Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

Einde melkquota EU: Groen vraagt evenwichtige aanpak om crisis te voorkomen

Op 1 april 2015 komt er een einde aan de melkquota van de EU. Europarlementslid Bart Staes (Groen) vraagt een evenwichtige aanpak, die volksgezondheid en voedselkwaliteit laat primeren boven eenzijdig winstbejag.
maandag 30 maart 2015

Op 1 april 2015 komt er een einde aan de melkquota van de EU1. Volgens de betrokken landbouwsector kunnen we de komende tien jaar net zo goed over het witte goud spreken. De verwachte exportgroei (naar o.a. China) zal de Europese boeren echter niet helpen. Ze kregen de laatste jaren zo al amper kostendekkende prijzen voor hun melk. Bovendien komen domeinen als milieu, dierenwelzijn en ontwikkelingssamenwerking onder druk van de door productie en export gedreven agenda van de EU. 

Binnenkort wordt in het Europees Parlement een initiatiefrapport gestemd over het melkbeleid. De Groenen vragen een meer evenwichtige benadering: een versterking van instrumenten als de Milk Market Observatory2 en anticiperende maatregelen zodat boeren de verantwoordelijkheid kunnen nemen om minder melk te produceren.

Zal Europa de wereld voeden?

Het systeem van melkquota werd begin de jaren 1980 in het leven geroepen nadat de prijsgaranties van de overheid niet alleen tot serieuze overproductie leidden maar ook druk zetten op de Europese begroting. De productiequota werden immers zo'n 15 tot 20 procent hoger gezet dan de Europese vraag, met als gevolg dat er geen positief prijseffect was voor de melkveehouder. Deze in het systeem ingebouwde overproductie bood de zuivelindustrie dan weer wel een garantie op goedkope 'grondstoffen'.

Het systeem van melkquota nu verlaten is een volgende logische stap om melkprijzen laag te houden en de productie (voor export) te verhogen. Het officiële argument is dat zowel zuivelverwerkers als boeren een betere toegang zullen krijgen tot de wereldmarkt. In de praktijk zal het erop uitdraaien dat de prijzen zullen blijven dalen, kosten blijvend moeten gedrukt worden, de productie zal worden opgedreven met een nog grotere industrialisering door nog grotere bedrijven tot gevolg.

De prognose van de Europese Commissie dat de productie zal verhogen door meer opbrengst per koe te genereren, eerder dan het areaal koeien op te trekken, is weinig overtuigend. Een hogere melkproductie vraagt immers meer input, wat meer kosten met zich meebrengt. Bovendien kan een koe niet eindeloos produceren. Niet in het minst op het niveau van dierenwelzijn, maar ook op vlak van volksgezondheid is er een probleem. Een gestresseerde koe is vatbaar voor allerhande ziekten, wat op termijn het antibioticagebruik alleen maar doet toenemen.

Stoppen met de melkquota zal zijn effect hebben in de EU én op boeren wereldwijd. Inzetten op massale export, brengt ook gigantische importstromen op gang van voornamelijk soja uit Zuid-Amerika. 79 procent van de voedereiwitten komen van buiten de EU. Het is duidelijk: zo zal Europa de wereld niet voeden. Meer productie hier betekent meer landroof elders, vaak ten koste van kleine boerengemeenschappen.

De huidige politieke discussie gaat bovendien voorbij aan de dagelijkse praktijk in de zuivelsector: het dumpen van melkpoeder op markten in het Zuiden. Directe uitvoersubsidies zijn momenteel op nul gezet. Daardoor kunnen Europese boeren hun producten onder de prijs verkopen, wat systematisch leidt tot dumping. In plaats van China, India en Afrika te overladen met de Europese overproductie, zou Europa haar eigen handelspolitiek moeten evalueren – het exportbeleid én de importafhankelijkheid –zodat die niet ingaat tegen de ontwikkelingsdoelstellingen en het recht op voedsel dat Europa evenzeer bepleit.

Wordt Afrika de speeltuin van Europese bedrijven?

Vandaag al hebben bedrijven als Arla, Danone en FrieslandCampina joint ventures3 en steunmaatregelen uitgewerkt in landen als Ivoorkust, Nigeria en Ghana. Deze ondernemingen hebben één ding gemeenschappelijk: ze zijn serieus afhankelijk van geïmporteerde melkpoeders in plaats van hun eigen melkproductie. Volgens FrieslandCampina is het goedkoper om uit Europa geïmporteerde grondstoffen te kopen dan op de eigen, lokale rauwe melkmarkt4.

In de loop van 2015 zal het Europese Parlement over een akkoord stemmen met West-Afrikaanse landen om de heffingen op Europees melkpoeder te verlagen van 5 naar 0 procent, terwijl deze landen perfect zelf in staat zijn in hun eigen behoeften te voorzien, mochten de boeren hiertoe de kans krijgen! Het zou de plaatselijke tewerkstelling kunnen stimuleren, handelsbalansen in evenwicht brengen, zorgen voor voedselzekerheid én zorgen voor gezondere voeding.

Ook het Wereldlandbouwrapport van de VN Voedsel- en Landbouworganisatie FAO toont duidelijk aan dat het nodig is om kleinschalige agro-ecologische initiatieven te steunen, willen we iedereen wereldwijd het recht op voedsel bieden.

Voedselsoevereiniteit, het recht van mensen om zelf te beslissen over hun eigen landbouw- en voedselsysteem, zou een leidend principe moeten worden in Europees beleid. Als we het doel van het Europese Jaar voor Ontwikkeling – "een beter begrip krijgen van beleidscoherentie op het vlak van ontwikkeling" – serieus nemen, moeten ook de Europese handels- en landbouwagenda worden aangepakt.

Daarom vragen de Groenen:

  • Een marktregeling die een crisis kan voorkomen

Er werden reeds alternatieven voor het melkquotasysteem op tafel gelegd. Het installeren van een Melk Monitoring Agentschap (Milk Observatory) was een eerste stap in de goede richting. Het Agentschap moet nu verder inzetten op begeleidende maatregelen en instrumenten voor marktanalyse die boeren moeten helpen verantwoordelijke beslissingen te nemen ten aanzien van hun productie.

Het is essentieel dat we lessen trekken uit het verleden. Het toewijzen van melkquota was nooit gebaseerd op de vraag van EU-lidstaten of van de EU zelf. Het quotumsysteem werd bewust gebruikt om overschotten te creëren. Daardoor alleen al kon de crisis niet vermeden worden.

  • Vraag en aanbod op elkaar afstemmen

De vraag naar melkproducten in de EU is redelijk constant. Het concreet afstemmen van het aanbod op die vraag is een veel betere oplossing dan de weg naar export zoeken die op termijn allicht toch doodloopt. Het afstemmen van vraag en aanbod komt ook tegemoet aan een belangrijke doelstelling van het Europees landbouwbeleid, namelijk het stabiliseren van een voldoende hoog arbeidsinkomen.

Nog een voordeel is dat de prijsvolatiliteit5 afneemt. Het zal ook meer ruimte creëren voor doelstellingen op vlak van milieu, dierenwelzijn of ontwikkelingssamenwerking. Melkproductie zal zo geen schade toebrengen.

Bart Staes, Europarlementslid voor Groen (foto www.bartstaes.be)

Meer informatie in het rapport Faktencheck zu den Ammenmärchen der Milchindustrie van het Duitse groene Europarlementslid Maria Heubuch.

1 Een melkquotum is het recht van een EU-lidstaat sinds 1984 om een bepaalde hoeveelheid koemelk te produceren, andere vormen van melk zoals geiten- en schapenmelk zijn vrij van quota. Toen het quotasysteem werd ingevoerd was dit voor 5 jaar. Sindsdien werd het steeds met een variabele lengte van 1 - 7 jaar verlengd. Het systeem wordt op 1 april 2015 afgeschaft (meer informatie, zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Melkquotum).

2 Het Milk Market Observatory (MMO) heeft als doelstelling de melkveesector van de EU transparanter te maken door de verspreding van marktgegevens en kortetermijnanalyse.

3 Een commerciële activiteit die door twee of meer bedrijven gezamenlijk wordt georganiseerd, terwijl de betrokken bedrijven afzonderlijk blijven bestaan.

4 The evolving EU–Africa dairy trade: EU corporate responses to milk production quota abolition

5 Volatiliteit ('vluchtigheid') is de mate van onzekerheid over de grootte van de veranderingen in de waarde van een bepaald goed.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

7 reacties

  • door Maurice de Liberaal op dinsdag 31 maart 2015

    De vrije markt is de eenvoudigste en meest effectieve manier om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Als er overproductie is dan zakken de prijzen en zal een gedeelte van de boeren stoppen. Als er tekort is dan stijgen de prijzen en gaan boeren meer produceren. Simpeler kun je het niet krijgen. Een crisis zal niet gebeuren.

    • door Berten Debergh op dinsdag 31 maart 2015

      Het sprookje van de vrije markt is gekend: wie klein of middelgroot is wordt eruit gewalst...enkele groten domineren de markt en laten later hun prijzen stijgen om de zogenaamde kosten te dekken én vooral om nog meer winst te laten doorstromen naar een elite aandeelhouders. dit zijn dan vaak diegenen die ook al veel binnenrijven via de wapenproductie,...Ook de consument wordt er niet beter van: hij betaalt een al maar hogere prijs voor al maar mindere kwaliteit. Kwaliteit is meer dan een "gezond" product afleveren (gezond naar de normen van een machtslobby die zelfs de universiteiten naar de hand zet, zoals de tabakslobby bv.);het gaat ook om respect voor het milieu, het dierenwelzijn, de duurzame beroepsinvulling, het sociaal welzijn. Het wordt hoog tijd dat België én Europa de kant kiezen van van de meerderheid van eenvoudige mensen op zoek naar een echte toekomst, naar degelijk welzijn en duurzame welvaart!

      • door Maurice de Liberaal op woensdag 1 april 2015

        In een vrije markt zal er nooit een monopolie bestaan, want er komen altijd nieuwe aanbieders. Geen enkele partij, nog consumenten nog aanbieders zal zo groot worden dat deze de prijzen kan bepalen. Alleen in markten die gereguleerd worden door de overheid ontstaan monopolies. Een fraai voorbeeld van vrije markt werking is de kleding inudstrie. Door goedkope productie in Azie en door een toename van het aantal aanbieders (o.a. via internet) zijn de kleding prijzen sterk gedaald de afgelopen 10 jaar. De consument profiteert hier enorm van. Hetzelfde zal gebeuren met voedsel als hier ook de vrije markt toegepast zal worden.

    • door Jos De Clercq op dinsdag 31 maart 2015

      Klopt, alleen gaat het hier over voedsel. Toch wel een fundamenteel iets dacht ik zo. Voedsel is grotendeels beperkt houdbaar. De varkenssector fungeert al heel lang in een vrijwel vrije markt. We kennen een enorme volatiliteit en een structureel rendabiliteitsprobleem in deze sector. In een vrije markt is het ook perfect mogelijk dat een stad even niet beleverd wordt, wegens net niet rendabel.

      • door ria aerts op woensdag 1 april 2015

        Klopt helemaal niet, gewoon omdat de vrije markt niet bestaat en nooit heeft bestaan. De zgn. vrije markt kan alleen maar gedijen dankzij overheidsingrijpen: protectionisme t.o. ontwikkelingslanden (subsidiëring van eigen landbouw= oneerlijke concurrentie t.o. kleine lokale boeren + opleggen van specifieke technische vereisten die ontwikkelingslanden niet kunnen nakomen + kartelvorming = ca. 5 transnationale bedrijven die elke productgroep monopoliseren + landgrabbing = het inpalmen van grond in arme landen door wereldspelers uit rijke landen... moet ik nog verdergaan? Dit mag u verwachten: door de quota op te heffen zullen enkel zeer grote melkveebedrijven nog overleven en veel daarvan zullen buitenlandse bedrijven zijn, wellicht gesubsidieerd door Europa. Zwakkere economieën zullen volledig worden overgeleverd aan import vanuit sterkere landen. Wellicht horen wij ook op termijn bij de eerste groep (steeds minder landbouwbedrijven). Dat is de toekomst.

        • door Maurice de Liberaal op donderdag 2 april 2015

          Er zijn inderdaad nog import beperkingen en export subsidies op melk. Deze belemmeren inderdaad de vrije markt. Maar deze twee staan ook ter discussie en ik hoop dat ze snel zullen verdwijnen.

        • door Ulfric op zondag 16 augustus 2015

          Het overleven van enkel grote landbouwbedrijven staat los van melkquota of niet. Het is sinds het ontstaan van de Europese Unie een constante beleidsvoering geweest om verder te industrialiseren, zelfs zegt men moderniseren, van gezinsbedrijven naar industriële bedrijven. In ons dorp zijn de top vijf melkveebedrijven samen gegaan om hun melk te markten aan een "zeer" verafgelegen melkerijen. Met grote dubbele tankwagens wordt de vervoerskost gedrukt zodat een hogere melkprijs per liter werd afgedwongen. De vijf grote boeren, die zeer ver van de melkerij liggen, kregen hogere prijzen dan de lokale boeren rondom de melkerij. Die kregen net minder geld omdat het een heel gedoe is om telkens van boer naar boer te rijden voor een beetje melk, door van die smalle landbouwweggetjes. Voor de melkerij bleef de aankoopprijs hetzelfde alleen ging per liter meer naar de veraf gelegen boeren en minder naar de lokale boeren. Dus de regel is: meer produceren en tegelijk hogere prijzen vangen. Als dat geen beter rendement oplevert. Daarnaast krijgen ze ook nog hogere subsidies (45.000 euro per landbouwbedrijf/per jaar) omdat subsidies afhangen van hoeveel grond je hebt. Ik wil maar aantonen dat de kleintjes gewoon geen kans krijgen in Europa. Zij worden aanzien als prooi om op te gaan in een groter bedrijf (grondoorlog).

        Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties