Brief. Gratis.

Brief. Gratis.

vrijdag 27 maart 2015 10:52

Beste Tineke,

Morgen word ik bij de VDAB -bij jullie
dus-, verwacht voor een informatiegesprek over mijn begeleidingstraject.
Bij deze laat ik je weten dat ik er niet zal zijn. Niet omdat ik werk
heb gevonden, noch omdat ik ziek ben. Ik zal er niet zijn omdat ik sinds
kort op een eiland woon. Ik weet dat dat niet mag. Ik weet dus ook dat
ik na dit schrijven mijn recht op een uitkering verlies. Ik heb erover
nagedacht, en toch maar besloten om voor de eerlijke weg te kiezen.

In september studeerde ik af, schreef me
in bij de VDAB en meldde me bij de Hulpkas voor
Werkloosheidsuitkeringen. Als ik op dit moment nog in België zou zijn,
zou ik óf aan het werk zijn, óf gedreven op zoek zijn naar een manier om
mijn geld te verdienen. Enerzijds omdat mijn uitkering lang niet
voldoende is om van te leven, anderzijds omdat dat nu eenmaal is wat van
me verwacht wordt. Helaas zou het land in dat geval binnenkort allicht
een hoop meer geld aan me kwijt zijn dan de uitkering die me nu wordt
toegestopt. Ik zou al snel oververmoeid en werkonbekwaam thuis zitten,
aangezien mijn lever het nogal moeilijk heeft. Normale werkdagen
draaien, is voor mij geen optie. Ik kan (en wíl) acht uur per dag
werken, maar dan moet het op mijn eigen ritme. Als ik te moe ben, moet
ik even slapen, en erna kan het wel weer. Dat ik dan niet om 17u klaar
ben en de rest van de avond voor de televisie kan zitten, maakt me niets
uit. Gelukkig maar, want in dat plaatje zal ik nooit passen.

Ik ben vertrokken uit België omdat ik
tijd nodig had. Tijd om uit te zoeken wat mijn eigen ritme dan precies
is. Tijd om naar mijn lichaam te luisteren. Tijd om te kijken wat er
bovendrijft als ik vrij ben, als alleen ík het voor het zeggen heb. Want
nee, ik ben er niet op uit om van een uitkering te leven. Ik ben zo’n
–allicht naïef- kind van die –allicht verwende- generatie die iets wil
bijdragen aan de maatschappij. Iemand die op het einde van haar leven
wil kunnen zeggen: ik heb gedaan wat ik kon. Een klein beetje tijd dus.
Een paar maanden, een half jaar. Een jaar misschien. Een peulenschil ten
opzichte van hoeveel tijd er (hopelijk) nog voor me ligt.

Nee, in België lukt me dat niet. In
België is er altijd dat toeziende en oordelende oog van mijn omgeving.
Er zijn altijd mensen rondom mij die zich afvragen wat ik (niet) aan het
doen ben en waarom ik niet gewoon aan het werk ben. Maar vooral: in
België zou ik zélf meegaan in het verhaal van de rest van het land. Ik
zou mezelf voortdurend bang maken. Ik zou me verplicht voelen om snel
werk te zoeken, ook al zou het iets zijn wat niet echt bij me past. Ik
zou me bezwaard voelen om een tijdje van een uitkering te leven, ook al
zou ik het als een investering zien. En ik zou bovendien een
schuldgevoel krijgen bij elke gespendeerde euro, bang om op een dag
zonder iets te zitten. Bang om op een dag te gaan geloven dat ik daarmee
mijn eigen geluk vergooi.



El Hierro, Canarische Eilanden (afbeelding: Wikimedia)

Op El Hierro kan het anders. Wie met een
materiële ingesteldheid naar dit eiland komt, redt het niet lang. De
dingen moeten functioneren, niet meer dan dat. Hier zijn geen
reclamebillboards die je verleiden om mooie kleren of blitse auto’s te
kopen. (Niet echt vreemd, aangezien je zelfs voor een H&M of een Mc
Donalds naar een ander eiland moet.) Hier verstop je je niet achter je
kledij, je make-up of je gadgets. What you see is what you get. Geld is
hier niet de norm. Begrippen als “fooi” kennen ze niet. Als mensen op
café gaan, wuiven ze gewoon het wisselgeld weg. Het is geen díng, er
worden geen extra centjes bij op tafel gelegd, het verloopt allemaal
organisch. En zelfs als ze amper iets hebben om van te leven, zullen ze
bij het betalen aan de toog een paar andere mensen in het café aanwijzen
en zeggen: “ook voor die, die, die en die”. Niet omdat ze samen hebben
zitten kletsen, maar omdat ze elkaar allemaal wel op één of andere
manier kennen. En omdat het zich altijd wel weer recht trekt.

Gisteren had ik mijn eerste
privé-zangles. Eén van de vele bemoedigende dingen die de leraar me
tussendoor vertelde, was dat hij op alle manieren geleefd had: met heel
veel geld, met weinig geld, en als straatmuzikant met quasi niets. Het
laatste had hem de meest intense en boeiende periode uit zijn leven
opgeleverd. Hij had geleerd om vrij te zijn, geen slaaf meer van
voedsel, materiële bezittingen of uiterlijke schijn. De zangles duurde
totdat we allebei verzadigd waren. Twee en een half uur. Hij vroeg tien
euro. Voor hem is dat waarschijnlijk een mooi bedrag, de grote
meerderheid is hier écht arm. De crisis heeft er serieus op ingehakt.
Maar de mensen leven. En ze zullen elkaar nooit laten verhongeren.

Begrijp me niet verkeerd: de mensen op
dit eiland zijn niet beter. Ik wil geen geromantiseerd plaatje brengen.
Integendeel: ik ben ervan overtuigd dat wij in België net hetzelfde
zouden doen. Het is alleen nog nooit nodig geweest. De echt armen
blijven een minderheid die we makkelijk in een hokje kunnen plaatsen.
Intussen blijven wij in een grote boog om hen heen rennen, bang om in de
buurt te komen van iets wat we nog nooit hebben meegemaakt. Ja, ik ook.
Toen ik je brief in mijn mailbox vond, dacht ik: lap, ik ben erbij.
Eigenlijk wilde ik een excuus verzinnen, het zo lang mogelijk rekken, en
me dan stiekem uitschrijven als werkzoekende als het echt niet anders
kon. Maar het is oké. Ik ben niet bang meer. Het zou ook idioot zijn.
Want ja, ik ben verwend. Ik heb nog wat reserve. Als kind heb ik altijd
mooi gespaard, en mijn moeder heeft me tot voor kort -veel te veel-
gesteund. Dus ik wil verdorie dat verblindende alarmlampje uitkrijgen,
dat voortdurende “GELD! GELD!”-stemmentje stillen. Ik wil een andere
drijfveer. Dus ik schrijf. Ik schrijf aan wat misschien ooit een boek
kan worden, omdat dat is wat ik nu wil doen. Omdat ik al die andere
stemmetjes in mijn hoofd, ook een kans wil geven.

En daarnaast schrijf ik dus dit, zo
blijkt. Aan mezelf, en aan jou. Ik zou niet weten aan wie anders, want
uiteraard heb ik niemand met de vinger te wijzen. Maar ik hoop zo,
vanuit het diepste van mijn hart, dat mijn generatie en de generaties
erna stilaan klaar zijn om door een andere bril te kijken. Ik weet niet
of ik geloof in systemen als het basisinkomen, ik ben niet bezig met de
praktische of de politieke kant. Waar het voor mij vooral om gaat, is
dat er ruimte vrijkomt voor een bewustzijnsverschuiving. En volgens mij
zijn we goed bezig. Het enige wat me moeten doen is elkaar blijven
vertellen dat we niet bang hoeven te zijn. En wie weet zijn we dan op
een dag geen slaaf meer van ons geld.

Ziezo. Bij deze weet je dat ik er niet
zal zijn, morgen. Ik drink dan koffie met een Belg die hier in ’86
terechtkwam, om aan de dienstplicht te ontsnappen. Soms hebben we onze
eigen plichten, en soms botsen die met wat onze omgeving van ons wil. Ik
veronderstel dat er nu dus een gaatje vrijkomt in jouw agenda? Gebruik
het goed, schenk het aan jezelf.

Hartelijke groeten,

Ine

Ps: ik schrijf me meteen ook maar zelf uit bij de VDAB

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!