Opinie - PascalDebruyne

Frontliniewerkers gaan in staking

Onze steden kleuren superdivers. Sinds de val van de muur gaat het proces van verstedelijking hand in hand met een toenemende diversiteit. Het gaat al lang niet meer om kernsteden als Antwerpen, Gent, Brussel, Aalst en Oostende. Ook kleinere steden als Vilvoorde en Geraardsbergen tot Boom worden bepaald door superdiversiteit. Een diversiteit binnen de diversiteit transformeert onze stadswijken tot plaatsen waar minderheden de meerderheid uitmaken.

vrijdag 13 maart 2015 10:38

Superdiversiteit daagt ons denken
en handelen uit. Een one-size fits all-beleid schiet tekort.
Superdiversiteit is meer dan een cultureel gegeven en
“cultuur-sensitief handelen”. Een toename van diverse
migratieprofielen toont ons een minderheidsgroep die de ladder
opklimt en sociale mobiliteit creëert via onderwijs, de arbeidsmarkt,
eenmanszaakjes of andere winkels en restaurants. Maar op sociaal
vlak zien we ook een andere tendens: groeiende groepen voor wie
vooruitkomen op de ladder geen sinecure is of slechts een droom
blijft. Met andere woorden, superdiversiteit brengt ook een sociale
hiërarchie in rechten mee.

Hulpeloze hulpverlening?

Hulpverleners en sociale instanties
zitten vaak met de handen in het haar. Het “one size fits
all
”-integratiebeleid lijkt meer beleidsideologie dan hanteerbare
praktijk. En in de kloof tussen beleidsretoriek en realiteit, staan
vaak een schare aan vrijwilligersinitiatieven en zelforganisaties
klaar om met de superdiverse realiteit aan de slag te gaan. Iedereen
is het erover eens dat vrijwilligers en zelforganisaties pakken werk
verzetten en groepen burgers met migratieroots bereiken die de
drempel van officiële instanties en ‘reguliere’ hulpverlening
niet halen. Die vrijwilligers en zelforganisaties staan aan de
frontlinie, en doen aan nabijheidspolitiek met groepen nieuwkomers:
papieren in orde brengen, taallessen, naschoolse opvanginitiatieven
en ondersteuning voor ouderen met een migratieachtergrond, toeleiding
tot de gezondheidszorg, culturele activiteiten en vorming…teveel om
op te noemen. De praktijk toont een rijke praktijk van beantwoorden
aan bestaande noden, die ver voorbij de eisen gaan van
subsidieverstrekkers en decretale vereisten.

De Brusselse VGC erkent deze
zelforganisaties ook als ‘voorportaal’ van de reguliere
hulpverlening. Ook in Antwerpen en Gent groeit het bewustzijn bij de
reguliere hulpverlening en beleidsmakers over het belang van
zogenaamd outreachend werken: “er zijn” daar waar burgers wonen
en de hand reiken aan burgers die hun leven uitbouwen. Waar de
symbolische erkenning soms doordringt bij overheden, vormt vooral de
financiële erkenning en institutionele omkadering van die
broodnodige vrijwilligersinitiatieven en zelforganisaties een heikel
punt.

De Mangoboom gekapt

Één zo’n bedreigde
zelforganisatie is “De
Mangoboom in Bloei

(Le Mangier en fleurs). De organisatie verzet al 19 jaar bergen
intercultureel vormingswerk in Anderlecht, gedragen door het
engagement van tientallen vrijwilligers van verschillende origine.
Zonder enige structurele financiële ondersteuning investeerde de
voorzitster met haar vrijwilligersteam onvermoeibaar in de zeer
diverse noden van hun Brusselse omgeving via de seniorenwerking, de
huiswerkbegeleiding voor kinderen van de wijk, een voedingsproject in
Congo, de taalateliers, sociale dienstverlening en socio-culturele
activiteiten. Dit voor een groep van honderden mensen van overal:
Congolezen, Nepalezen, Tsjetjeniërs, Roemenen, Pakistanen, Syriërs,
Ghanezen, Rwandezen, Egyptenaren, Marokkanen, Iraniërs, Turken,
Albanezen, Brazilianen, enzovoort.  Afgelopen maand besloot de
Raad van Bestuur echter dat het niet meer haalbaar is om zonder
middelen de Nederlandstalige vleugel van de zelforganisatie verder te
zetten. Dit zou een verlies zijn voor de vele Brusselaars en de
Brusselse welzijnssector. Want deze vereniging is niet de eerste en
zal niet de laatste zijn die bedreigd wordt door de miskenning van
overheidswege.

Vrijwilligers: staken of
kraken!  

Om de boodschap te geven dat
vrijwilligers en zelforganisaties meerwaarde creëren, gaan
vrijwilligers van zelforganisaties, onder
de koepel van Internationaal Comité VZW,
op vrijdag 13 maart 2015 één dag staken. Zo maken ze zichtbaar wat
hun engagement betekent voor de superdiverse samenleving.
Het initiatief is genomen door Brusselse zelforganisaties, maar de
oproep wordt veel breder verspreid, naar zoveel mogelijk
vrijwilligersorganisaties in heel België.

Waarom?
Vrijwilligers ervaren dat ze door politici worden gezien als de
gratis oplossing voor maatschappelijke tekorten in de huidige
besparingscontext. “Vermaatschappelijking van de zorg” of “de
participatiemaatschappij” heet dat in beleidstaal. Vrijwilligers
nemen waardevolle engagementen op en ondersteunen de emancipatie van
burgers met migratieachtergrond, maar mogen niet verantwoordelijk
gesteld worden voor structurele tekorten, zoals het welzijn in de
samenleving, de aanpak van armoede, de mantelzorg, …

Recente rapporten van de VUB over
de rol van sleutelfiguren van zelforganisaties in het
voorportaalproject “PowerCare” en HIVA (“Smalle schouders,
sterke lasten”) wijzen erop dat vrijwilligers letterlijk verdrinken
in het werk. Er is een mismatch tussen wat het beleid afwentelt op de schouders
van zelforganisaties, en de draagkracht van die
organisaties. Omdat de grens is bereikt, geven enkele
vrijwilligerswerkingen via een staking een signaal aan de overheden.
Op een facebookprofiel
worden getuigenissen gepost over het werk als vrijwilliger, over hun
engagement en de grens ervan. Er wordt ook een helpdesk ingericht:
met de tweet
#vrijwilligersburnout en @grevezoucrevez.

De toekomst van de superdiverse
stad ligt in de handen van diegenen die elke dag van onderuit aan de
weg timmeren voor een rechtvaardige en solidaire samenleving in
diversiteit. Onze steden zijn labo’s om samenlevingsexperimenten
en praktijken op te zetten, die de emancipatie van burgers met
migratieachtergrond versterken. Zelforganisaties en vrijwilligers
spelen daarin een belangrijke rol. Overheden moeten hieraan niet enkel
lippendienst maar ook reële ondersteuning bieden.

Pascal Debruyne (Postdoctoraal
onderzoeker, UGent/MENARG)
Marc Jans (KULeuven, Laboratorium
voor Educatie en Samenleving)
Stijn Oosterlynck (Hoofddocent
stadssociologie UA, OASeS)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!