Opinie -

Partnergeweld verdient prioritaire aandacht

De politie maakt haar Nationaal Veiligheidsplan op voor 2016-2020. Daarbij overweegt de politietop ernstig om familiaal geweld niet langer als één van haar prioriteiten te beschouwen. De argumenten om deze keuze te staven zijn nogal uiteenlopend en bij nader inzien dun. Een onverantwoorde keuze, want deze vorm van geweld blijft onverkort onze aandacht verdienen.

maandag 11 mei 2015 16:02

Niet in shortlist

Zo zou het nog weinig zin hebben om van de politionele strijd tegen
intrafamiliaal geweld een prioriteit te maken, omdat de politiezones hun
werking al op partnergeweld toespitsten. Ondanks die inspanningen staat
de politie vaak machteloos tegenover partnergeweld. Preventie heeft haar
grenzen, waardoor er vaak meer reactief opgetreden moet worden dan men
wenselijk acht.

“De politie staat vaak machteloos tegenover partnergeweld.”

Omdat de inzet van mensen en middelen beperkt is, moet nu
prioritair ingezet worden op criminaliteitsfenomenen die een opgefriste
aanpak verdienen. Exit intrafamiliaal geweld. Want minder prioriteiten
houdt de politionele focus scherp. Dus komen terreinen die eerder al
de revue passeerden of waarvan de aanpak goed draait niet in aanmerking
voor de shortlist.

Oud of nieuw?

Bij de beslissing welke fenomenen een prioritaire aanpak verdienen,
wegen effectiviteit en actualiteitswaarde zwaar door. Op zich is daar
niks mis mee. Maar prop je dat beslissingsproces vol met discutabele
vooronderstellingen, dan sla je uiteindelijk alsnog de bal mis.

Zo moeten aldus bevoegd minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon
vooral fenomenen die een nieuwe, geïntegreerde aanpak vragen bovenaan
de agenda komen.Jan Jambon in De Standaard, 2 mei 2015Radicalisering bijvoorbeeld.

Die redenering klopt niet want radicalisering is, net als familiaal
geweld, zo oud als de straat. Radicalisering op basis van ideologieën is
een vlag die een erg brede lading dekt. Voortdurend duiken nieuwe
vormen op die onze aandacht verdienen. Nieuw is dat er de voorbije
periode 450 jongeren naar Syrië vertrokken, op basis van overtuigingen
die ze zich onder onze ogen eigen konden maken.

Topprioriteit

Ook huiselijk geweld is geen statisch gegeven maar een veelzijdige
realiteit: kindermishandeling, vechtscheidingen, geweld op mannen,
eergerelateerd geweld, ouderenmisbehandeling, psychische terreur… De
meeste vormen blijven verdoken, enkele zijn zelfs nog steeds een taboe,
andere nog onvoldoende gekend. Er waren vorig jaar ‘slechts’ 40.000
aangiften.

“Huiselijk geweld is geen statisch gegeven.”

Als we, samen met de politiek bevoegden, de omschrijving van wat
een prioritaire aanpak verdient ernstig nemen, dan drijft familiaal geweld
boven als één van de absolute topprioriteiten.

Geen semantische kwestie

Door de keuze rond wat al dan niet prioritair is af te zwakken tot
een ‘semantische kwestie’ maakt de minister een inschattingsfout. Iets
is prioritair of niet-prioritair. Zoals in elke organisatie worden
acties op basis van die keuze uitgetekend, uitgevoerd en geëvalueerd. Dat de
beperking der middelen en manschappen hiertoe doen, bevestigt dat
alleen maar. Pragmatiek heeft wel degelijk haar grenzen.

Aandacht verslapt

Prioritaire aandacht zou ook niet meer nodig zijn omdat de politie
inmiddels een routinematige aanpak gevonden heeft om op te treden bij
situaties van familiaal geweld. Maar dat zijn te veel pluimen op eigen
hoed. De ervaring leert dat de aandacht van alle betrokken partners
zoals huisarts, welzijnswerk, onderwijs, parket, overheden – en dus ook
de politie – gaandeweg verslapt als het thema niet met grote regelmaat
expliciet onder hun aandacht wordt gebracht.

“Iets is prioritiair of niet-prioritiair.”

Daarnaast blijven subcategorieën van de brede problematiek van
familiaal geweld nog te veel onderbelicht. Deze benoemen en erop ageren
is de enige manier om erkenning te geven aan zij die het geweld
ondergaan. Ook daarom blijft prioritaire aandacht noodzakelijk.

Beter reactief dan inactief

Tot slot mag de politie haar belang en impact bij de aanpak van
familiaal geweld echt niet onderschatten. Via onder meer 1712 (de
hulplijn voor geweld, misbruik en kindermishandeling), huisartsen, de
Centra voor Algemeen Welzijnswerk en slachtofferhulp in het bijzonder,
vinden duizenden betrokkenen bij familiaal geweld hun weg naar
professionele hulp. Toch blijft het taboe groot en de drempel hoog. Precies
daarom is het zo belangrijk om aangifte te kunnen doen en hierop een
gepast antwoord van de politie te krijgen. Bovendien heeft de politie
met bijvoorbeeld de wet op tijdelijke uithuisplaatsing van de
geweldpleger, bijzondere instrumenten in de hand.

“Het taboe blijft groot en de drempel hoog.”

Dat is reactief, maar ook effectief. Inzet op preventie is immers een
totaal ander, noodzakelijk maar complex verhaal. Een verhaal dat raakt
aan vele levensdomeinen om greep op uitbarstingen van geweld te krijgen.
De verantwoordelijkheid daarvan ligt lang niet alleen bij de politie
maar sluit wel aan bij haar wens om ook op het maatschappelijk toneel
een rol te kunnen spelen.

Dreigingsniveau 3

Hoe meer deuren naar interventie en hulpverlening worden open gezet,
hoe beter. Ook de politie heeft daarin haar verantwoordelijkheid. Laat
dat niet enkel afhangen van de prioriteiten van de lokale zonechef.
Daarom pleit ik voor een onafgebroken nationaal dreigingsniveau 3 voor
familiale terreur.

Bert Lambeir is directeur van CAW Oost-Brabant

Het artikel werd gepubliceerd op Sociaal.net

take down
the paywall
steun ons nu!