Boekrecensie - walterlotens

Trialoog tussen maatschappij, ruimte en beleid

‘Mensen maken de stad en de stad maakt stedelingen,’ beweerde cultuurfilosoof Eric Corijn. Niet toevallig staat deze uitspraak op de flap van het boek “Antwerpen herwonnen stad? 1940-2012”. Een stad is inderdaad geen mens, maar een creatie van mensen. En die wisselwerking is een universeel gegeven, dat in het boek aan een historisch en geografisch onderzoek wordt onderworpen.

woensdag 25 maart 2015 10:34

De verschillende
actoren en groepen die in een stad opereerden en opereren, geven door hun
manier van denken en doen een eigen klank aan de wisselwerking die een stad
faciliteert. Die eigen klank is aanwezig bij de vier samenstellers van Antwerpen, herwonnen stad? Het boek geeft de benadering van twee ruimtelijke
planners (Jef Van den Broeck en Peter Vermeulen) en twee stadssociologen (Stijn
Oosterlynck en Ympkje Albeda). Samen leidt dit tot een mooie trialoog tussen
maatschappelijke verandering, ruimtelijke ontwikkeling en bestuurlijke
dynamiek.

Dat is de rode draad van Antwerpen, herwonnen
stad?
Het vraagteken achter de titel verwijst naar een studie van Stramien,
een multidisciplinair ontwerpbureau op het terrein van architectuur,
stedenbouw, ruimtelijke planning en ontwerp van publieke ruimte. Het bureau
kreeg in 1989 van de stad Antwerpen de opdracht om een synthesenota voor een
globaal Structuurplan van Antwerpen te maken. De studie heette Antwerpen
herwonnen stad
. Bijna kleine drie decennia later neemt een deel van de
oorspronkelijke auteurs opnieuw de pen ter hand en kijkt voorzichtig achterom.
Zij gaan dan maar liefst zeventig jaar terug in de tijd. Dat is het ambitieuze
historische opzet van dit boek. Daarnaast is er de geografische focus.

Toekomst
van een stadsregio

Antwerpen,
herwonnen stad?
is geen boek geworden over de stad
Antwerpen in de beperkte geografische betekenis, maar over de Antwerpse
stadsregio. Antwerpen is veel meer dan de kernstad en haar districten. Eric
Corijn omschrijft de regio als volgt: ‘Als je uitgaat van een regelmatig
woon-werkverkeer, dan deint de Antwerpse voorstad vandaag zeer ver uit. Reken
je Antwerpen en Mortsel tot de economische kern, dan kom je aan een stadgewest
van 39 gemeenten. Het loopt van Essen tot Boom en Heist-op-den-Berg
(noord-zuid) en van Temse en Beveren tot aan Grobbendonk (oost-west). Daarin
leeft met ruim 1.125.000 inwoners zowat een vijfde van de Vlaamse bevolking en
deze regio alleen levert bijna een kwart van de tewerkstelling in het Vlaams
gewest.’

De
auteurs van Antwerpen, herwonnen stad? zien de voortdurend uitbreidende
Antwerpse stadsregio als een voorbeeld van de metropolisering van steden tot
stedelijke gebieden en netwerken. De
verstedelijking neemt zeer snel toe. Tegen 2040 zal ongeveer twee derde
van de mensheid in steden leven. Tegen 2030 verwacht men alleen voor Antwerpen
100.000 extra inwoners.

Vanuit die optiek heeft Corijn de vraagstelling van Antwerpen 1993 Kan kunst de
wereld redden?
opengetrokken naar Kan de stad de wereld redden? Met
die vraagstelling plaatst hij zich in de lijn van de Amerikaanse stedengoeroe
Benjamin Barber met zijn If Mayors Ruled
The World
. Ook de Canadese journalist Doug Saunders, auteur van De trek
naar de stad
die op vraag van burgemeester Patrick Janssens naar Antwerpen
kwam, vindt dat de stad de plaats is waar alles kan veranderen als
het goed wordt aangepakt. ‘Steden van aankomst’ zijn volgens Saunders
‘overgangsruimtes waar de grote economische en culturele hausse zich zal
voordoen, of waar de volgende grote geweldsexplosie zal plaatsvinden’.

Van Duitse bezetting tot overkapping
van de ring

Hoe
zijn de Antwerpenaren in de voorbije zeven decennia omgesprongen met hun stad
en de omliggende regio om de leefbaarheid te vergroten? Welke visies werden er
ontwikkeld en al dan niet gerealiseerd door de verschillende actoren van de
maatschappelijke driehoek, met name politici, burgers en ambtenaren? In zes
hoofdstukken gaan de vier auteurs uitvoerig in op deze vraagstelling. Het
eerste hoofdstuk ‘Maatschappij, ruimtelijk plannen en beleid: een Antwerpse
trialoog’ beschrijft in kort bestek de opbouw van het zeer systematisch
opgebouwde boek. De terugblik op de achterliggende zeventig jaar wordt
opgedeeld in vijf periodes die in heel het verhaal zullen opduiken.

In
een eerste periode (1940-1949) ‘De Tweede Wereldoorlog en de plannen en
instrumenten voor de wederopbouw’ worden de mobiliteitsplannen voor Antwerpen
onder de Duitse bezetting beschreven. Een scharnierjaar is 1949, omdat toen de
Wet-De Taeye en de Wet-Brunfaut werden uitgevaardigd. De eerste stimuleerde vanuit
katholiek perspectief individuele eigendomsverwerving en de tweede stond een
socialistische visie op wonen voor, met grootschalige en collectieve
wooncomplexen.

In
de tweede periode ‘De fifties en sixties’ (1950-1967) groeit het geloof in de
‘vooruitgang’ dat zich vertaalde in suburbanisatie en stadsvlucht onder leiding
van koning auto. Tussen 1968 en 1982 volgt een periode van ‘Crisis en de
langzame kentering: participatie en stadsvernieuwing’. In het spoor van 1968, een
scharnierjaar voor een wereldwijde democratiseringsbeweging, ontstaat een nieuw
participatiedenken en een grotere zorg om stedenbouwkundig erfgoed en
ruimtelijke planning. Dat vertaalt zich in de opkomst van stedelijke
actiegroepen zoals VAGA, AGOS en WEVA. Het buurtwerk groeit uit tot spreekbuis
en ondersteuning van lokale bewoners en vormingscentra zoals Elcker-Ik
verzetten zich tegen stedenbouwkundige beslissingen die geen rekening houden
met belangen en wensen van stadsbewoners.

Tussen
1983 (de fusie van Antwerpen) en 1992 stagneert de doorbraak van de stad,
ondanks de vele vernieuwende impulsen van onderuit, omdat het beleid er zich
niet achter zet. In plaats van ‘het herwinnen van de stad’ ondermijnen
initiatieven als het shoppingcenter in Wijnegem de stedelijke dynamiek.

Het
is een constante in heel het boek: er is dynamiek en visie genoeg, maar het
stedelijk beleid kijkt meestal de andere kant op. Daar komt verandering in
vanaf 1993 wanneer Antwerpen culturele hoofdstad van Europa wordt (en Eric
Anthonissen aantrekt). Ook de doorbraak van het Vlaams Blok leidt, ironisch
genoeg, tot een omslag in het Vlaams stedenbeleid waardoor honderden miljoenen
voor sociale stadsvernieuwing naar Antwerpen stromen en
buurtontwikkelingsmaatschappij BOM kan beginnen werken in Antwerpen-Noord.

De
laatste periode ‘Herwonnen stad’ eindigt in 2012, samenvallend met het einde
van de Janssens-periode, die volgens de auteurs wel van visie getuigde – zie het succesrijke Park Spoor
Noord – maar die
ook kritiek kreeg vanwege de managementgedreven benadering. Met het debat rond
de overkapping van de ring tracht het geïntegreerd ruimtelijk denken weer de
overhand te krijgen op het pure mobiliteitsdenken dat sinds de Duitse bezetting
de toon heeft gezet en waarvoor de Oosterweelverbinding symbool staat.

Rijk in beeld en woord

In
hoofdstuk 2 wordt vanuit die vijf periodes ingezoomd op de ruimtelijke
visievorming, het beleid en de uitvoering in de voorbije zeventig jaar. Het is
een sterk hoofdstuk dat zeer goed illustreert wat de titel ervan bedoelt: ‘Plannen
voor stad en regio: continuïteit in visie, discontinuïteit in beleid’. Het is
tevens een voorbeeld van de stuwende kracht van het maatschappelijk middenveld (denk
maar aan ‘Stad aan de Stroom’ en het ontstaan van De Roma) dat mijlenver
vooruitloopt op een afwezig beleid.

De
hoofdstukken drie, vier en vijf diepen de thema’s ‘wonen’, ‘publieke ruimte’ en
‘economische ontwikkeling’ verder uit. Misschien het meest boeiende en
maatschappelijke meest relevante hoofdstuk is het laatste, waarin de vier
auteurs andermaal hun brede visie etaleren zowel in hun evaluatie van zeventig
jaar geschiedenis als in hun toekomstgerichte blik op de ruimtelijke
ontwikkelingen van de Antwerpse stadsregio.

De
historisch-sociologisch-planologische dimensie zit niet alleen vervat in de
tekst, maar ook, en misschien vooral, in een verbluffende sterk visueel
gedeelte. Het boek bulkt van de boeiende foto’s, uittreksels uit gewestplannen,
structuurschetsen, futuristische ontwerpen, mooie resultaten maar ook intrieste
foto’s van afbraak van stadspatrimonium en van ultieme reddingsoperaties door
actiegroepen van bijvoorbeeld ‘Red de middenstatie’.

De
lay-outers van dit boek en de uitgever mogen hier zeker vermeld worden als
‘mede-actoren’, want sommige, vaak naast elkaar geplaatste foto’s over oud en
nieuw, zeggen meer dan een tekst. Wie met het twee kilogram van dit boek op
schoot alleen maar prentjes kijkt, krijgt sowieso al een rijk beeld van zeventig
jaar stadsontwikkeling. Alleen de gepeperde prijs van Antwerpen, herwonnen
stad?
zou wel eens een leesobstakel kunnen zijn.

Trialoog
tussen politici, ambtenaren en burgers




Dit
boek werd postuum opgedragen aan Eric Antonis, intendant van Antwerpen ’93 en
voormalig schepen van cultuur, maar ook aan Dries Jagenau, voormalig
stadsambtenaar en actievoerder. Zij hebben in hun leven meegewerkt om
‘Antwerpen te herwinnen’ maar die omslag, schrijven de auteurs, is zeker niet
op alle terreinen gerealiseerd. Vooral het stadregionale verhaal is er een van
continue mislukking. De redenen zijn meervoudig: een gebrek aan ruimtelijk
visie op dat niveau, geen gestructureerde politieke en ambtelijke samenwerking
en een gebrek aan stimulerende (financiële) middelen die tot samenwerking
zouden kunnen leiden.

Misschien
is dat laatste wel de belangrijkste maatschappelijke les uit Antwerpen,
herwonnen stad?
dat niet alleen een trialoog is tussen maatschappij, ruimte
en beleid, maar ook tussen politici, ambtenaren en burgers. Deze trialoog werd
zeker niet optimaal gevoerd in een Antwerpse context. Filip De Rynck, docent
bestuurskunde, stelt dat participatie trekkers vergt, zowel bij politici,
ambtenaren en burgers. Zij vormen de drie hoeken van een participatiedriehoek
die, wanneer ze goed op elkaar zijn afgestemd, duurzame resultaten kan behalen.

Eric
Antonis was zeker zo’n gedreven politicus (en ex-burgemeester Bob Cools is dat
in mindere mate geworden, stellen de auteurs) en dat kan ook gezegd worden van
een ambtenaar als Dries Jagenau. Over de burgerparticipatie bestaat er geen
twijfel: het maatschappelijke middenveld speelde een voorhoederol en doet dat
met actiegroepen als Ademloos, stRaten-generaal en bewegingen als Ringland nog.
De samenwerking met de overheden verliep minder vlot.

Allicht
niet toevallig eindigen de vier auteurs Van
den Broeck, Vermeulen, Oosterlinck en Albea Antwerpen, herwonnen stad?
met een verwijzing naar de participatieve en gebiedsgerichte geïntegreerde
aanpak voor de Gentse kanaalzone. Gent is een mooi voorbeeld van een
stadsontwikkeling die internationaal de aandacht trekt. Ook Antwerpen heeft die
potentie en die verbeeldingskracht. De cover van het boek is het
reuzenspektakel van het creatieve Royal
de Luxe
. Vraag is of het huidige stadsbestuur de vijf grote uitdagingen
voor een gewenst beleid waarmee de auteurs dit boek afsluiten, zal willen aanpakken.

Jef Van
den Broeck, Peter Vermeulen, Stijn Oosterlinck en Ympkje Albea:
Antwerpen herwonnen stad?1940-2012,
Die Keure, Brugge, 2015, 390 p. ISBN 9789048620043, prijs:59 euro.

take down
the paywall
steun ons nu!