Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Boekrecensie

Bestaat “linkse” vrijheid?

Onder de titel “Het speelveld van de vrijheid” publiceert Jasper Schaaf twee essays over vrijheid en macht. Interessante en urgente thema’s waarmee iedere filosoof-ideoloog te maken krijgt als hij nadenkt over de samenleving. Maar Schaaf schreef geen gemakkelijk boek. Ook is het de vraag of het beantwoordt aan het hedendaagse verlangen naar nieuwe projecten.
dinsdag 10 maart 2015

Jasper Schaaf werd in Groningen geboren, hij is een actief lid van de Socialistische Partij in Nederland (vergelijkbaar met onze Partij van de Arbeid). Hij werd als docent aan de Academie ontslagen omwille van zijn activisme. Zijn recente boek wekt alleen al door zijn titel de belangstelling: Het speelveld van de vrijheid. De tekst kadert in de ambitie van Schaaf om een groter alomvattend boek over Karl Marx’ werk te schrijven. Deze twee teksten zijn een proefschrift om te komen tot een betere en meer definitieve tekst in het latere boek. Schaaf verwacht dat de lezers de tekst bekritiseren. Het tweede essay verscheen reeds in een andere versie in het Vlaams Marxistisch tijdschrift.

Het speelveld van de vrijheid is geen “gemakkelijk” boek. Het leest niet vlot. De schrijver veronderstelt dat je teruggrijpt naar oorspronkelijke teksten van filosofen als Marx, Engels, Spinoza en Feuerbach, om de juiste context en de hoofdstukken waarin de stellingen voorkomen grondig opnieuw te lezen. We staan dus voor een tekstanalyse en exegese, die een boeiende oefening kan inhouden, maar soms een beetje voer voor ingewijden is. In een bibliotheek en op internet zijn de oorspronkelijke teksten wel te vinden, maar je kan je afvragen of je die dan best niet in de oorspronkelijke taal leest. Een hele opdracht, misschien enkel uitvoerbaar voor specialisten en doctorandi. Ik beperk mij bewust tot de essentie en de grote lijnen.

En vergis je niet: het speelveld van de vrijheid is de vlag, niet meteen de lading. Jasper Schaaf geeft het toe in de tekst: “Het speelveld van de vrijheid klinkt veel eenvoudiger dan het is. Zoals zo vaak zet het lidwoord je gemakkelijk op het verkeerde been. Hét communisme, hét socialisme, hét dialectisch materialisme, dé macht en dé vrijheid, het klinkt allemaal zekerder en nauwkeuriger dan het is. Er bestaan uiteenlopende vrij redelijke en zeer onredelijke toepassingen van deze termen. Ook met betrekking tot de speelvelden van de vrijheden zal dit zo zijn. Als we uit terminologisch gemak nu vasthouden aan de metafoor van vrijheid als speelveld, gaat het dus eigenlijk niet om hét speelveld van dé vrijheid.”

Waarover gaan deze twee essays dan wel?

Vrijheid in Karl Marx’ werk

In het eerste essay “Vrijheid in Karl Marx’ werk” onderzoekt Jasper Schaaf de ideeënstrijd tussen Karl Marx en Bakoenin in de eerste internationale. De eerste internationale of de internationale arbeidersorganisatie was een internationaal verbond van socialisten dat in 1864 in Londen opgericht werd. De eerste internationale werd opgedoekt door de ideologische conflicten en de machtsstrijd tussen Marx en Bakoenin.

Voor Marx is 'vrijheid' een abstract begrip dat je moet relateren aan en invullen bij de maatschappijanalyse die je maakt. Vrijheid zal er na de revolutie anders uitzien dan het gebrek aan vrijheid dat Marx vaststelt in de uitbuitingssituatie van de arbeiders tijdens de spectaculaire ontwikkeling van het kapitalisme op het einde van de negentiende eeuw. Maar hoe die vrijheid er concreet zal uitzien, kunnen we voor de “verandering” en de “revolutie” niet invullen. Na de revolutie veranderen we van speelveld: de vrijheid en de macht worden dan op een ander niveau ingevuld.

Karl Marx’ vrijheidsbegrip staat in scherp contrast met het individuele vrijheidsbegrip van de neo-hegelianen. Zij grepen terug naar het begrip 'dialectiek' dat Hegel ontwikkelde, maar waren geen materialisten. Voor hen ging het om de ideeën, als motor voor maatschappijverandering. Marx gebruikte de dialectiek als methode maar vertrok vanuit het historisch materialisme om de oorzaken van de maatschappijverandering te verklaren. Hij heeft het over de collectieve vrijheid van de arbeidersklasse. Bakoenin vindt vrijheid, vanuit hetzelfde marxistisch begrippenkader, een voorwaarde en een onderdeel om tot die nieuwe en utopische maatschappij te komen. Voor Bakoenin is de vrijheid een onderdeel van het verschil in mogelijkheden om te komen tot een echt leven van ontplooiing en bezit.

Deze verschillen tussen Marx en Bakoenin leiden tot de strategische vraag wat je moet doen met de staat: laten uitsterven of afschaffen? Uiteindelijk leidde deze vraag vooral tot de ineenstorting van de Eerste Internationale, niet tot de ineenstorting of het afschaffen van het statennationalisme. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontbrak het daarmee eveneens aan een eenduidig ideologisch antwoord op het nationalisme, waardoor de arbeidersklasse verdeeld werd tussen internationalisme en nationalisme. Jasper Schaaf stelt enkel vast dat de twist tussen Marx en Bakoenin een spijtige zaak was.

Het speelveld van de vrijheid

In het tweede essay “Het speelveld van de vrijheid” vergelijkt Jasper Schaaf Spinoza en Marx inzake het vrijheidsbegrip, de begrippen ‘macht’ en ‘menigte’. Voor Schaaf is vrijheid precies een schaakbord waarop gespeeld wordt tegenover de macht en de resultante is vrijheid. Daarbij hebben mensen die zich verenigen meer rechten dan individuen, volgens Spinoza. Spinoza was een radicaal filosoof uit de zeventiende eeuw, die het bestaan van God en de Bijbel in twijfel trok. Hij baseerde zich op de rede, niet op de Bijbel of het geloof. Spinoza hield een sterk pleidooi voor de geleidelijke invoering van de democratie, waarbij de burgers een rol toebedeeld krijgen bij het nemen van beslissingen. Dit is een progressief en gedurfd standpunt in die periode.

Maar eerst moet Schaaf Antonio Negri als irritant en intrigerend betitelen. Schaaf kan niet omgaan met de netwerking die Negri ophemelt en de nieuwe sociale bewegingen die Negri als antwoord ziet op de onrechtvaardigheid en hoe jongeren daarop reageren. Negri is ervan overtuigd dat er plots een vonk zal ontstaan waardoor de verandering naar een nieuwe maatschappij zich zal realiseren. Jasper Schaaf vindt dat we daar niet moeten op wachten maar ondertussen wel iets moeten ondernemen. Sartre krijgt eveneens een veeg uit de pan omwille van zijn “anarchistische” karaktertrekken. Na Bakoenin moeten ook de actuele anarchisten eraan geloven. Jasper Schaaf onderschat de indignados en nieuwe politieke partijen als Podemos. Hij gelooft enkel in een nieuwe massapartij die de leiding van de verandering neemt.

Niet verwonderlijk: Jasper Schaaf was een overtuigd lid van de voormalige Nederlandse Communistische Partij en zit nu dus bij de Socialistische Partij. Zijn conclusie is dan ook: “De dynamiek van het speelveld van de vrijheid is op kleine en grote schaal onder meer van macht afhankelijk. Wil deze echt op vrijheid gericht zijn, dan is deze ondenkbaar zonder werkelijk massale maar ook veelvormige democratische organisatie. Mensen ‘in hun vereniging’. In een tijdperk van morele versplintering ligt hier een grote opgave op een gedifferentieerd speelveld.”

Onvoldoende antwoord

Het is duidelijk dat Marx’ vrijheidsbegrip kan vergeleken worden met de “hemel“ in de ideale socialistische maatschappij. Jasper Schaaf heeft het in zijn tekst over het andere schaakbord, na de revolutie. Het blijft een lacune in de wetenschappelijke analyse van Marx, waardoor de kritiek op het reële socialisme in de USSR en China vrij gemakkelijk bleef. Het feit dat Marx geen argumenten ontwikkelde over eventuele overgangsfases tussen het kapitalistisch economisch systeem en de ideale socialistische samenleving zorgt er immers voor dat elk systeem als totalitair en autoritair bestempeld wordt. Dus zonder individuele vrijheid.

Jammer, maar ook Jasper Schaaf blijft steken in een dialectische benadering waarbij vrijheid in het rood gekleed gaat. Het vrijheidsbegrip wordt collectief ingevuld en individueel afhankelijk gemaakt van de vooruitgang van de revolutionaire situatie op weg naar een utopisch socialisme. In een tijd waar het sterke appel van individualistische vrijheidsaspiraties is dit antwoord onvoldoende om mobiliserend voor een nieuw project te kunnen werken.

Jasper Schaaf: Het speelveld van de vrijheid. Marx, Spinoza: overwegingen over vrijheid en macht. Uitgeverij Damon, Best. ISBN 978 94 6036 193 7

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

5 reacties

  • door hem day op dinsdag 10 maart 2015

    Uw recensie is in zekere zin ook voor ingewijden. De sprong van Spinoza naar Negri valt helemaal uit de lucht voor lezers die niet weten dat Negri over Spinoza geschreven heeft. Hetzelfde geldt voor het plotse opduiken van Sartre. Trouwens, wat zijn die "anarchistische" trekken van Sartre? Ik ken geen enkele anarchist die het Stalinistische regime zou verdedigen zoals Sartre. Zeker Camus niet. Verder weet ik niet goed wat u onder "actuele anarchisten" verstaat. De indignados-beweging bestaat niet alleen uit anarchisten en politieke partijen zijn per definitie niet anarchistisch. Wel duidelijk is dat Schaaf de voorkeur geeft aan autoritair communisme in de lijn van Marx. Nog drie opmerkingen om te eindigen: 1) Marx' vrijheidsbegrip komt eerder overeen met de "hemel" in de kapitalistische maatschappij. In een ideale socialistische maatschappij zou die vrijheid nl. werkelijkheid zijn. 2) U schrijft "het reële socialisme in de USSR en China". Het bolchevisme, stalinisme en maoïsme waren reëel, ja, maar ze waren geen socialisme. 3) Marx voorzag de "dictatuur van het proletariaat" als overgangsfase naar een staatloze socialistische maatschappij, maar daar is voldoende kritiek op gekomen vanuit anarchistische hoek.

  • door Joris Note op dinsdag 10 maart 2015

    Ik reageerde al eens eerder op een boekbespreking van deze auteur ( http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2015/02/06/zwijg-geen-overwinning-op-de-dood), en opnieuw komt het woord 'onbeholpen' bij me op - maar eigenlijk is dat te vriendelijk. Hij weet blijkbaar nauwelijks iets over de dingen die ter sprake komen, en zijn taalgebruik is schabouwelijk. Bij de slotalinea viel ik van mijn stoel.

  • door Bertje op woensdag 11 maart 2015

    Bestaat “linkse” vrijheid? Het antwoord is nee. Linkse bestuursvormen zullen altijd en onvermijdelijk leiden tot een verlies aan vrijheid. Communistische regimes van welke strekking dan ook zijn daar een mooi bewijs van. Ze ontaarden onvermijdelijk in autoritaire regimes, met politieke gevangenen, onvrije pers, censuur, spionage op de eigen burgers, geen vrijheid van meningsuiting, en in sommige gevallen sluiten ze de burger werkelijk op in een openluchtgevangenis met muren zoals de Berlijnse of met een ijzeren gordijn.

    Ook de sociaal-democratie, zeg maar communisme-light, of de verzorgingsstaat blijkt tot onvrijheid te leiden. Een inhalige overheid heeft in de naam van de burger massieve schulden aangegaan. Ze hebben ons allen tot schuldslaven gemaakt. Niet lang geleden was het kostwinnermodel de norm en voldoende om een comfortabel leven te leiden. Nu zijn mensen verplicht om met 2 uit werken te gaan, en dan nog schiet niet genoeg geld over om een werkman in het wit in te huren à €45 per uur. Het is geen toeval dat de overheid nu ook massaal op onze privacy begint in te hakken. De staat wil weten hoeveel je bezit, waar je rekeningen aanhoudt, wat je met je geld doet. Is er iemand die gelooft dat de NSA zo massaal spioneerde op de eigen bevolking, enkel om terrorisme tegen te gaan? Uiteraard niet. De VS overheid wil weten wat de burgers doen, en dan vooral met hun geld. De VS hebben een knoert van een deficit. Obama heeft elk jaar van zijn administratie 1.000 miljard dollar toegevoegd aan de overheidschuld, zodat die nu ook boven de 100% staat. Die schuld verzinkt echter in het niets bij de uitstaande verplichtingen in de US social security, zie http://www.usdebtclock.org/ , US unfunded liabilities.

    • door hem day op woensdag 11 maart 2015

      Als u iets over het onderwerp had geweten - u lijkt er nog minder van af te weten dan de auteur van deze recensie -, dan had u ingezien dat "communistisch regime" in contradictio in terminis is. Het is duidelijk dat u Marx, Bakoenin en anderen nooit gelezen heeft. Het enige wat u doet is (met opzet?) de onzin herhalen die u in de mainstream media hoort over "het communisme". Feit is dat het echte communisme nooit heeft bestaan. Bolchevisme, stalinisme, maoïsme, etc., zijn geen communisme, net omdat ze de vrijheid van mensen beknotten. Dat hebben ze trouwens in gemeen met het kapitalisme én met de door Marx noodzakelijk geachte overgangsfase naar het echte communisme die hij de "dictatuur van het proletariaat" noemde. (Daar ligt het verschil met de libertaire communisten zoals Bakoenin die deze overgangsfase verwerpen. Bakoenin had nl. voorspeld dat zo'n fase zou leiden tot het bolchevisme.) Het echte communisme is bovendien een staat- en regeringsloze maatschappijvorm. Ik zeg niet dat u een voorstander van dat echte communisme moet zijn, maar alstublieft, informeer u door primaire bronnen te raadplegen voor u erover begint.

      • door Bertje op donderdag 12 maart 2015

        Het communisme heeft bestaan onder vele vormen, in alle continenten, in verschillende culturen. In al zijn gedaanten heeft het geleid tot onvrijheid, onderdrukking en armoede. Verstokte aanhangers zoals u blijven beweren dat geen enkele van die verschijningsvormen het echte communisme was. Want in het echte communisme komt geen onvrijheid, onderdrukking en armoede voor. Mijn conclusie is dat het echte communisme niet bestaat, behalve in de hoofden van utopisten zoals u zelf.

        Onlangs sprak ik met een vrouw van Wit-Russiche afkomst. Behalve het monteren en demonteren van een Kalashnikov leerden de kinderen in haar tijd op school ook andere zaken. Dat het sociaal-politiek systeem van Wit-Rusland destijds geen communisme was, maar socialisme, dwz een overgangsvorm. Alle maatschappelijke kwalen of beperkingen kwamen daaruit voort. Het perfecte communisme was nog niet bereikt, maar men was wel onderweg daar naartoe. Bvb. nu is het nog nodig om te betalen op restaurant (ze bedoelde het staatsrestaurant met zijn saaie kost en onvriendelijke bediening). Later in het echte communisme zou geld niet meer nodig zijn. Je zou gewoon op restaurant kunnen gaan, eten, en daarna mogen doorgaan zonder te betalen. Voorwaar een mooi toekomstbeeld. Gelooft u zelf ook graag in dergelijke sprookjes?

      Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties