about
Toon menu

Daders massaverkrachtingen in Congo niet gestraft

De wereld reageerde in 2012 geschokt op de massaverkrachting van honderden vrouwen en meisjes in het Oost-Congolese Minova door het Congolese regeringsleger. Justitie in de Democratische Republiek Congo is er echter niet in geslaagd de daders van deze massaverkrachting op een goede manier te vervolgen en moet haar justitiesysteem dringend hervormen. Dat stelt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) in een nieuw rapport.
donderdag 1 oktober 2015

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

In het vandaag (donderdag 1/10) verschenen rapport concludeert HRW dat, ondanks veel internationale steun en aandacht, de zogenoemde Minova-zaak mislukt is. Er is volgens de mensenrechtenorganisatie geen recht gedaan aan de slachtoffers van Congolese militairen die in november 2012 een verwoestend spoor achterlieten in Minova en enkele dichtbijgelegen dorpen.

"De rechtszaak was een grote teleurstelling voor de slachtoffers van een van de ergste massaverkrachtingen in het land in de afgelopen jaren", zegt Géraldine Mattioli-Zeltner van HRW. "De Congolese autoriteiten zijn verplicht aan de slachtoffers om lessen te trekken uit dit misbruik en recht te verschaffen in toekomstige zaken."

Oorlogsmisdaden

Na internationale verontwaardiging over de verkrachtingen in Minova, werden 39 militairen gearresteerd op beschuldiging van oorlogsmisdaden en het schenden van militaire orders. Toen de zaak vijf maanden later voor een militaire rechtbank was afgerond, bleken slechts twee laaggeplaatste soldaten veroordeeld te zijn voor verkrachting. De meeste militairen kwamen wegens gebrek aan bewijs weg met een veroordeling voor plundering. Hooggeplaatste militairen die de eindverantwoordelijkheid hadden over de troepen in Minova, werden niet vervolgd. Beloofde herstelbetalingen door de overheid aan de slachtoffers bleven uit.

HRW constateert dat de aanklager zwak stond wegens een gebrek aan juridische expertise om een dergelijke gecompliceerde zaak te voeren, de afwezigheid van een strategie om bewijs te verzamelen en procedurele fouten. De selectie van voornamelijk laaggeplaatste militairen doet bovendien het vermoeden rijzen dat er bij het leger weinig bereidheid bestond om de verantwoordelijken te vervolgen.

Rol internationale gemeenschap?

Na het vonnis van Minova riep het Internationaal Strafhof van Den Haag de Congolese autoriteiten op om 'hun inspanningen om de overige daders op te sporen en te vervolgen verder te zetten'.

Maar de advocaten in Goma die slachtoffers verdedigden ontvingen doodsbedreigingen. "Toen ik hulp vroeg aan de internationale gemeenschap, kreeg ik geen reactie. We zijn helemaal alleen, " zegt Charles Guy Makongo van het advocatenkantoor in Goma. Tijdens het proces had hij vier gewapende bewakers; nu durft hij niet meer op straat lopen. "We kunnen ons niet veroorloven om dit alleen te bestrijden, we hebben niet de middelen hebben. "

ICC

De mensenrechtenorganisatie constateerde ook positieve ontwikkelingen. Zo stelde de overheid geld beschikbaar voor de rechtszaak, deden rechters en aanklagers een beroep op het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof (ICC) om hiaten in de binnenlandse wetgeving te compenseren en garandeerde sterke diplomatieke druk dat er een zaak kwam.

Congo heeft in de afgelopen jaren steeds vaker daders vervolgd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Dertig zaken werden afgehandeld voor militaire rechtbanken. De Minova-zaak laat volgens HRW echter zien dat niet alleen de aantallen tellen, maar dat ook kritisch gekeken moet worden naar de kwaliteit van de procesvoering.