Interview - Evelien Verstraeten

Het klein verzet: de wereld na het kapitalisme

Wat als we met z’n allen beslissen dat niet de economie ons bepaalt, maar dat wij de economie zijn? Vorig jaar reisde journaliste Tine Hens door Europa, op zoek naar een antwoord op die vraag. Denen, Grieken, Britten of Portugezen, allemaal vertelden ze over een alternatieve economie, een nieuwe democratie en hun 'klein verzet'. Dat is ook meteen de titel van Hens’ nieuwe boek dat vandaag verschijnt. DeWereldMorgen.be had een gesprek met de auteur.

woensdag 20 mei 2015 11:58

Tine Hens
(40) is historica en werkt als freelance journaliste voor Knack Focus. We
spreken af in het Openbaar Entrepot voor de Kunsten (OPEK) in Leuven, waar ze
volgende week haar tweede boekvoorstelling van Het klein verzet geeft. “Spannend”, lacht ze, toch wel wat
zenuwachtig.

Haar
enthousiasme is groot en net daarin schuilt haar boodschap. Als tiener was ze
lid van de Jeugdbond voor Natuur en Milieu, maar daar heerste moedeloosheid:
“We voerden actie, maar na een tijd geloofden we niet meer dat we iets konden
veranderen. Er was altijd weer een ander probleem dat om aandacht schreeuwde.”  

Breken met neerslachtigheid

Hens wil
breken met de neerslachtigheid in de maatschappij: “Ook vandaag worden we ontmoedigd
om te dromen en te geloven dat het beter of anders kan. ‘Er is geen
alternatief’, klinkt het. Ik wil mensen net het gevoel geven van: ‘We kunnen
het allemaal!’ Misschien ga je het resultaat van datgene waar je mee bezig bent niet merken,
maar je moet het ook niet onmiddellijk groots zien. Als je alleen naar het
grote doel in de verte kijkt, dan kan je niet anders dan ontgoocheld afhaken.
Iets doen is belangrijker dan niets proberen. Hoe klein die daden ook zijn. Dat
is wat ik wil vertellen, dat is mijn klein verzet.”

Groeigedachte loslaten

Op je reis door Europa bezocht je burgerinitiatieven
die ingaan tegen het gangbare economische denken. Geloof je echt dat klein
verzet een nieuwe wereld kan openen?

 “We gaan er altijd vanuit dat grote veranderingen
grote daden nodig hebben. Maar als je kijkt naar revoluties en evoluties in de
geschiedenis, dan zijn de details minstens even belangrijk. Klein verzet gaat over
die details. Bijvoorbeeld je fiets nemen in plaats van je auto, een ladder
lenen in plaats van er een te kopen of gewoon je aardappelboer leren kennen. Zulke
kleine handelingen en keuzes gaan in tegen het mainstream economisch denken.”

“Als je het
hedendaagse discours mag geloven, is er maar één mogelijke werkelijkheid: die
waarin economische groei allesbepalend is. Toch ben ik er sterk van overtuigd
dat het bevrijdend is om die groeigedachte los te laten. We moeten niet voor méér gaan, maar voor beter.”

Langs de andere kant heeft die
groeigedachte ons wel heel veel welvaart opgeleverd.

“De vraag
is: welke prijs hebben we daarvoor betaald? Niet alleen hier in het Westen,
maar zeker in het Zuiden. Het kapitalisme heeft veel kapot gemaakt. Denk maar
aan de ecologische parameters die in het
rood schieten. Maar er zijn bijvoorbeeld ook nog nooit zo veel burn-outs
geweest. Dat zijn elementen die erop wijzen dat het huidige systeem op zijn
einde loopt. In plaats van daaraan te sleutelen is het misschien interessanter
om met iets anders te beginnen.”

“Er zijn al
verschillende modellen voorhanden die een alternatief bieden op het
kapitalisme. Dat gaat dan over de economie van ‘het goede leven’, waarbij de
focus minder ligt op het egoïsme in ieder van ons en meer op samenwerken en
delen van kennis en spullen. Mensen
hebben er nood aan om samen te komen. Als je die krachten als basis van de
economie neemt, dan krijg je een heel werkbaar, inclusief model. Die
burgereconomie groeit van onderuit en is erg laagdrempelig. Iedereen kan
deelnemen op zijn manier en de centrale vraag is: ‘Wat kunnen wij allemaal?’
Soms zijn dat stomme dingen zoals een fiets herstellen, maar net dat is
verrijkend. Misschien is dat naïef, dromerig of utopisch. Maar ik ben een fan
van utopieën.”

Burgerbewegingen

Enkele van die utopieën heb je in Griekenland
gezien. In Thessaloniki beslisten de burgers bijvoorbeeld om het heft zelf in
handen te nemen.

“Dat gebeurde
daar uit pure noodzaak, want de crisis hakte er zo diep in dat veel mensen uit
de boot vielen. Aan het begin van de crisis had je bijvoorbeeld de aardappelbeweging.
De bedoeling was dat de boeren hun producten rechtstreeks aan de consument
verkochten. Ik wilde een van hun marktjes bezoeken, maar er was een wet
uitgevaardigd die het pop-up idee van een boerenmarkt verbood.”

“Als
antwoord, en dat is waarnaar ik op zoek ben gegaan, hebben een aantal
professoren uit Thessaloniki een coöperatieve supermarkt opgericht. Daarmee
geven ze de boeren een officiële plek om hun producten aan te bieden. De kracht
en de vindingrijkheid van al die mensen heeft me dikwijls ontroerd.”

“Thessaloniki
is een stad van beton en asfalt, je hebt er nauwelijks groen. Maar dan heb je Perka, een burgercollectief dat verlaten
militaire domeinen tot groententuinen omtovert. Dat waren verharde, onbruikbare
terreinen, maar toch hebben een aantal burgers doorgezet en zijn ze stenen uit
de grond beginnen te halen. Nu kweken ze er hun eigen tomaten en aubergines en
bewaren ze er hun eigen zaden.”

Voedsel als begin

Bij het lezen van je boek viel het me
op dat alles bij voedsel begint. De moestuinen rond het oude Crystal Palace in
Londen, de supermarkt in Thessaloniki. Stopt het verhaal daar of gaat het nog
verder?

“Het is een
domino-effect. Vaak begint het bij eten en deint het verder uit naar
bijvoorbeeld een grasmachine delen. Dat kan met je buurman, maar ook via
websites als peerby. Vervolgens zijn er mensen die zelf hun
elektriciteitsproductie in handen nemen.”

“In Hamburg
bijvoorbeeld hopen een aantal bewoners van de Altonawijk een oude bunker om te
bouwen tot een energiecentrale. Daarnaast willen ze aan de andere kant van de
bunker een centrum voor een nieuwe economie bouwen, met ruilinitiatieven en
herstelateliers. Het project is er nog lang niet en het is ook niet zeker of
het er ooit zal komen. Maar er is rond die grote, lelijke bunker een dynamiek
ontstaan. Mensen komen er samen, leren elkaar kennen en wisselen nu al spullen,
talenten of kennis uit.”

Zulke initiatieven ontstaan dus niet
alleen in Zuid- Europa. Ik zag dat jullie in de gemeente waar je woont ook een repair
café organiseren en een geefwinkel hebben geopend.  

“Het zijn initiatieven van Transitie Herent, een groepje burgers dat
een praktisch antwoord probeert te vinden op de klimaatopwarming en op het
besef dat de overgebleven fossiele brandstoffen maar beter in de grond blijven.
De nadruk ligt daarbij op kleine acties in de buurt en de lokale economie. Dankzij die acties leer je mensen op
een andere manier kennen. De geefwinkel is zo’n plek van ontmoetingen van
verschillende sociale lagen, die elkaar in onze samenleving niet vaak meer
ontmoeten.”

Onzichtbaar maar overal aanwezig

Je schrijft dat je thuis
kwam van je reis met nieuwe moed en frisse ideeën, maar dat de resultaten van
de federale verkiezingen een heel ander beeld opwierpen. Zijn het dan niet
slechts een paar enkelingen die alternatieve paden willen bewandelen? 

“Het is soms niet zichtbaar, maar het zit overal wel een beetje. Ik zag op een bepaald moment mijn omgeving
veranderen. Mensen die voordien helemaal niet met ecologie bezig waren, vonden
plots dat het zo niet verder kon. Er is een veelheid aan projecten en
initiatieven van mensen die het anders willen doen. Ik was verbaasd en blij
verrast om dat ook in de rest van Europa te zien.”

“Er ontstaan enerzijds kleinschalige burgerinitiatieven rond voedsel en energie, maar
je vindt ook mensen die een hele industrietak willen hertekenen. De Nederlandse
architect Thomas Rau bijvoorbeeld zit in de reguliere economische omgeving, maar van daaruit
beïnvloedt hij zijn leveranciers. Zo vraagt hij geen lampen aan Philips, maar
licht. Rau huurt de lampen, maar Philips blijft verantwoordelijk voor zijn
product. De producent heeft er dan ook alles bij te winnen om zijn product zo
te maken dat het volledig hergebruikt kan worden. Op die manier probeert Rau de
circulaire economie te versterken.”

Meer informatie over Het klein verzet en de
boekvoorstellingen vindt u op de website van uitgeverij
EPO

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!