about
Toon menu
Analyse

V van Varoufakis: waarom we best goed luisteren naar de Grieken

Jan Blommaert was in Athene voor de begeleiding van een studieproject aan een Griekse universiteit. Volgens hem doen we er goed aan te luisteren naar wat de Grieken ons te vertellen hebben.
dinsdag 3 maart 2015

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Op 25 januari van dit jaar won Syriza de verkiezingen in Griekenland met een programma van radicale breuk met het verleden. Vijf jaar “austeriteit”1 – de zogenaamde Griekse crisis brak uit in 2010 – hadden het land naar de afgrond gebracht. Sinds 2012 gold een “Memorandum of Understanding”, getekend tussen de Griekse regering en de Troika (Europese Commissie, Europese Centrale Bank en IMF) dat, in de concrete feiten, een volledige volmacht schonk aan die Troika om in Griekenland zowat alle beleid concreet uit te tekenen en op te leggen aan de regering.

Het Griekse parlement, haar regering en haar volk werden volledig onder curatele geplaatst (zie de links onderaan voor relevante teksten in dit verband). Technocraten uitgestuurd door drie onverkozen organen, schreven woordelijk de wetten die dan in het parlement, doorgaans door middel van het Griekse equivalent van volmachten, werden goedgekeurd. Syriza en andere oppositiepartijen hebben daartegen van bij aanvang met de grootste klem geprotesteerd, want deze Troika-cratie was een overtreding van de Griekse grondwettelijke bepalingen inzake soevereiniteit. De EU liet zich aan dit detail niets gelaten: Griekenland was lid van de EU en de Eurozone, had het memorandum ondertekend, en moest zich verder maar van commentaren onthouden.

De gevolgen ervan zijn welbekend: de maatregelen van de Troika leidden tot een crisis van nooit geziene omvang sinds de grote crash van 1928, en de Griekse politieke klasse ging eraan ten onder. Griekenland zit opgezadeld met een crisis die de structuur van een octopus heeft en begint bij haar publieke schuld en begrotingsstructuur, verder loopt naar enorme werkloosheid, dualisering met extreme armoede en emigratie tot gevolg, de afbouw van publieke voorzieningen en uitkeringen, desinvesteringen en “solden”-verkoop van publieke eigendommen, een fiscaliteit waarin een minderheid van de mensen effectief belastingen betaalt, een internationaal vertakt systeem van politieke en economische corruptie, en een volledig verval van de democratische legitimiteit van de overheid.

Toen Syriza de verkiezingen won, was het, eigenaardig genoeg voor velen, het thema democratie dat centraal stond in haar retoriek. Griekenland moest uit de crisis komen door z’n democratie terug te herwinnen en centraal te stellen. In wat volgt wil ik deze voor velen eigenaardige wending toelichten, en en cours de route de grond van de discussies tussen de Eurozone en Griekenland uitspitten. In de internationale pers is het motief van democratie immers grotendeels onopgemerkt voorbij gegaan, terwijl het niet enkel cruciaal is om het Griekse standpunt te begrijpen, maar ook als een element in een ruimere sociale mobilisatie tegen austeriteit.

Het theater van Brussel

We hebben in de rest van Europa met een visadempje gekeken naar het spektakel in de tweede en derde week van februari dit jaar, toen de nieuwe Griekse regering haar voorstellen voor verdere samenwerking met de Eurozone moest bespreken met de Ministers van Financiën van die groep, geleid door de Nederlandse pvda-er Jeroen Dijsselbloem. In die week werd meteen ook een nieuwe rockster-politicus geboren: Yanis Varoufakis – held, schurk, sexsymbool, intello, arrogante schoft, lifestyle en kleding goeroe, welbespraakt theoreticus, hij is het allemaal. De EU heeft na vele jaren zonder grote publieke figuren nu plots een charismatisch centrum, en dat centrum komt uit … Griekenland.

Varoufakis speelde het spel van bij aanvang niet volgens de regels van de anderen. Zijn kledij – geen stropdas maar wel een modieus jasje met opgezette kraag – lijkt bijzaak, maar werd door zowat alle anderen prompt als een provocatie ervaren. En dat was nog klein bier in vergelijking met de voorbereidende documenten die hij via zijn Twitteraccount meteen lekte naar al wie ze bekijken wilde.

Enerzijds vanuit het standpunt van transparantie (“hebben we dan iets te verbergen voor het publiek?”), wat gegeven de achtergrond van corruptie en vriendjespolitiek geen detail is, en anderzijds als een middel om zichzelf te beveiligen tegen allerhande ver-van-de-feiten interpretaties kregen we de werkdocumenten, eerste versies en discussienotities te lezen die in de regel netjes in de vergadermappen blijven. We zagen daardoor heel snel twee dingen.

Eén: de Eurozone wenste eenvoudigweg de voortzetting van het gehele plan, incluis de uitvoeringsmechanismen ervan (concreet: de autoriteit van de Troika), zoals afgesproken met de vorige Griekse regering. Onze eigen Minister Van Overtveldt was daarover meteen één van de eloquentste bronnen. Hij liet langsheen alle kanalen weten dat het niet uitmaakte voor welke partij de Grieken hadden gekozen want de lijnen lagen vast, en elke andere marsrichting dan degene die door de Troika was opgelegd, was onbespreekbaar. Geen Kracht van Verandering in Griekenland met andere woorden, zeker niet als ze van links zou komen.

Dit was zijn standpunt na de nu al historische persconferentie met Dijsselbloem en Varoufakis in Athene in de laatste dagen van januari. Varoufakis reageerde toen op de vraag of Griekenland de samenwerking met de EU zou verderzetten met een duidelijke uithaal naar de Troika: ja, we zullen onderhandelen en samenwerken met officiële partners, maar niet met een orgaan waarvan het Europees Parlement zegt dat het onzorgvuldig is opgevat. Dijsselbloem trok wit weg, was hevig ontdaan door zoveel arrogantie en mompelde tegen Varoufakis “you just killed the Troika”. Hij voelde zich varoufucked.

Twee: de Grieken zelf beklemtoonden het belang van nieuw beleid dat getrokken werd door de nationale regering en democratisch gedragen werd. Dit punt werd constant beklemtoond: een Grieks probleem zal worden opgelost door de Grieken, in overleg met anderen – en dat is iets anders dan “op bevel van” anderen. De (gelekte) toespraak van Varoufakis tijdens de vergadering van de Eurogroep van 11 februari (de eerste kennismaking van de gehele Eurogroep met Mister V) bevat een passage die van absoluut belang is:

ScreenHunter_157 Mar. 02 12.25

Varoufakis zegt hier dat het verzekeren van een surplus op de begroting (om rente af te betalen en schuld af te bouwen) het afgesproken doel blijft van de Grieken. So far so good. Maar hij voegt er onmiddellijk aan toe dat de concrete manieren waarop dit surplus zou worden gerealiseerd, door de Grieken zelf zouden worden ontwikkeld en door de Griekse bevolking zouden moeten gedragen worden: “owned by the people”.

Het “nieuwe contract” tussen Brussel en Athene zou dus enkel nog continuïteit vertonen inzake de algemene opdracht en doelstelling – het verzorgen van een overschot op de begroting om aan de financiële verplichtingen van Griekenland te voldoen. Maar wat al het andere betrof, zou het de zaken op een heel andere, onafhankelijke manier spelen. De tijden waarin Troikamedewerkers afgewerkte wetsontwerpen doorgaven aan Griekse ministers, die ze dan vlug-vlug naar het parlement brachten ter goedkeuring: die tijden waren voorbij.

Technisch tussendoortje: soevereiniteit en subsidiariteit

We zien de band met democratie al helder in de standpunten van Varoufakis. Terwijl voor Dijsselbloem, Van Overtveldt en anderen het blijkbaar geen enkel verschil meer uitmaakt welke kant verkiezingen opgaan (en de keuze van burgers tijdens democratische verkiezingen dus nul en generlei belang meer lijkt te hebben) beklemtoont Varoufakis dat de nieuwe Griekse regering haar mandaat moet waarmaken en het beleid moet voeren dat door het electoraat is aangegeven. Het is vreemd toch dat zoiets in de EU vandaag controversieel lijkt.

Eurocraten verklaren het controversiële karakter daarvan door te wijzen op de subsidiariteit. Pacta sunt servanda – getekende akkoorden zijn bindend, zo luidt het, en de Europese muntunie heeft een byzantijns netwerk van bevoegdheden geschapen dat bijzonder complex in elkaar zit, met delen die ten laste van de nationale regeringen vallen en delen die het domein zijn van gemeenschappelijk overleg. Men wijst dan ook graag op het feit dat de vraag naar soevereiniteit “iets genuanceerder” is dan de meeste mensen denken.

“Iets genuanceerder” is een handige term die suggereert dat enkel de eigen interpretatie de juiste is. En wie nu even de literatuur naslaat over de ingewikkelde relatie tussen soevereiniteit en subsidiariteit in de Unie, merkt dat het simpelweg over een schemerzone gaat: tal van zaken worden gewoonweg niét specifiek bepaald, maar blijven in de lucht hangen. Ze worden door de concrete gang van zaken een fait accompli – “zo doen we het nu eenmaal” – of door machtsspelletjes in één bepaalde richting gedwongen.

De wijze waarop de Troika optreedt als proxy van de EU bijvoorbeeld, is bijzonder betwistbaar in het licht van de bepalingen van het Europese Verdrag; evengoed als de manier waarop sinds 2012 een soort “consensus” heerst in de Eurozone die men “pooling of sovereignty” noemt (“het bijeenbrengen van sovereiniteit”). Deze komt erop neer dat landen zonder verder schrijf- of stemwerk een deel van hun macht afstaan aan hogere instanties voor de controle over begrotingen en zo meer. “Pooling of sovereignty” is dus in realiteit “reduction of sovereignty” – iets wat in zowat alle deelnemende “poolende” landen rechtstreeks allerhande grondwettelijke problemen oproept. Noteer, zoals gezegd, dat Syriza en andere partijen net daarom groot grondwettelijk bezwaar aantekenden bij het Memorandum van 2012.

De zaak wordt doorgaans eenvoudiger wanneer men de basisbeginselen van het Europese Verdrag bekijkt (link beneden). De algemene bepalingen in deze teksten overwegen steeds op latere bepalingen. En uit die algemene bepalingen halen we zaken zoals:

  • (i) de Unie is er een van gelijken; 
  • (ii) wordt bepaald door de beginselen van de rechtsstaat (iedereen gelijk voor de wet), 
  • (iii) besluitvorming gebeurt door overleg (incluis her-onderhandelingen) en consensus, niet door dwang of druk; 
  • (iv) via democratisch verkozen organen op lidstaatniveau en het niveau van het Europees Parlement, en – let goed op –
  • (v) met als ultieme finaliteit het scheppen van een ruimte waarin economische en sociale vooruitgang samen moeten gaan in een “sociale markteconomie” die maximale tewerkstelling inhoudt, rechten aan werkenden geeft en een sociaal vangnet in stand houdt voor de minder gelukkigen. Wanneer handelingen hiermee in strijd zijn, dan overtreedt de Unie haar basisbeginselen en moet ze worden teruggefloten.

Ik heb een sterk vermoeden dat Tsipras, Varoufakis en anderen een bijzonder grondige lezing hadden gedaan van deze Europese teksten vooraleer ze hun plannen bekend maakten. Ze legden de vinger immers consistent op die schemerzones waarin institutionele onduidelijkheid en fait accompli heersen, maar die vanuit een ernstige lezing van de algemene bepalingen van de Europese verdragen onverdedigbaar zijn.

Simpel gesteld: ze eisten zaken die, indien de EU zich er tegen had verzet, de brutale machtspolitiek en het diepe democratische deficit van de Unie hadden blootgelegd. De concrete werking van de Troika bijvoorbeeld – een parallel systeem van wetgeving uitgevoerd door niet-verkozen (zelfs niet-EU-) organen waarvoor parlementen als schaamlapje gehanteerd worden – is onmogelijk te verdedigen in het licht van de geest van de Unieverdragen. Ook het opleggen van maatregelen bij afwezigheid van consensus (“pacta sunt servanda”) na een verkiezing die een diepe koerswijziging meebracht, is delicaat, want wie dit nu hard wenst te maken riskeert dezelfde behandeling vanwege de EU later. En er is geen enkele partij die graag verkiezingen ingaat met de boodschap “stem voor mij want ik voer gewoon uit wat de EU dicteert”.

Twee brieven

Op de Eurozone top van 16 februari in Brussel onderstreepte Varoufakis al deze zaken, en hij deed er nog eentje bovenop. Hij stelde dat hij onder geen beding een voortzetting wenste van het huidige model, dat dan maar naar een “successful conclusion” moest worden gebracht, omdat hij zich niet wenste vast te pinnen op een belofte die hij niet kon houden. Concreet: de doelstellingen in het bestaande plan waren van een zodanig surrealistische aard (een surplus op de begroting van 4,5 procent) dat ze enkel te behalen zouden zijn via een nog verder gaande aanslag op de modale Griekse bevolking en haar levensstandaard, en daartoe was hij niet bereid.

Het was alweer een boodschap die kon tellen, want ze kwam erop neer dat de austeriteitsrecepten van de EU en haar Troika op geen enkele wijze de crisis oplosten, maar die crisis integendeel nog verdiepten. De aanpak was dus failliet. De anderen waren not amused.

Waarom failliet? Wel, zo argumenteerde Varoufakis, omdat er een heel ander type “structurele hervormingen” moesten worden doorgevoerd in Griekenland dan degenen die de EU en de Troika doorgaans hanteerden. Geen “hervormingen van de arbeidsmarkt” en radicale afbouw van de welvaartsstaat en even radicale doorbouw van de minimale staat.

Wél een radicale “opkuis” van de Griekse samenleving door middel van een behoorlijk heftige tax-shift waarbij ook de rijken hun deel zouden betalen, het serieus aanpakken van fiscale fraude en corruptie op alle niveaus, het versterken van het overheidsapparaat dat deze zaken in de gaten zou moeten houden, het stimuleren van publieke uitgaven in infrastructuur en tijdelijke tewerkstelling, en het weghalen van alles wat consumptie verder afremt – geen BTW-verhoging dus – samen met het verhinderen van een verdere verarming van de bevolking.

Om dat alles in de stellingen te krijgen, vroeg Griekenland een minimale cashflow oplossing die hen zes maanden verder zouden brengen. In die zes maanden zou er een lawine aan wetgevend werk gebeuren waarmee de fundamenten van dit nieuwe en gezonde Griekenland werden gegoten. Immers, zo had Varoufakis al enkele keren uitgelegd, Griekenland zag men best als een junkie die verslaafd was aan de continue “shots” van geld van de EU en anderen, maar die door iedere nieuwe injectie steeds zieker en zwakker werd.

Enkel “cold turkey” kon helpen: dat zieke staatssysteem aanpakken dat door iedere nieuwe injectie geld meer dualisering, meer corruptie en meer afbouw van het eigen patrimonium te slikken kreeg. De EU moest dus geen nieuw geld geven, wel een kortstondig kaskrediet, want de bedoeling was om zo snel mogelijk de afhankelijkheid van dat externe geld af te bouwen en er met eigen middelen bovenop te komen.

Hoe? Door een versterking van de staat en door een verhoging van de inkomsten van de staat – niet door een verlaging van de uitgaven en het verpatsen van de eigendommen ervan. Het ging hier – en let op de verwoording – om “substantive, far-reaching reforms that are needed to restore the living standards of millions of Greek citizens through sustainable economic growth, gainful employment and social cohesion.” De afbetaling van schulden (het doel van de EU) heeft een compagnon gekregen: het verbeteren van de levenskwaliteit van de modale Griekse burger.

Het briefje waarmee Varoufakis deze voorstellen overmaakte aan de Eurozone werd ijskoud onthaald. Er kwam geen gemeenschappelijk communiqué, want de Griekse “njet” om gewoon verder te doen met het bestaande werd gezien als een daad van zeer onbehoorlijk bestuur en extreme arrogantie.

De Duitse Minister van Financiën Schäuble bekloeg de Griekse bevolking die opgezadeld zat met een “onverantwoordelijke” regering. Hij voegde eraan toe dat de Griekse plannen om het minimumloon te verhogen geen zaak waren van de Grieken alleen en dus niet zomaar door een nieuwe coalitie konden beslist worden zonder goedkeuring van, onder andere, hemzelf. Ook Van Overtveldt – rara – vond dat het tijd werd “dat de Grieken begonnen te luisteren” naar wat hun opdrachtgevers hen oplegden. Griekenland kreeg enkele dagen de tijd om een volledig voorstel uit te schrijven en over te maken aan de Eurozone.

Dit gebeurde op 24 februari in een zes bladzijden lange brief van Varoufakis. Daarin lezen we dat een Tax Shift het voornaamste instrument is waarmee Griekenland zijn financiële gezondheid wil herwinnen. De cultuur van de uitzonderingen (er schijnen er nogal wat te zijn) en de privileges voor grote kapitalen en buitenlandse investeerders worden aangepakt, want de nieuwe fiscale cultuur moet gebaseerd zijn op sociale rechtvaardigheid, koopkrachtverhoging (bijvoorbeeld via BTW-hervormingen) en een transparante en rechtszekere verhouding tussen overheid en belastingplichtige. Piketty in actie, zouden we zeggen.

Ook het deel over de controle over de uitgaven van de staat is prettig om lezen. De Griekse overheid gaat haar uitgaven saneren door alle mogelijke achterpoortjes te sluiten – geen royale onkostenvergoedingen en luxewagens meer, geen “speciale toelagen” voor deskundigen en andere adviseurs, het verlagen van de dagelijkse uitgaven van ministeries, en zo voort. Ook hier is het middel de grote kuis, het wegwerken van bestaande wantoestanden die vele, vele miljoenen kosten.

Dit gaat gepaard met een behoorlijk radicale aanpak van corruptie van hoog tot laag in de samenleving, waarbij geen enkele actor ontzien kan worden. Dus ook geen buitenlandse actoren. In de daaropvolgende dagen werd dit gevolgd door een besluit van de regering waarin het aan een aantal grote bedrijven, waaronder Siemens, verboden wordt nog mee te dingen naar Griekse overheidsopdrachten, wegens bewezen (zij het doodgezwegen) corruptie uit het verleden.

Over de zaken die de Troika zo belangrijk vindt – privatiseringen en de “structurele hervormingen” van de arbeidsmarkt – blijft de Griekse regering op de oppervlakte. Uitgevoerde privatiseringen blijven onaangetast – iets wat door de internationale pers werd gezien als een pijnlijke nederlaag van Syriza, terwijl dit in de correspondentie met de EU zelfs niet werd gesuggereerd – maar de nog lopende privatiseringen worden herbekeken vanuit het standpunt dat de staat een behoorlijke prijs moet krijgen voor de verkochte waar.

De solden in Griekenland zijn voorbij. En tegen die formulering kan zelfs het IMF moeilijk protesteren, want inkomsten uit privatiseringen waren belangrijk in de Troika-strategie. En de arbeidsmarkt? Daar zal worden gestudeerd, nagekeken en overlegd met iedereen (zelfs – stel je voor – met de ILO, International Labor Organization). Dus dié “structurele hervormingen” gaan op de lange baan. Bekijk even de slimme formuleringen in deze passage, waarin de regering aankondigt dat ze weliswaar naar “economische realiteiten” en “competitiviteit” zal kijken, maar het minimumloon toch zal optrekken, en de lonen bovendien binnen een systeem van collectief overleg zal blijven bepalen (ik hoor Van Overtveldts tanden tot hier knarsen).

ScreenHunter_158 Mar. 02 15.12

De tekst van Varoufakis, die als formeel doel heeft een oplossing aan te reiken voor een schuldenprobleem, eindigt uiterst merkwaardig met een katern over de “humanitaire crisis” in Griekenland. Ook het aanpakken van dié crisis is een onderdeel van het oplossen van de schulden. De drugsverslaafde moet niet enkel afkicken, maar ook weer gezond worden.

Deze merkwaardige tekst, die op geen enkel punt fundamentele wijzigingen aanbracht aan de eerdere tekst en perifere communicaties daarover, werd unaniem goedgekeurd door de Eurozone, zij het met een looptijd van vier in plaats van zes maanden (zodat de linkse Grieken rond de periode van de Spaanse Podemos-verkiezingen weer de gang naar Canossa moeten doen, zo denkt men). Dat gebeurde met bijzonder norse gezichten, want de Grieken hadden een klinkende overwinning geboekt.

Hoe? Wel, ze hadden de eerder besproken schemerzones uitgebuit waardoor de EU tot de bevinding was gekomen dat er formeel moeilijk een verbod kon worden uitgesproken over wat de Grieken voorstelden. En twee, het machtsspelletje werkte evenmin. De Griekse regering had enkele dagen tevoren via een opiniepeiling een verbluffende 80 procent van de bevolking achter zich gekregen. Volgens insiders werden tijdens de gesprekken ook de terugbetaling van de Duitse oorlogsschuld aan Griekenland (iets wat volgens een verdrag uit 1953 na de Duitse eenmaking zou moeten gebeuren, maar nooit is uitgevoerd) en een aantal fraude- en corruptiegevallen met betrokkenheid van andere lidstaten vermeld. Wat niet plezant is, nemen we aan.

Wie ook niet geamuseerd leek, was IMF-baas Christine Lagarde. In een briefje aan de Eurozone liet ze weten dat ze wel wat goeie dingen zag in de brief van Varoufakis, maar “details” miste inzake de prioritaire actiepunten van het IMF – arbeidsmarkthervorming en zo meer. Mevrouw Lagarde was inderdaad gewend geraakt aan het lezen van concrete, lijvige en gedetailleerde wetsontwerpen uit Griekenland, opgesteld door haar IMF-technici en klaar om door te geven aan de Griekse Eerste Minister. Nu moest ze het met veel minder doen: een beleidsplan dat de Grieken zélf zouden uitwerken, stel je voor.

Wat is er gerealiseerd? Het belang van herdefinitie

In elk geval, de Eurozone heeft nu een “austeriteitsplan” goedgekeurd dat fundamenteel afwijkt van de doctrine inzake austeriteit die tot nu toe, en al jaren, haar waarmerk was.

1. Het plan is gebaseerd op een geheel andere economische theorie.

De EU-doctrine tot nu toe was eenvoudigweg wat men “supply-side economics” noemt, een theorie waarin bedrijven, hun winsten en de groei daarvan het centrale gegeven zijn. Crisis wordt bestreden door de winsten van private kapitalen te verhogen. De Griekse aanpak is daarentegen gebaseerd op wat men “neo-Keynesianisme” of “welfare-state economics” noemt. Hierin staat de consument centraal.

In de eerste theorie is ongelijkheid een vaste waarde; in de tweede staan het tegengaan van extreme verschillen tussen arm en rijk en het tegengaan van verregaande verarming onder de bevolking centraal. In het eerste model is de staat eerder een obstakel dan een hulp, en moet de staat gereduceerd worden tot enkel dat wat de private ondernemingen niet kunnen (of willen) doen; in het tweede model is de staat een centrale partner en actor in het economische spel.

Het debat tussen supply-siders en neo-Keynesianen is al sinds het begin van de crisis in 2008 volop aan de gang. Hoewel de post-Keynesianen zelden de bovenhand halen zijn ze dank zij de uitstraling van mensen zoals Piketty, Krugman, Stiglitz en Galbraith bijzonder populair aan het worden.

Varoufakis, zelf een academisch econoom, is in zijn loopbaan van het ene naar het andere kamp overgegaan, en kan zich daardoor verzekeren van de steun van al deze coryfeeën – James Galbraith was deel van zijn onderhandelingsploeg in Brussel (en merk op dat Piketty het Spaanse Podemos adviseert). Het akkoord van de Eurozone (incluis rabiate supply-siders zoals Van Overtveldt) voor een neo-Keynesiaanse theorie is dan ook groot nieuws, want plots is er wel een alternatief qua economisch model voor de aanpak van de crisis. De theorie van de crisis en haar aanpak zijn dus geherdefinieerd.

Het is amusant om te zien dat Varoufakis er in zijn toespraak tot de Eurozone fijntjes op wijst dat de Griekse voorstellen wel eens wat ruimere relevantie zouden kunnen hebben, en dat andere Eurolanden misschien goed zouden moeten kijken en luisteren naar wat de Grieken met hun crisis doen. Ik kan me de razernij bij de supply-siders levendig inbeelden.

2. Wat ook geherdefinieerd is, is de politieke definitie van de crisis zelf.

Het kan een detail lijken, maar Varoufakis is erin geslaagd datgene wat tot nu toe werd gezien als een “economische” crisis te reduceren tot een financiële crisis. Om het belang daarvan aan te geven moet ik even een wat ruimer plaatje schetsen.

Sinds 2008 lijkt men ervan overtuigd dat “economie” niets te maken heeft met “democratie”. “Democratie is een universum op zichzelf dat aan heel andere wetten beantwoordt dan die van onze parlementen – “natuurwetten” hoort men vaak, al blijken die natuurwetten in realiteit te worden bepaald door bookmakers zoals de new Yorkse rating bureaus. Daardoor is “economie” ook niet langer iets wat door verkozen regeringen via politiek beleid kan worden beheerd; het moet via management door experten worden geleid – de Troika is er een prima voorbeeld van.

Op zich is dit al heel problematisch – economie was en is altijd door-en-door “politiek”, sinds Adam Smith aangaf dat een economie slechts zin heeft in zoverre ze de algemene welvaart en het welzijn van de samenleving verhoogt. Het wordt echter nog problematischer wanneer we kijken naar de praktijk van “economisch” beleid. In de feiten blijkt immers alle beleid potentieel “economisch” te zijn: de lonen, uitkeringen en systemen van sociale zekerheid uiteraard, evenals de opvang(on)mogelijkheden voor werklozen, armen en zo meer.

Maar ook het beheer door de overheid van z’n eigen personeel (ambtenaren, leerkrachten, militairen, politie, brandweerlui), hun lonen en de omvang van hun korps, de prijs van consumptiegoederen, de aanslagvoeten in het fiscaal systeem, het niveau van de BTW, de huurprijzen, de kortingen die bedrijven hiervoor kunnen krijgen, de structuur van het onderwijs op alle niveaus, het behoud of afbouwen van een nationale omroep en pers, het systeem van milieuvergunningen en bouwvergunningen: Al deze dingen worden, bijvoorbeeld door de Troika, onder de noemer van “economisch” beleid gevat, want al deze dingen zullen wel op de ene of andere manier een effect hebben op wat men “het investeringsklimaat” noemt, of “het vertrouwen van de markten” of “de investeerders”.

Het is via die semantische trechter-structuur dat alle beleid in Griekenland “economisch” werd genoemd en dus uit handen werd gehaald van verkozen organen, om het aan onverkozen technocraten te geven die nu plots het recht lijken te hebben om rond al deze dingen gedetailleerd – maar door niemand gesteund of verdedigd – beleid uit te tekenen en te doen goedkeuren. Het handige gebruik van de term “economisch” blijkt het perfecte instrument voor het afschaffen van de democratie.

De zaak herdefiniëren als “financieel” is dus helemaal geen detail. In tegenstelling tot “economisch”, waarvan we hebben gezien hoe rekbaar het is, is “financieel” een vrij precies begrip. Het gaat over afrekeningen en balansen, over boekhouding. En Griekenland is best bereid samen te werken met de EU, de Europese Centrale Bank en het IMF (afzonderlijk) om de Griekse boekhouding te laten controleren – dat is eerder overeengekomen en de Grieken houden zich eraan. Maar die organen hebben niet langer de bevoegdheid om “economisch” beleid in Griekenland te sturen; dat zullen de Grieken zelf wel doen.

Een veel aangehaalde maar absurde vergelijking om de Griekse situatie uit te leggen is die van een particulier die een hypotheek afsluit met een bank en zich dus verbindt tot terugbetaling willens nillens, punt uit. Enerzijds is dit feitelijke kletskoek, want de financiële spelregels liggen geheel anders bij particulieren dan bij landen en grote ondernemingen. Maar dit terzijde.

Het is ook larie en apenkool als motivering voor het Troika-beleid, omdat een bank jou in de regel niet zegt hoe je aan het geld moet raken om hen terug te betalen. Of je dit haalt uit arbeid, erfenis, diefstal, speculatie, gokken of wat weet ik al, is niet de zaak van de bank – hun zaak is puur financieel, je moet gewoon terugbetalen, dat is alles.

Het Troika beleid daarentegen zou er in deze analogie op neerkomen dat de bankier bij het verstrekken van de hypotheek er als voorwaarden bij geeft dat je dit krediet enkel mag terugbetalen met geld verdiend als leerling-slager (terwijl je bediende bij de overheid bent), dat je kinderen enkel Latijn-Moderne Talen mogen volgen op school, dat je elk jaar twee nieuwe laptops moet kopen en dat je vrouw alleen nog bruine schoenen mag dragen. Dat – zo begreep Varoufakis – is het onderscheid tussen een “financieel” bepaald probleem, en een “economisch”.

3. De Grieken hebben ook een herdefiniëring doorgevoerd van “hun probleem”, de “catastrofe” die er dreigde indien Griekenland zonder geld zou vallen.

Ze beklemtoonden voortdurend dat de EU moest ophouden met het projecteren van wat in wezen een Europees probleem was op Griekenland. Doorheen de onderhandelingen was er dan ook een voortdurende dissonant tussen wat bijvoorbeeld, Schäuble en Dijsselbloem begrepen als “het probleem”, en wat Varoufakis daaronder begreep.

Voor die laatste was het probleem van Griekenland een binnenlands probleem: een humanitaire ramp die het gevolg is van doodzieke staatsstructuren die dringend moeten vernieuwd worden. De “stabiliteit van de Euro” is geen Grieks probleem, het is een Europees probleem, zo benadrukte hij keer op keer. Griekenland kan de stabiliteit van de Euro niet verzekeren; wat het wel kan doen is ervoor zorgen dat de eigen impact daarop positief is, dat Griekenland niet langer een zorgenkind is. En het Troika-beleid heeft net het tegenovergestelde gerealiseerd: een steeds zieker land met een bevolking die stilaan wegzinkt in de marge van de wereldeconomie.

Door deze herdefinitie legden de Grieken een ruimer probleem bloot: de wijze waarop “Europese” problemen gehanteerd kunnen worden om de eigen problemen te “exporteren” naar andere landen en daar plaatsvervangend austeriteitsbeleid in te voeren – het soevereiniteitsprobleem dat we eerder bespraken, met andere woorden. Schäuble, Dijsselbloem en Van Overtveldt zijn niet verkozen in Griekenland. Ze zijn samen met alle anderen verantwoordelijk voor het stabiliseren van de Europese financiële en economische dynamiek; ze zijn echter niet aansprakelijk voor hoe Griekenland dat concreet en voor wat betreft z’n eigen aandeel erin doet.

Het voortdurend overtreden van de grenzen van soevereiniteit schept telkens weer een ernstig probleem van democratische legitimiteit – Schäuble kan zeggen wat hij wil over Griekenland, want hij moet zich nooit voor het Griekse electoraat verantwoorden. En dat is de bron van ergernis die de Eurosceptici zo graag aanboren. Daar een kordate grens in trekken, zoals de Grieken hebben gedaan, kan de EU enkel ten goede komen.

Van Euroscepsis naar Eurokritiek

Tegelijkertijd is er een nieuw soort Euroscepticisme ontstaan, dat we Eurokritiek noemen om het te onderscheiden van het vaak ultranationalistische, nationaalchauvinistische en xenofobe platform van Eurosceptici zoals Wilders en Farage. De kritiek op Europa heeft hier niet het uiteenvallen ervan als finaliteit noch de terugkeer naar de tijd van de natie-staat-op-zichzelf. Ze heeft als finaliteit het scheppen van dat wat de Europese verdragen, handvesten en grondrechten zo vaak beklemtonen: een ruimte van samenwerking tussen democratieën, op voet van gelijkheid, solidariteit en tolerantie, met de wet als middel en de voorspoed van allen als doel.

Het feit dat dit in deze ruige week van gevechten tussen Brussel en Athene enkel als een conflict kan worden getoond is slecht nieuws; het toont aan hoe ver de huidige EU-cratie is afgegleden naar een reeks waarden, doelstellingen en methoden die op geen enkele wijze stroken met de grote basisteksten van de Unie, laat staan met de grondwetten van haar lidstaten. Het toont aan dat mensen zoals Schäuble, Dijsselbloem en Van Overtveldt dringend wat heropvoeding nodig hebben – eerder dan Tsipras en Varoufakis, die net terugkeren naar behoorlijk orthodoxe interpretaties en herdefinities van dit alles.

Dat ze daarin slagen, is bepaald hoopgevend, en wie na de Syriza-overwinning Griekenland bezoekt kan er niet omheen dat dit land al een enorme ommezwaai heeft meegemaakt in atmosfeer. Men is hoopvol zij het waakzaam, trots op de herwonnen waardigheid dankzij de strijd van Varoufakis en de zijnen, zeker van het morele gelijk en zelfs vergevingsgezind tegenover de Duitsers en de Troika, in weerwil van de enorme menselijke schade die men hen toeschrijft en die men op elke straathoek in Athene kan zien.

Men heeft minder begrip voor en geduld met de corrupte politici uit het verleden, met zakenlui en financiers die er met overheidsgeld hebben op los geleefd en die geen duit belastingen betalen, met buitenlandse investeerders die aan een spotprijs een stuk nationaal patrimonium verkrijgen om er vervolgens een laag-lonenparadijsje van te maken.

Er is al een soort publieke ethiek geïnstalleerd die komaf maakt met de vorige, die hevig wordt aangewakkerd door de nieuwe regering, en die nu door middel van alledaagse handelingen stilaan de regel wordt – het vragen van een BTW-bonnetje na de maaltijd, bijvoorbeeld. Tsipras en Varoufakis maken duidelijk dat het opnieuw democratiseren van hun land dit soort cultuurwijziging nodig heeft. En ze durven denken dat dit ook voor de rest van Europa van belang is.

Het is de onmacht om zich een alternatief in te beelden dat in Europa enorme schade heeft toegebracht. Bij beleidsmensen leek dit het gevolg van eenrichtingsdenken binnen een kleine kring van deskundigen, adviseurs en belangengroepen – de insititutionele tunnelvisie. Bij de bevolking was het een gevolg van een ervaren machteloosheid tegenover de moloch van het pragmatisme van de macht en de media – het zal toch nooit veranderen. De Grieken tonen ons dat het wél kan, dat verkiezingen wel degelijk een kracht van verandering kunnen vrijmaken, maar dat dit niet zonder slag of stoot gaat.

En wat die slag of stoot betreft, de overwinning van de Grieken speelt zich af in het veld van de ideeën: een andere economische theorie, een precies beeld van democratie, soevereiniteit en subsidiariteit, het herdefiniëren “outside of the box” van dingen waarop onze gedachten vastgeroest waren.

Boven alles hebben ze ons op een ouderwetse wijze getoond hoe een politiek van de grote woorden – rechtvaardigheid, respect, waardigheid, solidariteit, democratie – kan werken als een echte politieke motor voor verandering. Dat die grote woorden de kern zijn van wat we democratisch burgerschap noemen, en dat die woorden op elk moment een heldere en realistische betekenis moeten hebben. Die woorden en ideeën zijn stevige wapens, want de tegenstrever blijkt er geen antwoord op te hebben.

De Grieken hebben in zeer vele opzichten iets teruggewonnen wat ze al een aantal jaren kwijt waren: hun democratie, hun macht om binnen het systeem van de eigen samenleving beslissingen te maken over aangelegenheden die hen aanbelangen, zelfs tegenover een heel groot beest zoals de EU (en, nog groter, de “markten”). Het ligt voor de hand dat de EU hierover zo min mogelijk ruchtbaarheid wil geven, en liever de vinger legt op de betalingsbalans, het overschot op de begroting, de timing van de BTW-hervorming en wat nog al.

Ook de berichtgeving na de top van 24 februari was in die zin: een overdaad aan details, vaak gekaderd in een verhaal waarin Athene “een nederlaag” had opgelopen en “grote toegevingen” had gedaan (ik vraag me nog altijd af dewelke?).

Maar nauwelijks een woord over de enorme verschuiving die in deze week was opgetreden in de machtsverhoudingen binnen de EU en de Eurozone, waarin een land dat arm en machteloos leek plots z’n autonomie terugwon. Niet omdat het de materiële balans in een andere richting duwde, maar omdat het op een slimme wijze waarden, principes en betekenissen uitspeelde die sterker bleken dan het dominante cynisme en affairisme waarin men zo graag politiek lijkt te bedrijven.

Het weze ons allen een wijze les.

Links:

1 De Engelse term 'austerity' en de Franse term 'austerité' hebben in de huidige context geen goed Nederlands equivalent. Letterlijk betekent het 'gestrengheid', maar dat dekt de lading niet, de omschrijving 'strenge besparingen' al evenmin. Het neologisme 'austeriteit' begint meer en meer gebruikt te worden.

reageer

10 reacties

  • door H Coopman op dinsdag 3 maart 2015

    Zomaar wat foefelen in de grijze zone van de EU "grondwet" noem ik nog geen kritiek - een woord dat ik eerder voorbehoud aan teksten zoals die van bijv. Habermas. Ik denk dat de EU, net als B en de VSA, inherent liberale projecten zijn.

  • door Mypunks Notdead op dinsdag 3 maart 2015

    goed artikel. enkel een kleine kritiek: ik heb me nogal aan het seksistische 'de-man-als-enige-kostwinner'-cliche gestoord: 'Het Troika beleid daarentegen zou er in deze analogie op neerkomen dat de bankier bij het verstrekken van de hypotheek er als voorwaarden bij geeft dat je dit krediet enkel mag terugbetalen met geld verdiend als leerling-slager (terwijl je bediende bij de overheid bent), dat je kinderen enkel Latijn-Moderne Talen mogen volgen op school, dat je elk jaar twee nieuwe laptops moet kopen en dat je vrouw alleen nog bruine schoenen mag dragen. Dat – zo begreep Varoufakis – is het onderscheid tussen een “financieel” bepaald probleem, en een “economisch”.

  • door antond op woensdag 4 maart 2015

    De auteur verliest helaas uit het oog dat de Grieken, als enigen, zich altijd tegen hervormingen hebben verzet, Zonder te willen ontkennen dat de Eurozone met problemen kampt, is het waanzin om te ontkennen dat er een levensgroot specifiek Grieks probleem bestaat hetgeen zeer complex is. De Grieken ontkennen hun eigen problemen, geven van alles anderen (liefst buitenlanders) de schuld en weigeren zich om gemaakte afspraken als geldig te erkennen.

    'Extend and pretend' zoals Varoufakis dat definieert, is een zeer handige manier om de Griekse overheid aan de ketting te houden. Het is duidelijk, ook aan Duitsland, dat Griekenland zijn schulden nooit zal afbetalen. De kosten voor het onderhouden van de schulden zijn voor Griekenland helemaal niet hoog, circa 2,6% van het nationaal inkomen. De schulden van Griekenland mogen nu beslist niet worden afgeschreven, want als dat gebeurt gaat Griekenland wéér lenen, misschien niet nu, maar dan over een paar jaar. Griekenland móet hervormen, maar zal dat alleen doen met het mes op de keel!

    Hetgeen Griekenland betaalt voor het onderhoud van zijn schulden, is veel minder dan Spanje en Italië moeten betalen, nochtans vinden de Grieken het heel logisch om aan deze landen een hogere bijdrage te 'eisen' om mee te helpen de (in Europa ongeëvenaarde) Griekse rotzooi op te ruimen. Slowakije bijvoorbeeld heeft een veel lager minimumloon dan Griekenland, en toch hebben de Grieken de euvele moed om, ook aan Slowakije een deel van de rekening te presenteren.

    Het Griekse volk heeft het zwaar, maar de schulddeflatie móet, de lonen moesten omlaag om het land te kunnen laten concurreren. De economie is, in tegenstelling tot de Syriza propaganda, niet met 25% gekrompen. Ze was nooit zo groot als ze leel, opgepompt met deficit financing!

  • door antond op woensdag 4 maart 2015

    Austeriteit betekent niets meer of minder dan de tering naar de nering zetten, oftewel geen geld uitgeven dat je niet hebt verdiend. Dat waren de Grieken niet gewend, en daarom komt dit zo hard aan.

    Syriza sprak al van austeriteit 'opgedrongen door de Troika' toen Griekenland nog een primair tekort had, met andere woorden, toen de Troika het huishoudboekje van de Grieken nog aanvulde. Je kunt je de onbeschaamdheid nauwelijks voorstellen. Dit terwijl landen die het ook moeilijk hadden, hieraan moesten meebetalen!

    De werkloosheid, die hard aankomt bij de bevolking, is helaas structureel. Veel van de mensen die op straat staan kúnnen te weinig.

    • door Roland Horvath op woensdag 4 maart 2015

      De tering naar de nering zetten is voor een consument niet meer geld uitgeven dan hij heeft. Voor een staathuishouding is het materiële van belang niet het geld, dat is secundair. Er is nu een economische overcapaciteit. De koopkracht is niet aangepast aan die overcapaciteit. We hebben meer gerealiseerd dan wat we consumeren, dat is de nering. We kunnen dat ook consumeren. Dus de tering naar de nering zetten betekent sedert het begin van de overcapaciteit in 2008, meer consumeren. Dat voor wat het belangrijkste, het materiële betreft.

      Er is een secundair probleem: te weinig geld want sedert de overcapaciteit zijn de investeringen verminderd. Er is toch geen winstverwachting, dus niet meer winst te behalen door die investeringen. Er is dus minder werk, een lagere totale loonsom en minder koopkracht. De bedrijfslasten: lonen en sociale lasten zijn verminderd. De remedie is duidelijk: Het omgekeerde: Meer bedrijfslasten en het geldgebrek bij consumenten en overheid is opgelost. Met een vingerknip.

      De indoctrinatie door de jarenlange neoliberale propaganda gaat zover dat de meeste politici en journalisten -en burgers- niet door hebben dat ze niet minder moeten consumeren, dat ze niet moeten besparen, maar dat ze meer kunnen consumeren. Tenminste als ze de tering naar de nering willen zetten.

      Als er echter bespaard wordt dan vermindert de koopkracht maar ook wordt de productie capaciteit van de ondernemingen afgebroken. In Griekenland reeds 25% in 5 jaar tijd door besparingen. Met de besparingen van Michel1 staat ons hetzelfde te wachten.

    • door H De Bruyn op vrijdag 6 maart 2015

      Ze kunnen te weinig! Daarom zijn zo'n 180.000 universitair opgeleide jonge Grieken naar het buitenland vertrokken, waar ze met open armen worden ontvangen. Dit is de zogenaamde braindrain, waar wij nauwelijks iets van horen maar wat een van de meest verwoestende gevolgen is van de Crisis. Deze jongeren die met Grieks geld gestudeerd hebben en waarvan andere landen - waaronder ook Belgie - de vruchten plukken, zijn Griekenland ontvlucht omdat ze behoorden tot de "verloren generatie" zonder werk, zonder geld, zonder partner, zonder kinderen, gedoemd om bij de ouders in te wonen, want als er al werk is is het salaris zo belachelijk laag en het leven zo extreem duur, dat zelfstandig zijn een ongrijpbare droom blijkt. Het bruto minimumloon is minder dan 600 euro met een levensduurte te vergelijken met die van Belgie, met 13% BTW op voeding en 23% op de rest. U moet dat "de tering naar de nering" verhaal maar eens gaan vertellen aan een arts in een ziekenhuis die 20 uur klopt - want te weinig personeel - voor een salaris van zo'n 1000 euro, aan een leerkracht in een overvolle klas (minder dan 1000 euro bruto), aan een winkelbediende of aan een fabrieksarbeider die hun salaris krijgen als en wanneer de baas wat geld over heeft. Er is niet zo veel "tering" meer als een liter melk 1,40 euro kost! Met de besparingen opgedrongen door de Troika werden nooit de rijken geviseerd, en al helemaal niet de corruptie, die welig tierde. En als nu 80% van de bevolking achter Syriza staat, dan is dat niet omdat die 80% in een vlaag van verstandsverbijstering plots "communist" of "extreem links" is geworden, maar omdat het Griekse volk die van hogerhand opgedrongen en in stand gehouden corruptie inderdaad kotsbeu is en hoopt dat Syriza die dan ook hard aanpakt.

  • door Carlos Pauwels op woensdag 4 maart 2015

    Het paasexamen is in april. Het (voorlopig) eindexamen van de huidige zit is in juni. Hoe iemand er zich op voorbereid is bijzaak. Het komt er op aan er door te zijn (liefst in de eerste zit). Bissen is niet aan de orde, de student moet er door. Studeren is geen pretje als men het ernstig neemt. En het lelijke eendje (laatste van de klas) zijn is nog minder een pretje. Briek Schotte zei ooit eens "oi zere moe rieën, moeje zere rieën en oie nie zere moe rieën moei nie zere rieën". En de Griekse coureur "moe zere rieën".

  • door antond op donderdag 5 maart 2015

    Syriza had kansen in januari, ze hebben echter:

    1) Op naieve manier gepoogd tweedracht te zaaien in de EU zone, tussen Frankrijk en Italië enerzijds, en de crediteuren (Duitsland voorop) anderzijds), zie de eerste bezoeken op Varoufakis' rondreizend circus. 2) Meteen verplichtingen aangegaan om geld uit te geven wat ze niet hadden (minimumloon, herindiensttredingen) en tegelijk schuldenreductie geëist (deels van landen die het ook zwaar hebben, Slowakije, Italië, Spanje etc) 3) Te pas en te onpas de tweede wereldoorlog er bij gehaald en vergoedingen geëist, niet voor slachtoffers, maar voor de Griekse overheid. Iedere betrokkene is nu wel dood en begraven. Je zou je nog kunnen voorstellen dat ze vergoeding verlangen voor de slachtoffers, maar om zulk geld te willen gebruiken om de spilzucht van vorige Griekse overheden toe te dekken, dat is pas écht minachting voor de slachtoffers van de oorlog en hun nabestaanden) 4) Als ze hun zinnetje niet kregen, gedreigd om met Rusland en/of China onder een hoedje te gaan spelen en 5) Spanje en Portugal, die Griekenland in grote moeilijkheden hebben bijgestaan, ingedeeld (zogezegd) bij de 'as van het kwaad'

    Ze graven hun eigen graf, richting exit Eurozone. Dat wordt een ramp voor hen die moeilijk is te overzien.

    Voor de rest van Europa geldt nadat Griekenland zou uittreden, meer (ook financiële) integratie mogelijk en wenselijk wordt. Maar dat kan nu eenmaal niet met oplichters en saboteurs aan boord.

    Met zulke vrienden heb je toch geen vijanden nodig?

    De Grieken moeten nu eindelijk betrouwbaar uitvoeren wat is afgesproken. Of vertrekken.

    • door Roland Horvath op donderdag 5 maart 2015

      Er is niets afgesproken. Elke lidstaat moet kunnen functioneren. Zonder hinder van te grote schulden. Zoals nu Griekenland GR, Spanje en Portugal. Er gaat af en toe een 1000 miljard naar de banken of naar de grote beleggers. Waarom niet aan de overheden van alle lidstaten om hun schulden versneld af te betalen wat het EU bestuur zo graag wil. 150 miljard nieuw geld per jaar is voldoende voor de hele EU. Of de 1140 miljard aan de 500 miljoen EU ingezetenen geven, 2000 per persoon. Het nieuwe geld is per definitie de eigendom van alle EU burgers.

      De financiële crisis in GR is met een vingerknip op te lossen maar de andere lidstaten voorop de reactionaire staten DE/NL/BE willen afbraak van de Sociale Zekerheid, privatisering van overheidseigendommen voor een appel en een ei en deregulering. De GR belastingen normaliseren, wat Syriza wil, duurt wel een jaar.

      Wat afgesproken is in verdragen wordt door de EU niet gerespecteerd zoals de nationale soevereiniteit. Een bezetter in oorlogstijd heeft veelal meer respect voor de wetten van het bezette land dan de EU voor GR. Het IMF, dat vooral de VS dient, mag zich moeien in een intern EU probleem.

      Productie heeft consumptie nodig en omgekeerd. De ondernemingen meer geld geven, zoals de EU wil, kan nu geen groei geven zoals 200 jaar geleden in de tijd van de wet van Say 1767-1832. In die tijd was er een schaarste en elk aanbod ontmoette vraag. Er is nu een overcapaciteit sedert 2008. De koopkracht is te gering door een geldtekort bij consumenten en overheid. Dus meer bedrijfslasten zoals lonen en sociale lasten. Geen besparingen. Dat laatste vermindert de koopkracht en de productie capaciteit van de KMO. In de hele EU en ook in GR.

    • door ria aerts op donderdag 5 maart 2015

      De Grieken moeten dit, moeten dat... aiaiai, wat een autoritaire toon. Wat goed dat dit artikel nog eens enkele regels van het verdrag aanhaalt. Zo'n Europa zullen veel mensen die er nu kritisch tegenover staan wel zien zitten. Als Griekenland hiertoe de aanzet kan geven, mogen ze van mij de bakermat van onze tweede beschaving genoemd worden. We moeten er alles op inzetten om dit Europa, sociaal en economisch sterk, levend te houden. Er zijn wel partijen die deze nog altijd grootste economie graag in stukken zouden opdelen en dan maar weer op de verschillende muntjes speculeren. In die val mogen we niet trappen.

Lees alle reacties