Foto 2: Peter Van Roy bestudeerde gedurende twee jaar deze 478 miljoen jaar oude gigantische plankton-eter uit het Vroeg-Ordovicium. Hij besteedde meer dan duizend uren aan de preparatie van exemplaren. Aegirocassis benmoulae kon tot meer dan twee meter groot worden. Het exemplaar dat Van Roy bestudeerde was 1m60 lang.
Interview, België - Baharak

Internationaal beroemde onderzoeker: “In België heb ik geen toekomst”

Aegirocassis benmoulae, het stokoude reuzezeemonster uit Marokko van ongeveer 480 miljoen jaar geleden, bijna even groot als voormalig Belgische basketbalspeler Thomas Van Den Spiegel (2m14), werd meer dan duizend uren uit de steen geprepareerd, twee jaar onderzocht en gereconstrueerd door de Belgische paleobioloog Peter Van Roy. De hele wereld was geïnteresseerd behalve, op twee foutieve artikels na, de Belgische pers. Alsnog een diepte-interview.

vrijdag 10 april 2015 21:28

Onderzoekers die schaarse
fossielen uit het verre verleden van de aarde bestuderen, zijn al zeldzaam.
Toch was het uitgerekend Peter Van Roy die het verhaal van het gigantische
zeedier Aegirocassis benmoulae, een reuzegeleedpotige uit het
Vroeg-Ordovicium (het fossiel is ongeveer 478 miljoen jaar oud), ontrafelde en
daarmee aandacht kreeg in de ganse wereld. Hij was de voorbije drie weken de bekendste Belg onder de wetenschapslui. Uitgeput door die immense aandacht landde hij deze week op Belgische bodem .

Van Roy werd als een jonge
student tot een volwassen onderzoeker “grootgebracht” aan de UGent, behaalde
aan dezelfde universiteit zijn doctoraat in de Paleontologie en werkte daar
later als Doctor-assistent. In het kader van zijn internationale carrière zette
hij zijn onderzoek voort aan University College Dublin en daarna aan Yale
University waaraan hij nu nog verbonden is.

In de afgelopen zeven jaar werd
het onderzoek van deze Belgische onderzoeker tot vier maal in het gerenommeerde
internationale wetenschapsvakblad Nature gepubliceerd. Na de recente
publicatie van zijn archaïsche geleedpotige Aegirocassis benmoulae in Nature
midden vorige maand, werd hij door de wereldpers bijna gestalkt. In enkele
dagen tijd legde hij, exclusief dit interview, een twintigtal andere interviews
af voor de internationale radio’s, tv’s, kranten, tijdschriften en
wetenschapswebsites.

Zowat in alle landstalen van de
wereld, van Arabisch tot Vietnamees, van Maltees tot Koreaans en Turks, van
Engels tot Hebreeuws en Maleis, van Indisch tot Portugees en Spaans verschenen
artikels over zijn innovatief onderzoek naar het gigantische zeemonster dat de
fundamentele nieuwe inzichten in de vroege evolutie van de geleedpotigen en
algemene evolutionaire tendensen verschaften.

Ook De Morgen en De
Standaard
wijdden een summier artikel aan Van Roys onderzoek. Eigenaardig
genoeg hebben de beide kranten niet eens opgemerkt dat de leidende onderzoeker
in dit geval een Belg was. Bovendien namen de beide kranten klakkeloos een
foutief persbericht door persagentschap Belga over; het was
vermoedelijk gebaseerd op een verkeerde interpretatie van een perstekst van de
University of Oxford.

Resultaat: ze citeerden de tweede
auteur Allison Daley van de University of Oxford in plaats van de
hoofdonderzoeker Peter Van Roy van eigen bodem. Dit is nog altijd beter dan
een eerder artikel van Van Roy uit 2010, dat de voorpagina van Nature haalde:
deze publicatie kreeg helemaal geen aandacht in de Belgische pers.

Problematischer is dat zelfs de
beperkte berichtgeving in de Belgische pers incorrect was. Het persbericht van
Belga had het over “de oudste vertegenwoordiger van de zeedieren die zich
voedde door het zeewater te filteren”. Correct is dat Aegirocassis het oudste
voorbeeld is van gigantisme in een vrij levende planktoneter. Het eerste
hoofdpunt van het artikel, dat de ontdekking van Aegirocassis nieuwe
belangrijke inzichten oplevert in de vroege evolutie van de geleedpotigen, de
grootste en meest succesvolle diergroep aller tijden, werd door de Belgische
pers geheel over het hoofd gezien.

Gelijktijdig met de
internationale mediabelangstelling voor Van Roys recentste publicatie in
Nature, verscheen op de redactie.be een redelijk lang artikel over 220 miljoen
jaar oude reuze-amfibieën, Metoposaurus algarvensis uit Trias die in een
massagraf in de Algarve in het zuiden van Portugal werden gevonden en werden
gepubliceerd in Journal of Vertebrate Paleontology. Waarom kregen deze reuze-amfibieën die reeds vroeger uit Europa gekend waren, meer inhoudelijke
aandacht dan de reuze-“kreeft” van Van Roy?

Amfibieën zijn
mediagenieker

“In tegenstelling tot ongewervelden
(invertebraten), spreken de gewervelden (vertebraten) meer tot menselijke de
verbeelding. De mensen vinden de vertebraten interessanter, vermoed ik, omdat
ze zelf tot deze groep behoren. Ze kunnen zich makkelijker hierbij iets
voorstellen. Het feit dat het Metoposaurus-massagraf zich in Europa bevindt,
speelt waarschijnlijk ook een rol”.

“Je haalt nu eenmaal makkelijker
de pers met een gewerveld dier dan met een ongewervelde. Wat ik vooral tekenend
vind, is dat de enige twee korte artikels van amper 150 woorden die in de
Vlaamse pers over mijn onderzoek verschenen inhoudelijk foutief waren. Dit staat
in contrast met mijn ervaringen met de internationale pers, waar vele
journalisten in hun interviews uitzonderlijk veel tijd en moeite besteed hebben
om hun berichtgeving zo correct mogelijk te maken”.

“De fossielen van een
uitgestorven groep amfibieën (temnospondylen) die in het zuiden van Portugal
gevonden werden, zijn erg interessant maar behoren tot een geslacht dat reeds
eerder gekend was van andere vindplaatsen in Europa. Metoposauriden in het
algemeen zijn vrij courante fossielen in het Laat-Trias. Het fenomeen van
massagraven is op zich ook goed gekend. Wat deze vondst interessant maakt, is
dat deze fossielen voor het eerst op een nieuwe plaats in het zuiden van
Portugal in een uitzonderlijk goede zijn staat gevonden en de informatie die
ze verschaffen over de paleobiogeografie van de metoposauriden”.

“Ons onderzoek brengt nieuwe
inzichten in de vroege evolutie van geleedpotigen en overgang van jagers
(macro-predatoren) naar gigantische planktoneters. Aegirocassis benmoulae, de
anomalocaridide die we bestudeerden, ontstond uit een groep van roofdieren, ten
tijde van een grootschalige planktondiversificatie. Deze tendens zien we veel
later ook terug in bijvoorbeeld haaien en walvissen. De ontdekking van de veel oudere
Aegirocassis toont hiermee aan dat de ontwikkeling van gigantische
planktoneters uit een groep van roofdieren ten tijde van een
planktondiversificatie een overkoepelende evolutionaire tendens is.”

“We
begrijpen nog niet zo goed de mechanisme ervan maar het lijkt evenwel
aannemelijk dat bij een toename van diversiteit onder plankton een nieuwe
voedselbron ontstaat die interessant is om te ontginnen. De evolutie van
gigantische lichaamsafmetingen is hoogstwaarschijnlijk een
verdedigingsmechanisme tegen andere predatoren. Een planktoneter heeft weinig
of geen verweer tegen aanvallers in vergelijking met een actief roofdier. Door
gigantische afmetingen te bereiken, wordt het dier echter te groot als prooi,
en haalt het zichzelf als het ware van het menu”.

“Bovenal biedt Aegirocassis
benmoulae
belangrijke inzichten in de vroege evolutie van de geleedpotigen, de
meest diverse en succesvolle diergroep aller tijden.”

Weinig interesse voor
fundamenteel onderzoek in Vlaanderen

“In Belgische context is er over
het algemeen relatief weinig interesse voor fundamenteel onderzoek en zeker
weinig of geen interesse voor macro-paleontologisch onderzoek. Wie zich bezighoudt met het soort paleobiologisch werk waar ik mijn tijd aan besteed, wordt
vaak gezien als een halve freak. Bij ons is er nooit een echte traditie geweest
wat dit soort onderzoek betreft. Dit is in tegenstelling tot landen zoals
Tsjechië, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Canada en de Verenigde Staten,
waar er een traditie is die teruggaat tot de jaren 1800.”

“Hoewel er in bepaalde
delen van de VS ontegensprekelijk een antiwetenschappelijke tendens bij een
deel van de bevolking leeft, word ik vaak positief verrast door de algemene
appreciatie en interesse voor wetenschap die er leeft. Wat mijn vakgebied
betreft is het opmerkelijk hoeveel mensen er bijvoorbeeld kennis hebben van de
geologische tijdschaal en hebben gehoord van de Burgess Shale, en het belang
hiervan voor ons inzicht in de vroege evolutie van de dieren. Zoiets is gewoon
ondenkbaar in België. Het feit dat de Belgische pers geen moeite heeft gedaan
om een eigen stuk over dit onderwerp te schrijven, spreekt boekdelen over de
interesse voor dit soort onderzoek in dit land.”

“Dat is ook de reden waarom ik
ervoor koos om niet in België mijn onderzoek verder uitbouwen. Ik ben niet om
economische of politieke redenen naar het buitenland getrokken maar om
wetenschappelijke motieven. In België heb ik geen toekomst. Mijn leven in
België is voorbij. Ik vind het ook niet erg dat er in België geen interesse is
in wat ik doe, ik vind dat eerder tragikomisch hoe men met dit soort onderzoek
omgaat”.

“Een deel van het probleem ligt
ook bij het onderzoeksbeleid, waar er gebrek is aan opvolging. Een
veelvoorkomend probleem is dat mensen na zes of negen jaar postdoctorale
onderzoeksfinanciering te hebben ontvangen het einde van de lijn bereiken en
er, ongeacht van hun prestaties, plots geen verdere mogelijkheden meer voor hen
bestaan. Ondertussen hebben ze dan vaak wel een gezin opgebouwd en ze zijn niet
meer in staat om naar buitenland te gaan. Wat doen ze dan? Ze ruilen hun
wetenschappelijk onderzoek noodgedwongen voor ambtenarij, consultancy in een
privébedrijf of ze belanden op de hoop hooggeschoolde werklozen die
werkloosheidsuitkering moeten trekken in afwachting dat ze ergens misschien les
kunnen geven. Is dat geen zonde van al het geld dat werd geïnvesteerd en
bovenal een intellectuele verspilling?”

“Tot slot kan men zich soms ook
vragen stellen bij de manier waarop onderzoeksfinanciering wordt toegekend. Dit
is evenwel geen exclusief Belgisch probleem – overal waar er geld mee gemoeid
is, kan men onvermijdelijk ongeregeldheden verwachten. Hierbij dient wel
opgemerkt dat de structuren voor onderzoeksfinanciering in de VS over het
algemeen transparanter zijn dan in Europa.”

 Wat is het nut van dit soort
onderzoek?

“Het belang van fundamenteel
onderzoek bestaat erin de wereld beter te begrijpen en zo nieuwe inzichten te
krijgen. Als alles een nut moet hebben, waarom zouden we dan niet kunst en alle
culturele en intellectuele zaken in het algemeen afschaffen? Wat voor nut heeft
het om een opera bijwonen? Wat is het nut van literatuur en van muziek? Waarom
zou je een film gaan bekijken? Entertainment, zegt u. Maar wat voor een direct
nut heeft dat weer, behalve een tijdelijke bevrediging van verveling? Indien er
geen interesse en aandacht zou zijn voor fundamentele vragen over hoe de wereld
en ons universum functioneert, dan leven we in een trieste wereld. In mijn ogen
leef je een vlak leven als je de fundamenten van ons bestaan niet eens in vraag
stelt. De nieuwsgierigheid, de drang om de wereld rondom ons beter te begrijpen, is een fundamentele verrijking van het leven”.

“Bovendien, alle toegepaste
wetenschappen hebben een fundamentele basis. Hoe konden we lasers ontwikkelen
als we eens niet zouden weten dat licht uit fotonen bestaat? Ook de sociale
impact van fundamenteel onderzoek mag niet onderschat worden. Denk maar aan de
evolutietheorie van Darwin. Helpt zijn onderzoek je koelkast beter werken?
Nee. Toch was zijn onderzoek één van belangrijkste en grootste intellectuele
doorbraken aller tijde, met sociale en maatschappelijke implicaties die de
zuiver wetenschappelijke wereld ver overstegen”.

“Het grootste gevaar van het
marginaliseren van fundamenteel onderzoek is tweeledig. Als het fundamenteel onderzoek
verwaarloosd wordt, loopt ook de toegepaste wetenschap die erop gebaseerd is
vroeg of laat vast. En als de meerderheid van de bevolking niet eens de gezonde
nieuwsgierigheid heeft om bepaalde zaken fundamenteel in vraag te stellen, dan
zullen ze uiteindelijk de samenhang van gebeurtenissen zowel op
wetenschappelijk, economisch als politiek vlak niet meer kunnen zien. Ze zullen
alleen hun achtertuin kennen en dat soort vervlakking is gevaarlijk in een
wereld die altijd maar complexer wordt”.

I do not suffer from being imprisoned in a
lake. I suffer from living with fishes that never have the thought of the sea
come to their minds! [Perzische schrijver Samad Behrangi, uit
The little
black fish]

*****

Links:

Human-Sized Lobster Was Once World’s Largest
Animal
https://www.youtube.com/watch?v=SXJx328evr4

Anomalocaridid trunk limb homology revealed by
a giant filter-feeder with paired flaps
http://www.nature.com/nature/journal/vaop/ncurrent/full/nature14256.html#access

Giant sea creature hints at early arthropod
evolution
http://news.yale.edu/2015/03/11/giant-sea-creature-hints-early-arthropod-evolution

Fossils of huge plankton-eating sea creature
shine light on early arthropod evolution
https://theconversation.com/fossils-of-huge-plankton-eating-sea-creature-shine-light-on-early-arthropod-evolution-38520#comment_619026

Gigantic ancient arthropod was really ‘a very
peaceful guy’
http://www.reuters.com/article/2015/03/11/us-science-creature-idUSKBN0M725O20150311

Paleontologists find a 7-foot cousin to the
cockroach
http://www.latimes.com/science/sciencenow/la-sci-sn-giant-arthropod-7-feet-long-20150310-story.html

Photos: Ancient Sea Monster Was One of Largest
Arthropods
http://www.livescience.com/50111-photos-anomalocaridids-morocco-fossil.html

Un crustáceo gigante en tres dimensiones
http://www.elmundo.es/ciencia/2015/03/11/54fef488ca4741d2048b456e.html

Massagraf van monstersalamanders
gevonden in de Algarve
http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/1.2283326

‘Vriendelijk’ zeemonster waarde 480 miljoen jaar
geleden in onze zeeën rond
http://www.demorgen.be/wetenschap/-vriendelijk-zeemonster-waarde-480-miljoen-jaar-geleden-in-onze-zeeen-rond-a2248468/

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!