Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

"Ha-Joon Changs boeken niet meest geschikt cursusmateriaal"

Handels- en bedrijfseconomisch ingenieur André Bequé las de recensies op DeWereldMorgen.be van twee boeken van econoom Ha-Joon Chang: 'Economie: de gebruiksaanwijzing' en '23 dingen die ze je niet vertellen over kapitalisme'. Hij is het oneens met een aantal conclusies in deze recensies. Dit is zijn repliek.
maandag 2 maart 2015

Na lectuur van Ha-Joon Changs boek Economie: de gebruiksaanwijzing en de recensie op deze website, heb ik onlangs ook de originele Engelse versie van zijn boek 23 dingen die ze je niet vertellen over kapitalisme gelezen. De recensie over Economie: de gebruiksaanwijzing eindigt met de conclusie ‘Ideaal cursusmateriaal’.

Dit boek verdient zeker een plaats in alle schoolbibliotheken en teksten eruit kunnen zeker gebruikt worden als aanvullende lezingen in lessen economie van de middelbare scholen (in zoverre die gegeven worden), maar ik zie het niet als het meest geschikte cursusmateriaal om het nodige basisinzicht aan te brengen.

Ik heb me in het verleden verdiept via de Duitse overheidsinstelling Bundeszentrale für Politische Bildung (BPB – Bondscentrale voor Politieke Vorming) in het sociale en politieke onderwijs in Duitsland dat daar 1 lesuur per week in alle middelbare klassen vertegenwoordigt. In elke Duitse deelstaat (de Länder) verschilt de vakbenaming en het accent dat gelegd wordt.

Een aantal jaren geleden uitten Duitse leerkrachten de klacht dat het onmogelijk was om zinvol bepaalde sociale of politieke materies aan te snijden zonder ook economische kennis erbij te betrekken. Afgezien van het feit dat die bijkomende leerstof ook in dat ene uurtje moest worden gepropt, was er een grote discussie hoe economie dan wel moest worden aangepakt: alle hoofdstukken uit de economie maar dan heel kort, ofwel capita selecta maar welke dan? In beide gevallen zat het mis: een opsomming van begrippen brengt geen overzicht en inzicht, en meer over slechts enkele specifieke materies weten laat te veel lacunes.

Maatschappelijk bestel

Ik ben de Duitse situatie gaan bestuderen omdat ik zelf een economisch model ontwikkeld heb dat – voor basisinzicht – geen uitgebreid tekstboek nodig heeft, veel op elkaar aansluitende schema’s bevat en een zeer goede invulling geeft aan de acht principes die Chang in de conclusie van zijn 23 dingen… formuleert ofschoon het model al voor die tijd ontwikkeld is.

Mijn economisch model noemt Economische Realiteit Systeem (ERS) en is eigenlijk een maatschappijmodel omdat het de economische dimensie situeert in het sociale en politieke kader waarin het onvermijdelijk geïntegreerd is. De keuze van de benaming is bedoeld om zich af te zetten tegen de wereldvreemdheid van het vrije-markt economisch model dat de gangbare economiehandboeken domineert.

Het ERS beschrijft het economische en maatschappelijke gebeuren aan de hand van een gestructureerde inventarisatie van alle stromen in het maatschappelijke bestel; het gaat dus niet uit van één welbepaald werkingsprincipe maar sluit er ook geen uit. De belangrijkste karakteristiek van het ERS bestaat erin dat er komaf gemaakt wordt met de kunstmatige tweedeling in producenten en consumenten: alle economische entiteiten (dus ook gezinshuishoudingen) consumeren, produceren en investeren. Dat opgedrongen denkpatroon suggereert subtiel het (zogezegd) grotere belang van de bedrijven in het bestel.

Bovendien is deze basisdwaling er oorzaak van dat de gangbare economieleer geen sluitende schema’s kan produceren om het totale bestel overzichtelijk en transparant weer te geven, wat dan weer economie zo ‘moeilijk’ maakt en (naast de ideologische scheeftrekking) verklaart waarom dat vak zo weinig aangeleerd/bestudeerd wordt. Het maakt professionele economen ‘te mijden’ personen.

Intussen is er op het gebied van economische theorie één en ander aan het bewegen. Terwijl Ha-Joon Chang op 27 juni 2014 in De Standaard bij de bespreking van zijn boek Economie. De gebruiksaanwijzing door Ruben Mooijman nog een nestbevuiler genoemd werd, omdat Chang de economieleer kritisch onder de loep nam, had Mooijman er op 24 september 2014 al veel minder moeite mee dat vanuit het University College in London het CORE-project opgestart werd om de economie beter te laten aansluiten bij de werkelijkheid.

Bij de BPB verscheen in 2014 een uitgebreide discussie over Sozioökonomische Bildung (Socio-economische Vorming). Dit is een uitgebreid pleidooi om de louter economische opleiding meer werkelijkheidsgetrouw te maken, door de studie van het economisch handelen te verbreden met (minstens) de sociologische werkelijkheid.

De meerwaarde van het ERS is dat het een echt alternatief model is. Chang komt niet met een nieuw model; hij vermijdt bewust schema’s uit de gangbare economieleer in zijn tekst op te nemen maar legt de nadruk op ‘de gebruiksaanwijzing’ (The user’s guide) bij het benutten van het gangbare economische denken. Bij het CORE-project kondigt men evenmin een nieuw model aan maar neemt men zich voor om de ‘enge’ economische theorie beter te ‘stofferen’ om zo beter aan te sluiten bij de werkelijkheid.

Wat is het nut van het ERS in de context van nieuw links?

Zoals Frank Vandenbroucke in het interview van 28 februari 2015 in De Standaard verklaarde, heeft het socialisme behoefte aan authenticiteit en moet het zeker niet gaan overhellen naar extreem-links. Zich afzetten tegen het neo-liberalisme/de pure vrije markt kan, zonder een eigen duidelijk geformuleerd model, slechts aan de hand van een uitgebreide analyse en tegenargumentatie.

Het ERS biedt met zijn ideologisch neutrale benadering de juiste insteek: eindelijk kan de discussie worden gevoerd zonder beperkt te zijn tot de terminologie en de inzichten die de vrijemarkttheorie dicteert. Zo wordt de absurde keuze die opgedrongen wordt tussen óf pure vrije markt óf totale verzorgingsstaat verlegd naar een gebalanceerde mix tussen beide, waarvan de samenstelling afhankelijk is van de ontwikkelingstoestand waarin een land zich bevindt.

Op het einde van zijn recensie van Ha-Joon Changs boek Economie: de gebruiksaanwijzing neemt Lode Vanoost volgende drie waarschuwingen over van de auteur:

  • geloof nooit een econoom die beweert 'wetenschappelijke' en 'waardevrije'  analyse te geven;
  • wantrouwen tegenover professionele economen moet een basisprincipe van de democratie zijn;
  • de crisis van 2008 heeft aangetoond dat economie te belangrijk is om aan economen over te laten.

Economie betekent ‘huishoudkunde’. Er zijn staatshuishoudingen, bedrijfshuishoudingen en gezinshuishoudingen. Bij elk van die huishoudingen zijn het uiteindelijk mensen die beslissingen (moeten) nemen op basis van de huishoudkundige inzichten die ze hebben (maar in vele gevallen ontberen).

Het is inderdaad niet goed om de economie over te laten aan die beperkte groep binnen onze samenleving die slechts de neoliberale economieleer kent en er consequent ook de nefaste gevolgen van realiseert, met het excuus dat er geen goed geformuleerd en werkbaar alternatief is en ze bijgevolg gelijk hebben te handelen zoals ze doen.

Willen we echte democratie vooruithelpen, dan moeten we zorgen dat alle burgers niet alleen wiskunde, fysica, geschiedenis, talen, enzovoort aanleren, maar ook basiskennis van ‘een zo neutraal mogelijke’ economie zodat ze thuis, op het bedrijf en in de politiek duurzame en rechtvaardige economische lijnen kunnen uitzetten.

André Bequé is handels- en bedrijfseconomisch ingenieur. Zijn ERS-systeem kan op zijn website worden geraadpleegd.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.