Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Interview

Op de vlucht

Vanmiddag stelde de Europese Commissie haar vijfjaarlijkse Europese Agenda voor Migratie voor. Na de talloze menselijke drama’s van de voorbije weken in de Middellandse Zee dringen concrete maatregelen zich op. Agron Berisha zoekt al 14 jaar naar een menswaardig leven in Europa, maar zijn toekomst blijft onzeker. Een portret van een mens op de vlucht.
woensdag 13 mei 2015

We spreken af op een pleintje in Antwerpen, 2060. Ik ga op een bankje zitten en zie hoe Agron Berisha (geboren in 1978 en afkomstig uit Prishtina, Kosovo) me tegemoet rijdt. Onderweg praat hij nog even met twee dames uit de buurt, die hem blijkbaar kennen. Ze maken grapjes (“Ha, Agron, afspraakje met een mooie madame?”) en schudden hem de hand. Dan parkeert Agron zijn rolstoel tegenover mij en beginnen we te praten.

“Op 11 november 2006 kwam ik in België aan. Op zoek. Altijd maar op zoek. Naar het recht op een normaal leven. Naar werk. Naar medische zorg. Zoals je ziet, kan ik niet lopen. Ik heb pijn, en ik heb operaties nodig. Helaas. Het zal niet voor vandaag zijn.”

“Ik zwerf al 14 jaar door Europa. Zoals je misschien wel weet, was en is de situatie in Kosovo niet zo goed. Na de NAVO-bombardementen in 1999 al helemaal niet. De economie was helemaal stilgevallen, het land was platgebombardeerd en lag in puin, en ik was er niet veilig. Dat staat in mijn papieren hier, lees maar, het staat er allemaal in.”

Gevaar

“Mijn vader en ik werden meermaals bedreigd door groepen gemaskerde mannen van het Kosovo Liberation Army, geheime milities. Ze beschuldigden ons ervan te hebben gecollaboreerd met de Serviërs en de Macedoniërs tijdens de oorlog. Ze hebben mij en mijn vader zwaar in elkaar geslagen. Ze vielen verschillende keren ons huis binnen, we moesten voortdurend vluchten, want ons leven was in gevaar. Die situatie heeft ongeveer een jaar geduurd. Intimidatie, achtervolging, er werd jacht op ons gemaakt, we konden nergens blijven. Op 5 juni 2001 werd ik in Prishtina opnieuw overvallen door een groep gemaskerde mannen. Ik werd bewusteloos opgeraapt door een paar voorbijgangers. Ik kon mijn benen niet meer bewegen, ik was zwaargewond aan mijn hoofd. Mijn wervelkolom bleek geraakt en mijn benen waren verlamd. Daar zat ik dan. Geen geld, geen medische hulp, geen veiligheid. Dus ben ik maar vertrokken.”

“Ik ben overal geweest in Europa. Ik heb ondertussen al verschillende operaties ondergaan, en heb er nog verscheidene voor de boeg. Al die tijd zat ik in een rolstoel. Ik ben alleen, ja. Geen familie hier, of ergens anders in Europa. Ik moet mijn plan trekken. Ik ben uiteindelijk naar België gekomen, omdat de dokters hier goed zijn. Ik was ook een tijd in Scandinavië, waar ik ook geopereerd ben. Op een gegeven moment had ik 7 verschillende verpleegsters die mij moesten verzorgen, het leek wel bandwerk. Alsof ik een laboratoriumkonijn was, een experiment. Je hebt toch geen 7 verschillende verpleegsters nodig om spuitjes te komen zetten? Hoe kunnen die mij nu kennen? Weten wat ik nodig heb? Ik ben toch wel meer dan een nummer op een kaartje in een fichebak?”

Dokters en medicijnen

“Ook hier in België loopt het niet zo goed. Ik heb niet de juiste papieren. Ik zat een tijd in het opvangcentrum van Fedasil en kreeg een dokter toegewezen. Die gaf me steeds maar meer medicijnen. Maar daar heb ik niets aan. Medicijnen gaan mijn benen niet opnieuw in beweging zetten. Ik heb een specialist orthopedie nodig. In Leuven had ik er een gevonden die me onderzocht heeft en zei dat hij me beter kon maken, dat hij me kon opereren, dat hij ervoor kon zorgen dat ik weer zou kunnen lopen, ook al zou het dan met krukken zijn. Lopen! Maar daar was geen geld voor, want mijn papieren zijn nog niet de juiste, werd me bij Fedasil gezegd. Ik ben nog volop in procedure en ik moet wachten. Geen hulp van die dokter dus. Nog steeds in de rolstoel.”

“Ik zit nu in een procedure voor medische regularisatie. Ik heb een pro deo advocaat en ik wacht nu al meer dan een jaar. Maar er gebeurt niets. Behalve dat ik een tijdje geleden uit mijn sociaal appartement ben gezet door de politie. Ik krijg geen hulp van het OCMW.  Ik mag niet werken. Ik heb geen dak boven mijn hoofd. Ik heb geen geld. Ik heb gelukkig nog wel recht op een vergoeding van het ziekenfonds. Zo krijg ik 5 keer per week fysiotherapie. Mijn benen doen altijd pijn, echt ondraaglijk veel pijn. Pijnstillers helpen al lang niet meer, ik moet de pijn met mijn hoofd in bedwang houden. Weet je wat dat is? Kijk naar mijn benen. Ik kan ze niet meer buigen, niet strekken. Het is echt heel moeilijk voor mij om niet depressief te worden. Om te blijven glimlachen. Om hoop te hebben.”

Wat vriendelijkheid

“Mijn buurvrouw helpt me met logement sinds ik op straat ben gezet. Daar ben ik haar heel erg dankbaar voor. In ruil help ik haar zoveel mogelijk. Met boodschappen doen bijvoorbeeld. Ook met luisteren, want ze heeft zelf ook veel problemen. Wat je geeft, krijg je terug. Maar soms is het zoveel, dat de emmer overloopt. Dan heeft ze even niet genoeg aan mijn hulp en ik even niet genoeg aan de hare. Begrijp je dat? Ik zit dikwijls in het zorgcentrum hier in de buurt. Daar komen veel oudere mensen. Ze praten met mij en ik met hen, dat is wel fijn. Ik kan er ook op het internet om het nieuws te lezen en mijn mail te checken. Je mag gerust mijn mailadres in het artikel zetten. Ik zoek werk, ik wil echt werken!  Ik kan veel. En ik leer snel bij, geef me twee maanden opleiding en ik kan alles. Het liefste teken ik, maar ik kan ook computers repareren, programma’s installeren, alles met technologie. Of administratief werk. Aan de kassa zitten, doe ik ook graag. Een beetje contact met de mensen, wat vriendelijkheid over en weer, dan gaat alles veel gemakkelijker, toch?”

“Ik ga vaak wat wandelen in mijn rolstoel. Verstand op nul, blik op oneindig, luisteren naar muziek. Mensen begrijpen niet hoe ik mij voel. Wat het betekent om in een rolstoel te zitten, terwijl iedereen naast je loopt, wandelt, springt. Ik verwijt hen dat niet, ze kunnen het ook niet weten. Wij hebben een Albanees spreekwoord dat zegt: 'Als je nooit honger hebt gehad, dan weet je niet wat honger is. Als je nooit ondraaglijke pijn hebt gevoeld, dan weet je niet hoe ondraaglijke pijn voelt.' Maar veel mensen hier hebben er wel een oordeel over. Ze denken te weten wat ik moet doen en voelen. En ze zetten me uit mijn woning."

Hoe doe jij dat?

"Een tijdje geleden was er hier een jongen, die tot dan altijd gezond was. Toen brak hij een been en was hij een tijdje even hulpeloos als ik. “Agron!” zei hij, “hoe doe jij dat de hele tijd in die rolstoel? Hoe komt het dat jij niet gek wordt?” Begrijp je, je kan maar weten hoe ik me voel en wat het is, als je het zelf meemaakt. Ik kan mijn rekeningen niet betalen, ik ben volledig afhankelijk van mensen die het goed met me menen. Dat is toch geen leven?”

“Het leven is mooi, maar ook heel erg vreemd. Het is te kort. En het is eenzaam. Wat wij allemaal nodig hebben, is rust. Zo weinig mogelijk stress. Een plaats om te wonen, geld om te eten, een goede gezondheid, een job om dat alles te betalen. Wat kan ik doen? Het enige wat ik kan doen, is blijven proberen. Er het beste van proberen te maken.”

(Je kan Agron Berisha altijd een mailtje sturen op a.berisha.1978@gmail.com of telefoneren op 0489/936.885. Om een praatje te maken, van gedachten te wisselen, of wie weet?, om hem te helpen)

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.