Deze Spaanse veteraan zat ooit in de gevangenissen van Franco, niets van zijn enthousiasme verloren (Cumbre)
Lode Vanoost

De ‘andere’ top van Latijns-Amerika en EU

Naast de topontmoeting tussen de staatsleiders van CELAC met de EU in Brussel op 10-11 juni 2015 ging ook een ontmoeting door met sociale organisaties uit Latijns-Amerika, samen met Latijns-Amerikanen die in de EU wonen en met Europese solidariteitsorganisaties.

vrijdag 12 juni 2015 11:22

In het evenementencomplex Passage 44 te
Brussel verzamelden zich bijna 1500 enthousiaste deelnemers aan de
Cumbre de los Pueblos (topontmoeting van de volkeren). Thema van de bijeenkomst was: Construyendo alternativas (alternatieven bouwen).

Zowat alle Spaanssprekende landen
hadden vertegenwoordigers ter plaatse. Meestal kwamen ze vanuit
diverse hoeken van de EU, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, maar
ook heel wat Latijns-Amerikanen waren speciaal voor deze samenkomst
overgevlogen uit Colombia, Ecuador, Nicaragua, Honduras, Argentinië,
Chili, Uruguay, Cuba en Venezuela.

Opvallend veel aanwezigen toonden hun
solidariteit met die laatste twee landen. Dat zag je onder meer aan de T-shirts met de eigen vlag samen met die van Cuba en/of Venezuela of
aan de beeltenis van Hugo Chávez op T-shirts uit Honduras, Uruguay,
Colombia…

Neoliberaal eenheidsdenken

De top startte nogal chaotisch, maar het
enthousiasme en de Latijnse flair voor last-minute-improvisatie
maakte dat iedereen vrij snel zijn weg vond naar de acht mesas
(‘tafels’, de werkgroepen):

  • de verdere integratie van de
    Latijns-Amerikaanse volkeren in de nieuwe organisaties
    CELAC/UNASUR/ALBA;
  • hoe moeten sociale bewegingen
    omgaan met vrijhandelsakkoorden;
  • vrede en solidariteit:
    interventies en sancties;
  • sociale bescherming;
  • de klimaatverandering;
  • mensenrechten voor iedereen;
  • hoe omgaan met de overmacht van de
    massamedia;
  • het conflict tussen Chevron/Texaco en Ecuador.

Kortom, te veel om allemaal bij te wonen.
Zelf heb ik in de voormiddag de werkgroep over sociale bescherming
gevolgd. Woordvoerders van Europese en Latijns-Amerikaanse vakbonden wisselden er van
gedachten en benadrukten het belang van een sterke sociale zekerheid
voor een stabiele en rechtvaardige economie, ten bate van iedereen.

In de namiddag modereerde ik zelf de
werkgroep over de media. Ook daar veel enthousiaste tussenkomsten uit
het publiek. Er was opvallend veel sympathie voor de zender Telesur, het
linkse antwoord van een aantal progressieve regeringen op de
commerciële massamedia, die in zowat alle Latijns-Amerikaanse landen
(Venezuela inbegrepen) ook na meer dan tien jaar linkse lente nog
altijd het overgrote leeuwendeel van de media overheersen.

Om 16.30 uur volgde nog een afzonderlijke
samenkomst waar de relatie tussen linkse parlementsleden en de
sociale bewegingen werd besproken. De dag werd besloten met een
gezamenlijke slotzitting in de Basiliek van Koekelberg, waar onder
meer president Correa een bezielende toespraak gaf en de
westerse ‘hegemonie van het neoliberale eenheidsdenken’ aan de kaak
stelde.

Latijns-Amerikaanse begeestering versus Europese apathie

Opvallende afwezigen op deze samenkomst
waren blanke Europeanen. De vertegenwoordigers van Europese
solidariteitsorganisaties zijn grotendeels zelf mensen met roots in
Latijns-Amerika. Dit soort samenkomsten behoort niet langer tot de
politieke cultuur van het maatschappelijk middenveld in de EU. Dat
heeft alles te maken met de fundamenteel verschillende
maatschappelijke context, geschiedenis, sociale verhoudingen…

Latijns-Amerika was ooit een compleet
gekoloniseerd continent en heeft lange periodes van militaire, door de
VS (en Europa) gesteunde dictaturen achter zich, Europa was een
continent van kolonisatoren maar heeft ook reeds zestig jaar sociale
welvaartsstaat op de teller staan.

Bewust of onbewust blijft dat
doorspelen in de manier waarop Europese journalisten over dat verre
continent schrijven. Topontmoetingen als deze worden in de Europese
media dus meestal ofwel genegeerd of eerder meewarig omschreven als ‘voorbijgestreefd’. 

In Latijns-Amerika zijn samenkomsten
als deze echter de kern van het politieke gebeuren. Mensen ontmoeten
elkaar en dat gevoel van verbondenheid is reëel. Sinds in
Latijns-Amerika zoveel sociaal progressieve regeringen de
verkiezingen gewonnen hebben en blijven winnen, is die dynamiek in
een stroomversnelling gekomen.

In Europa maakt men nog altijd de fout te denken dat die
linkse golf een recent fenomeen is.
De bewegingen die linkse presidenten
aan de macht brachten in Venezuela, Bolivia, Ecuador, Argentinië,
Brazilië en Chili hebben tientallen jaren aan de weg getimmerd,
onder de radar van de westerse media en hun kompanen van de
commerciële media ginder. Die verkiezingssuccessen werden hier
steevast als ‘verrassingen’ voorgesteld. Ginder wist men wel beter,
dit stond er al jaren aan te komen.

Men kan er echter niet omheen dat de
grote massabewegingen van Latijns-Amerika die nu streven naar de
verwezenlijking van hun eigen sociale welvaartsstaten weinig solidariteit vinden bij de Europese bevolking. Het is ook wennen voor
Latijns-Amerikaanse vertegenwoordigers en politici om vast te stellen
dat hun massabewegingen hier nauwelijks weerklank vinden bij de grote
sociaaldemocratische en christendemocratische partijen. Ook de
groene partijen en bewegingen van Europa zijn opvallend afwezig op
deze samenkomsten.

De Europese bevolking is grotendeels
onbewust van de grote veranderingen ginder en voelt zich er
nauwelijks bij betrokken. Toch staat ondertussen datzelfde model
van de sociale welvaartsstaat dat nu in Latijns-Amerika vorm begint
te krijgen, hier in Europa zwaar onder druk.

Dat is deels te wijten aan de selectieve manier waarop de media hier over Latijns-Amerika berichten (zie bijvoorbeeld de reportagereeks ¿Qué pasa Venezuela? van de VRT over Venezuela). Dat hebben de Latijns-Amerikaanse volkeren alvast gemeen met de Europeanen. De massamedia zijn hier en ginder een deel van het probleem…

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!