Analyse - Thomas Decreus

Lachen! U wordt gefilmd! Over (on)zin van camerabewaking

Recent werd beslist om bewakingscamera's te plaatsen in Borgerhout en Molenbeek. Camerabewaking zit in de lift, zoveel is duidelijk. Maar hebben al die camera's ook nut?

zaterdag 14 maart 2015 14:24

Doe even de test.
Wandel naar buiten en zoek de dichtstbijzijnde bewakingscamera.
Tenzij je ergens diep in de Ardense bossen woont, is de kans groot dat
je er binnen enkele minuten al één spot. Bewakingscamera’s
zijn werkelijk overal. De nachtwinkel, de bank, de klerenwinkel, in stations, trams en treinen, op publieke plaatsen en boven
de deur van privéwoningen. We worden werkelijk constant gefilmd.

Het
wordt nog indrukwekkender als we er de cijfers bijhalen. In 2011
waren er in het Verenigd Koninkrijk – hèt land van de
bewakingscamera’s, of CCTV, zoals ze het daar noemen – 1,9
miljoen camera’s actief
. Dat komt neer op één camera per
tweeëndertig burgers. In 2013 waren er al 5,9 miljoen camera’s op
Britse bodem, wat gelijkstaat aan één per elf inwoners. Een
verdrievoudiging in drie jaar tijd.

We mogen gerust spreken van een globale
trend. De wereldwijde markt van bewakingscamera’s groeit
exponentieel. In 2008 vertegenwoordigde die markt een waarde van 11,5 miljard dollar. Nu, begin 2015,
is diezelfde markt 37,5 miljard dollar waard. Wie wil investeren, weet dus
waarin.

Wrang

Ook België ontsnapt
niet aan de camerahype. Steeds meer steden, bedrijven en
particulieren schaffen zich cameragestuurde bewakingssystemen aan. In
januari 2015 telde ons lans welgeteld 287.386 camera’s. In
dat cijfer zijn de publieke, private, mobiele en vaste
toestellen opgenomen.

Recent besloten Molenbeek en Antwerpen
meer te investeren in camera’s. Twee weken geleden kregen de inwoners
van Borgerhout een brief in de bus, waarin te lezen viel dat er in
naam van de algemene veiligheid camera’s zouden geplaatst worden. In
Molenbeek wordt geopteerd voor 120 nieuwe, intelligente camera’s die
onder meer gezichten kunnen herkennen.

Maar camerabewaking is
prijzig. Wanneer overheden ervoor kiezen om camera’s te installeren,
vloeien er miljoenen aan belastinggeld naar de bewakingssector. De
Britse regering spendeerde in 2014 maar liefst 71 miljoen pond aan
camerabewaking. Voor de nieuwe camera’s in Molenbeek trekt het
gemeentebestuur 1,25 miljoen euro uit. Een beetje wrang als je weet
dat Molenbeek de tweede armste gemeente van ons land is.

Altijd prijs

Als camera’s zoveel belastinggeld waard zijn, zou je verwachten dat ze ook iets opleveren.

Dat blijkt echter moeilijk hard te maken.

Uit een grote
meta-analyse, die de resultaten van meer dan negentig onderzoeken bundelt, blijkt
dat camera’s slechts in heel beperkte settings een beduidend effect hebben op criminaliteit. Camera’s in parkeergarages blijken
bijvoorbeeld een goede zaak. Autodiefstallen en -inbraken dalen drastisch, tot 51 procent.

Maar een parkeergarage is
geen marktplein of shoppingcenter. Op dat soort
locaties blijkt het effect van camera’s beduidend minder of zelfs
onbestaand te zijn. Camera’s in een stadscentrum doen misdaad met zeven
procent dalen. In het openbaar vervoer zouden er dalingen genoteerd
worden tot drieëntwintig procent. Maar de
resultaten van de onderzoeken zijn dan weer vaak statistisch onbeduidend. 

Er zijn meer heikele punten. Wanneer een significante daling
wordt vastgesteld van criminaliteit in de buurt van camera’s, dan is het
moeilijk na te gaan of het om een daling, dan wel een verplaatsing
van criminaliteit gaat.

In sommige gevallen
stelt men zelfs een stijging van de criminaliteit vast, zo valt af te leiden uit statistieken van de ordediensten. Camera’s zorgen
er namelijk voor dat er meer criminele feiten geregistreerd kunnen worden dan
voorheen. Camera’s maken criminaliteit zichtbaar en duwen zo de
misdaadcijfers omhoog.

Dit toont slechts aan hoeveel kanten men
opkan met cijfers inzake criminaliteit. Dalen de cijfers, dan kloppen
beleidsmakers en ordehandhavers zich op de borst: “Zie je wel, het
werkt!” Stijgen de cijfers, dan klinkt het: “Maar de pakkans is
vergroot, dus zet er zich op het terrein een daling in”. Blijft
alles zoals het was, dan wordt gewezen naar andere steden, waar de
criminaliteit wél stijgt en wordt benadrukt dat een stagnering ingaat tegen de
heersende trend.

Conclusie: met
camera’s win je altijd. Je krijgt ze daarom ook altijd verkocht. En
dat terwijl de wetenschappelijke bewijzen voor de effectiviteit ervan
verre van éénduidig zijn. Eigenlijk weten we gewoon niet wat het
effect van camera’s op criminaliteit is.




Disproportioneel

Wat we wel met
zekerheid kunnen zeggen, is dat privacy en camerabewaking moeilijk
door eenzelfde deur kunnen. In 2010 stelde het European Forum for Urban
Security een lijst met criteria op, waaraan bewakingssystemen
moesten voldoen om de rechten van burgers te garanderen. Het forum
stelde dat:

  • Camera’s enkel
    geplaatst mochten worden indien er een nood vastgesteld is. Die nood dient
    empirisch en objectief vastgesteld te worden – liefst door een
    onafhankelijke autoriteit.
  • Ook de aangewende
    technologie dient proportioneel te zijn. Lees: we gaan gemeentelijke
    bloemenperkjes niet tegen vandalisme beschermen door middel van
    laagvliegende drones.
  • Communicatie over
    camerabewaking dient transparant te zijn. Burgers moeten weten waar
    en wanneer ze gefilmd worden.
  • Burgers moeten
    ook weten wie achter de knoppen van de camera’s zit. Dat geldt zowel
    voor publieke als private bewaking. Bestuurders van bewakingssystemen
    moeten ter verantwoording kunnen geroepen worden.
  • Er moet een
    onafhankelijk orgaan bestaan dat in het oog houdt of de rechten van
    burgers niet geschonden worden. Dit orgaan moet ook nagaan in
    hoeverre de inzet van camerabewaking proportioneel en effectief is.

Wie de feiten
naast de eisen legt, die ziet een grote
discrepantie. Veelal weten burgers helemaal niet door wie ze gefilmd
worden en waar die beelden terechtkomen. De aangewende technologie is
disproportioneel en de effecten zijn niet of in zeer
beperkte mate aangetoond. In naam van de veiligheid wordt al te vaak
een loopje genomen met onze privacy- en burgerrechten.

The worst is yet to come

De toekomst oogt
niet bepaald rooskleurig. Het is te zeggen: voor de burgers belooft de toekomst weinig goeds. Bewakingsfirma’s  wrijven zich daarentegen in de handen. De vraag naar camerabewaking gaat immers nog steeds in
stijgende lijn. Bovendien staan we aan de vooravond van een technologische
revolutie in bewakingssystemen.

De tweede generatie camera’s
zijn ‘intelligente camera’s’. Het gaat om systemen die bepaald
deviant gedrag op basis van bewegingspatronen kunnen herkennen.
Vechtpartijen, vandalisme of opstootjes worden automatisch door
camera’s herkend en geseind. Het is dit type camera waar Molenbeek
recentelijk in investeerde.

Wat ook een
mogelijkheid wordt: het verbinden van camerasystemen met sociale
netwerken. De camera identificeert gezichten en koppelt die meteen
aan het sociale netwerk van de gefilmde. Wie “foute vriendjes” heeft, wordt meteen verdacht. Bijzonder effectief natuurlijk bij
hooliganisme, betogingen of rellen.

En dan zijn er nog de
drones. Vliegende camerasystemen die vanuit de hoogte alles in het
oog houden. Onder meer bewakingsbedrijf Securitas brak recentelijk een
lans voor de inzet van drones. Drones zouden helpen bij grote
massamanifestaties of het bewaken van industriële sites, zo
argumenteerde het bedrijf. De wetgeving moest aangepast worden om het
gebruik ervan mogelijk te maken.

Wie zich vandaag
dus zorgen maakt over de komst van een surveillance state en het
schenden van de privacy, zet zich beter schrap. The worst is yet
to come
.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!