Het onzichtbare piket.
Van Severen Kobe

Aandelen staken ook

donderdag 28 mei 2015 21:15

Velen onder ons zullen gedacht
hebben “Ja, het is weer zover. Alweer een staking” bij het nieuws dat er een
groep treinbestuurders opnieuw het werk neer zouden leggen op 28 mei. Sinds de
vorige verkiezingen zijn de vakbonden zeer actief met acties allerhande. Als je
de sociale media mag geloven zorgen deze acties voor een slechte beeldvorming
van de vakbonden. Het discours komt er vaak op neer dat ze niet representatief
zijn voor de bevolking en met andere woorden de democratie kapotmaken.
Daarnaast zouden ze ook de economie naar de vaantjes helpen.

28 mei was dus het perfecte
moment om nogmaals met de nodige bravoure een aanval in te zetten op de
vakbonden en hun stakingsrecht via sociale media, maar ook via een resolutie
van Egbert Lachaert (Open Vld) die het stakingsrecht opnieuw moet definiëren
met de uitwerking van een minimale dienstverlening. Nu zouden we een betoog
kunnen afsteken over het nut van vakbonden en van stakingen, maar laat ons het
even over een andere boeg gooien.

Het is tijd om schijnheiligheid
achter ons te laten en het gehele plaatje te bekijken. De
vakbonden hebben met hun stakingen niet het monopolie op de drukkingsmiddelen.
Denk maar aan de kapitaalkrachtige lobbygroepen in het Europees Parlement die
opereren in een immens ondoorzichtig systeem. Daarnaast heb je ook de
financiële markten, waar we verder op in zullen gaan. Het grote verschil
tussen deze drukkingsmiddelen is de zichtbaarheid ervan. De lobbygroepen en
financiële markten leggen niet rechtstreeks de economie lam om hun punt te
halen.

Op 27 mei was er nog een kop in De Morgen die luidde: “Beurzen bibberen na
linkse zege”. Het ging over de doorbraak van de aan Podemos gelieerde
linkse partijen bij de lokale verkiezingen in Spanje. In het artikel werd reeds
gewaarschuwd voor de, mogelijk nog duidelijkere, reactie van de financiële
markten indien Podemos deze opmars verderzet tijdens de nationale verkiezingen
in november. Neen, dit is geen typisch Spaans fenomeen, overal waar er een
ingrijpende politieke beslissing genomen wordt of waar er verkiezingen zijn
geeft men verslag uit van de al dan niet positieve reactie van de financiële
markten. Voor hen die het nog niet doorhadden, die financiële markten worden
niet gedomineerd door computers die een enorme kennis hebben van de beurs en al
zeker niet door één of andere onzichtbare hand die vanuit de hemel of een
donkere grot alles regelt. De financiële markten worden simpelweg gedomineerd
door economische spelers, mensen, bedrijven, holdings, fondsen, enzovoort.
Allemaal spelers die ook belangen hebben, net zoals een vakbond, en die
trachten te verdedigen via financiële transacties. Ze gebruiken net als
vakbonden een drukkingsmiddel om beslissing aan te vechten en, indien mogelijk,
ongedaan te maken.

Zoals in het begin reeds
aangehaald worden de vakbonden vaak te machtig gezien ten opzichte van het
aandeel van de bevolking dat ze vertegenwoordigen. Als dit geldt voor de
vakbonden, dan geldt het ongetwijfeld ook voor de financiële markten. Als we de
cijfers van een land als België, dat gezien wordt als een land met relatief
weinig ongelijkheid, dan zien we dat 85% van de beursgenoteerde aandelen en 67%
van de obligaties in handen zijn van 10% van de Belgische bevolking.[1]
We kunnen in feite zeggen dat indien de financiële markten negatief reageren op
een verkiezing of een politiek besluit, het een minderheid, met een mooi
vermogen, is die negatief reageert en dat met een veel sterker wapen dan de
vakbond. Hieruit blijkt dat economische ongelijkheid zicht gemakkelijk vertaalt
in politieke ongelijkheid en het ondermijnen van de democratie. Dit zelfs in
een “egalitaire” samenleving als die van België. Nu zouden we net hetzelfde
kunnen doen als wat er met de vakbonden gebeurt en beginnen zaniken op die
verfoeide financiële markten.

Maar laat ons niet vervallen in hetzelfde populisme. De financiële markten
hebben net als de vakbonden hun nut in onze hedendaagse economie. De kern van
het probleem, dat een kleine minderheid via de financiële markten ongelooflijk
veel macht heeft, is de economische ongelijkheid. Die ongelijkheid wordt tevens
volgens de OESO – toch geen groepje van linkse rakkers – gezien als een rem op
de economische groei, immers hetgeen waar bijna elke politicus de dag van
vandaag naar streeft. Daarnaast kwam het IMF – een ander clubje die niet bekend
staat voor linkse socio-economische ideeën – met een studie dat veel macht voor,
o ironie, de vakbonden dan weer een sterk en effectief wapen is om de
ongelijkheid tegen te gaan. Veel logica moet je dus niet gestudeerd hebben om
het juiste verband te leggen tussen economische groei, (on)gelijkheid en  de sterkte van vakbonden. Dit moet ons dus in staat
stellen om een wat genuanceerder beeld te hebben van de vakbonden en hun
“verdomde” stakingen.              

Kobe Van Severen
Voorzitter Jongsocialisten StuGent – Politiek secretaris Jongsocialisten Brugge
Student Politieke Wetenschappen
Schrijft in eigen naam

[1] Dierckx,
S.(2015). Rijkdom en macht van de 1%. Geraadpleegd op 28 mei 2015, van http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/opinieblog/opinie/1.2226532

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!