Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Boekrecensie

‘Staatsveiligheid spreekt met de duivel als die goeie informatie heeft’

Journalist Lars Bové moest ver gaan om een boek te kunnen schrijven over de Staatsveiligheid. Vast stond maar bar weinig. Zelfs aangaande informatie over zichzelf bleek de auteur niet gerustgesteld te kunnen worden. Of zoals een medewerker van de dienst zich hardop afvroeg: “Wie houden we voor de gek?”
dinsdag 28 april 2015

“Waarom kan de Staatsveiligheid niet eens een tipje van de sluier lichten over haar werk? In een democratie mogen de burgers toch weten wat hun geheime inlichtingendienst zoal doet, zonder daarbij operaties, dossiers, bronnen of mensenlevens in gevaar te brengen, natuurlijk. Maar bij elk mailtje en elk telefoontje kreeg ik het vriendelijke antwoord dat de dienst ‘erover nadenkt’ Soms kreeg ik een hint dat het wel zou lukken, maar uiteindelijk bleef enige medewerking altijd uit.”

Lars Bové had dus een probleem. Hij is een journalist van de krant De Tijd en medewerker aan het internationale onderzoek naar spectaculaire fraudezaken zoals Luxleaks en Swissleaks. Om zijn vraagtekens over de Staatsveiligheid te kunnen deleten restte hem niets anders dan zelf in de huid van een inlichtingenagent te kruipen, op zoek naar informatie over “de schimmigste overheidsdienst van het land, een huis dat geen indringers verdraagt. De Staatsveiligheid is de oudste inlichtingendienst in de wereld, op die van het Vaticaan na.”

Zwart rechthoekje

In de traditie van de gonzojournalistiek zoals bedreven door Hunter S. Thompson, Gay Talese en Tom Wolfe beschrijft Bové zijn wedervaren. Precies door die persoonlijke aanpak is dit geen saai boek geworden. Het is evenmin zo’n sullig James Bond-verhaaltje met krachtpatserij en vrouwelijk schoon. Ook al werken er ook vrouwen bij onze Staatsveiligheid. Een ‘woordenboek van de Staatsveiligheid’ is aangehecht.

Er staat ontzettend veel echte informatie in over de geheime trukendoos van onze inlichtingendienst, waaruit ik voor deze gelegenheid zelf een selectie maak. De adressen van plaatselijke afdelingen van de dienst zijn evenwel met een zwart rechthoekje verborgen gehouden, zoals dat hoort in dit soort verhalen. Over die huisvesting is door de Staatsveiligheid altijd erg geheimzinnig gedaan. Bové kon ze tot zijn eigenste verbazing traceren via het wereldwijde net.

Ben ik ook gescreend?

Zomaar aan de slag gaan bij de politie en andere overheidsdiensten, in een kerncentrale, op de luchthaven, of in een functie waarbij je inzage krijgt in vertrouwelijke, geheime of extra-geheime documenten, dat kan echt niet.

“Het is de taak van de Staatsveiligheid om voor alle mensen en bedrijven die in België op gevoelige plaatsen willen werken screenings of veiligheidsonderzoeken uit te voeren. Voor sommige functies wordt zelfs de financiële toestand van de sollicitant tegen het licht gehouden. De afdeling die zich daarover ontfermt is totaal afgezonderd van de andere afdelingen binnen de inlichtingendienst. De informatie die de veiligheidsofficieren van deze afdeling verzamelen wanneer ze mensen en bedrijven screenen, mogen ze niet delen met hun collega’s van de andere afdelingen van de Staatsveiligheid.”

Het kan wel een hele tijd duren vooraleer zo’n onderzoek is afgerond. Bové: “Maar hoe betrouwbaar zijn die screenings van de Staatsveiligheid dan? Geen enkele statistiek kan dat uitmaken. Er zijn hooguit cijfers over mensen die beroep aantekenen als ze geen attest of machtiging kregen.”

Afgerond dossier

Bové wilde ook wel eens weten welke informatie over hem in de databestanden van de Staatsveiligheid zit. Hij wendde zich tot de Privacycommissie. Geruime tijd wachtte hij op een antwoord. Maar dat stelde uiteindelijk niet veel voor. Bové: “Dit is wel heel vreemd en alles behalve verhelderend: de nodige verificaties zijn verricht, maar de commissie mag na afloop van haar controle geen resultaten meedelen en dit dossier wordt dan ook als afgerond beschouwd. Moet ik nu gerustgesteld zijn of net niet? Als ik in de databank van de Staatsveiligheid voorkom, mag ik dat toch gewoon weten?”

Nee dus. Wie het voorwerp van een strafrechtelijk is geweest, wordt daar naderhand wel over ingelicht. Politie en Staatsveiligheid zijn twee verschillende dingen.

Commissievoorzitter Debeuckelaere vindt het zelf ook nogal bizar. De persoonsgegevens zijn doorgaans gewoon opgelepeld uit open, want publieke bronnen en uit de databank van andere overheidsdiensten. “Ik begrijp dat zoiets bij veel mensen een onzalig gevoel geeft”, aldus de voorzitter. “Maar het is nu eenmaal nodig om hun werk als inlichtingendienst te kunnen doen. Ik verdedig dat dan ook: ofwel heb je een Staatsveiligheid en geef je hun de nodige middelen, ofwel heb je beter geen Staatsveiligheid. Ze moeten efficiënt kunnen werken, met duidelijke afspraken en regels, maar je moet hen niet amputeren. Want als je de Staatsveiligheid geen middelen geeft, zullen ze die misschien toch gebruiken zonder controle.”

NSA hackte, staatsveiligheid wist…

De onthullingen in 2013 over de omvangrijke cyberspionage door het Amerikaanse National Security Agency (NSA) hebben storm geoogst. De Staatsveiligheid die een defensieve en burgerlijke inlichtingendienst is, heeft daar eigenlijk niks mee te maken gehad. In ons land is samenwerking met de NSA het unieke voorrecht van de militaire inlichtingendienst. De Staatsveiligheid beperkte zich na die spraakmakende onthullingen van klokkenluider Snowden noodgedwongen tot een babbel met andere Amerikaanse diensten, de CIA en het FBI, waarmee al langer contacten bestaan. Evenals het samenstellen van een overzichtje voor de minister van Justitie, zodat die als politieke verantwoordelijke kon antwoorden op lastige vragen van parlementsleden.

Toen bovendien aan het licht kwam dat het telecombedrijf Belgacom het slachtoffer was geworden van de clandestiene nieuwsgierigheid van de NSA en zijn Britse collega, bood de Staatsveiligheid zijn diensten als expert aan. Eigenlijk wist de dienst zoveel als niets over dat stiekeme optreden van de NSA.

Maar wat te doen bij zo’n aanval van een bevriende buitenlandse dienst? Een medewerker van de Staatsveiligheid: “Hoe wil je dat we met ons mager budget en ons personeelstekort ook nog eens bevriende diensten opvolgen? Wie houden we voor de gek? De Amerikanen zijn de belangrijkste partner van de Staatsveiligheid, al jaar en dag.”

Europese blunderbende

Bové publiceert een thrillend hoofdstuk aan de opvolging van de Tsjetsjeen Lors Doukaev die jarenlang in Herstal woonde. De man was einde vorig decennium als terrorist getipt door de Duitse inlichtingendienst, die er eigenlijk niet zo zwaar aan tilde. Net zoals onze Staatsveiligheid die ook maar een routineonderzoek naar de man deed. Bij een huiszoeking vond de politie wel een uitgebreid illegaal wapenarsenaal. In de zomer van 2010 informeerde ook de Luxemburgse politie naar Doukaev. Maar die was inmiddels spoorloos. Tot 10 september van datzelfde jaar.

Die dag ontplofte een bom in de toiletten van een hotel in Kopenhagen. Doukaev was er een bom aan assembleren. Die ging voortijdig af. Ondanks zijn verwondingen sloeg hij op de vlucht, maar werd door de Deense politie alsnog bij de kraag gevat. De Denen gingen er achteraf vanuit dat de bom bedoeld was voor de aanslag op een Deense krant, die in 2005 een cartoon van Mohammed had gepubliceerd.

Zoveel is zeker: niet enkel de Staatsveiligheid maar het hele binnen- en buitenlands veiligheidsdispositief had in deze affaire geblunderd. “Maar of een betere opvolging door de Staatsveiligheid de aanslag in Kopenhagen zou hebben verijdeld, kan natuurlijk niemand zeggen”, aldus Bové. “Doukaev werd in mei 2011 in Kopenhagen veroordeeld tot twaalf jaar cel voor terrorisme. In april 2013 is hij naar België teruggevlogen om er de resterende negen jaar van zijn straf uit te zitten.”

De minister heeft rugpijn

Wie dit boek leest kan er echt niet naast lezen: er schort wat aan de relatie van de Staatsveiligheid met de politiek. Zo zijn de ministeriële richtlijnen voor het opvolgen van militanten van het extreemrechtse Vlaams Blok/Belang in de loop der jaren nooit eenduidig geweest. En over de andere kant van het politieke centrum schrijft Bové: “Bij de opvolging van extreemlinks zijn ook al solidariteits- en vredesbewegingen op de radar van de Staatsveiligheid verschenen. Is het echt de taak van een inlichtingendienst in een westerse democratie om dergelijke politieke partijen en organisaties te volgen? Er zijn in de 21ste eeuw wel grotere bedreigingen te vinden.”

Bové had ook een uitgebreide babbel met Stefaan De Clerck, die als minister van Justitie tot tweemaal toe de politieke baas van de dienst is geweest. “Toen ik in 1995 voor de eerste keer bij de Staatsveiligheid binnenwandelde, heb ik gevraagd: ‘Allee, waar is mijn dossier hier?’ Maar ik vroeg dat niet zomaar. Telkens toen ik voordien Albert Raes, de baas van de Staatsveiligheid, had ontmoet, liet hij mij voelen dat ze ergens over mij wel een dossier over mij bijhielden bij de Staatsveiligheid. Ik wist maar al te goed dat ze over mij een dossier bijhielden, over mijn studentenjaren enzovoort. Het was een machtsspelletje dat Raes als baas van de Staatsveiligheid ook met andere ministers graag speelde. Ze hebben me mijn dossier nooit getoond natuurlijk. Niet dat ik me zorgen maakte. Ik heb ook niet aangedrongen, omdat ik die dag zo een ongelooflijke pijn aan mijn rug had.”

Stefaan De Clerck is tegenwoordig voorzitter van de raad van bestuur van het gehackte Belgacom. Heeft de Staatsveiligheid hem voor die functie ook gescreend?


Lars Bové, De Geheimen van de Staatsveiligheid. Speurtocht naar een schimmige overheidsdienst, Uitgeverij Lannoo, Tielt, 2015, ISBN 9789401422826, 317 pagina’s.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.