Heksenjagen
Jeroen Verhelst

Heksenjagen

dinsdag 7 april 2015 20:40

Ik heb het fenomeen van de heksenjacht altijd fascinerend gevonden.
Enerzijds doet het mij met enige nostalgie terugdenken aan de
lessenreeks van Professor Vanysacker, waarbij zogenaamde
heksenjagerdagboeken onder de loep werden genomen. Tips over hoe je
demonen kan herkennen en volksverhalen over oude vrouwen die kinderen in
varkens veranderen, het is eens iets anders dan het Jansenisme of de
introductie van het drieslagstelsel. Anderzijds is het ook altijd een
bron van entertainment geweest, denk maar aan de Witchsmeller Pursuivant van
Blackadder of de scene uit Monty Python’s Holy Grail (‘She turned me
into a newt!’). De waarheid is ietsje minder grappig. De heksenvervolging
was een vaak politiek geïnspireerde klopjacht op vreemde elementen in
de samenleving, Joden, bedelaars, migranten en eenzame, excentrieke
figuren.

De term heksenjacht werd de voorbije dagen weer veelvuldig gebruikt,
in een actuele context weliswaar. Aan de ene kant was er de kritiek op
de media, omdat zij onzorgvuldig zouden omgesprongen zijn met de klacht
tegen Steve Stevaert. Het vermoeden van onschuld zou opgeofferd zijn
voor de door verkoopcijfers opgedreven sensatiezucht van de redacties.
Eenzelfde golf van verontwaardiging, maar vanuit een ander ‘kamp, kwam
er naar aanleiding van het bericht dat enkele ouders in beroep gingen
gaan tegen de beslissing van de raadkamer om Juf Magalie niet te
vervolgen door gebrek aan bewijs. Daar waar de verontwaardiging bij de
ene vooral vanuit linkse hoek kwam, was het bij de ander vooral een
sentiment uit rechts hoek.

Maar het heksenjagen ging verder dan het vingerwijzen richting de
traditionele media. Het was vooral in nasleep van de zaak Stevaert waar
er plots een ambiguïteit viel waar te nemen. Om te beginnen was er de
tweet van een medewerker van Delhaize, die vond dat ‘alle rooien maar in
het kanaal moesten springen’. Hoewel dit nog niet eens de meest
degoutante uitspraak was die die dag op sociale media verscheen, kreeg
het wel zeer veel aandacht. Het bleef echter niet bij verontwaardigde
reacties. Screenshots werden genomen en verspreid, nadat de persoon in
kwestie de tweet zelf had verwijderd. Sommigen meenden de werkgever te
moeten inlichten. Zij reageerden al snel dat ze ‘gepaste stappen zouden
ondernemen’, wat dat ook moge zijn.

Een tweede voorval vond plaats met Willem Elias, de decaan van de
faculteit psychologie aan de VUB, die op Facebook liet verstaan dat het
vermeende verkrachtingsslachtoffer van Steve Stevaert verantwoordelijk
is voor diens zelfmoord. Een dag later volgden al even bedenkelijke
uitspraken uit 2011 en 2009, respectievelijk 4 en 6 jaar. Ook hier werd
het ontslag geëist van de persoon in kwestie. Een begrijpelijke reactie,
al ruikt dit soort van verontwaardiging ook vaak naar de virtuele
burgerwacht, vigilance committees die hun peilen richten op wat
zij ontoelaatbaar vinden en tamelijk ver gaan in het grasduinen naar
zaken die hun goede zaak kunnen versterken, of het nu over Willem Elias
of pakweg Theo Francken gaat.

Men is verantwoordelijk voor de ranzigheid die men op het internet
verspreid. In het tweede geval komt daar nog een extra dimensie bij, de
dimensie van de publieke functie. Als decaan, en dan zeker een van een
faculteit als de zijne, kan men verwachten dat men een betere
inschatting kan maken over de geladenheid van een uitspraak en welk
effect dit op slachtoffers of familieleden ervan kan hebben. In het
eerste geval is de scheidingslijn echter onduidelijker. Als iedereen die
ranzige praat verkoopt zijn job moet verliezen, dan wordt het
activeringsbeleid van de regering Michel een nog groter fiasco. De vraag
in deze is niet of er geen verontwaardiging mag zijn, graag en veel
zelfs, alleen is het gebrek aan terughoudenheid die men bij de
traditionele media zo laakt misschien ook in gevallen als deze bij de
sociale media te vinden.

Wat daarnaast opvalt is hoe selectief onze verontwaardiging wel niet
is, en hoe afwezig de kritiek als het op onszelf en ons eigen gedrag
aankomt. Sinds de ‘opmars’ van de N-VA is het publieke debat sterk
gepolariseerd. Dit is enkel nog toegenomen sinds de regeringen Bourgeois
en Michel gevormd werden. Aan de ene kant zit men met een groep die
alles wat naar links neigt associeert met het slechtste op aarde. De
gestroomlijnde “25 jaar socialistisch beleid”-campagne zal dit zeker
niet verbeterd hebben. Aan de andere kant heeft men een zeer assertief
links blok dat de vergelijkingen met totalitaire, dictatoriale regimes
niet schuwt. Want laat ons eerlijk zijn, moest een vooraanstaand
N-VA-politicus iets soortgelijks overkomen, de reacties zouden er niet
minder flatterend op zijn. Wat opvalt is hoe beide kampen van elkaar
vinden dat ze geviseerd worden door de ander.

Dit zorgt voor nog meer polarisatie langs de ene kant, en langs de
andere kant voor absurde situaties, waarbij de zelfreflectie en het
relativeringsvermogen in beide kampen lijken weggeëbd te zijn. Geheel en
al in #jesuischarlie-stijl duiken bijvoorbeeld #jesuisbart-icoontjes
op, omdat de man die, laat ons eerlijk zijn, vaak genoeg een oefenmatch
wordt aangeboden, zonder tegenstander (al zal kamp noord u zeggen dat
hij tegen rode journalisten van de VRT moet opboksen), monddood zou
worden gemaakt door de politiek correcte linkse kerk. En zo heeft men
langs linkse kant de gewoonte om de krachttermen niet te schuwen. Rutger
Bregman schreef recent een stuk over het verliezerssocialisme, maar
eigenlijk wentelen we ons allemaal graag in die rol.

Gewapend met het grote gelijk en het gevoel dat de ander het
buitensporig op ons heeft gemunt, wordt er in ware missionarisstijl
tekeer gegaan, weliswaar binnen de eigen groep, want met die ander een
beschaafd gesprek houden is te veel gevraagd. We zoeken naar mensen,
opinies en artikels die ons in ons gelijk versterken en maken van onze
verontwaardiging een gebalde vuist die op elk moment de tegenstander
knock-out kan slaan, geholpen door het feit dat het internet nooit
vergeet en dat we nooit of te nimmer nog vergeten zullen of kunnen
worden.

Het is ondertussen een afgezaagde zin op deze blog, maar het blijft
relevanter dan ooit. De ander is zoveel meer dan een ideologisch gegeven
en wij zijn het aan onszelf verplicht om onze overtuigingen niet boven
alles en iedereen te plaatsen. Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet
dat ook een ander niet. Als je zelf vindt dat het klimaat verhardt,
versterk dat niet zelf. Als je je zelf geviseerd voelt, trap dan niet in
dezelfde val door op intellectueel gemakzuchtige wijze de ander de
vinger te wijzen. Sociale media zijn daar ongetwijfeld niet de beste
plekken voor, omdat men vanachter de computer verzandt in de radicalere
vorm van de eigen persoonlijkheid. Maar het is wel een uitstekende plek
om het relativeringsvermogen aan te scherpen en de eigen, vaak selectie
verontwaardiging bloot te leggen. Want engagement wordt nutteloos
wanneer het door tunnelvisie wordt aangetast en verontwaardiging
waardeloos wanneer het inconsequent is. Uiteindelijk was de heksenjager
ook overtuigd dat hij het goede deed.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!