Be Bulgaars-Turkse grens is één van de voornaamste vluchtroutes naar Europa

Hoe men, vluchtend voor IS, zijn dood vindt aan de grens met Europa

Via Bulgarije proberen veel vluchtelingen, van de meest uiteenlopende nationaliteiten, Europa binnen te komen. Ze beginnen hun tocht door de illegaliteit in Turkije, aan de grens. Die was al gesloten voor Syriërs, en er worden hekken en muren opgetrokken. Aan deze vluchtpogingen kunnen mensensmokkelaars veel verdienen. En soms gaat het gruwelijk mis. Een reconstructie ter plekke.

donderdag 26 maart 2015 14:32

19 maart 2015. In het Turkse dorp Uzgaç vindt op het centrale plein de inhuldiging plaats van een nieuw gouden borstbeeld van de stichter van het moderne Turkije, Kemal Ataturk. Rond het standbeeld is er wat beweging, enkele mannen ruimen het afval op, roken een sigaret en praten bij onder de vroege lentezon. De situatie doet op geen enkele
manier vermoeden dat er in het kleine dorp, waar een zestigtal
gezinnen wonen, dagelijks tientallen migranten voorbijkomen in een
poging om Europa binnen te geraken. Ze proberen de Turks-Bulgaarse
grens over te steken, die zich op een tweetal kilometer van het dorp
bevindt.

Een
groot deel van hen keert opnieuw terug nadat ze ofwel zijn gevangen
door de Turkse gendarmerie op Turks grondgebied, ofwel zijn
tegengehouden door de Bulgaarse grenspolitie. Een voorbeeld is een
groep van negen jongeren uit Afghanistan, die we tegenkomen in het
dorpje Uzgaç.
“Tijdens
de nacht staken we de grens over en kwamen we Bulgarije binnen. We
beslisten om in enkele struiken te gaan liggen om wat te slapen,
maar rond 4u ‘s
ochtends vond de Bulgaarse grenspolitie ons. Ze waren met vier,
sloegen ons, pakten onze telefoons, geld en water af, en toonden ons
de weg om terug naar Turkije te keren. Het was onze eerste poging,
maar het lukte ons niet. We keren nu terug naar Istanbul”,
vertelt de zestienjarige Zahid.

Voor
sommigen eindigen zulke pogingen om illegaal de grens over te steken
echter fataal. Dat is het geval voor twee Iraakse Jezidi’s
(een Koerdische minderheid die onderworpen is aan systematische
wreedheden door de IS), Dhalil Murad Ilias en Mohamed Jawad Kadim,
beiden gestorven door onderkoeling en gevonden in Turkije, dicht bij
de grens met Bulgarije, tussen 8 en 10 maart dit jaar.

Kennissen
van Ilias en Kadim, die samen met hen hadden geprobeerd om illegaal
Bulgarije binnen te geraken, beweren dat de Bulgaarse grenswacht hen
brutaal heeft aangepakt met knuppels, waardoor de twee er niet in
zijn geslaagd om de afstand tot de dichtstbijzijnde dorpen af te
leggen en er hulp te vinden.

We
zijn vertrokken op het pad van de twee omgekomen mannen om meer te
weten te komen over de zaak, waarvan slechts heel weinig geweten is
en die pas weken later aan het licht is gekomen in de media.

De
feiten

Volgens
Dursun Ali Sahin, de regionale gouverneur van Edirne (Odrin), was er
in de periode tussen 8 en 10 maart een groep van 12 Jezidi’s die
hebben geprobeerd om de Turks-Bulgaarse grens illegaal over te
steken. Hij bevestigde de namen en leeftijd van de overledenen —
Mohamed Jawad Kadim (30) en Dhalil Murad Ilias (35), overleden nabij
de dorpen Uzgaç en Ahikoy, respectievelijk 8 en 10 maart. De
resultaten van de autopsies van beide mannen wijzen naar onderkoeling
als oorzaak van de dood, maar op beide lichamen zijn eveneens sporen
van verwondingen ontdekt.

Kadim,
student informatica, is op enkele kilometers van Uzgaç gestorven en
had verwondingen aan zijn been, zoals blijkt uit de autopsie. Hij is
enkele kilometer gedragen door zijn vriend Ali Iksam Mohamed,
eveneens student informatica, die vervolgens om hulp is gaan zoeken
in het dorp (op 9 maart).

De
volgende dag wordt het levenloze lichaam van Mohamed Jayad Kadim
ontdekt door de Turkse gendarmerie en vrijwilligers uit het dorp.
Volgens enkele inwoners van Uzgaç had de overlevende Ali Iksam Mohamed
ook verwondingen aan het hoofd en op zijn benen, waarvoor hij meer
dan een week was opgenomen in de intensieve zorg van het universitair
ziekenhuis van Edirne. We hebben de jongeman niet kunnen ontmoeten,
omdat hij een dag na zijn ontslag uit de intensieve zorg is
vertrokken naar Istanbul, van waaruit hij op 20 maart op een vlucht
terug naar Irak is gestapt — dat kregen we te horen van het
districtsbestuur waarmee we een ontmoeting hadden op 20 maart.

De
overige aangehouden Irakezen zijn gestuurd naar een zogeheten deportatiecentrum aan de rand van Edirne, waar hen de mogelijkheid is
voorgelegd om vrijwillig terug te keren naar Irak. Volgens Levent
Reyhat Dincheli, een advocaat die juridische bijstand verleent aan
vluchtelingen en migranten, stuurt de Turkse staat in het algemeen
geen migranten terug naar landen waar er een toestand is van
(burger)oorlog heerst, zoals het geval is in Syrië, Irak,
Afghanistan en Nigeria.

De districtsoverheid liet nog weten dat Turkije de lichamen van
de overledenen heeft teruggebracht naar Irak, om ze daar te laten
begraven, terwijl de overige aangehouden Jezidi’s uit eigen beweging zijn
teruggekeerd naar hun land. “Volgens de vluchtelingen die getuige
zijn van het incident, heeft de Bulgaarse grenspolitie hen geslagen
en geïntimideerd, waarna ze hen hebben verteld om terug te keren
naar Turkije”, vertelt gouverneur Dursun Ali Sahin, terwijl hij
benadrukt dat dit verteld is door de Irakezen zelf en dit niet het
officiële standpunt van de Turkse autoriteiten betreft. Momenteel
loopt er in Turkije nog steeds een onderzoek naar het incident.

Onderzoek

Op
een vraag van Bulgaarse media naar informatie omtrent de mishandelde
Irakezen aan de Bulgaarse grens, meldde de grenspolitie dat er een
intern onderzoek is gestart. Een woordvoerder van de Bulgaarse
grenspolitie heeft eveneens meegedeeld dat “het onderzoek naar de
incidenten van afgelopen week nog niet is afgerond”. Er zal
daarenboven een bijeenkomst plaatsvinden van zowel Bulgaarse als
Turkse instanties, waarbij het geval besproken zal worden.

Lokale
inwoners zijn er echter van overtuigd dat de Irakezen wel degelijk
mishandeld zijn geweest en slagen toegediend hebben gekregen. “Op
maandagavond (waarschijnlijk 9 maart, red.) zaten we in het café, de
zoon van mijn oom belt me op zegt dat hij geschreeuw hoort van buiten
het dorp, honden blaften… We gingen samen kijken, een man riep ons
toe, gewond, nat, onderkoeld, ziek. We droegen hem met z’n
tweeën naar het dorp. We vroegen hem waar hij vandaan kwam. Uit
Irak. We vroegen hem of hij een Koerd is, hij antwoordde Jezidi. We
zochten de gendarmerie op. Wat later kwam er ook een ziekenwagen. Ze
brachten hem naar het ziekenhuis in Edirne, waar ze hem onderzochten.
Omdat hij enkele zware verwondingen op zijn lichaam had, vol blauwe
plekken en nierfalingen, verplaatsten ze hem naar het universitair
ziekenhuis”, vertelt Cetin, een inwoner van het dorp Uzgaç, over
zijn ontmoeting met de gewonde Ali Iskam Mohamed.

“In
het universitair ziekenhuis ondervroeg de politie hem met behulp van
een tolk. Hij zei: ‘Wij zijn twee vrienden. Mijn vriend is gewond.
Hij bleef liggen aan de rand van het dorp. Ga hem zoeken en zorg dat
hij in orde is.’ We gingen naar hem op zoek, maar vonden hem niet,
het was al donker. De volgende dag gingen we opnieuw op zoek. We
volgden de sporen in het zand, en we vonden de vriend iets verderop,
dood. Wat later arriveerde de gendarmerie samen met de procureur en
werd het lijk weggevoerd”, vertelt hij ons nog terwijl hij ons naar
de plek brengt waar het lijk van Mohamed Jayad Kadim werd ontdekt. De
getuige beweert ook dat het lichaam van de overledene sporen van
slagen en verwondingen had.

Op
de kleine zandweg, die uit het dorp leidt, zijn er duidelijk sporen
te zien van de groepen die elke dag voorbijkomen op weg naar de
Bulgaarse grens — achtergelaten kleren, schoenen, flesjes water, …
De inwoners van het dorp verhelen niet dat ze regelmatig migranten
tegenkomen die zich in slechte toestand bevinden, en ze proberen hen
op iedere manier te helpen. “Iedereen hier helpt hen, het zijn toch
ook gewoon mensen. Maar soms gaan ze ook huizen binnen, in onze
tuinen, wat sommigen in het dorp ook ongerust maakt. In Turkije zijn
er al meer dan 2 miljoen vluchtelingen. Het probleem is dat Europa
hen niet wil en haar grenzen sluit”, legt Cenk Yilmaz ons uit, een
inwoner van Uzgaç en werkend in Edirne.

“Elke
dag komen er tot 10, 15 mensen langs en keren ze terug. Ze liegen hen
voor dat ze vrij Bulgarije binnen kunnen, maar in werkelijkheid kan
niemand zomaar de grens over — er zijn bewakingscamera’s,
politieagenten, honden, er is zelfs al een muur opgezet. Griekenland
zette een muur op en daarom zoekt men nu ook riviergrenzen op. Mensen
verdrinken in het water”, voegt hij nog toe.

Volgens
hem is de situatie in andere dorpen langs de grens dezelfde. “We
zitten op café en ik vraag de mensen of ze migranten tegenkomen, hun
antwoord is: voortdurend, elke dag.”

In
de val aan de inkom van Europa

De
buitenlanders die zich in Edirne bevinden, wachtend om Europa binnen
te gaan, vertellen openlijk over hun confrontaties met de Bulgaarse
grenswachten. Het is belangrijk te vermelden dat het overgrote deel
van hen (voornamelijk Syriërs, Afghanen en Irakezen) Turkije
verlaten, omdat — volgens de overeenkomst onder de Genève
conventie van 1951 — het land enkel internationaal asiel verleent
aan migranten vluchtend uit Europese landen. Dat betekent dat
vluchtelingen uit het Nabije Oosten slechts “te gast” zijn in
Turkije — ze kunnen er verblijven, maar zonder toegang tot
gezondheidszorg, het onderwijs- of juridisch systeem, noch tot de
arbeidsmarkt. Dat verplicht hen om zich te oriënteren naar Europa.

“Zes maanden heb ik gewerkt in een textielfabriek in Istanbul, maar ze
betaalden me slechts voor twee. Ik heb geen documenten en daarom
kunnen ze doen wat ze willen met mij”, vertelt Nurzay, een
26-jarige man uit Afghanistan. In Kandahar was hij nog ambtenaar en
heeft hij voor de VN gewerkt, wat ertoe leidde dat hij werd bedreigd
door de Taliban. “Als je werkt voor de overheid, word je bedreigd
door de Taliban. Als je bij de Taliban zit, komt de bedreiging vanuit
de overheid. Thuis hebben we veel problemen.” Daarom vlucht de man
eerst naar Pakistan, en van daaruit naar Istanbul. De volgende halte
is Sofia, de hoofdstad van Bulgarije, van waaruit hij hoopt zijn
route te vervolgen naar de gedroomde eindbestemming Zweden. Het plan
blijkt echter moeilijker te zijn dan verwacht.

“Tweemaal
heb ik geprobeerd om de Bulgaarse grens over te steken, beide keren
heeft de politie me teruggestuurd. De ene keer hebben ze me veel
geslagen, ik telde in totaal 120 slagen over heel mijn lichaam. Ze
bedreigden me met honden. Ze stalen ons geld, onze telefoons, ze
staken ons met ongeveer 20 mensen in een auto en brachten ons terug
naar Turkije”, vertelt hij.

“Het
Turkse leger mishandelt ons niet, maar de Bulgaarse agenten wel. We
weten dat wat we doen onwettig is, maar we vechten voor onze
toekomst. We worden ertoe verplicht”, beweert zijn 20-jarige vriend
Sherif Chan, eveneens uit Kandahar.

De
jongemannen delen ook mee dat het oversteken van de grens in de
meeste gevallen gebeurt met de hulp van mensensmokkelaars. Voor de
prijs van 2000 Turkse lira (omgerekend ongeveer 700 euro) worden de
migranten gebracht van Istanbul tot aan de grens, waar ze aan de
Bulgaarse kant worden opgewacht door een taxi die ze direct verder
brengt naar Sofia. Het tarief van de taxi bedraagt ongeveer 60 euro.
Een directe vlucht naar Europa kost tussen 8.000 en 10.000 dollar.
“Europa is een gigantische business voor smokkelaars. In alle
landen verdienen ze ontzettend veel geld aan ons”, getuigt Nurzay.

Volgens
Ahmad (46), Mohamed (35) en Nadir (35) (de
namen zijn verzonnen op vraag van de ondervraagden, red.
),
Syrische Koerden afkomstig uit de door IS aangevallen regio’s
Kamisli en Kobane, verdwijnt ook de hoop om opgenomen te worden door
Islamitische radicalen in Bulgarije na het oversteken van de grens.
Alledrie zijn in totaal vijfmaal Bulgarije binnengegaan met het idee
om zich bij de overheid op te geven als vluchteling. Bij zijn laatste
poging echter, enkele dagen geleden, wordt Ahmad geconfronteerd met
een enorme wreedheid bij het binnenkomen in Bulgarije.

“We
waren een groep van 10 mensen. Ze wachtten ons op met honden en
behandelden ons als criminelen. Andere keren hebben ze ons ook
geslagen, maar deze keer waren ze zo verschrikkelijk wreed, alsof ze
een rekening met ons hadden te vereffenen”, vertelt Ahmad bitter.
Hij toont ons de littekens op zijn lichaam, die volgens zijn
beweringen het gevolg zijn van het fysieke geweld door de politie —
enkele grote hematomen rond zijn middel, op zijn rug en knie. “We
wilden ons aan eender wie overgeven, Bulgaarse burgers of
politieagenten, om vervolgens asiel aan te vragen als vluchtelingen.
Bij elke poging om iets te zeggen, begonnen ze telkens harder te
slaan”, beweert hij. Hij voegt daar nog aan toe: “We zijn bang om
nog naar Bulgarije te gaan. Het is er gevaarlijker voor ons dan terug
te keren naar Syrië.”

In
elkaar slaan en terug?

Kort
nadat er eind 2013 in Bulgarije een nationaal plan was aanvaard voor
het onder controle brengen en verminderen van het aantal asielzoekers
en illegale immigranten, maakten twee journalisten een reportage met
verborgen camera over de klachten van de grenspolitie die erop uit
waren gestuurd om de grens te bewaken. De agenten spraken openlijk
over de instructies die ze hadden meegekregen, om geweld toe te
passen bij hun werk met migranten. “Eén leidinggevende gaf mee —
komen ze op ons territorium, in elkaar slaan en terug. (…) Pak
vooral de mannen zo maar aan. Houd ze tegen. En vervolgens — een
pak slaag en weer terugsturen”, was één van de getuigenissen in
de toenmalige reportage.

Of
grenswachten wel degelijk zulke tactieken toepassen voor het
tegenhouden van de migratiegolf, is moeilijk aan te tonen. De
meldingen van politiegeweld komen namelijk van de migranten zelf, die
meestal schrik hebben om te getuigen. Daarenboven, eens ze opnieuw in
Turkije zijn, is er niemand bij wie ze een klacht kunnen neerleggen. Veelzeggend zijn echter de statistieken van de grenspolitie — tijdens
2014 zijn er door de Bulgaarse autoriteiten 6.023 individuen
aangehouden aan de Turkse grens, terwijl dat er in 2013 maar liefst
11.524 waren. Tegelijkertijd zijn er in 2014 in totaal 38.502
pogingen genoteerd van mensen die het land hebben proberen binnen te
komen, terwijl dat een jaar terug slechts 16.736 gevallen waren. “Ook
al zijn de door ons aangehouden mensen minder, is de toestroom sterk
toegenomen”, was het commentaar van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Vesselin Vuchkov, op een vergadering begin dit jaar.

Parallel
met de optimistische gegevens van de effectiviteit van de grenswacht,
stijgen ook de klachten van de zogezegd benodigde verdrijvingen uit
het territorium van Bulgarije, die ook zijn vermeld in verslagen
van organisaties als Human Rights Watch en Amnesty International. Zij
vroegen de Bulgaarse regering om te stoppen met het massale
wegdrijven van migranten zonder documenten die de grens met Turkije
oversteken en met het gebruik van overdreven geweld door de politie.

Op
zijn beurt is de Bulgaarse staat overtuigd van zijn engagement in het
helpen van asielzoekers — door hen aan te raden om zich te melden
aan de grensposten en het vermijden van gevaarlijke routes en het
illegaal oversteken van de grens. “Wij als land, lid van de
Europese Unie en kandidaat om tot de Schengen-zone toe te treden,
vervullen strikt onze verplichtingen naar de vluchtelingen toe. Om
hen op de best mogelijke manier, aanvaard door al onze collega’s in
Brussel, op te vangen, dienen zij via de officiële grensposten over
te steken”, gaf de Bulgaarse premier Boyko Borissov mee in januari.
De paradox in deze raad is echter dat, om tot aan de Bulgaarse
grenspost te geraken, de vluchtelingen voorbij de Turkse grenspost
moeten geraken. Als burger van een derde land is dit enkel en alleen
mogelijk als men een visum heeft om Bulgarije binnen te komen. Als
men migranten zonder geldig visum of enige andere documenten
doorlaat, wat in de meeste gevallen zo is, zou Turkije zijn
overeenkomst met Bulgarije dus schenden.


Het
originele artikel, gepubliceerd op 23 maart 2015, is terug te vinden
op
dnevnik.org

Vertaling: Theo Poumpalov

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!