Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Dagen Zonder Vlees en dierenwelzijn: een gemiste kans

Dagen Zonder Vlees wordt omschreven als 'een frisse bewustwordingscampagne over de impact van onze voedingsgewoontes op het milieu'. Door veertig dagen lang met zoveel mogelijk mensen minder vlees en vis te eten, proberen de initiatiefnemers onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Maar waarom wordt er nauwelijks gerept over de grote impact van onze vleesconsumptie op het welzijn van de dieren?
vrijdag 27 februari 2015

Gedurende de luttele periode die ons op deze merkwaardige planeet gegund is, komen we vroeg of laat allemaal wel eens in aanraking met zo’n zonderling die weigert vlees te eten. Doorgaans noemen we deze pathetische plantensmuller dan een ‘vegetariër’, terwijl we hem gemakshalve rekenen tot het clubje groene malcontente muggenzifters waartoe ook de Geitenwollen Sok, de Milieufreak en de Boomknuffelaar behoren. Ja, ook de vegetariër schopte het namelijk tot maatschappelijke schertsfiguur. Hij lokt in Vlaanderen nog steeds hoongelach, onbegrip en irritatie uit omwille van zijn geheven vingertje, zijn ecologisch fetisjisme of zijn misplaatste overgevoeligheid. Om de zoveel tijd wordt hij daarom getrakteerd op gefronste wenkbrauwen, subtiel rollende ogen en zelfs nauwelijks verholen gezucht, want het is natuurlijk gewoon vervelend als iemand niet smakelijk eet wat grootmoeder gemaakt heeft.

Indien deze uitdrukkingen van ergernis gepaard gaan met vragen als “waarom eet gij geen vlees?” of “waarom zijt gij vegetariër?”, dan stemt dat mij in feite best gelukkig. Ik houd namelijk nogal van onderbouwing en argumentatie. Alleen is het op de keper beschouwd best vreemd dat het steeds in de eerste plaats de vegetariër is die zichzelf voor een voltallig tafelgezelschap moet verantwoorden. Want zeg nu zelf, behoeft het stimuleren van massale slachtpartijen niet sowieso een tikkeltje meer rechtvaardiging dan het simpele niet meewerken daaraan? En waarom horen we die dan zo weinig? En waarom beperkt zo’n verantwoording zich dan doorgaans ook nog tot holle frasen en weinig uitgewerkte redeneringen als “vlees eten, da zit in ons instinct” of “ne mens heeft vlees nodig”, afgesloten met fantastische dooddoeners als “binnenkort mogen we niks meer!”?

Om mijn voorliefde voor onderbouwing in de verf te zetten, zal ik hier nogmaals beargumenteren waarom het beslist niet zo onzinnig is om vegetarisch te eten. Daarvoor doe ik onder meer een beroep op ideeën die men ook terugvindt in het werk van de Australische moraalfilosoof Peter Singer. Op te merken valt, dat het hier slechts gaat om een kleine greep uit het totale arsenaal aan goede redenen voor een ander voedingspatroon. Ik zal het bijvoorbeeld niet hebben over de manier waarop onze grote ecologische voetafdruk mede veroorzaakt wordt door de consumptie van vlees, of over de klimatologische gevolgen daarvan – daarvoor bestaat duidelijk al heel wat aandacht in de media. Wel zal ik verklaren waarom onze houding ten aanzien van dieren in feite verkeerd is.


Verdwijnt, gij oude vormen en gedachten

Sinds mensenheugenis worden dieren door de mens gevangen of gekweekt, opgesloten, gebruikt, verkocht, gedood, opgegeten, enzovoort. Na verloop van tijd begon de mens deze gangbare praktijken ook enigszins in te kleden en uit te leggen door middel van de toonaangevende wereldbeelden en denksystemen die door de jaren heen ontwikkeld werden. Eén van de meest invloedrijke wereldbeelden die ooit bedacht werden, is uiteraard het christelijke. Welnu, wie de bijbel erop naslaat, constateert in Genesis vrijwel onmiddellijk hoe de mens letterlijk door God aangemaand wordt om de aarde te onderwerpen en de dieren te overheersen.1 Iets verderop verkondigt Onze Lieve Heer vervolgens dat er bij alle dieren op aarde vrees en schrik zal zijn voor de mens. Alles wat leeft en beweegt had Hij, de Almachtige, namelijk als voedsel geschonken aan de mensheid.2 We kunnen dan ook moeilijk anders dan besluiten dat het onderdrukken, het bang maken en het gebruiken van dieren destijds perfect in overeenstemming geacht werd met de wil van de Hemelse Vader, de allerhoogste morele autoriteit die finaal besliste over Goed en Kwaad. En als Hij bepaalde dat dieren slechts bestonden in het belang van de mensheid, wie was de mens dan om daar anders over te oordelen?

Vandaag achten we heel wat essentiële elementen van het christelijke denken achterhaald. Zo heeft de religieus geïnspireerde scheppingsleer het pleit finaal verloren tegen de natuurwetenschappelijke verklaring voor het ontstaan van alle leven op de wereld, de evolutietheorie, waarvan Charles Darwin de basis legde in de negentiende eeuw. Hoewel deze flink doordachte theorie nog lang niet alles helemaal ontrafeld heeft, wordt ze sterk bevestigd door hetgeen men onophoudelijk onderzoekt in de natuur. Ze beschikt simpelweg over een veel grotere bewijskracht dan de godsdienstige theorieën die lang geleden ontwikkeld werden zonder de inzichten en methoden die we vandaag hanteren. Daar bovenop hoeft de evolutietheorie ook geen beroep te doen op magisch-mysterieuze opperwezens om bepaalde fenomenen te verklaren. Op basis van de meest betrouwbare kennis die momenteel voorhanden is, kunnen we zelfs concluderen dat er eigenlijk geen gegronde aanwijzing te vinden is voor het bestaan van een of andere god die de planeet aarde en haar bewoners zou geschapen hebben. Het lijkt daarom erg plausibel dat het niet God was die de mens creëerde, maar dat het omgekeerd de mensheid was die God bedacht, zoals de Duitse filosoof Ludwig Feuerbach stelde.

Het waren echter niet enkel de ideeën over het bestaan van God en de schepping van de aarde, die met de doorbraak van Darwins gedachtegoed sterk in verval raakten. Ook het idee van de mens als hoogst uitzonderlijk of uitverkoren wezen, dat naar het evenbeeld van God geschapen was en fundamenteel verschilde van de dieren, werd door de evolutietheorie in diskrediet gebracht. Ingezien werd namelijk dat alle wezens op de wereld stammen uit een zelfde ‘voorouderorganisme’ en vaak erg verwant zijn aan elkaar. Mensen en dieren ontwikkelden zich lang geleden immers uit eenzelfde eerste levend organisme, om vervolgens via het mechanisme van de natuurlijke selectie te evolueren tot de variëteit aan soorten die we vandaag kunnen observeren.

In het licht van die lange geschiedenis zijn mensen en andere zoogdieren in feite pas betrekkelijk laat een eigen richting in geslagen. Om die reden zijn ze biologisch erg vergelijkbaar en functioneren ze in grote mate op dezelfde manier. Zo beschikken ze haast allen over een paar oren om te horen en een stel ogen om te zien, een neus om mee te ruiken en benen of poten om mee te lopen. Daarbij maakt het niet zo gek veel uit of het nu een mens betreft dan wel een mantelbaviaan, een strandwolf of een veelvraat, een wasbeer of een wombat, een poolvos, relmuis, knobbelzwijn of hermelijn. Hoewel de ene weliswaar wat beter hoort of ziet en de andere dan weer wat kleiner of net groter is, delen we duidelijk dezelfde basiseigenschappen. Allemaal worden we na verloop van tijd hongerig of slaperig en ook onze lichamelijke binnenkant vertoont opvallend veel gelijkenissen. Zo beschikt ieder van ons over een hart, lever, longen en een bloedsomloop, en bezitten we ook allemaal een maag, nieren, spieren en zelfs een volledig spijsverteringsstelsel.


Het vermogen om te lijden

Cruciaal nu is het inzicht dat we ook de centrale eigenschappen van ons zenuwstelsel delen met de dieren. Dit betekent concreet dat niet enkel mensen maar ook dieren meer dan waarschijnlijk pijn kunnen ervaren. Doorheen het lange evolutionair parcours bleek dit vermogen zelfs uitzonderlijk belangrijk aangezien het de overlevingskansen van een diersoort structureel verhoogde. De wezens die het meest ontvankelijk waren voor pijnprikkels, gingen namelijk behoedzaam door het leven en probeerden zorgvuldig alle pijn en onheil te vermijden. Hierdoor waren ze van nature beter in het ontlopen van gevaar en treffen we ze vandaag nog altijd aan. Als gevolg van dit verleden, vertonen heel wat gekwelde dieren nagenoeg dezelfde uiterlijke kenmerken als een mens met pijn. Zo zullen ze schreeuwen, janken, beven, piepen, kreunen, grommen, bijten enzovoort, en treedt er eveneens een stijging van de hartslag en de bloeddruk op. Ook zullen ze vastberaden trachten om het onheil af te wenden en worden ze angstig bij het vooruitzicht van een herhaling van de pijn.3

Het is daarom absurd om ervan uit te gaan dat zenuwstelsels die een gemeenschappelijke oorsprong kennen, die fysiologisch nagenoeg hetzelfde zijn, die een identieke evolutionaire functie hebben en die onder gelijkaardige omstandigheden resulteren in dezelfde gedragingen, volledig anders zouden werken op het niveau van het gevoel.4 Veel redelijker is het om aan te nemen dat ook dieren heel wat hinder ondervinden als ze ziek zijn of gepijnigd worden. Bovendien is het zo dat heel wat zintuiglijke vermogens beter ontwikkeld zijn bij dieren dan bij mensen. Meer dan mensen zijn zij namelijk aangewezen op hun zintuigen om iedere vijandigheid in hun omgeving zo snel mogelijk te detecteren.5 Maar dieren lijden echter niet uitsluitend onder lichamelijke pijn. Evenzeer schijnen ze te lijden onder angst en stress wanneer ze bijvoorbeeld opgejaagd, gevangen, vervoerd en opgesloten worden.


Het hebben van belangen

Nu we tot de conclusie zijn gekomen dat het erg redelijk is om aan te nemen dat ook dieren kunnen lijden, moeten we zo eerlijk zijn om in het verlengde daarvan te erkennen dat ze ook beschikken over belangen. Om te besluiten dat een wezen beschikt over belangen, is de simpele aanwezigheid van het vermogen om te lijden namelijk volstrekt voldoende. Dit principe werd in de achttiende eeuw reeds naar voren geschoven door de Britse filosoof Jeremy Bentham, die poneerde dat de kapitale vraag die we moeten stellen niet is of dieren kunnen praten of redeneren, maar wel of ze kunnen lijden.6 Los van de precieze grootte van het rationeel vermogen en het bewustzijn, heeft ieder wezen dat in staat is om te lijden er namelijk belang bij om doorheen het leven niet te moeten lijden. Uiteraard is dit niet-hoeven-te-lijden slechts het absolute minimumbelang waarover een wezen kan beschikken, naast alle andere belangen die kunnen leiden tot een gelukkig en voldaan bestaan, zoals het kunnen leven in natuurlijke omstandigheden en het kunnen uitoefenen van gedrag dat eigen is aan een bepaalde soort.

Indien we nu een moreel bewuste en hoogstaande samenleving willen vormen, dienen we de belangen van alle wezens van wie we het leven met onze handelingen beïnvloeden op een redelijke manier in acht te nemen. Daarbij moeten we proberen om in de eerste plaats elkaars minimumbelang te respecteren. Dat betekent erg simpel en concreet dat we ervoor moeten zorgen dat onze attitudes en verrichtingen geen pijn en leed veroorzaken bij anderen. In de tweede plaats moeten we ambiëren om ook de overige belangen te respecteren, zodat we andere wezens de kansen op een fijn en fatsoenlijk leven niet ontnemen. Gelukkig beseffen en beamen we die dingen tegenwoordig allemaal ook wel. Zo raken we met z’n allen verontwaardigd bij de beelden van mishandelde en ondervoede dieren, of bij de filmpjes van geketende en veel te klein behuisde beesten uit het circus en de clandestiene dierentuin. Eveneens beseffen we dat dieren die in een asiel verblijven slechter af zijn dan hun soortgenoten met een aangenamer onderkomen, en dat de hond gelukkiger is in een huis met tuin dan in een appartement. Tevens begrijpen we perfect dat vogels de vrije lucht verkiezen boven een gekooid bestaan en dat de kat ‘kajiet’ wanneer we per ongeluk op haar staart of pootje staan.

Maar hoe waanzinnig is het eigenlijk dat we onze kinderen zowel op school als thuis herhaaldelijk vertellen dat ze respect moeten hebben voor de natuur en voor de dieren, terwijl we er als volwassenen eigenlijk niets of nauwelijks om geven dat er in België maandelijks een miljoen varkens geslacht worden?7 Is er iemand die zich een miljoen starende en ademende varkens kan inbeelden, iedere maand opnieuw? En is er eigenlijk iemand die oprecht gelooft dat die dieren, die trouwens intelligenter blijken dan de hond, erg genieten van hun onnatuurlijk en eentonig leven in gevangenschap? Nee, te vrezen valt van niet. In de vleessector primeren namelijk niet de belangen van het dier maar de onverbiddelijke wetten van de markt. Ook in deze sector staat daarom zo goed als alles in het teken van de efficiëntie, de productie en de winst. Dieren moeten er geld opbrengen en worden er in industriële stallen geëxploiteerd. Dit duizelingwekkende aantal varkens wordt in feite enkel en alleen gekweekt om na verloop van tijd bedwelmd te worden met gas of met een harde elektrische schok8, om ze vervolgens levend aan hun achterpoten op te hangen, de keel over te snijden of door te prikken, leeg te laten bloeden, te ontharen, te schroeien, op te snijden en ten slotte te verkopen als kotelet, spek of braadworst.9

Traditioneel trekt de publieke opinie zich van het leven van een varken in de vleesindustrie maar weinig aan. Zolang ons om de zoveel tijd maar ingefluisterd wordt dat die beestjes toch niet afzien bij het slachten, is alles dik in orde. En inderdaad, op het moment dat het lemmet of de naald de halsslagader openhaalt, hangen de beesten hopelijk al lang verdoofd te bengelen aan een geautomatiseerde rail of vleeshaak. Maar hoe zou een varken zich eigenlijk voelen wanneer het op transport gezet wordt of wanneer het een flinke stroomstoot toegediend krijgt? Of wanneer het een overdosis gas door neus en keel de longen ingejaagd krijgt, of zijn soortgenoten door de knieën ziet gaan? Stress? Angst? Ongemak? Pijn? Paniek? Iemand enig vermoeden of idee?

Om de mate van het lijden en de levenskwaliteit van zo’n varken te beoordelen, volstaat het natuurlijk allerminst om ons te beperken tot een analyse van de finale doodstrijd. Daarmee zouden we het leven dat eraan voorafgaat totaal negeren. Welnu, om te beginnen is dat leven uiteraard kort. Terwijl een varken in principe tien tot vijftien jaar kan worden, leeft het in de vleesindustrie doorgaans slechts enkele maanden tot een jaar om vetgemest te worden en zo snel mogelijk te groeien. De varkens die gebruikt worden om aan de lopende band zoveel mogelijk nieuwe biggen op de wereld te zetten, zijn een iets langer leven beschoren en houden het een aantal jaren uit totdat hun productiviteit afneemt en ze alsnog gedood worden. Gedurende dat korte leven worden varkens in de vleesindustrie vandaag in groep gehouden.

Daarbij wordt door de Belgische wetgeving gestipuleerd dat 0,65 vierkante meter vrije vloeroppervlakte voldoende is voor een varken van honderd kilogram.10 Iets meer dus dan een halve vierkante meter voor een dier dat zich beweegt op vier poten, zwaarder is dan een gemiddelde mens en houdt van rollen over de rug, wroeten in de natuur, het nemen van modderbaden en het bouwen van nesten. Zelfs indien men deze oppervlakte zou verdubbelen, lijkt het petieterig. Maar uiteraard staat het iedere veehouder volledig vrij om in ruimere hokken te voorzien, dat spreekt voor zich en wordt zelfs aangemoedigd door de overheid.11 Alleen jammer dat die vermaledijde concurrentie en efficiëntie – de hedendaagse mantra’s van de niet zo vrije markt – zowel de varkenshouder als het varken vermoedelijk dwingen in een krap en knellend keurslijf. Het gevolg van zo’n bende verveelde, gestresseerde en opeengepakte varkens, is dan ook dat deze dieren hun frustraties geregeld kannibalistisch botvieren op lot- en soortgenoten door hen in de staart en in de oren te bijten. Waarop de veehouder dan weer tracht te anticiperen door tanden te knippen en staarten te couperen, al mogen deze ingrepen sinds 2008 wel niet meer systematisch en routinematig plaatsvinden. In eerste instantie dient men namelijk te proberen om dit gedrag met andere middelen te beteugelen.12


Met welk recht?

Varkens zijn natuurlijk niet de enige dieren die leven en sterven voor de vleesconsumptie. Ook koeien, kalveren, paarden, geiten, schapen, lammeren en allerhande gevogelte ondergaan bij ons dit lot. Maar welk recht is het nu precies dat ons in staat stelt om welzijnsgevoelige dieren te veroordelen tot een kort en somber leven in het teken van de bio-industrie? En waarom precies hebben dieren die vreugde en plezier kunnen ervaren niet het recht om daar ook zolang mogelijk van te genieten? Bestaat er eigenlijk een duidelijk en afdoend antwoord op zulke vragen?

“Leeuwen vangen toch ook zebra’s om ze te verscheuren en op te eten. Mag dat dan ook niet meer? De natuur zit nu eenmaal gruwelijk en oneerlijk in elkaar, dat valt niet te veranderen!” hoor ik dan wel eens. Maar een groot verschil tussen mens en dier is dat de mens begiftigd is met een moreel bewustzijn. Dat wil zeggen dat mensen, in tegenstelling tot dieren, proberen om het onderscheid te maken tussen goed en kwaad, om daar dan vervolgens hun handelen op af te stemmen. Vaak is het echter niet eenvoudig om te bepalen wat nu precies goed is en wat kwaad. Doorgaans baseren we ons hierbij op het simpele principe dat de dingen die op een duurzame manier leiden tot vreugde, genot en een gelukkig leven goed zijn, en dat zaken die op aanhoudende wijze leed, treurnis en een ongelukkig leven teweegbrengen kwaad zijn. Het uiteindelijke doel van ons handelen bestaat dan in het nastreven van het goede en het reduceren van het kwade.

Eén van de moeilijkheden die zich bij deze onderneming dikwijls voordoen, is dat er in een maatschappij steevast sprake is van tegengestelde belangen. Een handelen dat voor de ene partij voordelig en dus goed is, kan voor een andere partij nadelige gevolgen hebben. Laat net dat nu het geval zijn wanneer het gaat over de consumptie van vlees. Voor mensen zal het consumeren van dierlijk vlees genot opleveren, terwijl het dieren daarentegen heel wat leed en een somber bestaan in het teken van de vleesindustrie bezorgt. Om zulke gevallen te beslechten, is het redelijk en gepast om het liberale credo op te diepen en te stellen dat de eigen vrijheid slechts reikt tot daar waar de vrijheid van anderen ingeperkt wordt. Vertaald naar de context van dit essay luidt het dan, dat de menselijke vrijheid slechts reikt tot daar waar men de vrijheid van het dier om zich te ontplooien en een waardig leven te leiden inperkt.

En levert het eten van vlees trouwens echt zoveel geluk op als je weet dat er ontzettend veel lekkere en gezonde alternatieven bestaan waardoor een gigantische hoeveelheid dieren een somber en onwaardig bestaan bespaard blijft? Zelfs indien het eten van vlees de mens heel wat extra geluk zou opleveren en het daarbij mogelijk zou zijn om dieren in aangename en natuurlijke omstandigheden te laten leven en hen vervolgens te slachten zonder dat ze daar enige hinder van ondervinden, lijkt het onrechtvaardig om het leven van een gezond dier vroegtijdig te beëindigen. Want waarom zou een wezen dat in staat is om zich te ontplooien en te genieten van een waardig en aangenaam bestaan, niet het onvervreemdbare recht hebben om dat ook zo lang mogelijk te doen?


Een nieuwe stap

Welke redelijke argumenten bestaan er eigenlijk nog voor het slachtofferen van dieren voor consumptie? Erg weinig, volgens mij.

Het is daarom hoog tijd om dieren meer rechten te verlenen, de massale vleesproductie en -consumptie terug te dringen en een nieuwe stap te zetten in onze morele ontwikkeling. Het is namelijk niet omdat bepaalde ideeën, praktijken en gewoonten ons op een gegeven moment normaal toeschijnen, dat ze ook rechtvaardig zijn of dat er niets beter of beschaafder te bedenken valt. Zo was de slavernij erg lang een gangbaar fenomeen en gold het openbare folteren geruime tijd als redelijke rechtspraak. En in een minder ver verleden achtte men homoseksualiteit nog een te bestrijden ziekte en vond men het maar logisch dat vrouwen niet mochten stemmen bij de verkiezingen, wat vandaag gelukkig ondenkbaar is.

Het is dankzij een voortschrijdend inzicht, het engagement en de inspanningen van voorgaande generaties dat we op allerlei vlakken morele vooruitgang hebben geboekt. Ook onze generatie kan en moet daaraan haar steentje bijdragen. Laten we daarbij de dieren niet vergeten, zij hebben namelijk wel belangen maar geen stem om voor zichzelf op te komen.


1 “Genesis”, in De Bijbel (eBook.nl / Ars Floreat, 2004), pdf, http://www.arsfloreat.nl/documents/Bijbel.pdf, 1:28, p. 8.

 

 

2 Idem, 9: 2-3, p. 20.

 

3 Peter Singer, Writings on an Ethical Life (London: Fourth Estate, 2001), p. 37.

 

4 Ibidem.

 

5 Richard Serjeant, The Spectrum of Pain (London: Hart Davis, 1969), p. 72.

 

6 Jeremy Bentham, An Introduction to the Principles of Morals and Legislation (Library of Economics and Liberty, 2002), geraadpleegd op 15 april 2014, http://www.econlib.org/library/Bentham/bnthPML18.html#Chapter XVII, Of the Limits of the Penal Branch of Jurisprudence , hoofdstuk XVII, noot 122.

 

7 Federale Overheidsdienst Economie, Slachtstatistieken: maandelijks detail, slachtingen van dieren, per diersoort voor België, laatste 10 beschikbare maanden (Statistics Belgium, 2014), geraadpleegd op 27 februari 2015, http://statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/economie/landbouw/verwerking/geslacht/maandelijks_detail/

 

8 Op te merken valt dat het koninklijk besluit van 6 oktober 2006 (tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 januari 1998 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden) bepaalt dat het gebruik van apparaten waarmee elektrische schokken worden toegediend, zoveel mogelijk wordt vermeden. “Deze instrumenten mogen in elk geval alleen worden gebruikt voor volwassen runderen en volwassen varkens die weigeren zich te verplaatsen” (Artikel 1). Normaal gezien wordt een volwassen rund of varken dus slechts geëlektrocuteerd indien het weigert om zich gewillig naar de gaskamer te begeven.

Andere hoopvolle (?) bepalingen uit de bijlage bij het nog steeds in voege zijnde koninklijk besluit van 16 januari 1998 (inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden) lezen als volgt:

  • Dieren die niet kunnen lopen, mogen niet naar de slachtplaats worden gesleept, maar moeten ter plaatse worden gedood (…)” (Hoofdstuk I. A. 6.).

  • Bij het uitladen mogen de dieren (…) niet zodanig worden opgetild aan de kop, de horens, de oren, de poten, de staart of de vacht dat zij onnodige pijn of lijden ondervinden” (Hoofdstuk I. B. 2.).

  • Het is verboden dieren te slaan op delen van het lichaam die bijzonder gevoelig zijn of op die delen druk uit te oefenen. Het is met name verboden de staart van de dieren te verbrijzelen, om te draaien of te breken en de dieren in de ogen te grijpen. Het is ook verboden te slaan en te schoppen” (Hoofdstuk I. B. 4.).

  • De containers waarin de dieren worden vervoerd, moeten behoedzaam worden behandeld; het is niet toegestaan ermee te gooien, ze op de grond te laten vallen of ze te kantelen” (Hoofdstuk I. C. 1.).

  • Bij kopslagbedwelming is het gebruik van een hamer verboden” (Hoofdstuk III. 2.).

(Voor de volledige verwijzing naar beide koninklijke besluiten, zie bronnenlijst).

 

9 Praktijkcentrum Varkens - Het Varkensloket, e-mailbericht ‘Slachtproces varken’ aan de auteur, 4 april 2014.

 

10 De Raad van de Europese Unie, Richtlijn 2008/120/EG van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens (Publicatieblad van de Europese Unie, 18 februari 2009), Artikel 3, 1. a; Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, koninklijk besluit van 15 mei 2003 betreffende de bescherming van varkens in varkenshouderijen (Federale Overheidsdienst Justitie, gepubliceerd op 24 juni 2003). http://www.ejustice.just.fgov.be/doc/rech_n.htm.

 

11 Vlaamse Overheid, Departement Landbouw en Visserij. Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling, Staartbijten voorkomen zonder couperen (Vlaanderen.be, juni 2013), geraadpleegd op 27 februari 2015, http://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/staartbijten-voorkomen-zonder-couperen-1.

 

12 De Raad van de Europese Unie, Idem, Bijlage I, Hoofdstuk I, 8.

 


Bronnenlijst

Bentham, Jeremy. An Introduction to the Principles of Morals and Legislation. Library of Ecnomics and Liberty, 2002. Geraadpleegd op 15 april 2014.

http://www.econlib.org/library/Bentham/bnthPML18.html#Chapter XVII, Of the Limits of the Penal Branch of Jurisprudence, hoofdstuk XVII, noot 122.

De Raad van de Europese Unie. Richtlijn 2008/120/EG van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens. Publicatieblad van de Europese Unie, 18 februari 2009.

Federale Overheidsdienst Economie. Slachtstatistieken: maandelijks detail, slachtingen van dieren, per diersoort voor België, laatste 10 beschikbare maanden. Statistics Belgium, 2014. Geraadpleegd op 27 februari 2015. http://statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/economie/landbouw/verwerking/geslacht/maandelijks_detail/

Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Koninklijk besluit van 15 mei 2003 betreffende de bescherming van varkens in varkenshouderijen. Federale Overheidsdienst Justitie, gepubliceerd op 24 juni 2003. http://www.ejustice.just.fgov.be/doc/rech_n.htm.

Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Koninklijk besluit van 6 oktober 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 januari 1998 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden. Federale Overheidsdienst Justitie, gepubliceerd op 7 november 2006. http://www.ejustice.just.fgov.be/doc/rech_n.htm.

“Genesis.” In De Bijbel. eBook.nl / Ars Floreat, 2004. Pdf: http://www.arsfloreat.nl/documents/Bijbel.pdf.

Ministerie van Middenstand en Landbouw. Koninklijk besluit van 16 januari 1998 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden. Federale Overheidsdienst Justitie, publicatiedatum 19 februari1998. http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=98-02-19&numac=1998016020.

Praktijkcentrum Varkens - Het Varkensloket. E-mailbericht ‘Slachtproces varken’ aan de auteur, 4 april 2014.

Serjeant, Richard. The Spectrum of Pain. London: Hart Davis, 1969.

Singer, Peter. Writings on an Ethical Life. London: Fourth Estate, 2001.

Vlaamse Overheid, Departement Landbouw en Visserij. Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling. Staartbijten voorkomen zonder couperen. Vlaanderen.be, juni 2013. Geraadpleegd op 27 februari 2015. http://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/staartbijten-voorkomen-zonder-couperen-1.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

13 reacties

  • door Jan De Winter op vrijdag 27 februari 2015

    Dit is voor mij een heel sterk, overtuigend en inspirerend artikel. Ik heb wel één belangrijke opmerking: de auteur stelt dat dieren geen moreel bewustzijn hebben, maar daar ben ikzelf niet zo zeker van. Wanneer iemand iets gruwelijks doet, dan zie ik op het eerste zicht drie alternatieve mogelijkheden: (1) de persoon in kwestie vindt wat hij doet moreel slecht, maar doet het toch, (2) de persoon vindt wat hij doet moreel goed, of (3) de persoon heeft geen besef van goed en kwaad. Wanneer het over gruwelijke daden door mensen gaat, zijn we geneigd om vooral de eerste twee mogelijkheden au sérieux te nemen. De derde mogelijkheid vinden we enkel aannemelijk wanneer het gaat om bepaalde pathologische gevallen. Met betrekking tot dieren zijn we daarentegen eerder geneigd om de derde mogelijkheid als de meest voor de hand liggende te beschouwen. De eerste twee mogelijkheden nemen we niet in overweging of vinden we onwaarschijnlijk. De belangrijkste oorzaak van dit verschil in redeneren met betrekking tot mensen en dieren is volgens mij niet een feitelijk verschil tussen mens en dier, maar wel het menselijke superioriteitsgevoel: onze neiging om onszelf op te vatten als superieur aan de andere dieren.

  • door marc beyst op vrijdag 27 februari 2015

    Wanneer iemand me vraagt waarom ik vegetariër ben, antwoord ik: "omdat ik geen vlees eet". Meer uitleg, verantwoording en missionering is daar niet bij nodig.

  • door Lucie Evers op zaterdag 28 februari 2015

    Ik vind dat dierenwelzijn deel uit maakt van de milieuoverwegingen en daar niet apart van staat. En bovendien krijg een je een moreel appèl zoals dat van Singer nooit mainstream. Ik vind de toegankelijkheid van een duurzaam voedingspatroon nog belangrijker dan het eigen groot gelijk. Als vegetariër ervaar ik overigens niet die weerstanden, in tegendeel, velen beginnen zich spontaan te verantwoorden naar mij toe met zinnen zoals 'ik doe mee met donderdag veggie dag' of 'ik eet minder vlees dan vroeger'. Misschien is de les dat de wijze van communiceren en voorleven een effect heeft op het soort reacties dat je krijgt. Overigens ben ik niet tegen 'lijden', we organiseren op vele wijzen lijden tussen mensen, tussen mens en dier en ik veronderstel ook tussen dieren (van dat laatste weet ik heel weinig). Ik ben tegen overmatig lijden en tegen leedvermaak. Maar als ik ergens in een onherbergzaam gebied een dier moet doden omdat ik mezelf niet plantaardig kan voeden, dan ga ik dat ook doen. Ik vind mezelf niet zo 'verheven' boven om het even welke andere soort zoogdieren (en andere dieren) op deze aardbol. Vanuit het perspectief van een West-Europese vrouw en vijftiger, vind ik kiezen voor een plantaardig voedingspatroon wel relevant. En meer moet dat niet zijn..

  • door Jozef Vanhaverbeke op zaterdag 28 februari 2015

    Geachte,

    Ik ben volledig accoord voor wat betreft het dierenwelzijn, en ben volledig tegen de vleesfabrieken. Ik wil toch enkele bedenkingen meegeven. Je zou toch moeten weten dat de natuur op zichzelf meedogenloos is "Eten en geëten worden" Het ene dier verscheurt het andere. De mens op het op het zelfde niveau zetten als de dieren is toch wat kort door de bocht. biologisch verschillen we wel niet veel maar ik ken nog geen ander soort dan de mensen die bv computers maakt. In de dierenwereld geld het recht van de sterkste en de mens heeft als hoofdtaak het recht van de sterkste in de mensenwereld uit te bannen. Voor wat de wetenschap en godsdienst betreft wil ik nog dit zeggen "De wetenschap en godsdienst zijn totaal verschillend" De wetenschap bestudeerd objecten en de onderzoekers moeten over de volledige vrijheid beschikken om hun taak te vervullen. Godsdienst probeert verklaringen te vinden die de mens zich al eeuwen stelt als waarom leven we, wat is het doel.Waarom moeten mensen lijden , wie zijn wij eigenlijk, waarom gedraagt een mens zich soms als een beest. Waar halen mensen als Pater Damiaan en Pater Kolbe in de concentratie kampen en nog vele ander de moed om tegen de biologische wetmatiging in toch op te komen voor hun medemensen.

    Vele groeten,

    Jozef Vanhaverbeke

    ps Dat de wetenschap maar een smalle basis is om er een levensbeschouwing op te baseren volgt uit het volgende. De professer die het kerndeeltje van een atoom ontdekte die de massa geeft aan het atoom verklaarde dat de wetenschap ongeveer 5% kende van al de geheimen van het heelal

    Dus wetenschap en godsdienst zijn totaal verschillende zaken.

    • door richardch op maandag 2 maart 2015

      Over het algemeen is het zo dat de natuur meedogenloos is. Toch moet je ook toegeven dat het iets is wat vaak herhaald wordt, om onze omgang met dieren goed te praten. Er zijn veel voorbeelden van dieren die ook om andere dieren geven. bv: https://www.youtube.com/watch?v=USfCieXuQrs En zo zijn er nog heel veel vb'n.

      Mijn probleem is eerder dat consumptiedieren van hun geboorte tot hun dood in gevangenschap moeten leven. En als we dan nog respectvoller met hun zouden omgaan, zou het makkelijker te aanvaarden zijn. Realiteit is dat deze dieren geld moeten opbrengen en dat maakt het zo pervers. Dieren worden in de ogen van de houders goed verzorgd maar dit is alles in het teken van hun rentabiliteit. Dan is er nog zo veel verspilling, Dieren die dus zijn geboren en een triest leven hebben geleid om dan wreed te worden afgemaakt om uiteindelijk niet geconsumeerd te worden.

      Dat we altijd zeggen dat mensen boven dieren staan is niet wat ik in onze maatschappij ervaar. Ik zie het eerder als sommige mensen staan boven sommige dieren maar als we eerlijk zijn, moeten we ook toegeven dat voor ons sommige dieren ook boven veel mensen staan. Ik durf toe te geven dat ik meer zou afzien om de dood van mijn huisdier dan om de dood van een oorlogsslachtoffer dat ik niet ken, ergens in een ver land. Pas op, ik ben hier niet trots op maar ben gewoon eerlijk. Mensen geven ook bv eerder aan een bedelaar met een hond dan eentje zonder.

      Dan komen we bij het volgende hypocriete punt: mensen vinden het niet kunnen dat ze in Azie honden eten maar het eten van lams - en kalfsvlees vinden ze wel normaal? Zo een baby schaap en koe zijn toch ook schattig? Dit is voor mij een bewijs dat de conditionering die eenieder in deze maatschappij ondergaat ook echt werkt. Jammer genoeg...

  • door Wouter Braeckman op maandag 2 maart 2015

    Het valt me nogmaals op hoe groot de impact is als de media tenvolle meedoet. 40 dagen zonder vlees is volop in de media geweest en het resultaat is navenant.

    • door richardch op maandag 2 maart 2015

      Dan kunt ge wel nagaan hoeveel impact al die jaren media aandacht voor pro-vlees wel hebben gehad...

  • door robby op dinsdag 3 maart 2015

    Wat een prachtstuk! Een ode aan de ironie en het sarcasme!

    De inleiding is al veelbelovend, maar de auteur laat zich hier pas echt helemaal gaan bij de redenering ex absurdo! Die finesse, zelden gezien! De arrogantie en de pretentieuze lijst met referenties om het wat serieux te geven, sublieme vondst!

    Een kleine bloemlezing: Het scheppingsverhaal is deel van de essentie van het katholieke geloof (*glimlach*), dit is niet de letterlijke weergave van hoe onze aarde ontstaan is, dus moet het christendom wel achterhaald zijn (*gegrinnik*), sterker nog! Religie is door de mens verzonnen, dus mag de mens geen vlees eten (*daar zijn de eerste schaterlachsalvo's*) de mens is niet helemaal uitverkoren boven /verschillend van de zoogdieren, dus hij mag zijn soortgenoten niet opeten (*bulderlach achteraan de zaal "zoogdieren eten toch ook andere zoogdieren" "jamaarnee, de mens is ook niet zo gelijkaardig, hij is wel voorzien van moreel bewustzijn, staat dus boven de dieren" *daar rolt de eerste van zijn stoel*) Dieren voelen stress (*de lachtranen worden uit de ogen gewreven, de keel geschraapt* planten blijken ook stressgevoelig, zeker in de verwoestende monocultuur die de voedingsindustrie kenmerkt, ook hier wordt er leven beëindigd om ons te voeden, zorg ervoor dat het leven tenminste de moeite waard was, zorg ervoor dat je je bewust bent van het offer dat gebracht is om je bord te vullen en toon er respect voor)

    Ik betwijfel of Jan Modaal na het lezen van dit stuk overtuigd gaat zijn van het feit dat vegetarisch/veganistisch leven voor iedereen is, niet enkel voor wat wereldvreemden die veel theoriën en filosofen kunnen citeren. Als je mensen wil overtuigen, probeer eens de positieve argumenten, vegetarisch eten is gewoon lekker, gezond, gevarieerd...

    • door richardch op dinsdag 3 maart 2015

      Dit stuk wil net de nadruk leggen op dierenwelzijn als moeglijke motivator voor de dagen zonder vlees campagne.Die andere voordelen worden al elders benadrukt. Waarom is het zo moeilijk om daar bij stil te staan? Velen zijn bang om als watje of zoals u zegt "wereldvreemde" aanzien te worden als ze geven om dieren. Dat vind ik pas zwak eigenlijk. Ik vind het dapper als je opkomt voor diegene die onderdrukt wordt. Zowel voor mens als voor dier. Het "planten hebben ook gevoelens" verhaal: misschien is dat wel zo maar van dieren zijn we toch wel wat zekerder. Al was het maar door de aanwezigheid van een centraal zenuwstelsel.

      • door robby op dinsdag 3 maart 2015

        Wel, daar draait het me net om, de kern van het stuk wordt bedolven onder allerlei argumenten die er niet toe doen en discutabel zijn. Door de terechte boodschap van het dierenleed te verpakken in een wollige doos met allerlei verwijzingen die volgens mij niets bijbrengen, ga je niemand overtuigen. Als je vb zegt dat je geen dieren eet omdat je niet gelooft en het scheppingsverhaal niet klopt, gaan veel mensen je fronsend bekijken. En bij diegene die al een beeld hebben van vegetariërs als 'die lastige' of 'die rare' ga je dat volgens mij enkel versterken. Over het planten en pijn-verhaal, mijn mening: ook daar wordt een levend wezen vermoord (of zijn/haar kinderen opgegeten), daar zijn we zeker van, respecteer daarom wat je eet en verspil geen voedsel.

        • door richardch op woensdag 4 maart 2015

          Dan begrijp ik je. Je hebt groot gelijk ivm die verspilling trouwens. Die cijfers zijn hallucinant.

    • door Hans Moyson op vrijdag 6 maart 2015

      Beste robby,

      Sta mij toe om kort te reageren op jouw 'kleine bloemlezing'.

      Ik beschouw de scheppingsleer inderdaad als een essentieel onderdeel van het christ. geloof en ik acht die scheppingsleer achterhaald. Maar nergens beweer ik dat alle elementen uit het christ. denken achterhaald zijn.

      'Religie is door de mens verzonnen, dus mag de mens geen vlees eten'. Ook deze redenering die jij mij toeschrijft wordt nergens door mij ontwikkeld. Mijn redenering is slechts dat nagenoeg alles erop wijst dat heel wat zoogdieren over het vermogen beschikken om te lijden. Omdat zij over dat vermogen beschikken, beschikken zij ook over belangen. Zo is het in hun belang om niet te lijden en om te genieten van een waardig bestaan. Deze belangen worden niet gerespecteerd door de vleesindustrie. Omdat dat volgens mij verkeerd is, verkies ik om vegetarisch te eten.

      Dat ik eerst een omweggetje neem via de religie is niet om mijn argument te baseren op het al dan niet bestaan van een god, maar slechts om kort te tonen hoe een bepaalde attitude t.a.v. dieren ingebakken zit in de wortels van onze cultuur. Vervolgens maak ik een bruggetje naar Darwin, die erop wees dat mensen sterk verwant zijn aan de andere zoogdieren. Ik maak dit bruggetje niet om te beweren dat mensen en dieren elkaar niet mogen opeten omdat ze soortgenoten zouden zijn. Wel doe ik dit om te onderstrepen dat mensen en dieren heel wat fysiologische eigenschappen delen, zoals de opbouw van het centrale zenuwstelsel.

      Als ik daarna inderdaad schrijf dat ook dieren stress ervaren en jij daardoor de 'lachtranen' uit je ogen moet wrijven, dan is dat voor jouw rekening.

      Over planten die pijn lijden of stress ervaren beweer ik niets. De dingen die je daarover zegt zijn dus eveneens voor jouw rekening.

      Mvg Hans

  • door Kampioen op woensdag 24 juni 2015

    Hans,

    Bedankt voor het attenderen op je blogs. Heb ze met veel interesse gelezen. Vooral deze heeft wel een indruk na gelaten bij mij. Ook een compliment voor het overdragen van je kennis aan de Senegaalse jeugd. Overdragen van kennis is volgens mij voor jou altijd een passie en drijfveer geweest. Ik hoop dat je rust vindt voor jezelf in je huidige activiteiten. Je weet wat je voor je passie hebt ingeleverd. Wens je het beste toe en hou me op de hoogte van je activiteiten . Zal ze met grote interesse blijven volgen.

    Mvg,

    Anton,Marja. .

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties