about
Toon menu

De real deal: een Europese anti-besparingsregering

De gerenommeerde econoom James K. Galbraith hield op 20 maart een toespraak over hoe hij de situatie in Griekenland inschatte. Hij was net bij zijn goede vriend Varoufakis geweest, minister van Financiën, en had kennisgemaakt met eerste minister Tsipras. Voor hen, en voor andere EU-landen met schulden, zag hij een hoopvolle toekomst, maar ook wat beren op de weg.
woensdag 15 april 2015

Ik ben net terug uit Athene, waar ik de afgelopen paar dagen het genoegen had samen te werken met de Griekse regering, in het bijzonder met de minister van Financiën en tevens goede vriend Yanis Varoufakis. Ik heb tot dusver bij twee gelegenheden de kans gekregen om het drama dat zich in Europa aan het ontvouwen is van op de eerste rij te kunnen observeren.

De eerste kans die ik kreeg was tijdens de onderhandelingsweek die leidde tot het akkoord op 20 februari. De tweede was tijdens de voorbije paar weken in Athene. Deze bleven ook niet van het nodige drama gespaard, aangezien ze leidden tot een reeks van betalingen, waaronder de betaling van een aanzienlijke som aan het Internationaal Monetair Fonds. Al deze gebeurtenissen werden over de hele wereld met bijzondere interesse gevolgd, voornamelijk in de financiële kringen.

Wat er in Griekenland op het spel staat, gaat veel verder dan louter financiële kwesties. Het gaat verder dan het lot van een klein en historisch zeer slecht bestuurd land met zwakke instellingen, dat de laatste vijf jaar ernstig geleden heeft in de nasleep van de crisis, toen het land ruwweg één vierde van zijn omzet verloor. Het gaat verder dan het werkloosheidscijfer van ruim 50% voor de jeugd dat vergelijkbaar is met dat van de VS tijdens het hoogtepunt van de depressie in 1929, en de zware druk op elk aspect van de publieke en sociale activiteiten.

Het gaat zelfs verder dan deze penibele situatie, die zichtbaar is in elke straat en op elke muur in Athene. Het gaat verder dan dat, tot aan de toekomst van Europa en zelfs nog verder, tot de betekenis van het woord ‘democratie’ in onze eeuw.

Nieuwe wind

Wat de Grieken de laatste maanden hebben gedaan, en dit is wat me ertoe aanzette om zo betrokken mogelijk te raken bij deze situatie, is ongelooflijk. Ze hebben een volledige voormalige politieke klasse ontmanteld en geëlimineerd.

Ze hebben een einde gemaakt aan een behoorlijk verdorven en corrupt voormalig twee-partijensysteem, en in de plaats een regering gevormd uit dissidenten, activisten en professoren. Onder hen een minister van Financiën, een man die door de toenmalige autoriteiten jarenlang gebannen werd van de Griekse televisie. Deze man is nu de minister van Financiën van de Helleense Republiek.

De Grieken slaagden hier trouwens in ondanks het verzet van hun eigen media, dat nog steeds doorgaat, en ondanks het scepticisme van hun Europese partners, dat ook nog steeds aanwezig is. Ik zou durven stellen dat er niets geheel vergelijkbaar gebeurd is in Europa sinds de verkiezing van Solidarność in Polen eind jaren 1980. Het moge duidelijk zijn dat dit een stimulerend effect heeft gehad op de politieke sfeer buiten Griekenland, in feite op verschillende plaatsen in Europa, en het opent de deur naar nieuwe mogelijkheden die er voorheen niet waren, waardoor een hele reeks aan opportuniteiten bereikbaar wordt. Het Spaanse woord voor de opkomende sfeer is, geloof ik, ‘podemos’. En dat is de nieuwe wind die waait over het hele Europese toneel.

Hindernissenparcours

Ik houd het Europese toneel uiteraard al langer aandachtig in het oog, in het bijzonder tijdens de afgelopen vijf jaar. De omwenteling, de psychologische transformatie, is buiten Griekenland voelbaar, en binnen Griekenland reeds fundamenteel aanwezig.

Tegelijkertijd is het zo dat de nieuwe regering geconfronteerd wordt met een ingewikkelde, goed uitgedachte politieke en economische valstrik. Het is eigenlijk meer dan een val. Het is meer een mijnenveld of hindernissenparcours, volledig opgezet door de mens, en het is puur kunstmatig.

De val is opgebouwd uit deadlines, deadlines voor revisies, deadlines voor betalingsschema’s en cash flow hurdles die reeds in werking traden nog voor de verkiezingen van 25 januari, in sommige gevallen met het oog op de geschatte timing van deze zaken. De val omvat eveneens de kapitalisaties op noodsteun aan het bankstelsel, op de uitgifte van schatkistpapieren door de regering en de mogelijkheid op schatkistpapieren in vermindering te brengen bij de ECB, wat van kracht werd na de verkiezingen.

Elk van deze maatregelen kan en is gerationaliseerd als een supervisie-, overzichts- of voorzichtigheidsmaatregel. We kunnen in discussie gaan over het al dan niet legitiem zijn van deze rationalisering. Ik zou alvast mijn bedenkingen hebben, mijn twijfels. Waar men echter zeker van kan zijn is dat de verzameling van deze obstakels en, laten we zeggen financiële voorzorgsmaatregelen, vanuit macro-economisch standpunt en vanuit een psychologisch standpunt fundamenteel contraproductief is. Het draagt substantieel bij tot de instabiliteit die waargenomen wordt met betrekking tot de Griekse economie, aan de instabiliteit van het financiële systeem. Het draagt bij tot de kapitaalvlucht, en tot de politieke druk die er op de regering staat, en waarvoor noch de regering, noch het Griekse volk wil buigen.

Tegemoetkoming

Om voorbij de valkuil en door het mijnenveld te geraken, waren er manoeuvres nodig van een vrij hoge graad van behendigheid in minstens drie fases. In de eerste fase moest er in principe voor worden gezorgd dat het voormalige akkoord, het Memorandum van Overeenstemming zoals het genoemd wordt, verleden tijd werd. Dit Memorandum onderwierp Griekenland aan een vorm van koloniaal bestuur, waarbij nagenoeg alle acties van de regering bepaald werden van buitenaf, door de instanties bekend als de Trojka. Dit was afgelopen, het Griekse publiek wees deze manier van regeren af in een open en beslissende verkiezing. Deze propositie werd, althans in principe, geaccepteerd na enkele redelijk vijandige onderhandelingen die leidden tot het communiqué van 20 februari.

Dit betekende een grote sprong voorwaarts, hoewel het ten koste ging van enkele voorwaarden in het partijprogramma van SYRIZA. Het gaat dan onder meer om de verhoging van het minimumloon, het niet terugdraaien van de privatiseringen uit het verleden, en het accepteren van een doelstelling omtrent het primaire overschot. Dit laatste, hoewel het minder hoog is dan de eerdere compleet onrealistische doelstelling, vormt nog steeds een zware last voor de Griekse regering.

De tweede en huidige fase is het tot stand brengen van deze werkelijkheid op praktisch niveau. Het omvat de vorming van een professionele, aanvaardbare samenwerking tussen de internationale spelers die een legitieme rol hebben. Die rol is het natrekken van de feiten en het overtuigen van de Europese partners van de goede trouw van de Griekse regering. Dit vereiste een tegemoetkoming vanuit het kamp van de Europese teams die, volgens mij, naar Athene kwamen in de veronderstelling dat ze de zaken konden regelen zoals in het verleden, gebruikmakend van dezelfde werkwijze als in het Memorandum van Overeenstemming. Men stelde vast dat dit niet meer het geval was en er ontstond een zekere mate van wrijving na deze ontdekking.

Ik denk dat we oprecht kunnen stellen dat er, de laatste dagen, enige vooruitgang werd geboekt. Technische discussies werden tijdelijk stopgezet, waarbij het voorstel was dat de teams hun verzoek voor documenten van de Griekse regering geschreven zouden voorleggen, wat nu ook zo gebeurt. Ze werken momenteel aan een lijst met de vereiste documenten die ze zullen voorleggen, en waarop zal worden ingegaan. Het Griekse Ministerie van Financiën heeft een verklaring opgesteld waarin men aangeeft dit te zien als een positieve ontwikkeling. Het geeft de relatie tussen de twee zijdes een stevige basis van goede orde en de regelmatige uitwisseling van documenten.

Mechanisme van destabilisatie

De derde fase in het proces moet worden opgelost op politiek niveau. Dit houdt onder meer het herstel in van de liquiditeit van de Griekse regering en het voorzien van voldoende financiële stabiliteit aan het bankwezen, zodat de economische activiteiten kunnen worden hervat. Dit vormde een groot probleem, vooral de laatste twee maanden, in de atmosfeer van angst die gepaard ging met de verkiezingen en de sfeer van onzekerheid die erop volgde.

De banken hebben het gros van hun activiteiten stopgezet en een groot deel van het kapitaal is er weggehaald, waardoor deze periodieke en relatief kleine verhogingen van de liquiditeitssteun nodig is om het systeem in stand te houden.

Dit is echter niet voldoende om de regering de nodige ademruimte te geven, zowel om hun hervormingsprogramma te ontwikkelen, als om opnieuw voorzichtig te beginnen denken aan het herstel van de economie. De beslissing om af te stappen van dit mechanisme van destabilisatie moest worden genomen op politiek niveau. Het is mogelijk dat dit reeds werd bereikt, of toch gedeeltelijk werd bereikt, in Berlijn (op 29 maart).

Het is in deze kwestie, net zoals voor de overeenkomst van 20 februari, dat de pragmatische tussenkomst door iemand, voor wie ik anders niet uitbundig veel lof uit, met name de kanselier van de Duitse Federale Republiek, moet worden erkend. De pragmatische aanpak van de kanselier zou kunnen leiden tot een keerpunt in deze situatie en tot de verlichting van de druk door de Europese Centrale bank, die de laatste dagen enorm problematisch gebleken is.

Naarmate deze manoeuvres zich verder ontplooien, ontstaat er een interessante mogelijkheid. Dit is de mogelijkheid voor een politiek stabiele, anti-besparingsregering in Europa, die wordt bestuurd door, zoals u wellicht reeds had opgemerkt, sterke persoonlijkheden die de leiding nemen over een economie die zo diep zit dat ze enkel maar omhoog kan. Deze herstelbeweging kan in een relatief korte periode leiden tot een betere werkgelegenheid en een stabilisering van de externe schuldenlast.

Lastercampagne

Dit herstel zou dan plaatsvinden in de nasleep van een crisis die ontstaan is door toedoen van het neoliberale financiële beleid aan het begin van de jaren 2000. Dit beleid werd vervolgens versterkt en verder gezet door de besparingsideologie die volgde na de crisis, en door de uitermate contraproductieve maatregelen waarmee Europa reageerde op de crisis. De mogelijkheid dat een anti-besparingsregering het begin zou kunnen inluiden van het herstel weg van het besparingsregime is volgens mij reëel, en voor sommigen een ware nachtmerrie.

Dit is uiteraard het ergst mogelijke scenario voor wie zich verbindt aan het bredere politieke systeem, en het globale economische beleid dat Europa nastreeft. Er zijn zeer veel mensen die deze ideologie aanhangen, en bijgevolg ook het beleid dat hiermee gepaard gaat. Hun reactie is de laatste dagen dan ook duidelijk hoorbaar.

Zij hebben nog een laatste arsenaal aan mijnen en hindernissen voor zich uit proberen te gooien, wat niemand kon missen. Ik vind dat hier ook iets over gezegd mag worden, hoewel het niet strikt over economisch beleid gaat. Het gaat om een lastercampagne waarbij politieke karaktermoord wordt gepleegd, gericht specifiek op een boegbeeld van de de mogelijke Griekse heropleving, mijn vriend en minister van Financiën Yanis Varoufakis.

Dit soort spelletjes is veel mensen bekend, in het bijzonder de Amerikanen. De Amerikanen van mijn generatie hebben het gespeeld zien worden tegen progressieve, of schijnbaar progressieve, politieke figuren op verschillende momenten; Gary Hart (democratisch presidentskandidaat in 1984 en 1988, nvdv.), en later Bill Clinton, werden hiervan slachtoffer. Ook de huidige president, Barack Obama, werd meermaals het mikpunt van zulke campagnes.

Onderste uit de kan

Er zijn steeds twee elementen cruciaal in het slagen van dergelijke aanval. Een hiervan is het schitterende principe dat persvrijheid een concept is dat vooral van toepassing is voor diegenen die aan het hoofd staan de pers. In dit geval zijn dit de rechtsgezinde bankiers die eigenaar zijn van de mediabedrijven.

Het tweede essentiële element is de reactie die men kan verwachten van het grote publiek wanneer er openlijk verwezen wordt naar het feit dat de mannelijke bevolking voorzien is van een productieorgaan. Heb ik dit subtiel genoeg geformuleerd om hier mee weg te kunnen komen?

In het geval van mijn vriend Gary Hart en president Clinton kunnen er, op dit gebied, allicht wel een aantal bezwarende elementen naar boven worden gehaald. Met president Obama hebben we te maken met een man wiens gezinsleven ongeveer net zo keurig is als dat van Ozzy en Harriet (personages uit de gelijknamige Amerikaanse televisiereeks uit de jaren 1950 en 1960, die het symbool werden voor het ideale Amerikaanse gezin, nvdv.) Het tweede cruciale element ontbreekt hier, waardoor president Obama immuun is tegen dit soort aanval.

Wat Yanis Varoufakis betreft hebben de lasteraars in feite hetzelfde probleem. Uit zijn privéleven kan men niet het nodige materiaal putten om hem aan de schandpaal te nagelen. De enige bruikbare bezwaren berusten op een vermeende vluchtige uitspraak in een quasi-academische lezing van lang geleden. Dit is wat men noemt het onderste uit de kan proberen te halen.

Dit fenomeen maakt deel uit van de politieke en mediadynamiek, en wordt zeer specifiek gericht op die ene figuur die tijdens de voorbije vier maanden het meest heeft bijgedragen in het omkeren van het politieke klimaat van economische beleidsdiscussies over heel de wereld, en vooral in Europa. Zijn positie hierin in opgebouwd uit een recordaantal jaren en miljoenen uitspraken met doeltreffende en grotendeels accurate analyses van de gebeurtenissen.

We moeten dus oppassen dat we deze kwesties, die triviaal en gemakkelijk te negeren lijken, niet te licht opnemen. Ze zijn namelijk bestemd om een zeer specifiek politiek doel te bereiken.

Waardigheid

Ik denk dat het voorbij zal gaan. Het zal voorbijgaan, want de leider van de Griekse regering, de eerste minister Alexis Tsipras, dat is de real deal. Ik heb hem beter leren kennen, nog niet zo goed als Yanis, maar ik moet zeggen; ik heb al veel politieke leiders ontmoet in mijn leven, maar ik had nog nooit iemand gekend die Alexis ook maar enigszins benadert in zijn vermogen om een politieke situatie berekend in te schatten en sterke oordelen hierover uit te spreken. Deze kwaliteiten zorgden ervoor dat hij vanuit het niets in minder dan vier jaar, sterker nog, op slechts anderhalf jaar tijd zelfs, uitgroeide tot eerste minister van een Europees land.

De Grieken kozen hun regering tenslotte compleet in strijd met de opinie van de media en ze hebben zich met zo’n 80% van de bevolking volledig achter deze regering geschaard in de crisis die volgde na de verkiezing. Dit wil zeggen dat ongeveer de helft van de mensen die tegen deze regering stemden hen op een bepaald moment alsnog zijn beginnen steunen.

Er heerst een gevoel van waardigheid in Athene die veel meer waard is dan geld. Dit is zeer subtiel om waar te nemen. Ik heb het zelf nog maar twee of drie keer in mijn leven kunnen waarnemen. Het is een zeer besmettelijke tendens en kan eveneens worden gevoeld in Spanje, het kan gevoeld worden in Portugal en ook in Ierland, en voor je het weet overal elders.

Ik hoop dat mijn woorden niet te onheilspellend klinken als ik de betekenis dit specifieke moment voor mij, en de kans om erbij betrokken te zijn, uitdruk met de woorden van Zola: la vérité est en marche et rien ne l’arrêtera. Merci.

Dit is de transcriptie van een toespraak gehouden op de ETUI conference in Brussel op 20 maart 2015. De oorspronkelijke Engelse versie van deze tekst vind je hier op Social Europe. Vertaling door Sarah Moens.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

Eén reactie

  • door ria aerts op donderdag 16 april 2015

    Een prachtige analyse en net op tijd, want je hoort tegenwoordig zo weinig over Griekenland. Geen nieuws, goed nieuws, misschien? Dank je prof. Galbraith, dank je Sarah.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties