risico: isolement


Een van Thatcher’s grootste overwinningen was dat zij erin slaagde om de mijnwerkers en hun vakbonden in een isolement te plaatsen door op handige wijze de media te bespelen waarbij ze de publieke opinie kon manipuleren die zich uiteindelijk keerde tegen de mijnwerkers. Op dat moment stonden de mijnwerkers er helemaal alleen voor en was geen enkele andere cruciale sector nog solidair met hen. Niet de staalarbeiders en ook niet de Liverpoolse dokwerkers (alhoewel die laatsten daar veel spijt over hadden nadat Thatcher ook hen begon aan te vallen).

Na de novemberbetoging viel dit ook te beurt aan de Belgische dokwerkers. Een stakinggleider getuigde onlangs nog op de sociale media dat na die betoging ze heel België over hen kregen en iedereen plots tegen hen was. De negatieve connotatie van de berichtgeving plaatste de dokwerkers in een isolement. Zelfs vanuit andere sectoren waren de reacties bijzonder afwijzend tegenover de havenarbeiders. De modale burgers die ooit nog veel respect hadden voor de havenarbeiders spraken plots schande over hen en meer stemmen gingen op om de Wet Major maar zo snel mogelijk af te schaffen want, zo getuigde iemand op facebook: “ik betaal niet langer belastingen om een bende wildemannen een luxestatuut en dik loon te geven”

Toen de mijnwerkers hun strijd verloren hadden en tegen hun zin terug aan het werk gingen lag de weg volledig open om de mijnvakbonden verder aan te vallen en ze te breken. Thatcher kon dit vrij gemakkelijk verwezenlijken omdat geen enkele andere sector solidair was met hen en ze dus op quasi geen enkele vorm van verzet stuitte.
Het gevaar van isolatie schuilt ook in het verzet van de Belgische havenarbeiders in hun strijd voor het behoud van hun statuut en de Wet Major.

Als de havenvakbonden, hun secretarissen en de dokwerkers toestaan dat de onderlinge solidariteit tussen de verschilende cruciale sectoren wegvalt (waaronder de NMBS, de staalnijverheid en de landbouwsector) zal dat isolement zijn tol eisen.
Die tol zal zwaar zijn en er toe leiden dat niemand noch zijn solidariteit wil betuigen met de dokwerkers en dat de andere sectoren niet mee in verzet zullen gaan als de dokwerkers te horen krijgen dat hun statuut misschien afgeschaft wordt. Dit zal, net zoals bij de mijnwerkers, het pad effenen voor deze regering om onze vakbonden aan te vallen en ze te breken. Ze zal dit dan zonder enige vorm van verzet vanuit andere delen van het land kunnen doen en haar overwinning thuishalen. Het idee dat sommige havenarbeiders hebben over de betoging van 7 oktober en dat ze enkel nog op straat willen komen als het over hun statuut gaat is reeds een ernstig signaal dat het wapen van isolement toegeslagen heeft en uiteindelijk is dat idee een zeer slechte strategie omdat het de solidariteitsgedachte ondermijnt.

Isolement is een van de grootste wapens die deze rechts conservatieve regering wil gebruiken om de dokwerkers en hun vakbonden op de knieën te krijgen. Dat gebeurde ook met de Engelse mijnvakbonden en isolatie was het grootste wapen dat Thatcher gebruikte tegen de mijnwerkers. Het verband waarover Owen Jones het had tussen de werkwijze van “The Iron Lady” en de Europese Commissie is er weldegelijk.
Maar indien alle havenarbeiders solidair zijn met de andere sectoren en bereid blijven om het grote sociale verzet dat vanaf 7 oktober terug op gang komt te steunen, zal die solidariteit een nog groter wapen zijn tegen de maatregelen die het establishment wil doorvoeren.

Het is daarom van cruciaal belang dat dokwerkers van zowel Zeebrugge, Gent en Antwerpen deel nemen aan de grote nationale betoging van 7 oktober.
De havenvakbonden dienen eveneens hun steun te betuigen aan alle andere sectoren die slachtoffer zijn geworden van dit besparingsregime. Ze kunnen dit doen door delegaties te sturen naar toekomstige stakersposten of door solidaire acties op touw te zetten in de havens om andere sectoren te helpen in hun strijd tegen de maatregelen die Michel nu neemt.

Solidaire actie zal het eenheidsgevoel tussen dokwerker en treinconducteur versterken. Het zal het eenheidsgevoel tussen treinconducteur en metaalarbeider versterken. Het zal het eenheidsgevoel tussen metaalarbeider en student versterken.
Het zal een golf van solidariteit veroorzaken die zijn weerga niet kent en niet alleen de strijdvaardigheid ten goede komen maar ook de bescherming van het statuut van de vele, fiere dokwerkers en hun Wet Major. Solidariteit is ons sterkste wapen tegen isolatie!

Ivan Heyligen is dokwerker in de Haven van Antwerpen
Hij is er werkzaam als chauffeur en tevens politiek geëngageerd

Bronnen:

– The battle of Orgreave – https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Orgreave
– VPRO reportage tegenlicht – http://www.npo.nl/in-europa/11-07-2011/VPWON_1152498
– Website UK Coal – http://www.ukcoal.com/our-deep-mines.html
– The Sun geweigerde voorpagina – http://flashbak.com/the-sun-at-40-when-arthur-scargill-was-mein-fuhrer-16468/
– Cartoons – https://www.cartoons.ac.uk/record/39365
                     https://www.cartoons.ac.uk/record/39368
– Piket Katoennatie – http://www.dewereldmorgen.be/live-updates/staking-24-november-een-update


dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!