Nieuwslijn BE - PascalDebruyne

No time to waste? De juridisering van de politiek

De correctie door een rechtbank van het Nederlandse klimaatbeleid is verheugend. Maar ze toont ook aan hoe ernstig de toestand is. Wanneer burgers zich politiek verenigen rond een rechtszaak, vertellen zij iets over de staat van ‘de politiek’ zelf. Het geloof dat partijen en politieke bestuurders een verschil maken, is tanende. Het enthousiasme over de juridische uitspraak verhult bovendien het gebrek aan beweging en een groot verhaal – of vele aan elkaar gekoppelde kleine verhalen – over onze mogelijke toekomst.

vrijdag 26 juni 2015 12:48

De
Nederlandse klimaatzaak Urgenda haalt een belangrijke slag voor de
rechtbank in Den Haag. De Nederlandse overheid moet het welzijn van
zijn burgers garanderen. De broeikasgassen moeten in vergelijking met
het referentiejaar 1990 met 25% dalen. Dat zou geen politieke
uitspraak zijn van de rechtbank, maar een legale correctie op het
niet halen van internationale beloftes inzake klimaat.
Het politiek signaal is echter dat overheden het klimaatprobleem niet
serieus nemen, waardoor ze hun zorgtaak verwaarlozen. Waar de
rechtbank vooral Nederlandse burgers in gedachten heeft, raakt het
gebrek aan engagement burgers wereldwijd.

Dat
burgers zich collectief organiseren in een rechtszaak illustreert de
ernst van hun engagement. De klimaatproblematiek behoeft een dringend
antwoord. Het politieke effect van het Nederlandse vonnis is dat een
sense
of urgency

terug op het voorplan komt. Daarom kreeg de Klimaatzaak VZW in België
een negenduizend mensen achter zich die hun juridische klacht
ondertekenden. Genoeg is genoeg, zeggen burgers. En
gelijk hebben ze. Het omslagpunt van 2 graden Celsius opwarming, dat
eveneens een omkering is naar ongekende klimaatwijzigingen, is een
grenswaarde die men serieus moet nemen. Tezelfdertijd toont deze
juridische zaak aan hoe ernstig de toestand is op het vlak van ‘de
politiek

en ‘het
politieke
’.
En ook dat nemen we maar beter serieus. De juridisering van politiek
plaatst die uitdagingen buiten ons vizier.

There’s
something rotten in the state of politics

Wanneer
burgers zich politiek verenigen rond een rechtszaak, vertellen zij
ons iets over de staat van ‘de politiek’ zelf. Het geloof dat
partijen en politieke bestuurders (‘de politiek’) een verschil
maken, is tanende. Dat het geloof in partijpolitiek en
representatieve democratie tanend is, is een ding. Dat ze letterlijk
wordt uitgeschakeld, en buitenspel wordt gezet, is een andere zaak.
Het lijkt er sterk op dat een groot aantal burgers niet meer rekent
op de receptiviteit van bestuurders en politiek gemandateerden voor
rationele argumenten. Dat is een motie van wantrouwen langs juridische
weg, die diezelfde gemandateerden en bestuurders zou moeten aanzetten
tot serieuze introspectie. Tegelijkertijd is het democratisch
zorgwekkend dat kritische burgers en de civiele samenleving zo vlug
overgaan tot het failliet verklaren van deze essentiële instituties
en verruilen voor de rechtbank als democratische scheidsrechter. De
wake-up call, zoals Hermes Sanctorum (Groen) het vonnis noemt, lijkt
een wakker schudden van de representatieve democratie.

Niet
alleen ‘de politiek’ krijgt zware klappen. De juridisering van
politiek, en het naïef enthousiasme daarover, verbergt ook het
ongeloof dat een publiek gevecht op basis van ideologische twist een
kentering kan teweegbrengen (‘het politieke’). Vandaag is er
meer dan ooit nood aan een sterke ecologische beweging, die beweging
kan maken met een verhaal dat brede lagen van de bevolking
aanspreekt. Dat soort machtsopbouw is de kern van ‘het politieke’:
het geloof dat de maatschappij voor een deel maakbaar is, dat we onze
eigen toekomst kneden op basis van democratisch conflict en
ideologische tegenspraak. Het middenveld en de brede civiele
samenleving gaan in contramine met elkaar, met brede lagen van de
bevolking en de politiek. En zo zetten we stappen vooruit, soms
kleine stapjes, soms zevenmijlsstappen afhankelijk van de
machtsopbouw.

In
het begin van de jaren ’80 kon de ecologische beweging, samen met
de vredesbeweging, met een sterk sociaalecologisch verhaal rond
atoomraketten en de nucleaire wedloop haar macht demonstreren. Of
kijken we in datzelfde tijdperk naar de stadsbeweging die de politiek
zou bewegen voor een ‘stad op mensenmaat’, en het
herwaarderingsbeleid afdwong. Die ecologische beweging is doorheen de
tijd te sterk verzand in pleidooien voor ‘anders consumeren’, in
dansen voor het klimaat, in moeilijk verenigbare
people-planet-profit”-strategieën, in technocratie met slagen
voor de Raad van State over MER’s en MOBER’s, en nu uiteindelijk
in juridisering.

Met
een ijsschots kun je niet debatteren

Bart
Eeckhout beargumenteert
dat er bij klimaatzorg niet de luxe is om
zich te onderwerpen aan ideologisch meningsverschil. In een boutade:
“Met
een ijsschots debatteer je niet.”
Dat de klimaatdiscussie zich vanuit een ‘sense of urgency
onttrekt aan de democratie, en onderwerpt aan een logica van
noodzaak, is zorgwekkend. Wanneer
een rechter
de politieke taken van een beweging overneemt, enkel en alleen
beargumenteerd op basis van positivistische wetenschap (rapporten van
het IPCC), heeft dat nefaste gevolgen. Deze aanpak geeft bovendien
geen antwoord op ‘hoe’ we broeikasgassen gaan reduceren?

Er
is geen strakke scheidingslijn tussen ‘de wil er iets aan te doen’
en de manier ‘waarop’ we aan klimaatzorg doen. Doen we dat met
nog meer verhandelbare emissierechten? En welke duurzaamheid willen
we dan concreet? Is het streefdoel het ondersteunen van projecten
zoals “Terra Nova” in Zelzate van Jan De Nul en Dredging
International samen met de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij
(POM), dat miljoenen euro’s publieke middelen wegkaapt via
groene-stroomcertificaten?
Antwoorden daarop vermijden is de kern van ‘het politieke’
elimineren. De eliminatie van het politieke zet zich trouwens ook
door op de grens van ‘het mogelijke’: momenteel legt de rechter
een ondergrens op van wat zou moeten (25%). De boodschap voor de
ecologische beweging is dus dat elke eis die daarboven gaat
onredelijk is. Is dat de progressieve boodschap waarover we
collectief juichen?

Het
enthousiasme over de juridische uitspraak verhult het gebrek aan
beweging en een groot verhaal – of vele aan elkaar gekoppelde kleine
verhalen – over onze mogelijke toekomst(en). Misschien zijn de
bouwstenen van zo’n brede beweging aanwezig in de uitbouw van een
sterk netwerk tussen de vele transitiepraktijken en coöperatieve
initiatieven in steden? Of netwerken tussen dergelijke praktijken en
actiegerichte initiatieven als “Climate Express” en andere
activistische organisaties? Of een netwerk tussen deze initiatieven
en de brede groene beweging? Het klein verzet wordt groot?

Als
we ‘het politieke’ failliet verklaren, of ons al te vlug
neerleggen bij het succes van juridische strategieën, ondergraven we
de nood aan een sterke klimaatbeweging met sociaalecologische en
rechtvaardige antwoorden op de klimaatuitdaging. En zo lijkt de
cirkel rond. Want een gebrek aan serieuze machtsopbouw, en een
wervend ‘groot verhaal’, leidt tot een gebrek aan macht die nodig
is om de partijpolitieke receptiviteit voor het klimaat aan te
scherpen. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!