Dertig variaties van verzet

RektoVerso
vrijdag 3 juli 2015 10:51
Dertig variaties van verzet

Een vreemde paradox is het: hoe meer maatschappelijk protest er broeit, des te minder wervende kracht lijkt er uit te gaan van klassieke vormen van verzet. Missen we ideeën en creativiteit? Rekto:verso vroeg een brede schare aan artiesten en activisten naar hun meest inspirerende voorbeeld van verzet. Wat kunnen we er anno 2015 van leren?

Mentale lenigheid

In tegenstelling tot wat je weleens hoort, is verzet vaak iets
eenvoudigs. Dikwijls heeft het te maken met kleine situaties. Een vrouw
die weigert achter in een bus te gaan zitten. Een man die stilstaat op
een plein. Eten voor wie het nodig heeft. Boeken voor wie wil lezen. Ik
denk vaak dat het de kunst is om niet hard te worden. Dat het ook de
kunst is die ons tegenhoudt hard te worden. Ik ben daar zo bang voor. Om
hard te worden. Het moet een zaak van liefde en verlangen blijven. Iets
maken is nooit geloven dat er geen alternatief is. Ik denk dat het erop
aankomt mentaal lenig te blijven. Iedereen heeft daarin zijn eigen
voodoo. Bij mij helpen jazz, het luidop lezen van Dostojewksi en een
familie van makers. Je moet ergens de hoop verbergen.

Simon Allemeersch, theatermaker 

Lege ruimte  

Ik ruil mijn tien zinnen voor een lege plek met dezelfde ruimte. Daar kan iedereen in deze snelle fastforward tijden zijn eigen protest plaatsen …

Mesut Arslan, theatermaker 

Mokerslag van verwondering

Op het Wereldcongres van het Hedonisme in Duitsland ontmoette ik
enkele zeer interessante groepen van artivisten. Tools for Action reist
naar de grootste protesten ter wereld, om ter plaatse uit afvalmateriaal
een gigantische inflatable te maken, zoals reuzendobbelstenen
die op de 1 mei-protesten in Berlijn heen en weer pendelen tussen
oproerpolitie en demonstranten. Uiteindelijk steken robotcops die dobbelstenen dramatisch kapot met een mes. Werkt uitstekend op beeld.

Helemaal geniaal zijn de guerrilla-artiesten van Ztohoven. Hun
bekendste werk was het hacken van de mobiele telefoons van politici
tijdens een belangrijk parlementair debat. Zo konden ze in hun naam
sms’en sturen naar ministers, waarin ze opriepen tot minder onderling
conflict en meer samenwerking voor een betere toekomst. De reacties van
de ministers waren live op tv te zien.

Zij inspireren mij om verder na te denken over hoe ik mijn
verontwaardiging creatief kan vertalen in een mokerslag van
verwondering, om een zo goot en divers mogelijke groep tot in het hart
te raken, zonder dat ik mezelf of iemand anders in brand hoef te steken.

Jan Beddegenoots, filmmaker Cameltown




De zaak LIP

Op 12 juni 1973, tijdens de ondernemingsraad van uurwerkenfabriek LIP
in Besançon, ontvreemden de arbeiders een plan van de werkgever om 480
mensen te ontslaan. Ze bezetten de directielokalen. In de laden vinden
ze ook plannen om de loonschalen af te bouwen en een loonstop af te
kondigen. Onder leiding van vakbondsdélégué Charles Piaget bezetten ze
meteen het hele bedrijf en verstoppen ze een stock van 25 000 uurwerken
als ‘oorlogsbuit’. Op 15 juni betogen 12 000 mensen in de straten van
Besançon.

Op 18 juni beslissen de arbeiders de productie ‘onder
arbeiderscontrole’ te hernemen om zich van een leefloon te voorzien. Een
nieuwe slogan waart door Frankrijk: ‘C’est possible: on fabrique, on
vend, on se paie
’. De productie gaat door tot 15 augustus, wanneer de
politie de arbeiders uit de fabriek verdrijft. De ordehandhavers zullen
er blijven tot februari 1974.

Er ontstaat een brede beweging in solidariteit met het zelfbestuur
van LIP. De clandestiene productie van uurwerken verplaatst zich naar
andere plaatsen. Op 29 september betogen 100 000 mensen in Besançon
(toen ook al onder een slagregen). Regering en politici beginnen dan
echt naar een overnemer te zoeken. Op 29 januari 1974 neemt de Compagnie
Européenne d’Horlogerie de 830 arbeiders van LIP over, in ruil voor de
teruggave van zeven ton materiaal, tussen 15 000 en 20 000 uurwerken en
een cheque van twee miljoen Franse franken uit de verkoop van uurwerken
tijdens de strijd. Op 11 maart 1974 begint LIP opnieuw te werken als een
kapitalistisch bedrijf. Dat is ook het einde van de staking.

De staking en de bezetting van LIP was de eerste met een continuering
van de productie in zelfbeheer en de verkoop van uurwerken als
solidariteit met de strijd. Sociale strijd in de richting van een
alternatief economisch model? C’est possible! Dat verwekte toen een golf van enthousiaste solidariteit in heel Europa.

Eric Corijn, emeritus professor in sociale en culturele geografie, VUB
 

Boodschappendozen voor de minister

Zowel oude als nieuwe vormen van verzet kunnen nog altijd effectief
zijn. Het hangt er een beetje van af welk publiek je wil bereiken. Het
is soms onthutsend om te zien hoe moeilijk het is om de jonge
intellectuele garde aan te zetten tot deelname aan stakingen of
betogingen. Tegelijk is het evenmin makkelijk om arbeiders te overtuigen
van het nut van een parade, groot of klein. Voor kleinschalige acties
kan het soms fijn zijn om de dingen zelf te doen. In Herzele gingen we
een aantal jaren geleden als protest het stationsgebouw opkalefateren.
We zagen nog nooit zoveel soorten politiemensen, maar allen kwamen ze
tot dezelfde slotsom: ‘Die gasten brengen hier verbeteringen aan, we
kunnen ze niks aanwrijven.’ Daags nadien gingen het gemeentebestuur en
de NMBS aan de slag: ze moesten en zouden het beter doen. De sympathie
bij de bevolking was té groot. Momenteel zijn we met Climaxi bezig met
een actie die me ook wel aanstaat en die wat afgekeken is van een actie
van 11.11.11. uit de jaren 1990. We sturen dozen met boodschappen over
het klimaat op naar ministers. Mensen formuleren zelf een eis, stoppen
die in een doos en sturen die op. Zo denkt men na over de problematiek,
leert men opnieuw zelf te formuleren wat er moet gebeuren en plaagt men
de minister een beetje. Na een paar honderd dozen zou die zich toch wat
gekriebeld mogen voelen.

Filip De Bodt, Climaxi 

Niet over, maar in de strijd

Votre nom: Vautier! Votre vie: liberté! Votre cinéma: engagé! Votre parole: enragée!’

Veruit de meest inspirerende daad van verzet in cinema vond ik in het
werk en het leven van de recent overleden Bretoense filmmaker René
Vautier (1928-2015). De wapens die hij als jonge verzetsstrijder
hanteerde tegen de bezetting en de bijbehorende oorlogspoëzie die de
schoonheid van de dood bezong, ruilde Vautier na afloop van de Tweede
Wereldoorlog in voor het schieten van beelden. Zijn vizier capteerde
brute werkelijkheid: een werkelijkheid die niet iedereen behaagde.
Tijdens zijn eerste film over een antiracistische manifestatie verliet
hij de politierang die hem bescherming bood, toen hij hun racisme zag.
Hij plaatste zich te midden van de betogers. Hij werd de eerste prooi
van de ordediensten, met een gebroken camera tot gevolg, maar het
perspectief vanuit de verworpenen der aarde – een cinema niet óver maar
ín de strijd – zou hij nooit verlaten. Het resulteerde in decennialange
censuur voor een tiental van zijn films, in totaal drie jaar
gevangenisstraf, en een stuk camera in zijn schedel door een Franse
kogel die zijn lens insloeg tijdens de Algerijnse bevrijdingsstrijd. Het
is in die strijd aan de zijde van het FNL (en dus tegen zijn
landgenoten) dat hij ‘militante cinema’ inruilde voor de radicalere
‘geëngageerde cinema’. Vautier maakte de eerste antikoloniale film (Afrique 50,
1950), verzamelde getuigenissen over de folterpraktijken van Jean-Marie
Le Pen, filmde mét de vrouwen- en arbeidersbeweging en maakte
zelfreflexieve metafilms. Zijn ecologische films werden met succes
gebruikt in rechtszaken. Met een hongerstaking wierp hij zijn lichaam in
de strijd tegen censuur van het werk van collega-filmmakers. Protesten
die hij initieerde, schroefden verscheidene antidemocratische en reeds
gestemde wetten terug. Maar dat verzet – dat hij voerde onder de naam
van cinéma d’intervention sociale – zou hij onmogelijk hebben kunnen bolwerken zonder zijn onverzettelijke lach en de verregaande esthetiek van zijn films.

Matthias de Groof, filmmaker en doctor in de Filmstudies en Visuele Cultuur (UA, NYU) 

Recalcitrant Ambetant

De eendjes voederen in het park, terwijl dat eigenlijk niet mag: dat
is voor mij de hoogste vorm van verzet. Een ongehoorzame burger die
naast het verbodsbordje zelfverzekerd het brood van gisteren staat te
strooien. Wie niet van vogels houdt, kan zijn eigen verzet wel bedenken.
Aan een radicale moslim de weg naar de dichtstbijzijnde homobar vragen
bijvoorbeeld, of aan meneer pastoor hoe het met de kinderen gaat. Aan
een SUV-snob vragen hoeveel gazetten, brood en salami zijn stadswagentje
trekt, vijf minuten te laat komen bij Pietje Precies of een minister
niet aanspreken met ‘meneer de’ maar met Kenji of Shanaya. Journalisten
niet zomaar geloven, of het boek dat je moet gelezen hebben, aan de hond
voederen. Verzet is eigenlijk vooral een binnenpretje.

Gerard De Rover, TV Olen




Hart boven Hard / Tout autre Chose

Inspirerend verzet? Mijn antwoord is geen doorgestoken kaart, maar
zeer gemeend: Hart boven Hard / Tout Autre Chose. De redenen waarom zijn
zeer eenvoudig:

1) Spontaan ontstaan bij een relatief kleine groep als reactie op wezenlijk onrecht.
2) Zonder specifieke strategie en zonder financiële middelen uitgebreid naar een zeer brede maatschappelijke beweging.
3) Een beweging waar het ‘samen’ en het ‘bindende’ overheerst op ‘wat verschilt’ en ‘eigen profiel en belang’.
4) Een beweging die niet alleen syndicaal, cultureel of ngo is.
5) Een beweging die niet afhangt van BV’s of andere bekende koppen.
6) Een beweging die alle vitale elementen in de samenleving wil
aanpakken. Als zoiets niet echt verder leeft en sterk groeit in België,
ziet de toekomst er extreem somber uit.

Lode Devos, Greenpeace 

Dissonante tekens

Mij interesseren de ‘tekens’ in de marge. Niet de zogezegde grote
verhalen. ‘Verboden Toegang’-bordjes. Zwarte vlaggen in het straatbeeld.
Monumentjes voor slachtoffers van het verkeer. Dingen die hun
zichtbaarheid halen uit hun ‘dissonante’ karakter tot de omgeving.
Verzet is dissonant. Kunst moet verzet zijn. Mij interesseert de
esthetica van het verzet. ‘Kunst Tegen Apartheid’ en veel meer.




Daniël Dewaele, beeldend kunstenaar

Klokkenluiden tegen eigen taboes

De laatste keer dat ik werd getroffen door wat ik als een daad van
verzet zag, was toen ik de voordracht las die Barbara Raes hield tijdens
het Theaterfestival van 2014. Het is een klokkenluiderstekst. Subtiel
doorbreekt hij het taboe op zelftransparantie in onze branche. Hij legt
de discrepantie bloot die vele (podium)kunstinstellingen en
gezelschappen op dit moment in haar greep houdt. Terwijl aan de
buitenkant – in affiches, repertoirekeuze, seminars en
discussiebijeenkomsten – nog steeds aan kapitalismekritiek wordt gedaan
en wordt gepleit voor een zoektocht naar alternatieve maatschappij- en
organisatievormen, voert men intern een onmiskenbare neoliberale en
marktgerichte agenda, met bijvoorbeeld een almaar asocialer wordend
personeelsbeleid. ‘We kunnen niet anders’ oogt almaar meer als:
‘Eigenlijk willen we toch ook niet anders?’ Ik denk dat deze hele
overlevingsstrategie, deze dubbele tong, ons uiteindelijk veel kwalijker
zal worden genomen en veel meer schade zal berokkenen dan al onze
oorspronkelijke en ondubbelzinnige maatschappijkritiek bij elkaar.

Willem de Wolf, acteur en auteur bij Cie. De Koe. 

Het spelbord hertekenen

De meest inspirerende acties spelen niet louter het spel mee, maar
hertekenen het spelbord. Het zijn creatieve en intelligente acties die
uit het bestaande mechanisme van betoging en tegenbetoging stappen. Zo
ook een van mijn favoriete ‘hacks’ tijdens een neonazimars naar de
geboorteplaats van Hitler. In plaats van een tegenbetoging te
organiseren en nog meer haat en zelfs confrontatie op te wekken,
opteerden de dorpsbewoners voor een alternatief. Ze gaven de mars een
geniale draai door geld te doneren aan een goed doel per meter die de
fascisten wandelden. Daarenboven moedigden ze de extreemrechtse
actievoerders aan met kreten en banners zoals: ‘Snel als een windhond,
hard als leer en vrijgevig als nooit tevoren.’ Geschilderde boodschappen
op de weg, zoals ‘Danke für 5000 €’ gaven aan hoeveel hun wandeling
reeds opgebracht had voor het goede doel.

Met onze collectieven Urban Foxes en Les Boulistes
proberen we ook een constructief en ludiek antwoord te geven op onze
verontwaardiging. In een tijd van kapitalisme, luchtvervuiling en
neoliberaal gedachtegoed bouwen we aan Vélo M2, een multimodulaire
bakfiets die gedeeld kan worden en die telkens (afhankelijk per
initiatief) een gratis meerwaarde van één vierkante meter kan geven in
de publieke ruimte, van mobiele cinema tot fablab. Met onze
mobiele petanquebaan claimen we de schaarse ruimte om te spelen,
bijvoorbeeld op een parkeerplaats, en gaan we voor het grotere
collectieve geluk in de vorm van spel en sociale interactie, over
groepen en leeftijden heen. Een gezonde toekomst ligt in het zoeken naar
wat ons verbindt, in plaats van te focussen op wat ons verdeelt.

Bram Dewolfs, Urban Fox, guerrilla-petanquer en Place Maker 

De rekkenvuller

Het verzet van westerse kunstenaars is vaak geïnstitutionaliseerd,
gerecupereerd, gesubsidieerd en geësthetiseerd. Niet dat daar iets
verkeerd mee is, maar als theatermaker weet ik dat een act van verzet al
snel kan veranderen in een gewoonte of een kramp, waardoor ze
ongevaarlijk wordt.

Toen de 19-jarige rekkenvuller Soufian Akir tijdens de
aandeelhoudersvergadering van zijn werkgever Albert Heijn het woord nam,
was ik ontroerd. Hij was binnengedrongen op een plek waar hij niet
mocht zijn. Hij eiste de tijd op die niet voor hem bestemd was. En hij
stelde zijn werkgever een vraag die hij eigenlijk niet mocht stellen:
‘Wordt het niet tijd dat Albert Heijn jongeren vanaf achttien een
volwassen loon betaalt, in plaats van 60% van het volwassen minimumloon,
zodat ik niet 299 jaar moet werken om uw jaarloon van 2013 te
verdienen?’ Soufian, gesteund door zijn vakbond, bereikte met deze act
niet alleen de aandeelhouders, maar via de media de hele wereld.

Wat hij deed, was niet ongelooflijk spectaculair, maar wel gedurfd.
Vanuit een noodzaak, strategisch heel goed gekozen en met een sprekend
beeld op het einde: een half aangeklede of half uitgeklede man. Er is
geen enkele kunstenaar die kan tippen aan deze rekkenvuller.

Tom Dupont, theatermaker





De Eenzame Uitvaart

Verzet is tegen de stroom in zwemmen: tegen wat gangbaar en typerend
is voor een tijdsgewricht. Verzet kan velerlei vormen aannemen en
schuilt niet enkel in grootse daden, maar ook in kleine gebaren. Over
het algemeen hou ik niet zo van grootschalige manifestaties,
massabewegingen of drastische omwentelingen. Mijn hart gaat uit naar
kleine gebaren. Ze veranderen niet noodzakelijk veel, maar verzachten
wel wat soms onveranderlijk lijkt. Zo’n initiatief waar mijn hart al
enkele jaren naar uitgaat, is De Eenzame Uitvaart: een collectief van
dichters die een gedicht schrijven voor iemand die zo vereenzaamd is dat
niemand om de dood van die persoon rouwt. Letterlijk. De precieze
oorzaken waarom die mensen in totale eenzaamheid sterven, kunnen heel
divers zijn, maar in het algemeen gaat onze samenleving gebukt onder een
teveel aan individualisme en isolement. Niemand verdient het om zo
vereenzaamd te zijn dat niemand merkt dat die persoon er niet meer is,
en dat er niemand is om afscheid te nemen. De gedichten van De Eenzame
Uitvaart zijn een verzet tegen de vereenzaming in haar meest totale
vorm. Misschien lijken die gedichten louter symbolisch van betekenis,
misschien zelfs een vergeefs verzet. Wat heeft de dode er nog aan?
Tegelijk zetten die gedichten ons ook aan het denken: over eenzaamheid
en samenzijn, over leven en dood. Ze plaatsen ons voor een spiegel. Hoe
we met de doden omgaan, zegt tenslotte iets over hoe we zelf in het
leven staan.

Alicja Gescinska, moraalwetenschapper 

PAF, collectieve zelforganisatie

In een oud convent in het Noord-Franse slaapdorpje
Saint-Erme-Outre-et-Ramecourt strijken op jaarbasis een 750-tal
kunstenaars, wetenschappers, activisten en filosofen uit verschillende
hoeken van de wereld neer. Het Performing Arts Forum (PAF) is meer dan
een werkplaats waar individuele residenties worden afgewisseld met
gebalde groepsevenementen zoals de Spring Meeting, die onlangs voor de
vijfde keer plaatsvond. Het is een levend experiment in collectieve
zelforganisatie, dat tot nadenken stemt over eigendom, individuele en
gedeelde verantwoordelijkheid en democratische besluitvorming – zeker nu
er voorbereidingen worden getroffen om het enorme gebouw over te dragen
van één enkele eigenaar, de Nederlandse theatermaker Jan Ritsema, naar
vijftig verschillende. PAF integreert maatschappelijk verzet volop in
het dagdagelijkse leven, denkt antisystemisch en holistisch, hanteert
een langetermijnperspectief, laat theorie en praktijk zinvol met elkaar
interageren, zoekt geen toevlucht tot versimpelende woorden en beelden
om een groter publiek te bereiken, wordt niet gehinderd door
ideologische idee-fixes, waakt over de eigen flexibiliteit van geest,
gelooft in de intelligentie van de groep, paart idealisme aan pragmatiek
en onwetendheid aan nieuwsgierigheid, koestert hoge ambities zonder te
hoge verwachtingen, heeft geen angst om te falen zolang er uit dat falen
kan worden geleerd. Dat is pas verzet.

Séba Hendrickx, dramaturg en auteur 

Sociale media

Omdat stakingen, bezettingen en betogingen de economie veel
financiële schade toebrengen, moeten we andere en betere manieren vinden
om te betogen. De meeste effectieve manier om ook onze stem te laten
horen, is het zeer populaire Facebook en andere sociale media. Zo
speelde Facebook een grote rol in de Arabische Lente. Miljoenen mensen
konden zo in Egypte een grote actie opzetten en verzet organiseren. En
ze hebben bereikt wat ze beoogden.

Sahim Omar Kalifa, filmmaker 

Ondergronderwijs

Tijdens de loden jaren van de Servische repressie in de jaren 1990
werden vrijwel alle scholen, academies en universiteiten in Kosovo
gezuiverd. Etnisch-Albanese leraren, scholieren, studenten en stafleden
besloten hun onderwijs zelf te organiseren. De Albanezen, 90% procent
van de bevolking, gingen ondergronds. De lessen verplaatsten zich naar
huiskamers, kelders en zomerhuisjes. Locaties wisselden voortdurend,
boeken en materiaal werden van de een aan de ander doorgegeven,
leerlingen meldden zich afzonderlijk en op verschillende tijden aan het
opgegeven adres, om niet te veel op te vallen.Zo werd voorkomen dat een
hele generatie ongeschoold zou opgroeien.

Na de val van Milosevic’ regime in 1999, en vooral na de
onafhankelijkheid in 2008, nam die generatie veel van de lege posities
in: nog altijd trots op de heroïek van die schaduwsamenleving, met het
zelfbewustzijn van de autodidact, maar ook met het beperkte wereldbeeld
dat onvermijdelijk volgde op die lessen in isolement. Tolerantie en
democratie stonden niet hoog in het curriculum, destijds. De schade
daarvan achtervolgt de jonge natie nog steeds. Maar die schade had nog
veel hoger kunnen uitvallen, als de Albanezen van Kosovo toen niet
hadden beseft dat de overwinning in de oorlog niets zou betekenen zonder
het onderwijs van de kinderen.

Chris Keulemans, opinie- en programmamaker 

Het laatste woord

Tot mijn teleurstelling is de praktijk van graffiti en streetart een
sector geworden die zichzelf heeft uitgehold. De beweging wordt te pas
en te onpas ingezet door stadsmarketeers, met als resultaat dat de
artiesten zichzelf hebben laten reduceren tot onbetaalde ambtenaren. Wat
ooit ontstond vanuit anticultuur, heeft zijn kritische scherpte
verloren.

Nadat de grote muurschildering van Blu in het Berlijnse Kreuzberg
werd gerecupereerd in een reclamespot voor vastgoed – ‘trendy
appartementen met uitzicht op streetartmonument’ – werd daar radicaal op
gereageerd door het te overschilderen in het zwart. Normaal ben ik geen
fan van beeldenstormers, maar die reactie op een overdreven
gentrificatie bleek noodzakelijk. In dat soort discussies kan de
kunstenaar (of de artistieke sector) dus blijkbaar toch het laatste
woord hebben, wat die actie rechtvaardigt en quasi uniek maakt.

Karl Philips, (h)ac(k)tivist, conceptueel en performancekunstenaar



Blu, Kreuzberg/Berlijn

Verontwaardig u feestelijk

De twee laatste boekjes van Stefan Hessels, Indignez-vous! en Engagez-vous!,
zijn de beste leidraad voor elke actie. Je voert actie omdat je
verontwaardigd bent en omdat je weet, wil en hoopt dat het anders kan.
Als je dat kan overbrengen, is je actie al voor een groot deel geslaagd.
Dan zal elke deelnemer trots zijn omdat hij/zij erbij was. Als de actie
zelf verontwaardiging oproept, dan kan je die wil en hoop ook meteen
vergeten.

De Vieze Gasten bestaan dit jaar 44 jaar. Van vele betogingen hebben
we een klein beetje een feestelijke parade gemaakt. Vele van onze acties
hebben de mensen een hart onder de riem gestoken. Onze kleinste actie
kreeg ooit de meeste weerklank. Toen trok het hele gezelschap, verkleed
als soldaten onder de leiding van een generaal, naar het Gentse
gerechtsgebouw, waar totaalweigeraar Koen Huysmans moest voorkomen. Ter
plaatse ging onze generaal in gesprek met de officier van de Rijkswacht
en bood hij onze samenwerking aan. Verwarring alom en hilariteit bij
honderden actievoerders en toevallige passanten.Ook in de toekomst
zullen wij graag meewerken aan Gentse Lentes (begrafenis van de woorden
‘allochtoon’ en ‘autochtoon’), aan Feestelijke Parades en zangstondes
allerhande. Dus, lieve vrienden en kameraden, elke creatieve bijdrage is
meer dan welkom. Wind noch regen houdt ons dan tegen. Dan stralen alleen
al de lachende gezichten van de deelnemers zoveel hoop uit.

Mong Rosseel, De Vieze Gasten 

Tegen de lamp

In de jaren 1980 was Argentinië een van de eerste landen in
Latijns-Amerika waar de verantwoordelijken van de dictatuur en de
bijbehorende genocide door een eigen rechtbank veroordeeld en in de
gevangenis gezet werden. Onder druk van de lobbygroepen van de dictatuur
tekende president Menem in de jaren 1990 een decreet van amnestie,
waardoor de verantwoordelijken van de concentratiekampen opnieuw
probleemloos deel werden van het maatschappelijke leven.

De zelforganisatie HIJOS, gecreëerd door kinderen van de slachtoffers
van de dictatuur, ontwikkelde een methode voor directe actie: El
Escrache. Etymologen vinden de oorsprong van de term in het woord
‘scraccé’ uit Genua, Italië. Dat betekent letterlijk: een foto van het
gezicht nemen. In Argentijnse slang betekent dat ‘iemand tegen de lamp
doen lopen’. De Escrache’s van HIJOS hadden als doel om de wijk
theatraal en feestelijk bewust te maken van de aanwezigheid van een
straffeloze moordenaar in hun buurt. Die methode verspreidde zich bij
verschillende groepen en bewegingen in meerdere landen. De gelauwerde
film HIJOS van Marcos Bechi eindigt met beelden van een Escrache.

Hoop geven

Tijdens de laatste dictatuur in Argentinië was het niet makkelijk om
kunstenaar te zijn. In alle theaters en alle media circuleerden lijsten
met verboden artiesten en onderwerpen. De situatie werd zo extreem en
absurd dat de zanger Jorge Cafrune zelfs vermoord werd omdat hij een verboden lied
zong dat verwees naar ‘hoop geven’. Tegelijk groeide er een brede
alliantie tussen kunstenaars en dat deel van het publiek dat de
dictatuur niet steunde. De kunstenaars ontpopten zich tot de stem van
een groot deel van de maatschappij. Hun verzet ging van muziek tot
performance, over de meest diverse genres. Zo’n alliantie verdiepen is
de meest effectieve manier om de impact van kunst te verbreden en het
draagvlak te vergroten. Pas dan kan kunst een instrument van verzet
zijn.

Gerardo Salinas, Mestizo Arts Festival 

Spontane sit-in Maagdenhuis, Amsterdam

Een demonstratie voor een democratischer universiteit liep op
woensdag 25 februari uit op een spontane sit-in in het Maagdenhuis op
het Spui in Amsterdam, waar het bestuurlijk centrum van de universiteit
zetelt. Honderden studenten bestormden het gebouw en gingen op de grond
zitten. Om er zes weken lang niet meer weg te gaan.Op palen, muren,
deuren en prikborden verschenen pamfletten, gedichten, vragen en
schema’s over fundamentele democratische vraagstukken. Spandoeken werden
uitgerold. Iedere traptrede werd voorzien van tekst en daarmee
ingekapseld in het academische experiment. Bij de ingang ontstond een
vaste infobalie waar bezoekers vragen konden stellen, iedere dag werd er
in een openbare keuken gekookt, de studenten organiseerden een
dagelijkse programmering in de centrale hal en er kwam een eigen
internetverbinding. De kamer van CvB-voorzitter Louise Gunning werd een
van de favoriete vergaderkamers. Zittend in rode designstoelen aan haar
grote tafel bespraken studenten en docenten wekelijks artistieke ideeën
om de verbeelding van De Nieuwe Universiteit kracht bij te zetten.
Inspirerende sprekers, onder wie Joris Luyendijk, Charles Esche, Jacques
Rancière en David Graeber, hielden lezingen in de centrale hal en
gingen met hun toehoorders in gesprek. De Nieuwe Universiteit stelde zo
een voorbeeld voor andere steden (onder andere Utrecht, Wageningen,
Nijmegen, Groningen) en verbond zich met vergelijkbare
studentenprotesten in Canada, Engeland, Ierland, Spanje en Roemenië.

Ik denk dat een van de grootste problemen van deze tijd ons gebrek
aan daadkracht is. De zittende macht is expert geworden in het
beschrijven van haar realiteit als het enige mogelijke scenario. Iedere
poging daar een andere verbeelding tegenover te zetten wordt direct
afgedaan als spielerei, naïviteit en gebrek aan reële kennis. Het
alternatief wordt ons zo systematisch afgenomen. Om Graeber te citeren:
‘We zijn opgegroeid met een fictie. Een fictie die steeds opnieuw
herhaald wordt en die we daardoor voor waar zijn gaan aannemen.’

Je zou kunnen zeggen dat het bezetten van een gebouw behoort tot de
klassieke vormen van verzet, maar de bezetting van het Maagdenhuis was
veel meer dan louter een occupatie. De studenten hebben het
bestuursgebouw aan het Spui niet alleen overgenomen, maar
getransformeerd. De bezetters injecteerden een nieuwe openbare ruimte in
de stad in een tijd waarin die zo onder druk staat. Te midden van de
strijd om meer inspraak en minder rendementsdenken verrees een nieuwe
universiteit binnen de oude. De Nieuwe Universiteit heeft bewezen dat er
alternatieven zijn die wel degelijk georganiseerd kunnen worden. Gewoon
door het te doen.

Lara Staal, Theater Frascati / Transitiehuis Amsterdam




Macht tegen macht

Toen Hitler hem met een uitgebreide brief feliciteerde ter
gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag, reageerde koning Christiaan
X van het bezette Denemarken kortweg met: ‘Hartelijk dank. Koning Chr.’
Hij verliet zijn land niet, verzette zich openlijk tegen de deportatie
van zijn Joodse onderdanen en inspireerde daarin de rest van de
bevolking. Verzet wordt meestal geassocieerd met de machtelozen –
minderheden, arbeiders, asielzoekers en kunstenaars – en niet met
machthebbers, bijvoorbeeld regeringen die zich verzetten tegen de
banken.

Het gevaar van verzet is inderdaad dat je jezelf buiten de discussie
plaatst en daardoor a priori het onderspit delft. Daarom is het goed om
ons het verhaal van koning Christiaan X te blijven herinneren: een
macht, ook al is die slechts symbolisch, die zich aanwezig opstelt en in
opstand komt tegen een andere macht. Tijdens de Duitse bezetting zijn
er vanuit Denemarken 500 Joden gedeporteerd. Vanuit Nederland, wiens
koningin naar het buitenland was gevlucht, meer dan 100 000.

Bo Tarenskeen, theatermaker 

Solidair in de kruisbestuiving

Meer en diepere solidariteit is cruciaal voor een Vlaanderen waar de
levens van zwarte, bruine, rode en gele mensen echt even kostbaar zouden
zijn als blanke levens. Een inspirator om de sterkte van solidariteit
en bewegingsopbouw in de politieke strijd te meten, zijn de activiteiten
van de Londense LHBT-groep Lesbians and Gays Support the Miners (LGSM) in 1984-85, door Matthew Warchus hilarisch in beeld gebracht in Pride (2014).
Hoewel de Londense LHBT-gemeenschap in de jaren 1980 sterk onder druk
stond door criminalisering, (politie)geweld en de snelle verspreiding
van HIV, durfde LGSM buiten de eigen kringen te kijken om de politieke
mogelijkheden te verbreden. De onwaarschijnlijke alliantie tussen LGSM
en de mijnwerkers vergrootte niet enkel de broodnodige publieke en
financiële steun aan de stakende mijnwerkers: het zette seksualiteit op
de agenda van de arbeidersbeweging en droeg bij tot de politisering van
de LGBT-beweging in het Verenigd Koninkrijk.

Welke goede raad zou Margaret Thatcher vandaag aan Bart De Wever
geven? Druk elke vorm van solidariteit de kop in, want die geeft het
volk macht. Ons antwoord? Verenigen in kruisbestuiving en opkomen voor
onze rechten.

Barbara Van Dyck, onderzoeker KULeuven en ggo-activiste




Provobeweging

De Provobeweging heeft op mij als jonge mens een diepe indruk
nagelaten. Ik was twaalf in 1964, al een tijd erg aangetrokken tot wat
zich in Parijs met de existentialisten afspeelde, zwart, donker en
serieus. Zwoele dans kreeg men te zien, opzwepende muziek. Erg
mysterieus, verleidelijk, ver weg. En dan kwamen de witte nozems van
Provo: gestylede mooie kunstenaars en filosofen. Kerels in spannende
pakken, met een heel franke mond tegen alles wat geld en/of macht had.
De verontwaardiging die hun happenings in Amsterdam en Antwerpen
uitlokten, wakkerde angst en fascinatie aan. De media spraken vol
schande over die aanslagen tegen de burgerlijke moraal, tegen ‘het
klootjesvolk’.

Het milieu waarin ik leefde, was dat van het ‘het klootjesvolk’, en
veel van het verzet dat ik tegenover de onbegrijpelijkheden en
ongerijmdheden van de mij omringende maatschappij voelde, kon ik aan dat
speelse anarchisme en al die absurde humor linken. Ook het feit dat
kunstenaars op een ludieke en zacht agressieve manier de macht te grazen
namen, was adembenemend en heel schokkend. Humor, creativiteit,
vrijheid, liefde en politiek werden over dezelfde kam geschoren en dat
stond mij als jong kuiken wel aan. Ik verslond alles wat ik over die
hoop op sociale verandering vond.

Ook al duurde de échte Provo maar van 1964 tot 1966, de beweging zelf
heeft toch tot 1972 nagezinderd. Provo was de eerste uiting van wat
later in Parijs Mei ‘68 werd, en bij ons het oproer voor Leuven Vlaams,
waarbij de scholieren van heel Vlaanderen massaal op straat kwamen en
zich aansloten bij de uitdagende studentenacties tegenover
universiteitsproffen. De massale sit-ins waren een nieuwe vorm van
protest die elke ingreep van hogerhand belachelijk maakte. Dat was
geweldig.

Zelf was ik toen op pensionaat. De daad van revolte tegenover mijn
ouders was de laatste drie jaren van mijn humaniora in het pensionaat
van het Heilig Graf in Turnhout te willen doorbrengen. Ik had gehoord
dat het zo’n goede school was, en wilde me afzonderen van de dagelijkse
drukte thuis in Antwerpen – mijn ouders waren aannemers van feesten. Ik
had de behoefte om nieuwe mensen te leren kennen, een andere stad, een
andere gemeenschap. In 1970 was dat afgelopen, nooit een moment spijt
van gehad. Tezamen met de jongens van de Turnhoutse colleges volgden wij
in het Stadhuis lezingen over Marcuse, Marx, Lenin, Trotski. Allemaal
het gevolg van de kunstenaarsrevolte. We gingen met de school regelmatig
naar Tilburg, naar optredens van theater Globe, waar ik het werk van Bertolt Brecht
heb leren kennen. Toen ik op mijn achttiende voor het eerst kon gaan
stemmen, heb ik in Antwerpen voor de anarchistische Kabouters gestemd.
Een kiezerslijst die uit Provo was voortgekomen.

Provo sloot ook aan bij de inhoud van de protestsongs van onder meer
Bob Dylan. Men had het gevoel dat met de opkomst van de jongerencultuur
elk segment van de maatschappij vroeg of laat –  tezamen met ons, jeugd
–  in handen zou komen van creatieve, vernieuwende en vredelievende
mensen. En dus niet in handen van de geldbeluste en oorlogvoerende
creaturen uit de verre en meer nabije geschiedenis waarover we op school
leerden.

Natuurlijk is het anders uitgedraaid. Wat toen onwaarschijnlijk leek,
is dat de maatschappij al die inzichten en attitudes in zich opnam, om
toch weer aan geldgewin en machtsdrang toe te geven. Wat klaarblijkelijk
des mensen is, intrinsiek met onze aard verbonden. Het is een aspect
van het mens-zijn dat gelukkig altijd nieuwe vormen van creatieve
revolte opwekt. Kijk maar naar hiphop en latere vormen van verzet.

Onder de toenmalige Amsterdammers had Provo veel sympathisanten,
waardoor ze tamelijk vlug vijf zetels in het stadsbestuur kregen. Hun
ideeën beïnvloedden stadsplanning, sociale behuizing en het culturele
leven in het algemeen. Ze waren tegen het verbod op marihuana, de
tabaksindustrie, de luchtpollutie en het verkeer in het algemeen. Als
vanzelf werden hun ideeën gerecupereerd door politieke partijen, wat de
bestaansreden van de beweging geleidelijk aan ophief. Ook het regelen
van de artistieke activiteit in Nederland door middel van de BKR is
uiteindelijk niet echt ten voordele van de creativiteit uitgedraaid.
Wanneer de kunst gepamperd wordt, houdt ze op kunst te zijn.

Wat ik als adolescent opving van Provo, legde de basis voor hoe ik
later kunst ging maken. Ook het besef van maatschappelijke fenomenen die
mij tot het maken van dingen brengen, is mij door die beweging
aangereikt. De provo Constant Nieuwenhuys ontwierp zijn utopische,
antikapitalistische project ‘New Babylon’ in 1959. Als architect was hij
ervan overtuigd dat een nieuwe vorm van architectuur ook nieuwe
manieren kon creëren om met de dagelijkse realiteit om te gaan.
Architectuur kan volgens hem aanzetten tot een vrijer en aangenamer
leven, een verse habitat aanreiken voor een nieuwe ‘homo ludens’. Het
spreekt dan ook vanzelf dat Provo in de vroege jaren 1960 niet uit de
lucht kwam vallen. De beweging maakte deel uit van een stel krachten dat
zichzelf voortdurend heruitvond en vernieuwde, en dat afrekende met
alles wat te statisch wordt wanneer macht bepaalde vrijheden onderdrukt.

Naar aanleiding van de officiële presentatie van mijn werk Bebopjes
in muziekcentrum Het Depot in Leuven, schreef ik de volgende tekst:
‘Bebopmuziek ontstond als genre rond 1945, maar haar innoverende manier
van functioneren inspireert en exciteert nog altijd. Dat heeft
waarschijnlijk te maken met de opzwepende snelheid van deze
jazz-swing-blues, van deze “moderne jazz”. En ook met de solo’s en hun
ritmische onvoorspelbaarheid, hun harmonische complexiteiten. In die
muziek word je meegesleurd door gelijktijdige, horizontale, parallelle,
soms tegenstrijdige ritmes die zij aan zij evolueren, soms in harmonie,
en dan weer onvermijdelijk schurend en botsend. Zoals de spanningen
tussen mannen en denkende vrouwen. Zoals de overlappende snelheden in de
moderniserende maatschappij van de jaren 1950, waar de stemmen van
minderheden uit de zelfkant, van vrijbuiters en outcasts uit de
ondergrond, gerecupereerd werden door intellectuele bovenstromen.
Beatnik, existentialisme, nihilisme, de Nouvelle Vague… Sedert de val
van de atoombom in 1945 is het dit principe van verschillende snelheden
dat het dagelijkse overheerst. Rock-‘n-roll is daar het rechtstreekse
gevolg van.’

Anne-Mie Van Kerckhoven, kunstenaar 

Shooting back

Tijdens een reis door Israël en Palestina kwam ik het Shooting back – camera distributing project
op het spoor. Palestijnse families in de bezette gebieden krijgen van
B’Tselem (een Israëlisch informatiecentrum voor mensenrechten) kleine
digitale camera’s die ze inzetten om de schendingen van hun
(mensen)rechten in beeld te brengen. Zo werden de voorbije tien jaar
massaal veel inbreuken van Israëlische settlers of militairen op
Palestijnse burgers vastgelegd. De filmpjes worden op een website gezet,
om de Israëlische bevolking over de misdrijven in te lichten en de
Palestijnse bevolking te versterken in haar aanklacht tegen de vele
schendingen. Sommige opnames worden ingezet in rechtszaken ingespannen
door Palestijnse burgers. De beeldopnames fungeren steeds vaker als
juridisch bewijsmateriaal tegen de wreedheden die de bezetters dagelijks
begaan. Of: hoe beelden (en niet alleen woorden) ingezet kunnen worden
voor een maatschappelijke en juridische strijd.

PS ‘Shooting back’ is een term die door de Amerikaanse fotograaf Jim
Hubbard werd gelanceerd toen hij in de jaren 1980 in Washington dakloze
gezinnen fotografeerde. Hij merkte op dat heel wat mensen die hij
fotografeerde, vroegen om zelf eens door de lens te kijken. Dat maakte
dat Hubbard projecten begon op te zetten waarbij hij daklozen zelf
leerde fotograferen vanuit een emancipatorische benadering.

Dominique Willaert, Victoria Deluxe



© Shootingback.net

Reclame leegkopen

Het valt me op dat de meest inspirerende vormen van verzet die ik ken, eigenlijk kunstwerken zijn. Vette Dagen bijvoorbeeld
– een kunstwerk van Benjamin Verdonck dat op 24 februari 2009 plaatsvond
in het kader van zijn Kalender 09-project – is een vorm van verzet die
mij altijd zal bijblijven. Verdonck huurde die dag alle reclamepanelen
rond het station van Antwerpen-Berchem, zodat er voor één dag niets op
geafficheerd zou worden. Ik weet niet of hij echt geld betaald heeft,
misschien waren de panelen gewoon toevallig leeg waardoor hij het idee
kreeg (dat zou het werk misschien nog beter maken), maar elke keer
wanneer ik langs het station van Antwerpen-Berchem fiets, moet ik denken
aan die dinsdag in 2009 waarop wij collectief geld uitgaven om
alsjeblief een dag geen reclame te moeten zien. Die spanning in dat werk
vond ik optimaal.

Jozef Wouters, scenograaf en beeldend kunstenaar 

Snel spontaan verzet

Feiten: vier alleenstaande vrouwen, tewerkgesteld bij toenmalige
wasserijketen ‘X’, signaleren me ergens begin jaren 1980 kort na elkaar
hun inkomens- en werkproblemen. Ik verzamel de gegevens van twintig van
hun collega’s en bemerk een onbetwistbaar bewust stramien van de
selectiecriteria, namelijk de precaire en kwetsbare positie waarin ze
bijna allemaal als alleenstaande vrouwen verzeild zijn geraakt.

Op een vergadering twee weken later ontbreekt er niet een van die
werkneemsters. Ik wil gegevens verzamelen om dat dossier collectief te
onderhandelen. Ik moet aandringen noch zelf tot actie oproepen. Het
voorstel van een van de vrouwen om ‘morgenvroeg’ allen naar de
hoofdzetel van het bedrijf te gaan, heeft geen formele stemming nodig om
onder spontaan applaus meteen aanvaard te zijn. Soms gaat actieopbouw
verwonderlijk snel.

De ochtend nadien ontbreken er op de hoofdzetel twee van de 24
vrouwen, niet toevallig de vrouwen met een werkende partner. Het
voorzichtiger thuisfront heeft er anders over beslist. Zij kunnen
evenwel rekenen op een opmerkelijk begrip van de 22 anderen (‘Die mannen
toch!’). Die andere mannen daar aanwezig, de bedrijfsleiding, kunnen
niet anders dan gesprekken aanvaarden. Het is daar nadien geen
werkneemstersparadijs geworden, maar ik heb ‘samen sterker’ nooit zo
intens aangevoeld als toen. Verzet is: ‘Hier zijn wij … Hou met ons
rekening!’ In minder verzetsgevoelige momenten put ik daar nog altijd
kracht uit.

Ferre Wyckmans, Algemeen Secretaris LBC-NVK



Content

take down
the paywall
steun ons nu!