Opinie -

De professor en het meisje

In De Standaard (9/4) klaagt strafpleiter Sven Mary over de manier waarop professor Willem Elias in de pers wordt aangevallen. We leven in een lelijke wereld, besluit Mary, wat ik enkel kan beamen. We leven inderdaad in een lelijke wereld, en het is precies daarom dat de opmerkingen van professor Elias zo problematisch, zelfs lelijk zijn.

maandag 13 april 2015 16:24

Laat ons het verhaal hernemen. Professor, filosoof, decaan Elias is
ondersteboven van de zelfmoord van zijn vriend, de voormalige
politicus Steve Stevaert. Op zo’n moment verwacht een gewone
sterveling van filosofen wat levenswijsheid, maar we mogen niet
vergeten, een filosoof is ook maar een kwetsbare ziel. Bovendien
tonen studies aan dat filosofen meer nog dan gewone stervelingen het
moeilijk hebben om in het dagelijkse leven morele onderscheidingen te
maken. Komt dit doordat de discipline een hoger aantal psychopaten
aantrekt, doordat filosofen de praktische impact van hun theoretisch
expertise overschatten, of doordat ze zich in hun twijfel aan elk
dogma soms moreel vergalopperen? Beperkte zelfkennis leert me dat een
combinatie van deze elementen er zeker toe doen.

Van de kaart door de plotse dood van zijn vriend, zoekt professor
Elias dus naar oorzaak en, in onze schone christelijke traditie, naar
schuld. Bij zelfmoord komen we maar al te vaak tot pijnlijke en
destructieve zelfbeschuldigingen, maar in deze ligt het net iets
eenvoudiger. Stevaert was namelijk de dag voordien door de raadkamer
doorverwezen naar aanleiding van een klacht over verkrachting
ingediend drie jaar na de vermeende feiten. De reactie van professor
Elias is voor de hand liggend: de persoon die haar klacht pas drie
jaar na de vermeende feiten heeft ingediend, heeft deze tragische
dood op haar geweten. De professor plaatst dus op zijn Facebook-account:

“We
zullen je missen Steve. Je was een fijne man en bijzonder
intelligent. De vrouwen…een zwakheid die we begrijpen. Aan de dame
die deze beslissing op haar geweten heeft, toch graag dit.
Voor een verkrachting ga je onmiddellijk naar de politie, of desnoods
de dag nadien. Niet drie jaar later. En slachtoffers die met de
chauffeur nog afgezet worden zijn ook zeldzaam.”

De rest is geschiedenis; een golf van protest en verontwaardiging
kwam over de professor heen, zijn rector riep hem op het matje, hij
verontschuldigde, en Ashley Vandekerckhove bracht een sterke
getuigenis
van verkrachting, met een oproep tot ontslag van de
professor. Op deze mediastorm reageert Mary in De Standaard
verontwaardigd: de uitspraak van professor Elias valt onder de
vrijheid van meningsuiting en hij plaatste deze op een
privé-Facebook-account. Ook Vandekerckhove krijgt een veeg uit de
pan omdat ze het ontslag van professor Elias eist en haar ex-partner
in het openbaar van verkrachting beschuldigt.

 Megafoon van de deskundigen

Laat ons eerst eens stilstaan bij Vandekerckhoves tussenkomst. Mary
gaat er nogal snel vanuit dat de getuigenis van Vandekerckhove een
autobiografisch verhaal is. Haar getuigenis ondersteunt wat
deskundigen en onderzoekers al enkele dagen in de media herhalen: het
is niet uitzonderlijk dat slachtoffers van verkrachting pas jaren na
datum een klacht indienen, meer nog, het is hoogst courant dat
slachtoffers helemaal geen klacht indienen. Vandekerckhove giet deze
kennis in een video van een persoonlijke getuigenis, wat een groot
persuasief bereik heeft. Of dit haar eigen verhaal is, het verhaal
van haar moeder of vriendin, of een fictief verhaal, heeft in dezen weinig belang. Haar verhaal is de megafoon van de deskundigen.

Nu, indien dit toch een persoonlijke en bijgevolg psychologisch
veeleisende getuigenis zou zijn, heeft Vandekerckhove hiermee dan de
rechten van haar ex-partner geschonden? Vandekerckhove heeft deze
persoon niet bij naam genoemd en is ook onduidelijk gebleven over
persoon, plaats en tijd. Wat zij met ons deelt is een uiterst
subjectieve ervaring: hoe zij de verkrachting ervaren en de nasleep
doorgesparteld heeft, en uiteindelijk de kracht heeft gevonden om
vooralsnog klacht in te dienen. Dit verhaal heeft een diepe waarde en
alle recht om verteld worden: het geeft kracht aan andere
slachtoffers en schudt ons allen wakker. Het beschrijft niet alleen
waarom slachtoffers in vele gevallen pas lang na de feiten klacht
durven indienen, maar het herinnert er ons ook aan dat ondanks het
feit dat verkrachtingen binnen een relatie geen uitzonderlijk
strafrechtelijk statuut hebben, dit psychologisch, sociaal en qua
bewijslast heel moeilijk ligt; strafpleiter Mary hoort daar alles van
te weten.

Als ik mijn vriend masturbeer maar zijn pogingen tot penetratie
afwijs met ‘nee’, dan kan hij me met zijn vrijheid van
meningsuiting ‘slet’ en ‘bitch’ noemen, maar als hij
me toch tot penetratie dwingt, dan is dat verkrachting. Als mijn
partner mij met mijn instemming anaal penetreert, maar in de hitte
van de strijd overgaat tot vaginale penetratie, ondanks mijn ‘nee’
tegen deze choreografische wijziging, dan is dit verkrachting. Je kan
iemand overtuigen, verleiden, van gedacht doen veranderen, maar ‘nee’
is ‘nee’. En zelfs al wijst je persoonlijke of pornografische
ervaring erop dat ‘nee’ soms ‘ja’ kan betekenen, dan nog is
‘nee’ steeds opnieuw ‘nee’; ervaring valt in deze nooit te
generaliseren. S&M-relaties zijn pas mogelijk door een
onvoorwaardelijk respect voor het stopwoord en we kunnen hieraan een
voorbeeld nemen; elke seksuele relatie zou het stopwoord
onvoorwaardelijk moeten respecteren. Wat de getuigenis van
Vandekerckhove zo pijnlijk maakt, is dat haar vrienden hier geen
duidelijke positie innamen. Dit toont dat we nog steeds een groot
mentaliteitsprobleem hebben met het veroordelen van verkrachtingen
binnen een relatie. Dit is schrijnend.

Morele integriteit 

Mary verdedigt professor Elias in zijn vrijheid van meningsuiting die
hij Vandekerckhove niet gunt. Hij spreekt voor zijn beurt, en ook
paternalistisch, toevoegend dat hij niet weet of “ze
haar eigen zaak voor de rechtbank op die manier goed heeft gedaan.”

Mag je pas stellen dat je verkracht bent als de rechtbank deze
verkrachting ‘bekrachtigd’ heeft? Aan vele vrouwen wordt op die
manier het zwijgen opgelegd. Wat Mary ook beweert, natuurlijk heeft
ook Vandekerckhove de vrijheid van meningsuiting, en kan ze zelfs het
ontslag van professor Elias vragen. Iemands ontslag eisen, en soms
ook ontslag nemen, zijn symbolische antwoorden op een ernstig
waardeconflict die sommige posities genereren. Het is helemaal niet
vreemd dat iemand ontslag neemt omdat haar vrijheid van meningsuiting
in conflict is met de waarden die zij in een instelling verwacht
wordt op te nemen.

En precies hier wringt het
schoentje voor professor Elias. Natuurlijk heeft ook hij de vrijheid
om wat dan ook voor onzin uit te kramen, maar dat neemt dit
niet weg dat met deze vrijheid ook de vrijheid van het tegenwoord
komt. Mary tekent hierbij voorbehoud aan omdat deze uitspraak op een
privé-Facebook-account verscheen, maar dit argument is flinterdun.
Ten eerste, is er de feitelijke situatie dat deze uitspraak publiek
werd, en dat een schadelijke publieke uitspraak altijd weerwoord
behoeft. Als deze uitspraak van een figuur met autoriteit komt, is
dit nog meer urgent.

Ten tweede moeten we ook niet naïef zijn over Facebook-accounts.
Als de stad Antwerpen van haar medewerkers vraagt om op hun
persoonlijke facebook-account de A-waarden uit te dragen, dan voelt
zij juist aan dat de meesten onder ons deze account niet tot strikte
privérelaties beperken. Facebook is zeker niet die ruimte waar we
‘verborgen leven’, alleen al omdat de definitie van vrienden op Facebook de vertrouwde opsplitsing privé/publiek niet volgt. Het
sluit eerder aan bij een vroegere praktijk, die vooral aan mannen was
voorbehouden, van vriendschap als sociaal netwerk. Daarnaast heeft
ook Elias’ specifieke woordkeuze een publieke dimensie. Door de
persoon die de aanklacht ingediend heeft direct aan te spreken, “Aan
de dame die deze beslissing op haar geweten heeft, toch graag dit”
,
suggereert hij dat deze boodschap een publiek bereik heeft, en na
“toch graag dit” volgt dan ook zijn normatieve uitspraak.

Ten slotte, moeten we ook in rekening brengen dat ondanks dat we
allen hypergedifferentieerde rollen spelen waarin uiteenlopende
waarden geactualiseerd worden, er nog zo iets als morele integriteit
bestaat. Als in de verschillende rollen die je opneemt, radicaal
incompatibele waarden spelen, dan stelt dit je morele integriteit in
vraag. Dat is zeker zo in het
geval van professor Elias, die sinds 2010 decaan
is van de faculteit psychologie en educatiewetenschappen aan de VUB.
Kan iemand die in zijn ‘privéleven’ dergelijke uitspraken doet,
een geloofwaardige rol spelen als decaan van deze faculteit? In deze
functie heeft professor Elias een machts-, autoriteits- en
voorbeeldfunctie en hoort hij de waarden van de VUB te verdedigen.
Welke student/e wil zich volgend academiejaar inschrijven aan een
faculteit waarvan zelfs de decaan de waarden niet ernstig neemt?

Brandmerken en wantrouwen

De
uitspraken van Elias zijn schadelijk en incompatibel met de waarden
die je van iemand in zijn functie verwacht. Met zijn uitspraak dat de
persoon in kwestie de zelfmoord van Stevaert op haar geweten heeft,
maakt hij een filosofische beginnersfout: het is niet omdat
gebeurtenis a op gebeurtenis b volgt, dat dit voldoende is om te
besluiten dat er een causaal verband is. En zelfs als er al een
causaal verband is, dan weet iedereen die een beetje geleefd heeft
hoe complex zelfmoorden zijn, en hoe complex de keten van oorzaken en
intenties, zodat men geen simplistische conclusies kan trekken,
daarvoor hoef je geen decaan te zijn. Los daarvan betekent een zeker
causaal verband ook nog niet dat iemand ‘iets op zijn geweten
heeft’.

Een dergelijk moreel oordeel impliceert dat iemand ook een
morele fout begaan heeft. De persoon zou bijvoorbeeld de klacht ter
kwader trouw kunnen ingediend hebben (nuance: het is niet omdat
iemand vrijgesproken wordt van verkrachting dat de klacht ter kwader
trouw was en dus moreel verwerpelijk), maar dit valt door het
overlijden van Stevaert buiten het domein van mogelijke kennis. Zoals
er geen reden is om de beklaagde op voorhand als schuldig te
brandmerken is er ook geen reden om een aanklager op voorhand te
wantrouwen. Het principe van vermoeden van onschuld sluit het
principe van vermoeden van goeder trouw niet uit. Bovendien kunnen we
nog een verder, meer subtiel voorbehoud maken: zelfs indien iemand
ter kwader trouw zou gehandeld hebben, is het nog steeds
problematisch de onvoorziene en niet-beoogde dramatische gevolgen
volledig op zijn morele rekening te schrijven.

In zijn
verdriet wist professor Elias deze morele opschorting niet te maken.
Zijn uitspraken zijn niet alleen feitelijk onjuist en moreel
onwaarachtig, ze getuigen ook van een groot gebrek aan empathie voor
het mogelijke slachtoffer dat zal moeten leven met de perceptie dat
zij iets met de dood van Stevaert te maken heeft in een zaak waar ze
nooit nog haar mogelijke gelijk zal kunnen bewijzen. Maar zijn gebrek
aan empathie gaat verder in een volgende onwaarheid. “Voor
een verkrachting ga je onmiddellijk naar de politie, of desnoods de
dag nadien”,
schrijft professor Elias, “Niet drie jaar
later. En slachtoffers die met de chauffeur nog afgezet worden zijn
ook zeldzaam.”

Zoals reeds aangehaald, geven deskundigen net
het omgekeerde aan. Of
slachtoffers dan met een chauffeur worden afgezet, doet al helemaal
niet ter zake; soms blijven slachtoffers maanden, jaren naast hun
verkrachter slapen, maakt dat de verkrachting een beetje minder
‘verkrachting’? In plaats van op basis van
deskundige kennis de maatschappij met de vinger te wijzen,
beschuldigt de decaan van de faculteit psychologie en
educatiewetenschappen niet alleen de persoon in kwestie, maar ook de
vele vrouwen die laattijdig klacht indienen.

Professor, decaan, filosoof Elias spreekt onwaarheden en morele
onwaarachtigheden. “De vrouwen…een zwakheid die we begrijpen”,
wordt tegen deze achtergrond wel een heel lelijke opmerking. Hij
minimaliseert met deze opmerking, net omdat ze onmiddellijk
voorafgaat aan zijn mening over laattijdige klachten, het feit dat
bijna één op drie vrouwen in België ooit het slachtoffer waren van
gedwongen seksuele relaties. Ook zijn studentes, die het in de
universitaire wereld al niet makkelijk hebben om machtsposities te
bereiken, behoren tot deze vrouwen, en kunnen hierna enkel
concluderen dat het lelijke wereldbeeld van de oude, witte mannen nog
steeds leeft in de academische gangen.


Petra Van Brabandt is filosofe.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!