Analyse - Poliargus

De kortere werkweek: individuele keuze of collectieve regeling?

Al lang wordt er nagedacht over een kortere werkweek. Reeds in de geschriften van Karl Marx vinden we verwijzigingen naar een toekomstig ‘communistisch utopia’ waarbij aan alle basisbehoeften wordt voldaan en de mens – bijgevolg – zijn arbeidstijd sterk kan verminderen.

maandag 4 mei 2015 11:56

Een al even boude voorspelling vinden we terug in het
werk van John Maynard Keynes. In zijn bekend essay ‘Economic
Possibilities for our Grandchildren’ (1930) voorspelde hij dat over
100 jaar (d.w.z. 2030) de levensstandaard vier tot acht keer hoger zou
liggen. Dat lijkt waarheid te worden. Echter, hij geloofde ook dat
een 15-urenwerkweek in het verschiet lag.

Keynes ging ervan uit dat we
als gevolg van de toenemende welvaart en productiviteit ‘tijd
gingen kopen voor onszelf’. Is het in die optiek niet wenselijk om
meer tijd te hebben voor onszelf en ons gezin? En hoe organiseren we
dat dan: via individuele regelingen of via een collectieve verkorting
van de arbeidsduur?

De denktank Poliargus publiceerde recent een
uitgebreide studie waaruit
blijkt dat een kortere werkweek effectief kan bijdragen tot een
grotere gendergelijkheid en dat daarenboven op korte termijn stappen
kunnen worden gezet. In een periode van vijf jaar is de overgang naar
een 35-urenwerkweek haalbaar.

Debat
is terug van weggeweest

De
kortere werkweek is terug in het maatschappelijk debat. Net als in de
jaren ’80 zien sommigen collectieve arbeidsduurverkorting als een
middel om werkloosheid te bestrijden.

Interessant is echter dat er de
laatste tijd ook nieuwe elementen aan het debat werden toegevoegd.
Rutger Bregman legt bijvoorbeeld expliciet de link met een universeel
basisinkomen. Mensen zouden dan enkel werken als ze dat echt willen
en zullen bijgevolg hun arbeidstijd beperken.

Steeds meer
opiniemakers zien ook een belangrijke genderdimensie. Als de mensen
minder uren actief zijn op de arbeidsmarkt, blijft er meer tijd over
voor het gezin en zullen vrouwen niet verplicht worden om hun
arbeidstijd te beperken. Het Vrouwen
Overleg Komitee
(VOK) lanceerde net als Femma het voorstel van een
30-urenwerkweek. Uit onderzoek
van Eurofound
blijkt dat vrouwen in de Europese Unie 30 uur als
de ideale werkweek beschouwen. Zo zijn ze in staat om arbeid en gezin
te combineren, zonder een stap terug te moeten zetten op de
arbeidsmarkt.

Hoe
arbeid en gezin combineren?

De
reacties op het voorstel van Femma tonen aan hoe gevoelig het debat
ligt. UNIZO verklaarde meteen dat het idee
‘van een andere planeet komt’
. Meer ook heel wat ouders zagen
zich geroepen om zich te mengen in het debat, gaande van het
‘prototype carrièrevrouw’ tot de ‘bumpervader’.

Het
grote probleem is

dat iedereen zich persoonlijk aangesproken voelt en dat ouders
nogal vlug hun eigen keuzes verdedigen
.
Het gaat er immers niet over dat moeders (of vaders) die een stap
terugzetten niet zouden voldoen aan een normatief
tweeverdienersmodel. Neen, het gaat erover hoe we als samenleving
arbeid en gezin willen combineren. Dat brengt ons bij een cruciale
vraag: doen we dat via individuele regelingen of organiseren we het
op een collectieve manier?

De
keuze voor een individueel of een collectief systeem is allesbehalve
neutraal. De denktank Poliargus ijvert voor een collectief stelsel,
aangezien dat beter is voor positie van de vrouw op de arbeidsmarkt.
De Franse ervaring leert ons dat een kortere werkweek gepaard
gaat met een afname
van het deeltijds werk
. Daarenboven bieden de individuele
onderbrekingsstelsels geen oplossing voor het ‘glazen plafond’
waar vrouwen tegen opboksen, aangezien werkgevers
uitgaan van een verlies aan menselijk kapitaal
. Het weegt op de
verdere carrièrekansen.

Nochtans
zien we de laatste decennia in België een focusverschuiving van
collectieve naar individuele regelingen. In 1985 werd het stelsel van
loopbaanonderbreking ingevoerd. Ongeveer 15 jaar geleden zagen ook de
thematische verloven het daglicht. Zonder enige twijfel helpen deze
stelsels om arbeid en gezin beter te combineren.

De huidige
problematiek is echter tweeërlei. Allereerst, in de praktijk is
looponderbreking een typisch vrouwelijke zaak. Mannen die deeltijds
of voltijds onderbreken, is eerder zeldzaam. Het lijkt dus eerder
genderrollen te bestendigen. Ten tweede, het stelsel van tijdskrediet
/ loopbaanonderbreking is een toonvoorbeeld van een Matteüseffect.
Een studie
van het Centrum voor Sociaal Beleid
(UA) toonde aan dat het
stelsel vooral ten goede komt aan hoogopgeleide ouders uit een
tweeverdienersgezin. Voor
een alleenstaande ouder is tijdskrediet geen optie, een tweede
inkomen is vaak een noodzaak.

Eigenlijk zijn er nu twee strategieën mogelijk. Ofwel verhogen we de
uitkeringen (fors) en denken we na over manier om mannen en
laaggeschoolden ook gebruik te laten maken van het stelsel. Ofwel
organiseren we onze arbeidstijd op een fundamenteel andere manier.
Dat lijkt ons de beste optie om zo arbeid en gezin op structurele en
collectieve wijze in evenwicht te brengen.

Topje
van de ijsberg

De
impact van de kortere werkweek op de combinatie arbeid & gezin is
uiteraard slechts het ‘topje van de ijsberg’. De Poliargus
paper
gaat in op heel wat andere aspecten van het debat: Draagt
het bij tot de werkgelegenheid? Hoe moet het concreet worden
ingevoerd? En wat is de precieze impact op gezondheid en de ruimere
work life balance?

Wij stellen voor – om net als in Frankrijk –
de arbeidsduurverkorting stevig in te bedden in het sociaal overleg.
Op basis van verwachte productiviteitsstijgingen lijkt een redactie
van één uur per interprofessioneel akkoord realistisch. Als
algemeen principe schuiven we loonbehoud naar voor, al zullen voor de
laagbetaalde – vaak laagproductieve – jobs in de dienstensector
compensaties moeten worden voorzien. Een heroriëntering van
bestaande steunmaatregelen aan bedrijven kan hierbij helpen.

deBuren organiseert samen Poliargus een debat rond de kortere werkweek:

De kortere werkweek: wenselijk en haalbaar?

DI 05.05.15 | 19:30 > 21:30

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!