Analyse, Economie, Samenleving, Politiek, België -

Serie ‘Illegitieme schulden in België’: Het financieringsbeleid (3/5)

In een reeks van vijf artikelen toont het CADTM (Comité pour l'Annulation de la Dette du Tiers Monde) hoe de Belgische overheid sinds 2008 de schuldenberg van de banken op de bevolking afwimpelt. CADTM analyseert sinds de economische crisis van 2008 de schuldenlast van de EU-lidstaten, waaronder België. Deze week: de voorgeschiedenis van een fatale bepaling uit het Verdrag van Maastricht in 1992 én enige alternatieven.

donderdag 4 juni 2015 08:00

Sinds de ondertekening van het Verdrag van Maastricht van 1992, kunnen overheden niet langer leningen krijgen van hun eigen centrale bank of van de Europese Centrale Bank (ECB). Om hun tekorten te financieren, moeten ze lenen van de financiële markten. Met andere woorden: van de grote particuliere banken.

“Het verlenen van voorschotten in rekening-courant of andere kredietfaciliteiten bij de Europese Centrale Bank en de centrale banken van de lidstaten, hierna ‘nationale centrale banken’ te noemen, ten behoeve van instellingen, organen en instanties van de Unie, centrale overheden, regionale, lokale of andere overheden, andere publiekrechtelijke lichamen of openbare bedrijven van de lidstaten, alsmede het rechtstreeks van hen kopen door de Europese Centrale Bank of nationale centrale banken van schuldbewijzen, zijn verboden.” (Artikel 123 van het Verdrag van Lissabon, (paragraaf 1).

Het verbod om rechtstreeks van de Europese Centrale Bank (ECB) te lenen, bevestigd door artikel
104 van het Verdrag van Lissabon, heeft geleid tot een enorme
financiële meerkost voor de bevolking en hun overheidsfinanciën.

Wiens belang?

In
het algemeen moet het hele beleid van rentetarieven en woekerrentes
in vraag worden gesteld. Ter herinnering, in de vroege
jaren tachtig steeg, na een eenzijdig besluit van de Amerikaanse
nationale bank, de rente op de wereldmarkt in een klap [1]. België moest daardoor lenen tegen tarieven tot 14 procent.

De
volgende grafiek laat zien hoe de staatsschuld zich sinds 1992
ontwikkeld zou hebben, mochten we precies dezelfde bedragen aan
verschillende tarieven hebben geleend. De bovenste curve (blauwe
lijn) toont de evolutie van de schuld zoals ze zich heeft voorgedaan,
via de financiële markten. De onderste curve (oranje lijn)
laat zien hoe de schuld zou zijn geëvolueerd, alle andere
factoren gelijk blijvend, mocht de Belgische Staat haar tekorten met
leningen van de Nationale Bank van België (NBB) aan 0 procent hebben
gefinancierd.

Als dit het geval was geweest, dan zou de Belgische
schuld nu minder dan 20 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedragen! Een ander voorbeeld:
als de Belgische Staat van de Nationale Bank (of de ECB) had geleend
tegen een tarief dat gelijk is aan de inflatie (paarse lijn), dan zou
de Belgische overheidsschuld 50 procent van het BBP bedragen en zou men over
een periode van twintig jaar 186 miljard euro aan rente hebben
bespaard…


Evolutie
van de Belgische staatsschuld in procent van het BBP, in functie van de
rentevoet




  • Blauw: Rentes van de financiële markten
  • Rood: Rentes van de financiële markten en vervolgens rentes ECB (besparing 90 miljard)
  • Groen:
    Inflatie en vervolgens rentes ECB (besparing 171 miljard)
  • Paars:
    Rentes = Inflatie (besparing 186 miljard)
  • Blauw:
    Rentes = 1 procent (besparing 248 miljard)
  • Oranje:
    Rentes = 0 procent (besparing 306 miljard)

In
tegenstelling tot degenen die beweren dat de schuld het gevolg is van
roekeloze uitgaven van de ‘verzorgingsstaat’, lijkt het erop dat
het financieringsbeleid van de schuld – naast de andere belangrijke
oorzaken van schulden die eerder in deze serie werden besproken – een
fundamentele rol heeft gespeeld in de evolutie van de Belgische overheidsschuld. Dit zou de Belgische burger ertoe moeten aanzetten om
de legitimiteit van deze schuld in vraag te stellen. Deze
beleidskeuze heeft immers duidelijk de belangen van de grote
particuliere banken en hun aandeelhouders voor het algemeen belang
geplaatst.

Een andere financiering 

De financiering had anders gekund. Niet
alleen bij de Centrale Bank, maar ook, en vooral, door de
overheidsinkomsten te verhogen via belastingen op of onteigening van
kapitaal. Evengoed zijn er mogelijkheden voor de financiering van het
tekort door het mobiliseren van spaargeld van de bevolking (anders
dan ‘de burgerlening’ van de vorige regering): financiële
instellingen en andere grote particuliere bedrijven zouden, net zoals de
grote vermogens, langs juridische weg kunnen worden gedwongen om
voor een bedrag evenredig met hun vermogen en inkomen,
niet-inflatie-geïndexeerde staatsobligaties tegen 0 procent intrest aan te
kopen.

De rest van de bevolking zou, op vrijwillige basis,
staatsobligaties kunnen verwerven die een positief reëel rendement
(bv. 3 procent) zouden garanderen, hoger dan de inflatie. Indien de
jaarlijkse inflatie 3 procent zou bedragen, dan zou de rente die effectief door
de staat wordt betaald, aldus voor het desbetreffende jaar 6 procent bedragen [2].

De
originele Franstalige versie van deze tekst vind je op CADTM. Vertaald door Nadia Cornelis.

Noten:

[1] Het betreft hier een van de twee factoren die, met de
dalende grondstoffenprijzen, in de jaren 1980 de schuldencrisis van
het Zuiden met zich meebracht.

[2] Lees het hoofdstuk ‘La
proposition du CADTM concernant la dette publique

in het artikel Que
faire de ce que nous apprend Thomas Piketty sur Le capital au XXIe

siècle

van Eric
Toussaint.

take down
the paywall
steun ons nu!